Dinsdag 04/10/2022

InterviewFien Germijns & Michèle Cuvelier

Fien Germijns & Michèle Cuvelier: ‘Achter de schermen was ik aan het kraken, maar niemand mocht het horen’

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Fien Germijns is betrapt op een dubbelleven. ’s Ochtends kust ze de wereld wakker op Studio Brussel, ’s avonds beent ze bij kijkers van De dag van vandaag binnen om live naar de finale van de Eén-quiz met Bart Cannaerts te kijken – en als het even meezit ook wat prijzengeld uit te delen. Michèle Cuvelier valt evenmin te verdenken van lui peddelen in het peloton: nadat ze in september de sleutels van het ochtendblok had doorgegeven aan Germijns, presenteerde ze Fanclub op Studio Brussel en De tijdloze op Canvas, en spelde ze haar liefde voor Paul McCartney uit in de podcast Hey Paul. Vandaag zitten ze samen, en duwt Germijns de interviewer meteen de werkloosheid in.

Jeroen Maris

Fien Germijns: “Heb jij tatoeages, Michèle?”

Michèle Cuvelier: “Neen. Waarom?”

Germijns: “Gewoon: ik vroeg het me plots af. Ik heb er twee, op mijn armen. Maar omdat ik bijna altijd lange mouwen draag, krijgt haast niemand ze te zien.”

Cuvelier: “Ik heb wel ooit een navelpiercing gehad. Daardoor zit er nu nog altijd een gat in mijn buik.”

Germijns: “(lacht luid) Een navelpiercing? Jij?”

Cuvelier: “Toen ik 14 was. Zo’n superlelijke, dikke diamant.”

Germijns: “Bestaan daar foto’s van?”

Cuvelier: “Ja.”

Germijns: “Stonden die op je Netlog-profiel?”

Cuvelier: “Ja.”

Germijns: “En mogen wij die nu zien?”

Cuvelier: “Néén.”

Germijns: “O, Michèle… (blijft gieren) Een navelpiercing! Was jij de babe van Ardooie?”

Cuvelier: “Absoluut niet. Ik was een kleine, onopvallende garnaal. Weliswaar mét een diamant in haar navel. (lacht)

Ik had verwacht dat je doodop zou zijn, Fien. Maar je komt dit gesprek binnen als een wervelwind.

Germijns: “Het zijn wel stevige weken, ja. Mijn leven is teruggebracht tot twee activiteiten: werken en slapen. Ik kom ’s avonds thuis rond halftwaalf, en slaap dan tot kwart voor vier. Dan presenteer ik het ochtendblok, in de namiddag doe ik een dutje, en daarna komen ze mij ophalen voor De dag van vandaag.”

Cuvelier: “Op vrijdag ben jij dan toch helemaal kapot?”

Germijns: “Voorlopig valt het mee. Fysiek voel ik me prima. Ik denk dat mijn lichaam opgegeven heeft om moe te zijn.”

Cuvelier: “Doe je in het weekend iets? Zie je dan vrienden?”

Germijns: “Bij de start van De dag van vandaag heb ik voor hen een afscheidsdiner georganiseerd, omdat ze even niets meer van me kunnen verwachten. En mijn lief zie ik ook nog nauwelijks – wat gek is, want ik woon met hem samen. (lacht)

“Ach, De dag van vandaag loopt maar vijf weken. En ik ben nergens aan gebonden, ik heb geen verplichtingen. Mijn katten moeten soms eten – dat is het zowat. Dus zo heroïsch is het allemaal niet, hoor.”

Mis jij het ochtendblok, Michèle?

Cuvelier: “Als ik al iets mis, dan is het de prettige microkosmos waarin je leeft als je redactie een fijn ploegje is. Maar ik weet vooral heel goed waarom ik ermee gestopt ben, en ik heb het me ook nog geen seconde beklaagd. Ik vond het moeilijk om de keuze te maken, dat wel. Maar zodra de knop omgedraaid was, voelde het als een verlichting – alsof ik te lang een heel zwaar rotsblok had moeten tillen.

