Zaterdag 03/12/2022

Ferri Xhevdet hoefde niet dood

Volgens Binnenlandse Zaken kon niemand weten dat Ferri Xhevdet zwaargewond was. In het verslag van het centrum 127 bis staat: 'Betrokkene kreunt heviger en heviger. Het lijkt dan ook zeer ernstig'12 oktober, iets voor tienen. Ferri Xhevdet is stervend. Het personeel van het centrum 127 bis stelt vast: 'Hij is geboeid aan één hand en wordt door de rijkswacht gesleept of gedragen naar de combi'

Volgens de officiële versie stierf de Albanese asielzoeker Ferri Xhevdet aan de gevolgen van een val. Aan de hand van interne documenten van het centrum 127bis reconstrueert Walter Pauli wat er echt gebeurde.

Was het een voorteken van nakend onheil dat uitgerekend op vrijdag de dertiende (oktober) het persagentschap Belga volgend bericht de wereld in stuurde: "In het gesloten centrum 127bis is donderdagavond een bewoner overleden in het kader van een ontsnappingspoging (...). De man in kwestie moet van een omheining gevallen zijn en een zwaar letsel opgelopen hebben, dat echter niet onmiddellijk opgemerkt zou zijn. Even later, nadat vijf ontsnapten werden teruggeleid naar het centrum, werd opgemerkt dat de man onwel werd. Onmiddellijk werd de eerste hulp verleend en een ambulance opgeroepen. De man werd tevergeefs gereanimeerd."

In zijn beknoptheid bevat dit eerste bericht al de sleutelelementen van de officiële versie over de dood van Ferri Xhevdet, een jonge Albanees van 25. Er is nagenoeg niets over hem bekend, behalve dat hij stierf op een vloer van 127bis, een kleine week nadat hij in een truck in Oostende werd betrapt en één dag voor zijn repatriëring naar Tirana.

Meteen zond Binnenlandse Zaken een bede naar de pers: "Maak hier alsjeblieft geen tweede zaak-Sémira van." Vooral Pascal Smet, adjunct-kabinetschef van minister Duquesne (PRL), spande zich diezelfde dag al in met het verspreiden van vergoelijkende details, op basis van de informatie waarover hij toen beschikte: "Het is de normale procedure om na een ontsnapping mensen af te zonderen. De Albanees zat samen met een twee man in de cel en werd elke drie minuten gecontroleerd. Toen de man onwel werd, is onmiddellijk eerste hulp verleend."

Werd Pascal Smet onzorgvuldig voorgelicht door zijn eigen diensten? Feit is dat zich in 127bis een andere werkelijkheid heeft afgespeeld. Dat blijkt tenminste uit het gedetailleerde relaas dat verhaald wordt in een aantal interne documenten, zoals 'Chronologisch Verslag van de gebeurtenissen van 12.10.00', opgesteld "op basis van verklaringen van de personeelsleden". Of de interne nota 'Conclusies / Interne opvolging in het RC 127 bis'.

Beide documenten zijn opgesteld in een verdedigende stijl en bevatten een pleidooi pro domo voor het personeel en de directie van RC 127 bis. Die spelen de hete aardappel zonder meer door naar de andere betrokkene: de rijkswacht. Zonder partij te willen kiezen, lijkt één ding in deze alvast moeilijk te ontkennen. Er is wel degelijk een aardappel, en die is gloeiend.

Dat halfweg oktober in het repatriëringscentrum 127bis (nieuwe) spanningen dreigen, wisten alle betrokkenen. Nemen we het verslag van het 'interteamoverleg' van 11 oktober 2000, één dag voor de dood van Ferri Xhevdet. In aanwezigheid van waarnemend centrumdirecteur Gerda Vanwaeyenbergh doen de veiligheidsbeambten melding van stijgende onrust. Bij inspecties in de kamers zijn scheermesjes en zakmessen gevonden. Ook zijn er heel wat bedplanken verdwenen. Dat wijst op een voorbereiding van vluchtpogingen. Er zijn problemen met verschillende Albanezen. Het verslag noemt Imailgeci Eduard, Vulaj Agim en Demaj Xvahir (of 'Xhevahir') bij naam. De eerste omdat hij zich niet wil laten repatriëren, de twee anderen omdat ze, als straf voor wat practical jokes, "enkele uren in isolatie worden geplaatst, bij wijze van voorbeeld".

Maar één dag later loopt het al fout. Het Chronologisch Verslag: "Om ongeveer 21.20 wordt vastgesteld op de camera's dat er een ontsnapping plaatsgrijpt in de bewonersvleugel rechtsonder." De veiligheidsbeambten reageren meteen. De centrale komt in handen van Séverine L. Zij verwittigt meteen de rijkswacht. Twee collega's lopen naar de kamers en treffen er een gebroken raam aan: "Verbrijzeld met een bedlat."

