Zaterdag 16/10/2021

festival u paradise regained? presenteert theater uit het nieuwe europa

Na het einde van het communisme moest het Oost-Europese theater zichzelf opnieuw uitvinden, het resultaat mag gezien worden

Het 'paradijs' na de val van de Muur

Tussen de val van de Muur in 1989 en de toetreding van tien nieuwe EU-lidstaten op 1 mei 2004 is er in Oost-Europa veel gebeurd. Ook op theatervlak. Het festival Paradise Regained? presenteert er in acht Nederlandse steden de vruchten van. Het nieuwe theater van Estland tot Slovenië lijkt vooral op zoek naar aparte verhoudingen tot het publiek. Eén lijn is er niet, wel opvallend veel kwaliteit.

Utrecht / Rotterdam

Van onze medewerker

Wouter Hillaert

Het ineenklappen van het communisme trof in de jaren negentig vooral de staatstheaters. Niet alleen hun vaak royale subsidie, maar ook hun monopolie op het culturele aanbod in de steden kantelde plots even definitief als Lenin-standbeelden in de rest van het land. Waren deze theaters steeds dé plekken geweest waar de bevolking een emotionele en politieke uitlaatklep vond voor het strenge staatsbestel, dan ging die rituele functie nu op in een algemene vrijheid van meningsuiting. Het publiek liep fel terug, en kon zelfs met een opstoot van melodrama's en komedies niet teruggewonnen worden. Het officiële theater was helemaal niet voorbereid op de vrijemarkteconomie. Veel artistieke leiders namen ontslag, en ook hun acteurs liepen over naar de commerciële theatertjes en de onafhankelijke groepen die overal oprezen uit de as van het communisme.

Maar ook deze nieuwe gezelschappen ging het eerst, vooral in de Baltische staten, niet voor de wind. In hun zoektocht naar alternatieven voor de realistische Stanislavski-stijl van het gevestigde repertoiretoneel kwamen ze vaak uit bij ontoegankelijke protestperformances of oppervlakkige 'nieuwdoenerij'. Bovendien moesten ze werken zonder subsidies, in een economische situatie van hoge inflatie en snelle kortetermijninvesteringen. Pas toen in verschillende Oost-Europese landen een institutioneel kader groeide dat beter tegemoet kwam aan dat opengegooide landschap, ontstond meer artistieke continuïteit in het werk van onafhankelijke groepen en nieuwe regisseurs. Vaak gingen ze klassiek of eigentijds (westers) repertoire vertalen in een zwaar symbolische of abstracte vormentaal.

Net tegen die kunstzinnige ommekeer reageert het Sloveense Betontanc in Everybody for Berlusconi (HHH), een speciaal voor het festival gecreëerde coproductie met het Nederlandse Jonghollandia. Hier geen conceptuele vormelijkheid, maar juist uiterst maatschappijbetrokken locatietheater. De acteurs zetten je in een duistere hal van de Rotterdamse Van Nelle-fabriek mee aan hun U-vormige conferentietafel, waar ze je zonder omhaal confronteren met de centrale stelling dat "Silvio Berlusconi doodgeschoten moet worden". Ze doen het media-imperium van de Italiaanse premier breed uit de doeken met filmpjes en citaten ("ik zal altijd akkoord gaan met het Amerikaanse beleid, wat het ook is"). De politieke teneur van de performance wordt volop uitgespeeld, en dat leverde naar het schijnt elke avond een paar KGB-achtige typen in het publiek op.

Maar Everybody for Berlusconi gaat verder dan zijn expliciete stellingname. Naast ruwe politiek-theatrale middelen als verf en papierrol hanteren de makers ook de subtiele verleidingsvormen van de macht zelf. Een flitsende tv-show in een Colosseum-springkasteel overdondert je op de maat van opzwepende muziek overdonderd door een flitsende tv-show in een Colosseum-springkasteel. Daarna word je emotioneel bespeeld door een close-up van Marleen Scholten, die in tranen oproept tot een zelfmoordactie tegen Berlusconi. Daar toont zich meteen ook het verschil met het klassieke vormingstheater van de jaren zeventig. Hoewel deze performance soms evenzeer uiteen dreigt te vallen in zijn korte concrete scènetjes, ontwikkelt zich hier toch een complexere omgang met de centrale boodschap. Van het postmodernisme lijkt een zekere ironie overgehouden, waardoor je in je kritische kijken net méér geëngageerd wordt.

Die ironie bleek tijdens het werkproces ook een van de interessantste culturele verschillen tussen de Nederlanders en de Slovenen. "Wij hebben uit de theatertraditie van vóór het uiteenvallen van Joegoslavië een veel grotere ernst overgehouden. Een acteur heeft bij ons ook een hogere status. Als je hier zegt dat je kunstenaar bent, zie je mensen wat schamper reageren, terwijl je in Slovenië meteen respect krijgt. Maar we hebben veel geleerd van de humor en de lichtheid waarmee Jonghollandia het onderwerp aanpakte, terwijl zij zich plots gingen afvragen of hun typische relativering wel de beste manier is om een publiek te benaderen. We zijn ergens tussenin uitgekomen", zegt Branko Jordan van Betontanc, dat in 1990 in Ljubljana opgericht werd en op Paradise Regained? ook de dansvoorstelling Wrestling Dostoievsky presenteert.

