Woensdag 16/06/2021

Fietsen langs de Dijle

Omdat je voor het avontuur niet per se ver weg moet, kijken we naar onze eigen horizon, gemarkeerd door de Dijledijk. We willen de bron van die rivier zien en met de kuiten voelen hoe zij zich door het landschap wringt. Hannah en Samuel willen al lang gaan kamperen en dus nemen we de tent - eigenlijk het noodzakelijkste van ons hele hebben en houden - mee. Het wordt een trip met onverwachte wendingen.

In Mechelen zetten we onze fietsen op de trein naar Nijvel. Daar begint vlak achter het station de eerste heuvel naar Houtain-le-Val, een onooglijk dorpje aan de N93. Het trappen valt ons zwaar. Maar na elke stijging volgt ook een daling. Die zekerheid wordt onze troost. De laatste daling op de N93 gaat naar de eerste brug over de Dijle. Enkele tientallen meters verder ontspringt ze in de velden, hier in het dal vloeit ze samen met het water van een meertje. Het bord 'les sources de la Dyle' hangt boven een antiek sasje. Op de oever een kasteel dat een kopie lijkt van een uit de Loire. We hebben onze eerste stop verdiend in café le Val. Daarna beklimmen we naast de kerk de heuvel met keikopjes. Hannah zit bij mij vooraan op de fiets en blijft vrolijk rappen over akkerwinde, klaprozen en fluitekruid. Als we afdalen over de kasseien zi-i-i-i-ngen we schuddend verder.

We zijn in Loupoigne en vinden er uitstekende ijsjes in de Ferme de la Goyette. De boerin klaagt niet: "Het is allemaal veel werk, maar het brengt ook op. Tegenwoordig moet je in de boerenstiel diversifiëren, anders haal je het niet." Klaar voor de volgende heuvel! Bij de suikerfabrieken van Genappe komen we de Dijle weer tegen, we gooien blaadjes en takjes in de sloot en zien ze langs de andere kant van het brugje voorbij drijven. Hannah noemt haar blaadje een vlot voor de vlinders die langs de bloeiende bramenstruiken fladderen. Ineens komt een stok langs. "Mijn stok drijft nu helemaal naar Mechelen", lacht Samuel boosaardig. "En tot in de zee", zeggen we, maar dat gelooft hij niet.

droombos

In Genappe zien we mooie stukjes stad met Dijle, maar meestal is de open riool verstopt achter de huizen. In Ways krijgt de rivier een prominentere rol, ze stroomt langs de kerk en het monument van de onbekende soldaat. We volgen de lange rue du Moulin die met de Dijle meeslingert. Aan een Lourdes-grot mediteert een in zwart leder geklede motard, de kinderen offeren kippenveren. We komen langs een prachtige witte boerderij, onder de kruinen van de hoge haag schittert een paard. Het is halfvijf. Hier willen we onze tent zetten. De website van Vlaanderen maant je in het groot aan dat je in België nergens vrij mag kamperen. Volgens onze kaart bevindt zich in het Bois d'He een camping. We worden op tempo gebracht door toeterende truckchauffeurs en stoppen enkel nog voor koeien met gezwollen uiers die uit de wei naar de stal stappen. In Bourval vragen we bij de bakkerin de weg en kopen een brood, want 'daar' in de wildernis valt volgens haar niets te eten.

We dalen af naar de beschaduwde Dijle en dan is het stijgen geblazen. De koeherder en de bakkerin hadden ons gewaarschuwd. We stappen af, de kinderen duwen; onze fietsen worden nog logger. Achter een witgekalkte vierkantshoeve waarop ze in deze streek patent hebben, komen we op een plateau vol korenvelden met middenin een kapelletje. Aan de picknicktafel genieten we van het landschap. Een paar trappen verder is iets wat ooit op een camping leek, een paar mensen wonen nog tussen de bouwval. Over de prijs hoor je ons niet klagen, de rest is navenant. We trappen het hoge gras plat. Onder een laag kraantje kunnen we het vuilste zweet afwassen. Na wijn, kaas, brood en meloen kruipen we met de kinderen in de tent.

De volgende morgen beginnen de vogels vroeg hun concert. De magie van de weg naar de Dijle is verbroken: de avondzon heeft plaats gemaakt voor ochtendnevel, aan het desolate kapelletje staan nu auto's. We zoeven verder. Waarover we gisteren vier kwartier duwden, rijden we nu hooguit vier minuten. In Ottignies slaan we proviand in voor onze lunch die we zullen nuttigen in het provinciaal domein Bois des Rêves. Die uit de kluiten gewassen speeltuin is een droombos voor speelgrage kleuters, die wel entree (1 euro) moeten betalen (volwassenen niet). Ons dessert vinden we enkele straten verder in een ijsjeszaak naast de Dijle. Busladingen vol staan mensen aan te schuiven en wij doen dapper mee want het motto van glacerie Carette doet ons watertanden: 'Des glaces royales pour le plaisir du palais'. Ook al is het maar een woordspeling over het rijke smakenpalet, het ijs is heerlijk. De kinderen draaien hun stoelen om en likken hun ijs op de eerste rij voor de Dijle. Samuel toont zijn knuffelpoes de blaadjes die we gisteren in de sloot hebben laten vallen.