“Het is leuk om me weer wakker te voelen. Want als je volgens dat aparte ritme leeft, beleef je alles in een bizar waas – alsof er nevel in je hoofd zit. Maar dat is niet waarom ik ermee wilde ophouden. Kijk naar Fien: als dat ochtendblok iets is wat je als gegoten zit, dan vormt dat brutale ritme geen probleem. Dat is ook waarom de Sven Ornelissen en Peter Van de Veires van deze wereld het al zo lang volhouden. Maar als je voelt dat het niet helemaal klopt, jij en het ochtendblok, dan wordt het wel zwaar. En bij mij klopte het niet helemaal.”

Germijns: “Wat dacht je dan wanneer ’s ochtends je wekker afliep?”

Cuvelier: “Da’s niet voor publicatie geschikt, vrees ik. Fuck my life is nog een beleefde parafrase. (lacht)

Germijns: “En was dat meteen vanaf dag één zo?”

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Cuvelier: “Neen. Pas na anderhalf jaar besefte ik dat er iets niet lekker zat. Linde Merckpoel sprak me aan over een interview dat ik had gegeven: ze had het idee dat ik wat verkrampt rondliep. En ik wist: ze heeft gelijk.

“Ik had Zender gepresenteerd, een avondprogramma waarin het alleen over muziek ging. Dat kwam helemaal overeen met wie ik ben. Aan het ochtendblok ben ik vervolgens begonnen met de gedachte: eens kijken hoever ik mezelf kan stretchen. Dat is geen goed uitgangspunt, besef ik nu. In mijn hoofd zat voortdurend een leger van luisteraars, bazen en collega’s die ik allemaal moest…”

Germijns: “Pleasen?”

Cuvelier: “Precies. Ik dacht elke seconde van elke uitzending: het moet góéd zijn, ik moet iedereen bedienen, ik mag voor niemand in die mensenmassa een teleurstelling zijn. Ondertussen nam een pandemie de wereld in én werd het ploegje achter het programma herschikt. Ik kwijnde helemaal weg. In die laatste maanden gebeurde het weleens dat ik, wanneer een luisteraar me een hufterig bericht stuurde, tijdens een liedje onder m’n presentatietafel kroop om even te huilen. Om dan weer op te staan en opnieuw die vrolijke stem te worden.

“Ik heb even gedacht dat het met leeftijd te maken had. Ik was 26 toen ik met het ochtendblok begon: was dat niet te jong? Maar daar ging het helemaal niet over. Ik was mentaal gewoon niet klaar om een gids te zijn voor honderdduizenden mensen, om in het leven van al die luisteraars in te breken en te zeggen wat ze absoluut moeten horen en weten. Ik kende mezelf nog niet goed genoeg om dat te doen. De ironie is dat ik nu wel klaar ben voor een spitsblok. Maar ze moeten het me toch niet meer vragen. (lacht)

Ik schrik er wel behoorlijk van, want ik vond net dat je het heel goed deed, en ik heb ook nooit iets van onbehagen opgemerkt.

Cuvelier: “Ik ben blij dat je dat zegt, want precies dat was mijn ambitie: dat de luisteraar er niets van zou merken. Achter de schermen was ik aan het kraken, maar niemand mocht het horen.

“Intussen zit ik weer in mijn natuurlijke habitat. Fanclub en die podcast hebben me weer gebracht bij wat voor mij de essentie is: muziek. Dat was de reden waarom ik indertijd radio wilde maken, dat was mijn motivatie om voor Studio Brussel te gaan werken.”

Jij nam in september van vorig jaar het ochtendblok over, Fien.

Germijns: “Ik had Michèle al vaak vervangen tijdens vakanties, en dat was het perfecte instapklasje geweest. Zo wist ik al wat erbij komt kijken, en liep ik niet het risico om me aan dat moeilijke bioritme te prikken. Ik weet bijvoorbeeld dat ik in het weekend beter niet te gek doe. Geen dronken minigolfen voor mij op zaterdag!”

Cuvelier: “Dronken minigolfen?”

Germijns: “Da’s een overblijfseltje van de pandemie. Op een bepaald moment was minigolf nog zowat de enige sport die je samen mocht beoefenen. Joris Brys en ik zijn toen enkele keren gaan minigolfen, en aangezien je van sporten dorst krijgt, was dat telkens met een drankje erbij. (lacht)

“Maar die ochtendshow, dus. Het blijft wel iets heel kwetsbaars om te doen. Ik denk vaak: dit was niet goed, Germijns. Ik zie hoeveel groeimarge er nog is. Maar het voordeel is dat er de volgende dag al een nieuwe aflevering is: ik kan wat me dwarszit meteen aanpakken. Ik sta er soms van te kijken hoe snel zo’n dagelijkse show je dingen bijleert.”

