Dinsdag 24/11/2020

Fietsen als God in Frankrijk

Goed dat wereldkampioen Thor Hushovd zijn regenboogtrui eer aandeed en na een formidabele remonte op en over Jérémy Roy ging en de rit won, want zo redde hij de tweede Pyreneeënetappe over de Aubisque. Het peloton dacht: 'Vrijdag, snipperdag', en de meeste renners reden niet. Op een paar aanvallers na trokken ze in gezapige processie naar Lourdes.

Zelden een groep renners gezien die zo ontspannen, zo vriendelijk lachend, zo uitgebreid pratend en taterend over de streep reed als de 171 overgebleven Tourrenners zich veroorloofden in Lourdes. Andy Schleck was de eerste die zich tussen de ploegbussen aandiende: snel de douche in, alsof hij uit was op een stortbad met de garantie op warm water. De doorgaans zo gereserveerde Alberto Contador taterde en gesticuleerde met ploegmaat Nicki Sörensen, alsof er tijdens de hele rit onvoldoende tijd was geweest om zijn punt te maken. Thomas De Gendt zocht even niet de aandacht van de pers, maar liet zich uitbollen tot bij zijn vriendin: even samen verder fietsen, geen handje-in-handje maar toch dicht langs elkaar, even genieten van 30, hoogstens 50 meter van wat hier 'privacy' heet. Hij de autocar in van Vacansoleil, en zij terug naar de zonovergoten rangen van de vakantiegangers en supporters. De rit naar Lourdes was een dag van uitbollen. Een renner als Geraint Thomas erkende dat ook: "First day in the race that I had the chance to 'take it easy'."

Amper een vijftiental renners nam de wedstrijd ernstig. Dat handjevol joeg achter punten voor groen of bollentrui (zij het dat het nogal lullig was dat Jelle Vanendert op de Aubisque vooruit stoof op jacht naar punten die helaas voor hem al allemaal verdeeld waren) of voor de dagzege. Een enkeling heeft zelfs gedroomd van roem en succes: 'Jérémy Roy, koning van de bergen'. Spijtig voor hem mocht het niet zijn, want sprinter Thor Hushovd viel hem in volle finale op de nek. Roy kreeg de Prijs voor de Strijdlust, voor één keer erg terecht.

Sprinters in de bergen, het is een combinatie die niet klopt. Het is tegelijk een combinatie die hoogst zelden voorkomt. Het beruchtste voorbeeld dateert al van 1965, toen sprinters Rik Van Looy en Guido Reybroeck samen ontsnapt waren in de Pyreneeënrit van Bagnères-de-Bigorre naar Ax-les-Thermes, en ver achter hen de oude klimlegende Bahamontes dergelijke 'gezondheidswandeling' ongehoord vond. Bahamontes, een van de eerste en misschien wel de meest legendarische bergkoning ooit, kon zelf geen vuist meer maken, maar hij verweet de jonge generatie laksheid. Gedegouteerd stapte hij van de fiets en smeet zelfs zijn schoenen weg, om duidelijk te maken dat hij met dit peloton niets te maken wilde hebben: "Federico", zei hij tegen zichzelf, "er zijn geen klimmers meer."

ADHD'er op wielen

Zesenveertig jaar later zijn er zeker nog klimmers, maar die zagen het nut niet in van rijden en gaan. En dus reed naast de te verwachten roedel Franse aanvallers ook Thor Hushovd vooraan, en de alomtegenwoordige Philippe Gilbert, die wel zegt zich te 'concentreren' op dit en dat, en intussen als een ADHD'er op wielen sprint en sprint van het een naar het ander. Afdaling van de Tourmalet donderdag: Gilbert zoekt of hij toch niet dichter bij de top tien kan komen - neen eigenlijk, is de conclusie, ook al prijkt hij op een negende plaats. Maar Gilbert voelt zelf dat het boven de tweeduizend meter "niet echt gaat". Afdaling van de Aubisque vrijdag: Gilbert zoekt naar een sprokkel van een paar extra punten voor groen - in de (tussen)sprints kan hij immers niet op tegen Mark Cavendish, en evenmin tegen José Joaquin Rojas.