In Limelette willen we dicht bij de Dijle blijven, maar net voor we aan de brug zijn waar Franse zoeaven op 14 mei 1940 door de Duitse aanvaller gedood werden, valt Samuel in slaap. We leggen hem op onze jassen naast de brug in het gras. Ik verwen Hannah met verhaaltjes. Daniël doet een tukje. We hebben alle tijd. Waver is maar 4 kilometer verder en bij Six Flags is er toch zeker een camping.

geen herberg

Mis. De dichtstbijzijnde camping in Wallonië bevindt zich op meer dan 30 kilometer. Six Flags telt maar één hotel. Wij fietsen de straffe helling op via een keitjesfietspad terwijl de auto's langs ons heen razen. Leuker is het afdalen langs een file. Het centrum van de stad, achter de Dijle, davert onder het kermisgewoel. In Basse-Waver vinden we eindelijk een rustig terras. Achter het pleintje, naast de kruidenier La Dyle, begint ook de weg naar Ottenbourg. Net als de laatste etappe van gisteren wordt dat een ware beproeving. Weer duwen we minstens een uur de fiets langs een kronkelweg omhoog tot een plateau met bedrijventerrein. Via eindeloze tarwevelden dalen we terug af naar Vlaanderen. Nog nooit in mijn leven ben ik zo blij geweest om in ons landsdeel aan te komen! We terrassen, enteren de frituur en fietsen er naar de plaatselijke en net opnieuw vergunde camping Gabi. Ze zetten het warme water op zodat we morgenvroeg kunnen douchen. Wanneer de kinderen op opgepompte luchtmatrassen in de tent slapen, trakteren wij ons op frisse pintjes.

De volgende dag zitten we schoon in het zadel terwijl de andere wielertoeristen ons in hun passende plunje voorbijsteken. Vanaf Sint-Agatha-Rode volgen we het betere bochtenwerk van de rivier. In Sint-Joris-Weert gaan we op foerage uit voor onze picknick in het Meerdaalwoud. Omdat we de verhalenbundel beu zijn, kopen we een zomerboek van de smurfen. Na het eten en enkele verhaaltjes vlijen we ons neer onder de oude bomen terwijl de kids Gargamel een peer smurfen.

Om 3 uur zijn we aan de Zoete Waters in Oud-Heverlee en aan de enige camping op deze tocht waarvan we op voorhand zeker waren... Maar voor haar vergunning hoeft de uitbaatster maar één trekkersplaats naast de stacaravans ter beschikking te houden en die is bezet. Daar staan we dan. Naar huis is het nog ver. We gaan eerst iets drinken. We bekijken het kunst-in-het-water-project. We huren een roeibootje. We zijn stuurloos. Nemen we een hotel? Kloppen we bij vrienden aan? We discussiëren over de kortste weg naar huis. Bij het kapelletje van Steenbergen valt Hannah op mijn stuur in slaap. Daniël legt haar op de grond. Even wieg ik met Samuel op mijn schoot zoals ik de vorige jaren zo vaak heb gedaan en dan sluit hij ook zijn ogen. Ondertussen hebben we tijd zat om uit te dokteren dat we het best via Bertem rijden.

Na de maaltijd is het al 8 uur wanneer we vol goede moed aan onze tocht beginnen. Achter Korbeek-Dijle stijgt de weg weer. Pardoes stopt Daniël, hij staakt. In de verte zien we braakland. Zullen we daar maar? We wandelen een wegel op, het stuk braakland is klein, we blijven zichtbaar van op de weg. Ik ben bang dat de boer ons komt verjagen zodra onze tent staat en wil raad vragen aan de buurt. We bellen aan bij een landhuis, het blijkt dat van oud-rector Dillemans. Hij nodigt ons uit op een mooi plekje onder zijn kersenbomen, naast de frambozenstruiken, die de kinderen mogen leegroven. En hij biedt ons ook nog een glas koele witte wijn aan, een viognier uit Verlieux. Werkelijk subliem.

