Dinsdag 10/12/2019

Fidels vergeten kunstscholen

Eenzaam tussen het tropische groen

Lode Delputte is buitenlandredacteur van De Morgen en kenner van Latijns-Amerika. Hij reisde al vaak naar Cuba, zowel voor politieke als voor algemene verhalen. Deze zomer ging hij met een specifiek doel, met name een aantal onbekende aspecten van Havana belichten. Vorige week ging hij op zoek naar de tropische modernistische architectuur in de hoofdstad. In het tweede deel brengt hij een reportage over de kunstscholen, een architectonisch project uit het begin van de revolutie dat lang werd verwaarloosd, maar nu opnieuw de nodige aandacht krijgt.

In Havana zijn ze bijna onbekend, daarbuiten blijven ze al helemaal een goed bewaard geheim. Architecten wereldwijd beschouwen Cuba's nationale kunstscholen nochtans als het hoogtepunt van revolutionaire architectuur. Desondanks moest architect Ricardo Porro halfweg de jaren zestig de vlucht naar het buitenland nemen. Het verhaal van Havana's kunstscholen, even bejubeld als verguisd, leest een beetje als de geschiedenis van de Cubaanse revolutie zelf. Als u van moderne architectuur houdt, moet u er bij uw eerstvolgende Havana-trip naartoe.

Het enige architecturale meesterwerk dat onder de Cubaanse revolutie tot stand gekomen is. Dat vinden specialisten wereldwijd van de Escuelas de Arte, het unieke ensemble van vijf kunstscholen dat zich in het groene Cubanacan bevindt, de Country Club, zoals deze chique buitenwijk van Havana voor de revolutie van 1959 heette. De geschiedenis van de kunstscholen is een van de fascinerendste verhalen van de naoorlogse moderne architectuur.

"Zéér controversieel", legt urbaniste en museologe Silvana Yáñez uit terwijl ze op de hoogst bezienswaardige reuzenmaquette van de stad Havana laat zien waar de scholen met hun sensuele vormen zich precies bevinden. Met haar aanwijslampje glijdt ze achtereenvolgens over de school voor hedendaagse dans, die voor plastische kunsten, voor dramakunsten, muziek en ballet.

"Prachtige gebouwen, maar velen vonden ze destijds foeilelijk", licht Yáñez toe. "Bovendien was het geld voor het project al snel op en werd de functionaliteit ervan in twijfel getrokken. Gelukkig groeit het voornemen om de gebouwen voor verder verval te behoeden."

Verval: een groot deel van de scholen werd heus wel afgewerkt, maar kon amper onderhouden worden, andere stukken staan erbij alsof de bouwvakkers hun waterpas en truweel pardoes hebben laten vallen, ergens halfweg de jaren zestig - op het pijnlijke moment dat de nog jonge revolutie onder sovjetinvloed de utopie voor het realisme verruilde. Het moment ook waarop de erotische, aan vrouwenborsten herinnerende koepels van de school voor plastische kunsten voor contrarevolutionaire wulpsheid versleten werden, de bakstenen als een burgerlijk, individualistisch bouwmateriaal bestempeld werden en een belediging heetten voor het revolutionaire, want gestandaardiseerde prefab.

En toch, vandaag dansen, musiceren, schilderen en acteren de studenten er dat het een lust is. In groepjes zitten ze op het gazon te kletsen. Verscholen in de intieme pergola's lezen of bespreken ze het boek dat ze net uit de bibliotheek gehaald hebben. Sommigen hangen in de bar uit, een groot woord misschien voor het stalletje met koffiezet waar proffen en studenten elkaar ontmoeten. Dwars door de groene campus kabbelt, in een krinkelend valleitje, een rivier waarvan het water voor aangename verkoeling zorgt. In patio's en gangen, zo gebouwd dat de zeebries er vrij spel heeft, zien we een groepje cellisten aan het werk, in de ruime ateliers ruikt het naar verf en terpentijn, in een van de danszalen wonen we een Stravinsky-achtig balletfragment bij. "Je kunt er niet omheen dat dit een van de fraaiste plekken van Havana is", zegt een theaterdeskundige die hier les geeft.

