Dinsdag 22/09/2020

Festivallen en opstaan

et is ook altijd wat. Loopt er over de Croisette in Cannes eindelijk nog eens een handvol Vlaamse acteurs rond met hun kleren gewoon aan en dan blijkt het bij nader inzien om mongolen te gaan.

Of mensen met het Syndroom Van Down, zoals ze in Mongolië zeggen.

Een wonderlijke bende is het, zo op het eerste gezicht, allemaal mooi in de toneelkunst ingewijd door het prijzenswaardige Turnhoutse gezelschap Theater Stap.

En blijkbaar ook helemaal op hun gemak wanneer ze hun gang mogen gaan voor een camera, zoals ik meen te mogen opmaken uit de eerste beschikbare beelden van de nieuwe langspeelfilm Little Baby Jesus Of Flandr, het debuut van de jonge wise guy Gust Van den Berghe, waar ik erg naar uitkijk. Dat is zo omdat de film heel erg naar cinema ruikt en de net aan het Rits afgestudeerde maker zo fijnzinnig was ons niet meteen te willen vervelen met zijn eigen jeugdtrauma’s, maar voor een goed verhaal te leen ging bij de dezer dagen volledig vergeten Felix Timmermans.

Niet onze grootste schrijver weliswaar, volgens sommigen bovendien ook een beetje fout in de oorlog, maar wel een eminent leverancier van verhalen, de grondstof waar filmscenario’s nu eenmaal voor een groot gedeelte uit bestaan.

Ik zou ons jong filmtalent - ik denk dan aan mensen als Felix Van Groeningen, Gust Van den Berghe, Gilles Coulier, die nog op de schoolbanken van Sint-Lukas zit maar toch ook al in pasgestreken smoking gesignaleerd werd in Cannes, waar hij zijn uitstekende kortfilm IJsland kwam presenteren - ook wel eens graag zien rommelen in het werk van Louis Paul Boon, Stijn Streuvels en, nu maak ik een sprong van enkele decennia, Ivo Michiels of Hugo Claus, om te zien hoe die kwaliteitschriftuur hun audiovisuele verbeelding zou prikkelen.

Zelf ben ik nog nooit in Cannes geweest en dat heeft er vooral mee te maken dat ik er nooit iets te zoeken had. Maar ik moet u ook bekennen dat ik geen festivalmens ben en al zeker geen filmfestivalmens. Ten eerste omdat ik het iets van een mentale gang bang vind hebben, zo’n veertig of meer films per week via je ogen en je oren in je hersens laten dringen, ten tweede omdat ik er zeker van ben dat ik in die ene week in Cannes alle mensen zou tegenkomen die ik in Brussel, over een jaar gespreid, handig weet te vermijden. Je moet op zo’n festivals ook altijd gaan eten met mensen met wie je eigenlijk geen zin hebt om aan een tafel te gaan zitten, je moet er naar zogenaamde champagnerecepties gaan waar uiteindelijk alleen maar een lauw en slap soort cava wordt geschonken, en terwijl je onderweg op het vliegtuig nog aan het dromen bent dat je bij de luchthaven door een diep gedecolleteerd moordwijf in een limousine zal worden opgehaald, wordt dat in de praktijk toch vaak een puistige student met een roestige Corsa.

Nu, er zijn ook leuke en perfect georganiseerde festivals bij, hoor. Feestplekken waar je je, zeker als je Engelstalige landen kan vermijden, écht welkom voelt en waar het om de cinema en om niets anders dan de cinema draait : San Sebastian, in Baskenland, is zo’n plek, Gent warempel ook. In Brussel staan L’Age Dor in de Cinematek en het Festival van de Fantastische Film ook buiten elke verdenking.

En van Brussel gesproken, er is daar deze dagen een Kunstenfestivaldesarts bezig. Niet dat u er veel van zal merken wanneer u door de stad loopt, tenzij u bij de Antwerpse Poort gebruik zou willen maken van het frietkraam of een Litouwse heroïnehoer. U zal dan vaststellen dat aan de voorkant van de recent voor vele miljoenen euro verbouwde Koninklijke Vlaamse Schouwburg door enkele handige timmerlui een volks uitziende serre is bijgebouwd die de burger erop moet wijzen dat daarbinnen kunst geteeld wordt. Ik wil het best geloven, maar ik had er deze keer geen zin in, al ben ik er zeker van dat ik aan allerlei levensveranderende voorstellingen ontsnapt ben alsook aan aardig wat slap gelul bij de wellicht ook door handige timmerlui vervaardigde toog.

Als ik aan iets nog een grotere hekel heb dan aan festivals dan zijn het wedstrijden.

Die wetenschap kwam me nog eens heel duidelijke voor ogen, vorige dinsdagavond, toen ik in een volledige staat van verdwazing en na het avondeten geen dessert tot me nam maar wel vrijwillig getuige was van, achtereenvolgens en ook wel wat door mekaar, Mijn restaurant, de eerste halve finale van het Eurovisie Songfestival en een aflevering van de finaleweek van de Koningin Elisabethwedstrijd, deze keer voor piano.

Ik kan er kort over zijn: Mijn restaurant gaat over het laagste wat in een Vlaming aanwezig kan zijn en dat dan vertaald in het willen halen van een Michelinster nog voor je kan koken.

Het Eurovisie Songfestival blijft een festival van de internationale wansmaak waar ook als onze hond met een hoed op een prijs zou winnen geen eer te halen valt en waar in het vervolg wegblijven de enige optie is, ook al zit die arme André Vermeulen dan zonder leven en werk.

En bij de Elisabethwedstrijd is het altijd een genoegen vast te stellen wat Fabiola met haar oude kleren doet. Ze dragen, namelijk. Zoals ik eens hoorde in de enige grap van Geert Hoste waar ik ooit om heb moeten lachen.

Niet dat ik niet even kan genieten van zo’n vingervlugge Zuid-Koreaan of de glimlach van de nieuwe gastvrouw, of de slimme interventies van Thomas Vander Veken, maar muziek zou net als toneel, film, schilderkunst geen wedstrijd mogen zijn maar alleen maar de allerindividueelste uiting van het allerindividueelste gevoel, of toch iets van die strekking.

Tom Jones bijvoorbeeld, die laat op de avond Dylan’s ‘What Good Am I?’ op bloedstollende wijze staat te zingen, zoals onlangs bij Jools Holland.

En wat ook mag : de Zinneke Parade die op blinkende en klinkende wijze door de hoofdstad trekt, ook als die in de landelijke media minder aandacht krijgt dan de eerste de beste aap die in Kuregem een autoradio steelt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234