Cuvelier: “Je bent ook echt een spons, hè. Een spons in een heel grote emmer.”

Germijns: “Da’s heel mooi gezegd, Michèle. Jij zou toch echt iets met taal moeten doen, niet? Een podcast of zo!”

Bart Cannaerts en Fien Germijns in ‘De dag van vandaag’. Beeld VRT
Bart Cannaerts en Fien Germijns in ‘De dag van vandaag’.Beeld VRT

PLUKJE

Ben jij van nature een ochtendmens, Fien?

Germijns: “Eigenlijk wel. Mensen die net wakker zijn, zijn mijn favoriete gezelschap. Ik vind het ook heerlijk om me al die luisteraars voor te stellen terwijl ze zich door de ochtend ploegen. De rush van ouders die hun kinderen tijdig op school moeten krijgen, het gevloek van de schone slapers die 84 keer gesnoozed hebben en nu te laat dreigen te komen, de rust van de mensen die hun tijd nemen om gezapig wakker te worden… Ja, ik hou van de ochtend.”

’s Avonds, wanneer je op pad gaat voor De dag van vandaag, mag je ook echt naar binnen bij die mensen.

Cuvelier: “En dat doe je zo goed! Het plezier spat ervan af.”

Germijns: “Het is simpelweg wat ik graag doe: bij mensen binnenstappen. Ik wil jouw living zien! Ik ben heel nieuwsgierig van aard, en er is weinig dat ik zo opwindend vind als nieuwe mensen ontmoeten. Mijn beste vriendinnen ken ik bijvoorbeeld nog maar een jaar of vijf. Dankzij mijn job loop ik ook voortdurend op nieuwe gezichten. En was ik niet zo content met mijn lief, ik zou een enthousiaste dater zijn. Dat spannende proces waarbij je beiden als een wit blad begint, en elkaar dan begint af te tasten, tot je die ander echt leert kennen: heerlijk, toch? Enfin, eigenlijk vind ik die nieuwsgierigheid naar andere mensen evident, niet iets waar ik om geprezen moet worden. Het is toch normaal dat je je afvraagt met wie je de planeet deelt?”

Cuvelier: “Zeker, maar toch bewonder ik je daarvoor. Bij mij moet er altijd weer een muurtje of vijf gesloopt worden voor ik iemand echt toelaat. Ik heb niet zo heel veel echt goeie vrienden, en ik ben ook niet het ‘Hey, kom erbij!’-type wanneer ik iemand nieuw ontmoet. Ik heb al veel katten uit bomen gekeken in mijn leven. (denkt na) Weet je wat het ook is: ik ben snel geïntimideerd door luide mensen die met een natuurlijk zelfvertrouwen de kamer vullen. Er is geen plaats meer voor mij, denk ik dan, ik mag niet bestaan. En: die persoon zal me maar een miezerige verschijning vinden, want ik ben klein en stil. (verontschuldigend) Onzin, natuurlijk, maar zo gaat het dan in mijn hoofd.”

Germijns: “Jij bent Plukje!”

Cuvelier: “Ik ben Plukje?”

Germijns: “Plukje is mijn oudste kat. Ik hou zoveel van dat dier. Als kitten is hij eens heel erg geschrokken – iets met een hond die plots opdook, geloof ik. Nu schiet hij nog altijd onder de zetel als er ergens veel lawaai is, of iemand met veel drukte binnenkomt. Om er dan een poos later wat argwanend onderuit te komen. Jij bent mijn Plukje, Michèle!”

Cuvelier: “Ik zou wel wat meer van jou willen hebben. Jij trekt mensen gewoon meteen tegen je gilet.”

Germijns: “Er lopen gewoon zoveel interessante mensen rond! Het zou toch stom zijn om me dan in mezelf terug te trekken? Ik ben ook een grote aanhanger van chitchat. Bij de bakker een beetje richtingloos staan kletsen: ik vind dat verrukkelijk.”