Intussen zijn twee mannelijke veiligheidsbeambten, Marc C. en Patrick V. - geweldige kleerkasten, aldus een collega -, naar de omheining gelopen, waar de vluchters nog over drie naast elkaar staande draden moeten. "Eén persoon tracht te springen van één draad naar de andere draden. Hij slaagt hierin niet en valt." Verder ontbreekt iedere melding van die man. Twee andere mannen worden wel van de draad gehaald. Onder hen is Ymeri Elvis.

"Teruggekomen in de centrale besluiten Patrick V. en Marc C. de wagen te nemen om de rijkswacht tegemoet te gaan en de vluchtrichting aan te geven."

Een collega ziet het anders: "Zij wilden gewoon zo snel mogelijk achter de ontsnapten aan om ze zélf te vatten. In tegenstelling tot in andere gesloten centra, bestaan in 127bis geen strikte regels over de actieradius van de veiligheidsbeambten. Mogen wij buiten het centrum opereren, en zo ja, tot waar?"

Terug naar de rapporten. Al snel krijgen Patrick V. en Marc C. één ontsnapte te pakken. Het gaat om Demaj Xvahir, de man die één dag vroeger nog in de isolatie zat. Hij sputtert niet tegen en wordt niet geboeid. Als ook Marc C. in de auto wil stappen, ziet hij aan de overkant van de weg een persoon. Die roept "iets onverstaanbaars" en loopt vrijwillig in de richting van de twee bewakers. Het is één van de ontsnapten. "Aangezien deze persoon duidelijk in paniek is, besluit Marc C. hem achterna te gaan."

En paniek is er wel: "C. heeft moeite om de vreemdeling bij te houden. Na enige tijd komt hij op een plek waar zich nog een vreemdeling bevindt en een derde vreemdeling op de grond ligt." Die derde man is Ferri Xhevdet.

Dan volgt een cruciale passage in het verslag: "De persoon op de grond is duidelijk in fysieke moeilijkheden, al is het niet duidelijk wat hem scheelt. Eerst wordt gedacht aan een gebroken been. Betrokkene kreunt evenwel heviger en heviger. Het lijkt dan ook zeer ernstig. Marc C. roept onmiddellijk versterking per walkietalkie en vraagt een ambulance te bellen. Dat laatste wordt niet gehoord. Er zijn heel wat oproepen door de walkietalkie en bovendien schreeuwt het slachtoffer hard."

Wat verklaarden Pascal Smet en zijn minister weer op 13 oktober? Dat zijn letsels aanvankelijk niet waren opgemerkt. Dat hij dus terug in het centrum werd gebracht en ginds pas "plots" onwel werd, en dat toen "meteen" de ambulance werd verwittigd. Die uitleg is fout. Vanaf het allereerste ogenblik is het duidelijk dat Ferri Xhevdet in zware problemen is. Daarom staken de anderen zelfs hun vlucht en brengen ze de veiligheidsbeambten uit eigen beweging tot bij hem. Daarom vraagt Marc C. ook prompt om een ambulance, al wordt die noodkreet niet gesignaleerd. Het is nu rond 21.25 uur.

In het centrum 127bis realiseert men zich dat Marc C. problemen heeft. Zijn collega Edmond M. stapt met twee rijkswachters in een combi. Terug naar het verslag. Na even zoeken "zien ze op het veld drie silhouetten". En: "Daar aangekomen maakt Marc C. zich kwaad omdat de rijkswacht maar niet komt. Ook stellen zij vast dat het slachtoffer erg kreunt. Patrick V. (die is teruggekeerd, WP) en Edmond M. roepen luidkeels om hulp naar de auto met de rijkswacht."

"Na enige tijd komt één rijkswachter ter plaatse. Marc C. komt de wagen van de rijkswacht tegen en roept opnieuw om bijstand en vraagt een ambulance te roepen. De rijkswachter antwoordt niet, maar stapt in de wagen. Marc C. veronderstelt dat hij een ambulance en bijstand oproept." Maar dat gebeurt ten tweede male niét.

Achteraf zullen de veiligheidsbeambten deze lakse houding van de opgevorderde rijkswachters aanklagen. In de nota Conclusies / Interne Opvolging klinkt het dan zo: "Een aantal personeelsleden stellen de houding van een aantal betrokken rijkswachters in vraag. Ze begrijpen niet waarom zij verzuimden onmiddellijke bijstand van de hulpdiensten te hebben gevraagd."