We schrijven 1961. Twee jaar eerder hebben onder anderen de jonge advocaat Fidel Castro en de Argentijnse dokter Ernesto 'Che' Guevara dictator Batista verjaagd en Havana bevrijd. Op een mooie januarimiddag gaan Fidel en Che een partijtje golfen op de Country Club. Het moet een van de laatste partijtjes zijn die de Country Club heeft meegemaakt. Niet later dan diezelfde middag immers vatten beide revolutionaire helden het idee op om de golfbaan een socialere bestemming te verlenen. In de nieuw te bouwen maatschappij kon geen plaats zijn voor golfbanen, ook de nabijgelegen privé-stranden waren enkele maanden geleden al aan het volk geschonken. De twee guerrillero's, onder het revolutionaire beleid verantwoordelijk voor de maatschappelijke, educatieve en culturele politiek, vonden dat de tijd aangebroken was voor de bouw van een grote kunstschool. En waar zou Cuba's nieuwe mens zijn artistieke vaardigheden beter kunnen ontplooien dan op deze glooiende greens met hun ranke en zwierige palmen? "Hier komt de school", besloten Fidel en Che. Intussen waren heel wat jonge krachten die de Batista-dictatuur in de jaren vijftig ontvlucht waren, naar Cuba teruggekeerd, bevlogen door nieuwe idealen en vastberaden om bij te dragen aan de revolutie. Een van die enthousiastelingen was architect Ricardo Porro. De jongeman had in de vroege jaren vijftig kortstondig in Parijs verbleven, waar hij via de Cubaanse schilder Wifredo Lam onder invloed geraakt was van het marxistische gedachtegoed, en kennisgemaakt had met Le Corbusier en Picasso. In Havana's conservatieve architectenmilieu had de flamboyante Porro vóór de revolutie al flink rel geschopt. Na de mislukte bestorming van het presidentieel paleis door de revolutionaire studenten in 1957 was hij als balling in Venezuela aanbeland. In Caracas maakte Porro kennis met twee Italiaanse architecten, Roberto Gottardi en Vittorio Garatti. Porro en de twee Italianen keerden na Batista's vlucht terug naar Cuba en werden door Castro en Guevara voor het kunstscholenproject bij de arm genomen. Porro nam de dansschool en die voor plastische kunsten voor zijn rekening, Gottardi bouwde de theaterschool en Garatti de afdelingen muziek en ballet. Omdat beton in die dagen een schaars goed was en de effecten van de Amerikaanse blokkade zich al lieten gevoelen, opteerden de drie voor baksteen als basismateriaal. De Cubaanse metselaars waren overigens heuse vaklui: niemand minder dan Gumersindo, de eenvoudige achterkleinzoon van het Catalaanse genie Antoni Gaudí, kreeg de leiding over de constructie van de Catalaanse bogen - de 'borsten' die het scholencomplex zo kenmerken. Het gebrek aan gewapend beton werd ondervangen door op een middeleeuws mediterraan recept terug te grijpen. Dat had Gaudí ook gebruikt voor zijn Sagrada Familia in Barcelona: gewelven die zo kunstig en licht waren dat ze zichzelf droegen. In een wonderlijke symbiose van revolutionaire begeestering werkten bouwvakkers, architecten en de eerste studenten dag en nacht aan hun nieuwe scholen: een slingerende slang voor de muziekschool, een vruchtbaar vrouwenlichaam voor plastische kunsten en dans, een tot innerlijkheid uitnodigend dorpje, Elsingor, genoemd naar het kasteel van Hamlet, voor de theaterstudenten.

Politiek veranderden de tijden echter snel. De Amerikaanse agressie dreef Cuba in de armen van de sovjets, de revolutie begon andere prioriteiten te koesteren dan het verwennen van de kunstminnende medemens. Tussen intellectuelen en politici tekenden zich groeiende spanningen af. Frisheid, spontaniteit en originaliteit moesten gaandeweg wijken voor socialistische rigueur. De politieke afkeer van de school zwol aan naarmate het revolutionaire Cuba naar een strakke eenpartijstaat evolueerde en de productiemiddelen aan de centrale planning onderworpen werden. Een hele rist praktische problemen, ideologische bezwaren en persoonlijke vetes leidde ertoe dat de bouwwerken uiteindelijk werden stilgelegd en de school voortaan een stiefmoederlijke behandeling kreeg. Maar het was natuurlijk ook doodgewoon een kwestie van smaak. "Het zint me hier niet", keerde de revolutionaire dansdiva Alicia Alonso de bouwwerken de rug toe, waarna ze er volgens boze tongen nooit nog een voet zette. Door de officiële zowel als officieuze kritiek verdween halfweg de jaren zestig de naam Porro stukje bij beetje uit de Cubaanse architectuurgeschiedenis. Hoewel Fidel Castro Porro tot het einde toe persoonlijk heeft gesteund, kon ook hij in 1966 niet anders dan papieren voor de architect regelen opdat hij Cuba voor Frankrijk kon verruilen. Roberto Gottardi bleef, maar belandde in de vergetelheid. Garatti, misschien nog het meest tragische geval, kon pas naar Italië terugkeren nadat hij op verdenking van collaboratie met de CIA gearresteerd en gevangengezet was. Maar vroeger is ook op Cuba voorbij.