De dadendrang van Omega Pharma-Lotto valt op. Wekt dus bewondering op, en jaloezie, en ook vragen. Is de ploeg dit jaar zo veel sterker geworden, of zijn de andere teams zwakker. En waarom? Jelle Vanendert is een schaduw-Gilbert. Hij was dit voorjaar 13de in de Amstel Gold Race, 6de in de Waals Pijl en 17de in Luik-Bastenaken-Luik, dus altijd erbij. In deze Tour de France reed hij zich én op Mont des Alouettes, én op Mûr-de-Bretagne, én in Lisieux én donderdag op Luz-Ardiden in de kijker. Intussen vreet Jurgen Van den Broeck op zijn ziekbed in Herentals zijn kas op, twittert hij dat hij wel zou aangevallen hebben - jawel, meneer - is men er bij Lotto van overtuigd dat Van den Broeck op zijn minst de top drie behaald zou hebben, als hij al niet zo goed als zeker de Tour zou hebben kunnen winnen. Omega Pharma-Lotto leeft in een weldadige cocon van succes en applaus. Een sprookje, waarvan de Belgische volger de vingers kruisen dat het hopelijk niet afloopt zoals zoveel vermeende wielersprookjes. Voor het goede begrip: daar zijn geen aanwijzingen voor, maar wie in de Tour niet een beetje sceptisch blijft, is uiterst naïef. Maar voorlopig is het hoera en hoezee wat de klok slaat. De renners van Omega Pharma-Lotto mikken zogezegd op niets meer en doen eigenlijk elke dag opnieuw mee.

Ook gisteren. Op papier was de rit tussen Pau en Lourdes de 'lichtste' Pyreneeënrit van drie, met 'slechts' één col buiten categorie, al was dat de knoestige, zelfs legendarische Aubisque. Maar dat zette het peloton niet tot dadendrang aan. De meeste renners kiezen hun doelen en woekeren niet met de krachten. Op Philippe Gilbert na, maar dat is een ander verhaal.

Alberto Contador móét aanvallen, wil hij zichzelf opvolgen

Neem Alberto Contador, drievoudig Tourwinnaar, en op dit moment de meest in het oog gehouden man van het peloton. Viel op Mûr-de-Bretagne één keer aan, maar liet tot dusver elke kans liggen om de in de eerste rit verloren tijd terug te pakken. Officiële reden: zijn bij die eerste val geraakte knie. Officieuze vraag: kan hij het nog wel? Hijzelf bezweert van wel: "Mijn knie doet nog pijn, maar het ongemak neemt van dag tot dag af. Op Luz-Ardiden was het al beter dan tijdens de ritten door het Centraal Massief, en ik denk dat ik straks in staat ben om aan te vallen." Omdat Contador ook al had laten weten dat het wel érg riskant is om te wachten op de drie Alpenritten, impliceert dit eigenlijk dat hij vandaag ervoor gaat: in de Pyreneeënrit naar Plateau de Beille. Het is een van de favoriete aankomsten van Lance Armstrong. In 2002 reed die er ploegmaat Roberto Heras en uitdager Joseba Beloki op een goede minuut, in 2004 kon alleen de jonge Ivan Basso hem volgen.

Inmiddels is die Basso een ervaren rot. Older, wiser and sadder - zeker na zijn (overigens zeer terechte) bloeddopingschorsing in 2006. Na zijn comeback vocht hij terug. Vorig jaar won hij de Giro, dit jaar liet hij, als Italiaan, verstek gaan voor de ronde van zijn land, om alles op de Tour te zetten. Hij heeft nog geen trap te veel gegeven, net zoals zijn ploeg Liquigas. Eén keer kwam Basso in beeld, toen hij zijn luitenant Sylwester Szmyd op Luz-Ardiden de opdracht gaf voluit achter Samuel Sanchez te gaan. Wat het Leopardteam van Andy en Fränk Schleck niet vermocht, deed de Pool in zijn eentje: de kloof aanzienlijk verkleinen. Tot Fränk Schleck vertrok.