Cuvelier: “Kijk, dat was één van de dingen die ik zo moeilijk vond aan het ochtendblok: de smalltalk. Ik beheers dat gewoon niet. Ik vind het net fijn om één op één met iemand te praten, lang en met veel wederzijdse interesse, en zo echt in die ander te kruipen. Het is geen toeval dat ik interviewen het leukste aspect van mijn vak vind. Ik heb eens een uur gehad met Jack White. Mijn deurtje ging open, zijn deurtje ging open – en er ontstond iets prachtigs.”

Germijns: “O ja, dat begrijp ik helemaal. Toen ik twee jaar geleden voor Iedereen beroemd de rubriek Achterklap mocht maken, besefte ik hoeveel mensen ernaar snakken om eens iets te kunnen vertellen. Je moet gewoon een kleine blijk van interesse tonen, even duidelijk maken dat je blij bent dat je bij die ander bent, en dan rolt het verhaal eruit. Dat is ook weer iets wat voor mij evident is, maar blijkbaar niet voor iedereen: ik vind het logisch dat ik luister als iemand me wat wil vertellen. Maar soms ben ik zelf met iemand aan het praten en denk ik: hoor jij eigenlijk wel wat ik zeg?”

Cuvelier: “In De dag van vandaag past die nieuwsgierigheid goed, hè. Het naturel waarmee je die gesprekjes improviseert!”

Germijns: “Bij Panenka, het productiehuis, zeiden ze me dat dat iets typisch is voor radiomensen – omdat die het gewoon zijn om live te presenteren.”

Cuvelier: “Toen ik eind vorig jaar voor Canvas De tijdloze maakte, kreeg ik dat ook te horen. Ik vind mezelf ook minder goed als iets vooraf wordt opgenomen. Live, met één kans om het goed te doen, ben ik op mijn best.”

Germijns: “Ja. Iets opnieuw doen, zoals dat vaak gebeurt bij televisie, dat kan ik gewoon niet.”

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

DE FRETTERS

Ik wens jullie vanzelfsprekend bloeiende televisiecarrières toe, maar stiekem hoop ik toch ook dat jullie de radio trouw blijven.

Germijns: “Zéker. Toen mijn baas opperde dat ik me tijdens de weken van De dag van vandaag in de ochtend kon laten vervangen, zodat ik het niet te druk zou hebben, antwoordde ik: ‘Ik dacht het niet!’ Een week vakantie, ja, dat vind ik fijn. Maar langer wil ik dat programma toch niet missen.”

Cuvelier: “Toen ik aan Hey Paul bezig was, heb ik wel eventjes gedacht: tiens, dit vind ik óók heel leuk. Maar het is de combinatie die het voor mij interessant maakt. In mijn ideale wereld presenteer ik een dagelijkse radioshow, komt er af en toe wat televisie tussen fietsen, en maak ik ergens daartussen podcasts over onderwerpen die me begeesteren.”

Germijns: “Loop je niet op wolkjes na al die jubelende reacties op Hey Paul?”

Cuvelier: “Absoluut. Ik had tijdens het maken wel het gevoel dat ik met iets goeds bezig was, maar ik kon toch niet precies inschatten hoe het zou vallen. Je hoopt op dat moment gewoon dat er toch een páár mensen zullen luisteren. Want er is een wildgroei aan podcasts, hè: het is niet zo makkelijk om op te vallen. Dus toen die grote appreciatie er kwam, deed dat deugd. Ik teer er nog altijd op.”

In Hey Paul ga je een beetje naakt. Je vertelt over hoe je je als jonge tiener van de wereld vervreemd voelde, en in je eentje in je kamer onbehagen en verdriet verbeet. En hoe dat nu nog altijd doorwerkt in de sessies bij je therapeute.

Cuvelier: “Ik had dat nog nooit gedaan, zo persoonlijk worden, en het stond ook niet op mijn verlanglijstje. Maar zo’n podcast is daar het geschikte medium voor. Net omdat ik zelf alle touwtjes in handen had, voelde het goed. Ging ik praten met m’n therapeute, dan kon ik beslissen wat ik uit dat gesprek zou gebruiken, en wat niet. Dat is iets heel anders dan in De Cooke & Verhulst Show gaan zitten en je de kleren van het lijf laten vragen. Het voelde logisch, organisch en veilig.”