Even direct speelt het Hongaarse Krétakör Theatre op het publiek in in De meeuw (HHHH). Regisseur Árpád Schilling speelt het Tsjechov-stuk over onbevredigende kunstenaarscarrières en misgelopen liefdes integraal zonder licht, decor of kostuums. De acteurs zitten mee op de publiekstribune en vertolken hun rol al even rechttoe rechtaan, met die open en individuele speelwijze die wij kennen van bij STAN. Ze spelen wel veel minder dan West-Europese ensceneringen op een vermeende duistere melancholie in het stuk. Ze lachen of roepen harder, maar laten de tekst vooral zichzelf zijn. En dat werkt zo ontwapenend dat je het gevoel krijgt dat deze karakterkoppen van acteurs de essentie van theater ter plekke heruitvinden. Waar Schilling in een speciaal nummer van het tijdschrift Theatermaker stelt dat "onze andere achtergrond, die dubbele kennis, een groot cadeau is voor ons, en jullie een meerwaarde biedt", geloof je hem moeiteloos.

Lijnrecht daartegenover staat de Oedipus Rex (HHH) van de Litouwse topregisseur Oskaras Korsunovas. Voor hem begint alle theater bij kinderen op de speelplaats, en dus is het decor een metaforische speeltuin met wipplank, draaimolen en schommel. De tuigen zijn strak vormgegeven, net als de voorstelling zelf. Elke repliek gaat gepaard met heel precieze gestes, op gelijktijdige slagen van een live-percussionist. Toegepast op het koor met zijn grote baby- en hondenmaskers geeft dat bijwijlen een geniale ritmische dynamiek, maar bij lange dialogen tussen Oedipus, Creoon of Iokaste durft die hoogstaande Disney wat te veel van het goede worden. Oedipus Rex balanceert net als het lot van zijn titelpersonage voortdurend op de wip. Aan de ene kant vindt het met prangende licht- en muziekbeelden een interessante technische vertaling voor de mensoverstijgende dramatiek in deze klassieke detective. Aan de andere kant dreigt steriel formalisme.

Nog het meest 'typisch modern Oost-Europees' doet Marat/Sade (HHH) aan, van Javor Gardev en de Bulgaarse Triumviratus Art Group. Thema van deze productie is de zin en onzin van revolutie. In Peter Weiss' oorspronkelijke stuk voert markies de Sade in het Franse gekkenhuis Charenton een toneelstuk op over Jean-Paul Marat, een van de extremistische hoofdspelers van de Franse Revolutie. Het stuk-in-het-stuk confronteert Marats visie op de eeuwige opstand ('het bloed moet blijven vloeien') met de Sades meer pervers-lichamelijke invulling van de antiburgerlijke strijd. Daartussen staat het volk, dat mort omdat het honger heeft. Het wordt bij Gardev een bont gezelschap van slempende hoeren, punkers en junks. Eén boodschap van deze voorstelling lijkt te zijn dat ze opgaan en ondergaan in het feest dat kapitalisme heet. Een andere is dat het nieuwe Europa (waar Bulgarije nog niet toe behoort) een idee is waar vooral de machthebbers op geilen, niet de bevolking zelf.

Naast het complexe ideeëngoed is het vooral de vorm die primeert in Marat/Sade. Als de Hongaarse schrijver Andreás Forgách het eigentijdse Oost-Europese theater omschrijft als "pure provocatie, fysieke aanwezigheid, een beetje seks en geweld op het toneel, en de incorporatie van een nieuwe media-esthetiek", dan zie je daar hier het levendige bewijs van. Net als de Oost-Duitse regisseur Frank Castorf integreert Gardev live-videobeelden uit bijvoorbeeld de toiletten buiten de zaal. Alleen worden die beelden met hun psychedelische korreligheid hier een stijlkenmerk op zich. De voorstelling wil een postmodern ritueel zijn, rond ideeën over lichamelijkheid die sterk doen denken aan Fabre. Het oogt visueel sterk, maar wat het allemaal betekent, blijkt moeilijk te kraken. Daaraan merk je dat zelfs in het verenigde Europa culturele verschillen sterk blijven spelen. Net die confrontatie maakt Paradise Regained? (met ook succesregisseurs als Krzysztof Warlikowski en Alvis Hermanis) zeer de moeite van de verplaatsing waard.

Paradise Regained? loopt in het kader van Thinking Forward, het Nederlandse cultureel voorzitterschap van Europa, tot 18 november in Nederland (www.paradiseregained.nl). Everybody for Berlusconi is nog te zien van 16 tot 19 en van 23 tot 25 november in Den Bosch en Maastricht (www.zthollandia.nl). Korsunovas' Romeo en Julia speelt 19 en20 november in deSingel (03/248.28.28).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234