Zaterdag 23/01/2021

InterviewFernande van Tets

Fernande van Tets verliet de VN na een jaar in Syrië: ‘De hulp gaat naar degenen die Assad trouw bleven’

Fernande van Tets. ‘Internationaal spreekt bijna niemand zich uit, want bij de VN zijn het carrières voor het leven, heel goed betaald.’Beeld Ivo van der Bent

Na een jaar als communicatiemedewerker bij VN-afdeling UNRWA in Syrië, stapte Fernande van Tets moedeloos op. President Assad zet hulpverlening in als machtsmiddel en de Verenigde Naties laten zich daarvoor gebruiken, schrijft ze in een boek. ‘Het lijkt alsof we allemaal gehersenspoeld zijn.’

“Syrië is een soort stockholmsyndroom onder hulpverleners. Als je daar bent, zie je voortdurend dingen waardoor je denkt: het klopt van geen kant. Je gaat toch door, want je wilt dat die hulp nog een beetje goed terechtkomt. Maar zodra je daar weg bent, denk je: dit sloeg echt nergens op.”

Fernande van Tets (35) schreef een boek, Vier seizoenen in Damascus, over het jaar dat ze in dienst was bij de VN in de Syrische hoofdstad Damascus. Het is uitzonderlijk dat een oud-medewerker uitweidt over de problemen waar de VN in Syrië tegen aanlopen. “Internationaal spreekt bijna niemand zich uit, want bij de VN zijn het carrières voor het leven, heel goed betaald.”

Van tevoren wist Van Tets dat het lastig werken zou zijn bij de VN in Syrië. Niet alleen vanwege de oorlog die er al negen jaar gaande is, maar vooral omdat hulpverlening in Syrië door de heersende familie Assad wordt ingezet als politiek machtsmiddel.

Bio Fernande van Tets

- Geboren in Nederland in 1985
- Verhuisde in 2011 naar Beiroet
- Werkte als freelancejournalist voor onder meer Trouw, De Groene Amsterdammer, The Independent en de televisiezender France 24
- Werkte als communicatiemedewerker voor UNRWA van 2018 tot 2019

Elke dag opnieuw hebben de VN te maken met hetzelfde dilemma: schikt de organisatie zich in de grillen van het bewind van president Bashar al-Assad en mogen sommige Syriërs hulp ontvangen, een voedselpakket, misschien zelfs een deken? Of laten hulpverleners zich kritisch uit over de dictatuur van Assad, beklagen ze zich over het feit dat ze structureel worden tegengewerkt en wordt alle hulp stopgezet?

Van Tets wist dat zulke dilemma’s bestaan. Maar ze dacht: dat speelt alleen in de hogere echelons. Zijzelf was maar een kleine speler in de grote VN-hiërarchie. Als voormalig journalist ging ze aan de slag als communicatiemedewerker bij UNRWA, de VN-afdeling die zich bezighoudt met de opvang van Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten. “Ik was niet degene die onderhandelde met ministers over de toegang tot hulp. Ik moest filmpjes en verhaaltjes maken om te laten zien aan donoren.”

Grootschalige plundering

Van Tets is nog maar net in het land als troepen van Assad een Palestijnse wijk van Damascus, Yarmouk, heroveren op Islamitische Staat (IS). Na weken onderhandelen – de VN krijgen zelden gemakkelijk toegang – mag UNRWA als behartiger van de Palestijnse belangen een kijkje nemen in de wijk. Van Tets gaat mee om het bezoek vast te leggen.

Ze ziet aanwijzingen voor grootschalige plundering door het Syrische leger. “Op een gegeven moment kwam er een soldaat voorbij op een brommer met achterop een sofa. Ik neem aan dat die uit een huis was gehaald.” Bij een volgend bezoek blijken huizen die de oorlog redelijk hadden doorstaan, inmiddels te zijn leeggeroofd. “Alle grote dingen werden gejat. IJskasten. Badkamertegels. Aluminium raamkozijnen. Die werden op straat verkocht. Zelfs de putdeksels waren gejat.”