Germijns: “Heb je veel reacties gekregen op dat persoonlijke verhaal?”

Cuvelier: “Heel veel. Luisteraars die zeggen: ‘Ik herken heel hard wat je vertelde.’ Of die mijn podcast willen meenemen naar hun therapeut. Ik merk ook dat mensen in mijn directe omgeving plots veel opener zijn over hun ervaringen met psychologen.”

Heb jij iets fundamenteels geleerd uit Hey Paul, Fien?

Germijns: “Ik vond het vooral fijn dat mijn beeld van iemand die ik persoonlijk ken nog aangescherpt werd. De veertienjarige Michèle in dat kamertje in Ardooie: ik zag het voor me. En het maakte me blij dat Paul McCartney die tiener kwam redden. (tot Cuvelier) Je hebt jezelf heel eerlijk getypeerd. Dat obsessieve kantje, bijvoorbeeld, dat ervoor zorgt dat je al die liedjesteksten uit het hoofd kent, en zoveel jaartallen, feitjes en anekdotes losjes uit je mouw kunt schudden… Dat ben jij echt, hè. Ik vond het boeiend om te ontdekken waar dat vandaan komt.

“Ik heb die gulzige focus niet. Soms denk ik dat ik me wat meer moet verdiepen in de dingen.”

Cuvelier: “Ik heb het niet met alles wat mijn pad kruist, hoor. Er is ook veel dat ik in happen en brokken tot me neem.”

Germijns: “Maar ook in mijn tienerjaren was er niet één band die álles voor me betekende. Op het kaft van mijn schoolagenda schreef ik wel de namen van mijn favoriete groepen, netjes in alfabetische volgorde. Ik zag dat als mijn persoonlijkheid, samengevat in de muziek waar ik naar luisterde. Maar dat ene grote idool, nee, dat was er niet.”

Cuvelier: “Het hangt gewoon af van wie je bent en hoe je in elkaar zit. In Fanclub gaat het over de fretters: de fans die het oeuvre en de biografie van hun held helemaal willen opzuigen. Maar er zijn ook mensen die de dingen liever in vogelvlucht overschouwen. Die niet het héle pak frieten leeg willen vreten.

“Ik heb heel lang gedacht dat dat obsessieve iets was waarvoor ik me moest verontschuldigen. Nu omarm ik het. Ik vind het zelfs jammer dat dat trekje wat slijt met de jaren. Ik kan me nu niet meer helemaal verliezen in een artiest zoals ik dat vroeger wél kon.”

Germijns: “Omdat je er gewoon te weinig tijd voor hebt?”

Cuvelier: “Eerder omdat het grote dwepen toch vooral vastzit aan je jeugd, aan de jaren waarin alles voor de eerste keer gebeurt. Niet dat ik nu afgestompt ben, hoor – helemaal niet. Maar als je volwassen bent, krijgen de dingen een andere glans. Je wordt niet zo makkelijk meer omvergelopen.”

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

BRAKKE BANK

Je hebt de podcast gemaakt met Thomas Verbruggen, je lief.

Cuvelier: “We hadden al vaak samengewerkt – tot voor kort stond Thomas in voor de socialemediakanalen van StuBru. We tillen elkaar al zes jaar aan de keukentafel naar een hoger niveau. Qua work-life balance zijn we natuurlijk dik gebuisd, maar dat vind ik prima: het is zo fijn om iets te maken met iemand die je graag ziet, én met wie het vloeiend loopt. Thomas heeft echt een fraai aandeel in wat Hey Paul uiteindelijk geworden is.”

Germijns: “Ik heb ook al met hem gewerkt. Hij is de stille kracht rond wie er wat meer lawaai zou mogen zijn.”

Rik Huybrechts, jouw vriend, verkoopt design.

Germijns: “Klopt: hij heeft niets met de mediawereld te maken, en net dat vind ik fijn. Ik zou het vervelend vinden als ik thuis voortdurend over mijn werk zou moeten praten. Hij waardeert wat ik doe en weet hoe het werkt, en hangt er verder niet te veel kak aan. Die relativering vind ik belangrijk. Als ik zeg dat Bart Cannaerts me gebeld heeft, en dat we samen een programma gaan maken, zegt hij: ‘Oké, prima.’ Zo heb ik het graag.”

