Maandag 18/10/2021

Festival u uniek Desert Blues-project dit weekeinde in brussel

'Een artiest heeft in onze samenleving een zeker moreel gezag. Hij bemiddelt bijvoorbeeld bij burenruzies''Mali beschikt over een schat aan mogelijkheden, maar er is nog werk aan de winkel'

'De 21ste eeuw is nog veraf in Mali'

In januari werd in het noorden van Mali al het vierde Festival van de Woestijn gehouden. Couleur Café brengt de klank van Sahel en Sahara nu ook naar Brussel. Desert Blues, een gelegenheidsalliantie van Habib Koité, Afel Bocoum en het Toeareg-gezelschap Tartit, is in alle opzichten uniek. Het is immers de allereerste keer dat drie verschillende etnieën uit het West-Afrikaanse land zich verenigen om samen muziek te maken. Wij gingen ter plekke alvast de sfeer opsnuiven.

Bamako

Van onze verslaggever ter plaatse

Dirk Steenhaut

Bamako doet in niets aan een hoofdstad denken. Deze menselijke mierenhoop heeft veel meer weg van een uit zijn voegen gebarsten dorp. De lage, armoedige huisjes lijken onderling verwisselbaar en het web van stoffige zandwegen vergt het uiterste van de rijdende autowrakken die voor een appel en een ei uit Europa zijn aangevoerd. Niettemin beschikken de meeste chauffeurs over voldoende behendigheid en doodsverachting om zelfs 's nachts, als de straten schaarsverlicht zijn, langs de talloze putten en scheuren te slalommen. Verkeersregels zijn overbodig hier: vooruit komen is de boodschap. De voetganger die niet tijdig opzij weet te springen, wordt dus onverbiddelijk overhoop gereden.

Mannen met zwaarbeladen stootkarren of overbevrachte motorfietsen, gedeukte busjes waar de passagiers letterlijk uitpuilen en kleine kudden schapen en geiten domineren het straatbeeld. In de walm van uitlaatgassen en bij temperaturen van 35 graden staan vrouwen in veelkleurige gewaden, met baby's op de rug, aan kookpot of wastobbe. Naast hen gapen grachten die dienstdoen als open riolen. Het krioelt er van de ratten en ander ongedierte. Even verderop, bij de uitgang van de moskee, proberen bedelaars en lepralijders, omgeven door vliegen en opwaaiend stof, de voorbijganger tot gulheid aan te porren. Voor het overige drijft zowat iedereen in Bamako zijn eigen handeltje, ook al blijkt niets een vaste prijs te hebben. Kopen is hier een omslachtig ritueel van bieden en afbieden dat minstens een half uur in beslag neemt. Maar ongeduld is een kwaal waar in West-Afrika alleen de blanke last van heeft.

Met zijn elf miljoen inwoners is Mali een van de armste landen van het continent. De lijfspreuk van president Touré luidt weliswaar un peuple, un but, une foi, maar in feite gaat het om een mozaïek van talen en culturen: veertien verschillende etnieën leven in deze mohammedaanse lekenstaat vreedzaam naast elkaar. Malinezen zijn van nature open en tolerant en ook al is hun samenleving georganiseerd volgens een hiërarchisch kastensysteem, het is minder rigide dan bij de Hindoes. Je kunt het vergelijken met dat van de middeleeuwse ambachtsgilden in onze streken. Iedere kaste vervult een specifieke rol in het publieke leven en eerbiedigt gedragsregels die een sociaal evenwicht garanderen. Aan elke beroepscategorie is een familienaam verbonden. Kouyaté is bijvoorbeeld die van de griots, troubadours die vroeger de lof van de adel zongen en sinds de veertiende eeuw de orale cultuur van het grote Mandinka-keizerrijk van generatie op generatie hebben doorgegeven.