Bouwvakkers hameren en timmeren opnieuw tussen de bakstenen en terracotta tegels. Ooit zal de mooie papajavormige fontein in de dansschool weer klateren. Hoewel de schaarste op de materialenmarkt de voorbije decennia heel wat knutselaars naar de scholen gedreven heeft om er zich bij nacht en nevel van deuren, ramen en andere spullen te voorzien, lijken de bouwwerken op termijn van de ondergang gered, en werden de drie architecten grotendeels gerehabiliteerd. Ook de internationale belangstelling is de voorbije jaren fors gegroeid, en architectuurfreaks uit de hele wereld pleiten voor definitieve bescherming. Alleen is daar jammer genoeg veel te veel geld voor nodig. Maar als nu ook toeristen de weg erheen konden vinden, dan zou dat de aandacht voor de scholen al een heel eind op weg helpen.

Info Escuela Superior de Arte, Calle 120, 1110 Esq. 9, Cubanacan, Havana. Bel naar het departement Internationale Betrekkingen op 0053-7/208.80.75 of op 0053-7/208.97.71 om een bezoek te regelen. U kunt ook mailen naar promocion@isa.cult.cu. Probeer uit te vissen of er groepsbezoeken gepland zijn, en of u bij een groep kunt aansluiten. Voor individuele bezoeken is een officiële aanvraag nodig. Niet makkelijk allemaal, wél de moeite waard.

MARIA'S HOUSE

U kunt natuurlijk naar internationale hotels als het luxueuze Melia Cohiba, het fifties-Riviera, het revolutionaire Habana Libre, het ex-maffiose Nacional of het elegante Inglaterra - elk heeft zijn eigen mythes en geschiedenis. Maar de minder gegoeden onder u zullen het toch met een casa particular moeten stellen, kamers bij particulieren, dus. Een persoonlijke tip: in het riante Vedado hebben Oscar Sánchez Méndez en zijn moeder Maria Eugenia een kleine maar fijne jaren-vijftigflat met ruim terras, planten en een mooi panorama op stad en zee. Op het terras krijgt u een ontbijt geserveerd dat zo copieus is dat u minstens tot een stuk na de middag verder kunt: papaja- of sinaasappelsap, roerei, fruitsla, brood en koffie. Breng gerust uw eigen cd's mee om bij een lui moment op het terras te beluisteren. In de woonkamer zwiept de ventilator en kunt u zich in zo'n oer-Cubaanse rocking chair neervlijen. Maria Eugenia zal u ook met veel plezier en gastvrijheid tips geven voor het vervolg van uw reis, een busreservatie voor u maken of een kamer voor u reserveren in het binnenland. Tussen de 20 en 30 euro per nacht, centraal gelegen (Calle 17 n° 260, Esq. I, appt. 53, 3de verdieping, Vedado). Tel.: 0053-7/832.73.70. www.habanarent.com.

'DANCING WITH CUBA, A MEMOIR OF THE REVOLUTION' van ALMA GUILLERMOPRIETO

De Mexicaanse ballerina en New York Times-journaliste Alma Guillermoprieto bracht de jonge Cubanen in de late jaren zestig de technieken van dansers als Merce Cunningham en Martha Graham bij en verwoordt in haar subtiele boek Dancing with Cuba de gevoelens die de kunstscholen bij haar opriepen. Guillermoprieto had een duidelijke voorkeur voor het oude golfclubhuis met zijn turkooizen zwembad, dat er vandaag nog steeds staat en als administratief centrum dienst doet.

"Dat schitterende hoofdgebouw", droomt ze weg, "vol marmer, kandelaren en spiegels in de meest geraffineerde Caraïbisch-Californische stijl. Iedereen die de school bezocht, moest door de aan een bruidstaart herinnerende hall. Een prachtig gebouw. Na jaren van strengheid en permanente schaarste werd de voormalige zetel van de Country Club zelfs door hen die nooit de luxe van vroeger hadden mogen beleven, een symbool van nostalgie, een spookhuis van vergane glorie, een magische wereld in een luchtbel." In de afgelegen 'junglebouwsels' van de architecten Porro, Gottardi en Garatti had Guillermoprieto last van muggen en kakkerlakken, en voelde ze zich, stadsmus als ze was, geïntimideerd door "planten met bladeren zo groot als paraplu's en varens zo groot als bomen." U moet Guillermoprieto zeker lezen. Haar boek verscheen vorig jaar bij Pantheon Books in New York.