Cuvelier: “Maar wil je van de mensen om je heen dan niet de bevestiging krijgen dat je het goed doet?”

Germijns: “Ik ben niet zo handig in complimenten krijgen. Dat dateert al uit m’n kindertijd: was er een playbackshow van de Chiro, of een toonmoment van de muziekschool, dan mochten mijn ouders wel komen, maar moesten ze op de laatste rij gaan zitten, en verbood ik hun om daarna met een grote lofzang te komen. Mijn grootste angst is dat ik ooit naast mijn schoenen zou gaan lopen. Dat wil ik absoluut vermijden. En door complimenten te verbieden, laat ik de mensen rond me daaraan meewerken.”

Cuvelier: “Als je je daar zelf al zo bewust van bent, is het risico toch klein dat je ego ooit werkelijk met je aan de haal gaat?”

Germijns: “Mja, maar toch: het listige aan arrogantie is dat ze je besluipt zonder dat je iets in de smiezen hebt. Plots loop je naast je schoenen, en dan is het te laat. Ik heb er ook een gruwelijke hekel aan om het bij anderen te zien.”

Cuvelier: “Soms denk ik wel: wat een circus is die mediawereld toch. Al die ego’s…”

Germijns: “Ik vind het een prachtig vak, maar er zit wel een vervelend neveneffect aan het publieke karakter ervan: plots zijn er heel veel mensen – bekenden of onbekenden – die denken dat ze wat moeten zeggen over jou.”

Cuvelier: “Ja! Ik voel me soms een wandelende schietschijf. Dan zeggen mensen plots, pats-boem, dat ze iets niet goed vonden. Dat voortdurend oordelen, en dan ook nog eens op de meest lukrake momenten: ik kan daar niet aan wennen. Ik zeg toch ook niet tegen zo iemand: ‘Je werkt bij Belfius? Oei, dat vind ik maar een brakke bank.’ Als radio- of televisiemaker wordt het beeld van je vernauwd tot wie je bent tijdens je werk. Dat is sowieso niet het volledige plaatje, maar toch word je dáárop aangesproken. Ik vind dat heel onaangenaam.”

Germijns: “Je werkt met je persoonlijkheid, je probeert echt te zijn. En als je daar dan op gepakt wordt, doet dat zoveel pijn.”

Laten we eindigen met iets vrolijks: verjaardagswensen! Donderdag word je dertig, Michèle.

Cuvelier: “Dat doet me toch wat. Voor het eerst in mijn leven denk ik na over de generatie waartoe ik behoor. Toen ik bij Studio Brussel begon, was ik 23. Dan besta je gewoon – je bent er, en je doet maar wat. Maar nu zie ik op TikTok dat er al een generatie ná mij is, met andere regels en andere codes. Ik ben daar meer mee bezig dan toen ik 23 was, en gewoon ademde.”

Je hebt ook een badkamerrenovatie achter de rug. Dan ben je onherroepelijk volwassen.

Cuvelier: “Zo voelt het wel, ja. Toen ik me over de premieaanvraag voor een nieuwe verwarmingsketel boog, besefte ik: het is for real, dat volwassen leven. (lacht)

Germijns: “Hoe ga je je verjaardag vieren?”

Cuvelier: “Ik ga op weekend.”

Germijns: “Lekker met de meiden?”

Cuvelier: “Yes: naar Antwerpen, met het clubje vriendinnen met wie ik daar gestudeerd heb. Dat klinkt wel heel erg als iets wat dertigers doen, hè. Maar wees gerust: we gaan niet voor massage- en wellnessdingen. Eerder voor: veel te veel gin-tonics drinken op het Mechelseplein.

“Door die twee verloren coronajaren vind ik eigenlijk dat ik het recht heb om mezelf als 28 te beschouwen. Alleen is de tijd een loeder: ik heb verdorie m’n eerste grijze haar al ontdekt.”

Germijns: “Echt? Ja, dan is het verval ingezet, hè. Heb je al een doodskist gekozen?”

Cuvelier: “Ik ben ermee bezig. Het wordt mahoniehout, denk ik.”

De ochtend met Fien Germijns, elke weekdag om 6 uur op Studio Brussel. De dag van vandaag, van maandag tot donderdag rond 21.30 uur op Eén. Hey Paul is hier te beluisteren.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234