Export

Na goud en katoen is muziek vandaag het voornaamste Malinese exportproduct. Artiesten als Salif Keita, Oumou Sangaré, Habib Koité of Ali Farka Touré, de pasverkozen burgemeester van de stad Niafunké, zijn inmiddels dan ook wereldbekend. "Touré is zelfs veel populairder in Europa en de VS dan in Mali zelf", vertelt Philippe Berthier, een Fransman die sinds 1985 in Bamako woont en er het muziekbedrijf Mali K7 oprichtte. Ali Farka Touré, een van Berthiers associés, zingt namelijk in het songhaï, een taal die, in tegenstelling tot het bambara, slechts door een kleine minderheid van de Malinese bevolking wordt gesproken. "De muziek is er enkel om het woord te dienen", vernemen we later van zanger Habib Koité. "In Mali luistert men in de eerste plaats naar de tekst." Mali K7, dat over een eigen opnamestudio beschikt en cd's en cassettes uitbrengt, is een goed gestructureerd bedrijfje met internationale contacten maar een bescheiden rentabiliteit. Negen van de tien miljoen cassettes die jaarlijks in Mali worden verkocht, zijn namelijk piraatkopieën. Dat het label toch weet te overleven, dankt het vooral aan het feit dat het ruim negenhonderd items in zijn catalogus heeft en voor enkele van zijn producties licentiedeals kan sluiten met Britse, Franse of Amerikaanse platenmaatschappijen.

Hoewel Malinese muzikanten veel belang hechten aan traditie, staat de tijd ook in West-Afrika niet stil. Vooral relatief jonge artiesten als Issa Bagayogo en Adama Yalomba Traoré zijn in elektro en rap geïnteresseerd. "In het begin waren velen gechoqueerd omdat ik geprogrammeerde beats gebruikte", zegt Bagayogo. "Te modern, vond men." "Maar inmiddels is vooral de jeugd er weg van", vult Yalomba aan. "De oude generatie, die van Ali Farka Touré, is radicaal tegen: ze verwijt ons melodiearmoede. Maar uiteindelijk weet ook zij een goede raptekst wel te appreciëren. Wil een jonge hiphopper uit de muziek van de oude garde samplen, dan krijgt hij er sowieso de toelating voor."

Piraterij

De meeste artiesten zijn het erover eens: van je muziek leven is in Mali geen sinecure. "Piraterij leidt tot inkomstenverlies, waardoor je moeilijk het hoofd boven water kunt houden", stelt Yalomba. "Bovendien ontbreekt het de muziekbusiness hier aan visie en professionalisme: van carrièreplanning is geen sprake. Alleen wie met een buitenlands label werkt, doet het echt goed." Toch zien de meeste Malinese artiesten het niet zitten zich om praktische redenen in Parijs of Londen te vestigen. "Ik geef er de voorkeur aan hier te blijven, zelfs in moeilijke omstandigheden", zegt Afel Bocoum, die dertig jaar lid was van de groep van Ali Farka Touré, maar sinds zijn cd Alkibar uit 1999 op eigen benen staat. "Ik wil dat mijn werk mijn eigen omgeving ten goede komt."

"Wij muzikanten hebben slechts één motto: help jezelf", stelt bluesman Lobi Traoré, die twee jaar geleden nog te horen was op Damon Albarns alomgeprezen Mali Music-cd, maar door een conflict met zijn Franse producer en platenmaatschappij sinds 2000 geen nieuw materiaal meer heeft kunnnen uitbrengen. Daardoor is zijn carrière in het slop geraakt en ziet hij zich veroordeeld tot de podia van le Maquis, een plaatselijke benaming voor louche bars die worden gefrequenteerd door dames van lichte zeden en hun cliënteel. Een pijnlijke stap terug voor iemand die, zoals Traoré, in Mali ooit samenspeelde met Amerikaanse sterren als Bonnie Raitt en Jackson Browne. Raitt deed hem achteraf de dure Fender-gitaar cadeau die hij nog altijd gebruikt. "Momenteel speel ik uit noodzaak enkel elektrisch", legt hij uit. "Mijn akoestische gitaar raakte beschadigd tijdens een overstroming in Kenia en tot nader order kan ik er mij gewoon geen nieuwe veroorloven."