De laatste morgen starten we met echte, verse koffie en we rijden toch nog naar Leuven. Het is zacht fietsen op de rustige paden van het Dijlenetwerk. Vanaf Leuven meandert de Dijle zo zwierig door het landschap. Eendjes laten zich op het water wiegen. Wij trappen de laatste loodjes. Drinken nog iets in Rijmenam, gaan voor een laatste ijsje de Dijledijk af naar de Blijdenberghoeve in Bonheiden. "Mjamie, mjamie", zingen de kids. De ijsjes langs de Dijle zijn uitstekend, maar wij hebben nu voor even wel genoeg van al die zoetigheid.

Aan een Lourdes-grot mediteert een in zwart leder geklede motard, de kinderen offeren kippenveren

Ik bewaar goede herinneringen aan de kampeervakanties als kind. Als studente heb ik, ook met de fiets, aardig wat gekampeerd in Frankrijk en Nederland. En het aanbod in die landen is sindsdien alleen maar verbeterd. In België worden de campings eindelijk gesaneerd. Maar dan nog blijft het tristesse troef. Wijs geworden door de ervaring langs de Dijle zal ik in het vervolg reserveren, dat kan via www.camping.be, een zeer onoverzichtelijke website. Ons was het niet duidelijk dat Zoete Waters Caravanning maar één tent of kampeerwagen zou toelaten. In Vlaanderen maak je het meeste kans op een camping aan de kust, in de Kempen en Limburg. Regen kan algauw roet in het eten gooien als je gaat kamperen. Je moet rekenen op geluk. Onze kinderen vinden kamperen leuk, zelfs zonder speeltuin. Met takken en bladeren spelen ze hun zelfverzonnen verhalen terwijl wij onze tent opzetten, bedden opblazen en water koken. Zodra we die activiteiten staken, zien ze hun kans schoon: dan moeten wij voorlezen.

Met de fiets: als schildpadden

Al je hebben en houden, inclusief twee kleuters, voor vier dagen op twee fietsen sjouwen, is ingewikkelder dan je kleren inpakken voor een vliegtuigreis van zes weken naar de andere kant van de wereld. We hebben over deze trip weken nagedacht. De benen van onze 4-jarige kinderen zijn nog te kort voor een 'sleurfietsje' zoals de aankoppeltandem wordt genoemd. En om in een karretje aan te hangen, wegen onze kids al te veel. Daarom kiezen we voor kleine zitjes vooraan op de fiets, zo kunnen ze veel zien en kun je gezellig samen kletsen.

Op mijn fiets hangen ook de fietstassen met kleding voor vier, met erbovenop een zwemtas en een eettas. Daags voor ons vertrek kopen we nog een fietsaanhangwagentje waar precies tent, luchtmatrassen, slaapzakken én een pomp in passen. Die hangt Daniël aan zijn fiets. We hebben het volstrekte minimum mee. Maar we kunnen wel water zetten, we hebben een voorleesboek bij en elk kind een knuffel. Met onze zwaar beladen fietsen bewegen we ons als schildpadden. Afstanden krijgen zo een heel andere dimensie. Op een terras in Ottenburg constateer ik dat we halfweg zijn, we hebben nog twee dagreizen voor de boeg. Met de auto zouden we in een uur thuis zijn.

Hokus pokus pats

"Er zit geen heks in de Dijle", zegt Samuel bezwerend telkens als we langs de Dijle rijden. Van buren die ons bij de geboorte van de kinderen kwamen feliciteren, leerden we het oude verhaal van de Dijleheks: ze sleurt kindertjes die te dicht bij het water komen, mee naar de diepte. Als waarschuwing kan het verhaal tellen. Onze stoere zoon, met het spreekwoordelijke gevoelige hartje, voelt zich door dat verhaal persoonlijk geviseerd. Nu we de Dijle van bron tot de monding in het Zennegat volgen, wordt hij er al wat geruster op. Hij kijkt onder alle bruggen, maar nergens woont een heks. In Houtain-le-Val is de Dijle nog te onooglijk voor een heksenverblijf. In Sint-Agatha-Rode vraagt hij haar naam. Die ken ik niet. Hij vindt een ganzenveer die hij op een drinkrietje schuift. Boven op de volgende brug zwaait hij met zijn toverstaf en zegt: "Hokus pokus pats, ik wou dat de heks regen geworden was." Even later voelen we vijf druppels.

De fietstocht is zwaar maar spannend. Kinderen houden van regelmaat, maar als wij de hele tijd bij hen zijn, lijkt die regelmaat minder belangrijk. In hun belang stoppen we bij elke gelegenheid die zich voordoet. Dat - en vooral de ijsjes die we dan nuttigen - vinden ze zalig.

Bij onze thuiskomst begint Hannah duchtig te tekenen. Ze verbindt groene vlekken met talloze paarse en bruine strepen: "Kijk, dat is de kaart. Zo moeten we de volgende keer langs de Dijle rijden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234