Inmiddels staat er een heel groepje rond de liggende vreemdeling, waaronder ook Edmond M. en Patrick V. Hun collega Marc C. is vermoeid en al te voet op weg naar 127bis. Verder zijn twee rijkswachters en twee andere vreemdelingen aanwezig. Als die geboeid worden, loopt één ervan weg. De rijkswachters blijven ter plaatse. M. en V. gaan achter de voortvluchtige aan, samen met Marc C., die een auto heeft opgevorderd met daarin collega's die om 22.00 uur moeten beginnen te werken. De gevluchte man blijft spoorloos.

Wat later keren Edmond M. en Patrick V. terug naar de gewonde. Het verslag: "Zij stellen vanaf afstand vast dat hij geboeid is aan één hand en door de rijkswacht gesleept of gedragen wordt naar de combi. Zij gaan er van uit dat de rijkswacht reeds een ambulance heeft opgebeld."

Maar dat is nog steeds niet gebeurd. Meer, de rijkswachtcombi brengt de kreunende Ferri Xhevdet terug naar 127bis. Daar wacht Didier A. hen op. "Hij ziet één vreemdeling liggen op de grond van de combi met zijn benen opgetrokken." Daar is een reden voor, zo blijkt. Met gestrekte benen konden de deuren van de combi niet dicht. Het verslag gaat verder: "De rijkswachters delen mee dat het 'ne moeilijken' is. Hieruit leidt men af dat hij moeilijk te overmeesteren was. Didier A. ziet hoe hij uit de combi werd getrokken."

Met andere woorden: een vreemdeling die schreeuwt en weigert mee te stappen als de rijkswachters dat vragen, wordt niet beoordeeld als mogelijk gewond - ook al is uitdrukkelijk gevraagd een ambulance te bellen - maar als een tegenstribbelend geval. Zij behandelen hem dus als zodanig.

Voor Didier A . en zijn collega's is het alleszins het even slikken. Op het ogenblik zelf zwijgen ze. Achteraf staat in de nota Conclusies / Interne Opvolging: "Het personeel beseft wel dat de rijkswachters beroepshalve enigszins 'gehard' zijn, maar heeft sommige ongepaste en niets ter zake doende opmerkingen allesbehalve op prijs gesteld."

Wat is er werkelijk gebeurd met Ferri Xhevdet? Terug naar het Chronologisch Overzicht: "Het slachtoffer spreekt in een onverstaanbare taal (brabbelt wat)." Vermoedelijk spreekt hij gewoon zijn taal, Albanees. Dan, de lichtjes verbijsterende passage: "Uit niets kan Didier A. afleiden dat deze persoon zou gewond zijn. Hij ligt uit de combi met zijn hoofd iets hoger tegen het wiel aan. De rijkswacht maakt de opmerking dat hij wel zo niet kan blijven liggen."

Drie veiligheidsbeambten zijn nodig om Ferri Xhevdet weg te slepen, twee onder de oksels, één aan de benen. "De rijkswachters staan erbij en kijken toe." Het verslag vermeldt, erg precies, dat de twee bijgekomen veiligheidsbeambten - Eddy D. en Gunther B. - "prikken om 21.46 uur". Aan de hand van dit tijdstip kunnen we met zekerheid stellen dat twintig minuten na de bede van Marc C. om een ambulance te bellen, dat nog steeds niet is gebeurd. Wat gebeurt er dan wel? "De man wordt in het fouillelokaal gelegd en wordt vastgesteld dat hij geboeid is aan de linkerhand."

De vreemde redenering zet zich verder: "Men gaat ervan uit dat het een onwillige voortvluchtige is die elke medewerking weigert omdat hij gesnapt is. Hij spreekt (onverstaanbaar) en beweegt met zijn armen, hij grijpt zelfs de bank vast die terug tegen de muur wordt geschoven. Niets laat uitschijnen dat hij ernstige pijn heeft (...). Het slachtoffer wordt in de isolatiecel gedragen na maximum 5 minuten, waarschijnlijk voor 22 uur."

Intussen is Marc C. weer aangekomen in het centrum. Hij moet de boeien uitdoen van de weer opgepakte voortvluchtigen. "In cel twee stapt hij over iemand die op de grond ligt van wie men hem zegt dat die moeilijk heeft gedaan. Hij kijkt niet naar deze persoon, stapt over hem en doet de boeien uit van een andere celgenoot (Elvis Ymeri, WP) die niets zegt."

In 127bis is het nu een en al chaos. Intussen blijft het immers ook roerig bij de niet-ontvluchte bewoners.