Op 21 juni 2001, de dag van la Fête de la Musique, hielden de muzikanten in Bamako nog een grote protestmars tegen de muziekpiraten die hen de kaas van het brood eten, maar effectief actie voeren is alsnog niet hun sterkste kant. "Een muzikantenvakbond zou welkom zijn", oordeelt Malick Konaté, die als jurist verbonden is aan Mali K7. "Het probleem is dat tachtig procent van de muzikanten hier analfabeet is. Die mensen weten niet hoe ze voor zichzelf moeten opkomen of op de overheid druk kunnen uitoefenen. Het heeft geen zin 's ochtends de straat op te gaan om je ongenoegen te uiten en 's avonds op te treden omdat het geld in het laatje brengt. Ik tracht hen aan het verstand te brengen dat je zo'n feest juist kunt aangrijpen om het publiek voor je problemen te sensibiliseren, maar strategisch denken is aan hen niet besteed. De 21ste eeuw is in dit land nog veraf, ja. In veel opzichten leven we hier nog in de achttiende. Mali beschikt over een schat aan mogelijkheden, maar er is nog werk aan de winkel."

Tijdens de militaire dictatuur van Moussa Traoré bestond er enkel een staatsomroep, maar sinds de revolutie van 1991 en de daaropvolgende democratisering zijn er vrije radio's ontstaan en is er in de Malinese ether zelfs ruimte voor westerse muziek. Toch blijft corruptie, ook in het nieuwe medialandschap, een groot probleem. Vooral bij de televisie, waar managers of platenmaatschappijen de verantwoordelijke van een muziekprogramma onder tafel 50.000 West-Afrikaanse francs (of 82 euro, veel geld in Mali) dienen toe te schuiven, willen ze een videoclip van hun artiest op het scherm krijgen. Pittig detail daarbij is dat zo'n tachtig procent van alle clips in Mali wordt gerealiseerd door televisieproducers, die zo niet één maar twee keer een aardig centje bijverdienen. Het promoten van jong talent vergt dus een zware investering, waardoor velen uit de boot vallen. Enkel westerse popsterren of lokale beroemdheden die een serieuze kijkdichtheid garanderen, hoeven geen baksjisj te dokken om op de buis te komen.

Daarom wordt in Bamako luidop nagedacht over een Espace Habib Koité, een club naar het voorbeeld van die van Youssou N'Dour in Dakar, waar nieuwe artiesten speelkansen zou worden geboden. "Maar het is een project van lange adem", zucht Malick Konaté. "Er is veel geld voor nodig en we zoeken nog altijd naar partners om het mee te helpen financieren."

Allianties met muzikanten uit Mali zijn de jongste jaren bij westerse rocksterren erg in. Ry Cooder maakte in 1994 een felbejubelde cd met Ali Farka Touré, Taj Mahal ging in zee met koravirtuoos Toumani Diabaté en Damon Albarn van Blur sloeg de handen in elkaar met onder anderen Afel Bocoum en Lobi Traoré: allemaal initiatieven die ertoe hebben bijgedragen dat de muziek van het West-Afrikaanse land inmiddels een begrip is geworden. "De ontmoeting met Damon heeft ons enkel voordelen gebracht", onderstreept zanger-gitarist Bocoum. "In het begin moesten we elkaar een beetje aftasten, omdat we elk een ander gevoel voor ritme hadden. Maar de beïnvloeding was zeker wederzijds."

Muziek dient om mensen morele en ethische waarden bij te brengen en heeft een opvoedende functie, daar zijn alle muzikanten die we in Bamako hebben ontmoet het over eens. "Een artiest heeft in onze samenleving een zeker moreel gezag", meldt Issa Bagayogo. "Breekt er ergens een burenruzie uit, dan wordt zijn hulp als bemiddelaar ingeroepen, een teken dat men zijn mening respecteert." Afel Bocoum: "Als je mensen wilt informeren over aids, doe je dat beter met een lied. Zo bereik je ook het deel van de bevolking dat geen kranten leest of televisie kijkt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234