'Los hermanos' Schleck

Fränk Schleck: misschien zijn de ogen van de cofavorieten nog meer op hem dan op de Andy gericht. Vraag Contador naar "Los hermanos Schleck", en hij roert meteen zijn dada in het psychologisch steekspel tussen hem en zijn grote uitdagers: 'de Schlecks' bestaan natuurlijk, zijn moeilijk te bekampen omdat ze met twee zijn, maar uiteindelijk zal Leopard moeten kiezen: is Andy de kopman, of Fränk? Zal de één de ander voluit steunen, en dus tekenen voor zijn eigen verlies? Zal de één voluit durven gaan zonder de ander? Neem Fränk Schleck op Luz-Ardiden: hij demarreert, hij slaat een kloof, en hij kijkt om. Maar meet hij met de ogen de meters die Contador achter ligt, of speurt hij waar Andy zit? Hun twee-eenheid is de sterkte van de Schlecks, de ambiguïteit daarbij hun zwakte.

Vandaar dat alle andere teams die Schlecks met argusogen volgen. Meer dan één ploegleider wist te melden "dat zijn renners hem hadden gemeld dat ze gezien hadden" (zo werkt de radio tam-tam-variant van Radio-Tour) dat Fabian Cancellara vaker en nadrukkelijker in de buurt van Fränk dan van Andy te vinden is. Dat zou het teken zijn dat de oudste Schleck beter beschermd wordt, vooral tegen de wind, dan zijn jongere broer. Meestal is dat het prerogatief van de kopman.

Cadel, de referentierenner

Maar noch Contador - te veel achter - noch Basso - te oud, te weinig Toursucces sinds 2005 - noch de Schlecks - te weinig voorsprong, te weinig tijdrijder - gelden als de te kloppen man. Die rol is weggelegd voor Cadel Evans. Goed, Evans zal nooit de superfavoriet zijn, maar hij is momenteel wel 'de referentierenner'. Cadel Evans heeft de potentie om de Tour te winnen (de andere favorieten beschouwen hem als een gelijke, wat ze (nog) niet allemaal deden met Jurgen Van den Broeck), hij heeft een solide tijdrit in de benen, hij heeft nog niet gefaald in de bergen, hij heeft zelfs al zijn ritzege beet.

Het nadeel van Evans is dat hij een Cadel is: een (Opel) Kadett op de fiets. Een betrouwbare auto, maar tegelijk zo gewoontjes. En af en toe een technisch mankement. Zo ook in de eerste Pyreneeënetappe. Cadel is mee als de betere klimmers gaan en Contador moet achterblijven, maar als je hem ziet demarreren, het hoofd tussen de schouders, dan kijk je eigenlijk naar een renner die zelfs als hij aanvalt nog altijd defensief rijdt.

Ivan Basso is ervan overtuigd dat dergelijke renners straks een flinke aanval zullen moeten doorstaan: "Contador zal proberen het klassement door elkaar te kegelen." Dat zal hij zeker willen. Kijk naar de meeste grote ronden die Alberto Contador won (inmiddels al drie Tours, twee Giro's en één Vuelta): doorgaans viel hij aan, en zodra hij de leiderstrui veroverd had, viel hij nogmaals aan. In de beruchte Tour van 2009, toen hij vocht tegen de Schlecks en tegelijk de guerilla van ploegmaat Armstrong weerstond, reed hij op de eerste dag een schitterende proloog in Monaco, zette hij de klimmers voor aap in de eerste Pyreneeënrit naar Arcalis, deed hij dat nog veel straffer over in de eerste Alpenrit naar Les Verbiers, reed iedereen behalve los hermanos - altijd zij - uit het wiel naar Le Grand Bornand, en gaf in de tijdrit zelfs Fabian Cancellara een klets om de oren, zeer tot ongenoegen van die laatste. De enige halve uitzondering op die hyperoffensieve stijl-Contador was de Tour van vorig jaar - hij wilde wel offensief rijden, maar kon niet.

Charge van de cavalerie

Dit jaar is het niet van willen, maar van moeten. Alberto Contador móét aanvallen, wil hij zichzelf opvolgen. Het omgekeerde geldt ook: als Contadors knie niet in orde is, als hij zijn offensief uitstelt tot de Alpen, weten de andere kanshebbers dat hij fysiek nog niet oké is en zullen ze Contador mogelijk zelf in de prak willen rijden.

In die zin is de officieuze rustdag van vandaag verklaarbaar: het is slechts een pauze voor de charge van de cavalerie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234