Volgens de toenmalige verklaringen van Pascal Smet werden de gevangen in de isolatiecel "om de drie minuten gecontroleerd". Het Chronologisch Verslag suggereert iets anders: "Elvis Ymeri beweert op de deur gebonkt te hebben gedurende meer dan vijf minuten maar dat niemand luisterde. Niemand van het personeel heeft iets gehoord, ook het belletje niet, en ook niet wanneer op verschillende momenten iemand in de cel gaat of zoals Dirk Lagast door het spionnetje kijkt."

Dirk Lagast is de opgetrommelde adjunct-directeur van het centrum: "Hij ziet iemand op de grond liggen en vraagt aan de veiligheidsbeambten wat er scheelt. Men deelt hem mee dat dit een onwillige is die tegenspartelde en zelf op de grond is gaan liggen."

Pas na enige tijd krijgt het veiligheidspersoneel de ernst van de zaak in de gaten: "Marc C. hoort van Didier A. vanuit cel 2 zeggen dat er iets scheelt met de vreemdeling die op de grond ligt. Marc. C. gaat kijken en stelt tot zijn verbazing vast dat het de vluchteling is die hij liggend in het veld had aangetroffen en van wie hij aannam dat deze al door de ambulance was weggevoerd en zelfs nooit in het centrum zou zijn aangekomen."

Een andere veiligheidsbeambte, Geert T., doet een administratieve controle van de weer opgepakte vreemdelingen - wie is terug, wie niet? - en stapt dus ook cel 2 in. Geert T. stelt dezelfde vraag aan de man die op de grond ligt als hij aan al diens lotgenoten had gesteld: What's your name? Maar Ferri Xhevdet kan dan al niet meer antwoorden. Later zal Geert T. zeggen (een verklaring die niét in het verslag staat): "Zijn ogen waren gebroken."

Het chronologisch verslag gaat verder: "Aangezien hij niet antwoordt, komen andere personen ter plaatse. Didier A. stelt vast dat betrokkene er niet goed uitziet. Onmiddellijk wordt de ambulance opgeroepen." Wellicht is dit de 'onmiddellijk' waar Pascal Smet naar verwees.

De ware toedracht wordt langzaam duidelijk: "Marc C. en Gunther B. doen een aantal tests (ademhaling, hartslagader en een reflextest) en stellen vast dat de situatie heel ernstig is. Ze vragen om een MUG-team. Séverine L. doet dit om 22.08 en krijgt een wachtlijn te horen, wat haar bijzonder ergert." Nu kan het niet meer snel genoeg.

Personeelsleden met enige EHBO-kennis (Sonia M, Wim D.K.) willen beginnen met hartmassage en beademing. Er is uitslaande paniek, niemand heeft de zenuwen onder controle: Sonia M. "vraagt een monddoekje dat haar door Didier A. wordt gebracht. Hij rukt het kistje geheel van de muur wanneer blijkt dat Anne V. het niet onmiddellijk open krijgt."

Dan komen de reddingsdiensten: eerst de ambulance, later de MUG. Meer hartmassage, een injectie, een baxter. Elvis Ymeri moet naar een andere cel. De reanimatie duurt "tot na 23.00 uur". Maar dan staat vast dat niets meer baat.

De dood van Ferri Xhevdet wordt onderzocht door de Brusselse onderzoeksrechter Van Aalst. Het parket heeft al laten weten dat autopsie geen enkel uitwendige of inwendige kneuzing aan het licht heeft gebracht. Het blijft dus wachten op de precieze doodsoorzaak. De enige min of meer onafhankelijke kroongetuige zal er alvast niet meer bij zijn.

In de interteamvergadering van 31 oktober - weerom in aanwezigheid van directeur Gerda Vanwaeyenbergh, wordt over ooggetuige Elvis Ylmeri gepraat: "Hij zal waarschijnlijk wel vertrekken mits hij de nodige fondsen, zijnde 1.500 frank, krijgt. Met de toestemming van de directie mag tot 3.000 frank gegaan worden."

Ymeri terug naar Albanië dus, met wat hij als een hoop geld beschouwt.

De directie van 127bis wast haar handen alvast in onschuld. "Het personeel heeft, gezien de zeer moeilijke situatie waar zij op dat ogenblik voor stond, haar taken naar best vermogen uitgevoerd", zo staat in het verslag. Dan, toch: "Niettemin is het duidelijk dat een aantal operationele bijsturingen zich opdringen."

Het is de taak van onderzoeksrechter Van Aalst om conclusies te trekken. Maar op basis van bovenstaande gegevens kan misschien toch gesteld worden dat Ferri Xhevdet net het tegengestelde overkwam van Sémira Adamu. Die vond de dood door wellicht té ijverige rijkswachters. Bij Ferri Xhevdet lijkt veeleer sprake van het tegenovergestelde.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234