Er zijn heel wat musea in Havana, maar het Museo Nacional Palacio de Bellas Artes (www.museonacional.cult.cu) is ongetwijfeld het mooiste. De collectie, gaande van Egyptische sarcofagen tot hedendaagse Cubaanse kunst, omvat liefst 50.000 stukken, verdeeld over twee gebouwen: het belle-époqueachtige Palacio Asturiano aan het Parque Central voor niet-Cubaanse (Gainsborough, Canaletto, Van Dyck, Velázquez, Tintoretto) kunst, en het Palacio de Bellas Artes voor Cubaanse kunst (Wifredo Lam, Leopoldo Romanach, Amelia Peláez, René Portocarrero, Jorge Arche) op de Trocadero-promenade. In dit onder geen beding te missen museum vinden ook heel wat gelegenheidstentoonstellingen plaats en worden er concerten en recitals gehouden. Op de ruime patio bevinden zich een boekenwinkel en een museumcafé. Gesloten op maandag, toegang 5 CUC.

De Unie van Cubaanse Schrijvers en Artiesten. Het neobarokke, aan een witte roomsoes herinnerende huis bevindt zich in de villawijk Vedado, daar waar in de jaren tien tot veertig de Cubaanse suikerelite haar optrekjes had. Elk huis is er een paleis, sommige ervan zijn prachtig gerestaureerd en doen als kantoor of winkel dienst, andere ademen vergane glorie en bieden doorgaans onderdak aan meerdere gezinnen. In de lommerrijke UNEAC-tuin vinden elke woensdag-, vrijdag- en zaterdagavond concerten plaats, vooral bolero's en jazz. Een ideale plek om de Cubanen zelf, bij een rummetje en een sigaar, de evergreens te horen meezingen die de gast van de avond ten beste geeft, het emotionele 'Yolanda' van Pablo Milanés bijvoorbeeld. UNEAC, Esq. 17 y H, Vedado, tel.: 0053-7/32.45.52. www.uneac.cu.

MUSEO DEL CHOCOLATE

In het koloniale hart van Havana, op de hoek van de straten Mercaderes en Amargura. Deze fraaie chocoladebar met bijpassende tentoonstelling over Cuba's cacaogeschiedenis is een van de leukste plekken om te verpozen in de oude stad. De heerlijk frisse chocolademelk die ze hier serveren, is niet alleen een uitstekende dorstlesser, ze biedt ook een alternatief voor de obligate rum. In dit retrodecor met groene en bruine tinten staan indrukwekkende houten pronkkasten waarin allerhande chocoladeparafernalia zijn uitgestald. Sommige zijn afkomstig uit het Brusselse chocolademuseum, dat zowel knowhow, opleidingen als logistieke steun gaf aan dit Cubaanse project. Achterin ziet u hoe door Belgen opgeleide Cubaanse meisjes en jongens pralines maken - uiteraard op basis van pure Cubaanse cacao uit Baracoa. Er is ook een leuk terras, en neen, dit is niet in de eerste plaats een toeristenstek. De klandizie is vooral Cubaans.

KUSTCRUISE HAVANA

Zin om de hele kustlijn van Havana af te varen en achtereenvolgens de tot volkse ontmoetingscentra omgebouwde eliteclubs in het westen van de stad te zien, gevolgd door de Miramar-villawijk, de elegante Vedado-buurt, de Malecón met zijn door schrijver Alejo Carpentier zo eloquent beschreven colonnades? Dan moet u de Reef Goddess op. Eindigen doet de boottrip na tweeënhalf uur in de baai van Havana, waar u pal in de zeventiende- en achttiende-eeuwse koloniale stad van boord gaat. Een prettige tocht, die u ruim 20 euro per persoon kost, drankje en hapje inbegrepen. De boot vertrekt in de Marina Hemingway, in westelijk Havana, maar u kunt het traject ook omgekeerd volgen, van oud Havana naar de nieuwe wijken. Tel.: 0053-7/ 272.98.08. Het marinebedrijf Marlin zet ook deep fishing- en duikexcursies op.

MAQUETA DE LA HABANA

Alle architecten en urbanisten die Havana bezoeken - en dat zijn er heel wat - komen hierheen. Deze indrukwekkende maquette, 88 vierkante meter, is de derde grootste ter wereld en laat de bezoeker kennismaken met het architecturale verleden, heden en toekomst van Havana, en met de manier waarop deze 486-jarige stad tot stand gekomen is. De gebouwen uit de koloniale periode zijn donker, die van voor de revolutie geel, die van na de revolutie beige enzovoort. De Maqueta de la Habana staat op rails en is helemaal openschuifbaar, zodat u de verschillende wijken van dichtbij kunt bekijken. Op de galerij erboven staan een soort verrekijkers voor wie de zaak echt in detail wil aanschouwen. Een aanrader voor iedereen die Havana voor zijn architectuur komt bezoeken. De Maqueta ligt in Miramar, C. 28 n° 131 # 1&3. Gesloten op maandag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234