Met haar telefoon schiet Van Tets snel een paar filmpjes van de ravage en plunderingen.

Wat doen de VN in zo’n geval?

“Ja, dat is het moeilijke. Daar wrong het voor mij enorm. Ik stelde voor om de overheid te laten weten dat wij op de hoogte waren van de plunderingen, maar we moesten een belangenafweging maken.”

Een belangenafweging?

“Er waren duizenden inwoners uit Yarmouk gevlucht naar een nabijgelegen wijk. Zij waren afhankelijk van voedselpakketten. Ze moesten dekens hebben. De VN mogen alleen hulp geven na toestemming van de regering. Dus als wij zeggen: jullie soldaten stelen alles, dan zegt de regering: bedankt voor deze informatie, maar dan kun je daarna niet meer de mensen helpen die je wilt helpen.”

Fernande van Tets: ‘Het regime zal nooit zeggen: de toestemming is ingetrokken omdat u kritiek gaf. Maar er is een duidelijk verband tussen kritiek leveren en het aantal visa voor buitenlandse hulpverleners dat een organisatie krijgt.’Beeld Ivo van der Bent

Hoe bepaalt de Syrische regering waar en wanneer hulp wordt geleverd?

“Syrië is enorm bureaucratisch. Voor alles moet van tevoren toestemming worden gegeven. Voor het aantal auto’s, waar de hulp naartoe gaat, wat er wordt geleverd. De toestemming kan zomaar worden ingetrokken. Omdat het niet veilig is bijvoorbeeld, is dan het officiële verhaal. Het regime zal nooit zeggen: de toestemming is ingetrokken omdat u kritiek gaf. Maar er is een duidelijk verband tussen kritiek leveren en het aantal visa voor buitenlandse hulpverleners dat een organisatie krijgt.’

Voor president Assad is buitenlandse hulp een machtsmiddel dat hij gebruikt om zijn politieke steun te vergroten, terwijl dissidenten het nakijken hebben. “De hulp gaat naar de mensen die Assad trouw zijn gebleven. Als de inwoners van Oost-Ghouta – een wijk die in handen was van rebellen – hulp nodig hebben, zegt het regime: nee, ga maar naar de wijk ernaast, waar ze ons zijn blijven steunen. De mensen daar krijgen de meeste hulp en ze krijgen die het eerst. De VN doen daaraan mee. De andere optie is dat je niets meer geeft. Maar dan creperen er miljoenen mensen.”

En zo kan het gebeuren dat de VN staan te wachten tot de belegerde inwoners van een wijk die zich tegen het bewind van Assad heeft gekeerd, zich overgeven. Pas dan komen ze in aanmerking voor een VN-voedselpakket. “De VN mogen niet zelf bepalen waar de nood het hoogst is. Dat bepalen lokale partners. En lokale partners onderzoeken achteraf ook hoe de hulp is terechtgekomen. Die lokale partners zijn aangewezen door het Assad-regime. Dat maakt het heel moeilijk.”

De hechte banden tussen de VN en de regering-Assad worden algemeen erkend en zijn de afgelopen jaren zorgvuldig gedocumenteerd. De VN betwisten niet dat een deel van het internationale hulpbudget wegvloeit naar organisaties die nauwe banden onderhouden met het Assad-regime.

Zo is daar het Four Seasons-hotel in hartje Damascus. Terwijl lokale stafleden vertellen hoe hun huizen door de jarenlange oorlog onbewoonbaar zijn geworden, wordt Van Tets net als alle andere internationale VN-medewerkers ingekwartierd in dit vijfsterrenhotel. Het is eigendom van een zakenman die op de Amerikaanse en Europese sanctielijst staat omdat hij hecht is met Assad. “Ergens anders wonen mag niet van de Syrische regering. Om veiligheidsredenen, is het officiële verhaal. Maar ja, de overheid verdient dik aan dat hotel.”

Bij een officiële bijeenkomst waar UNRWA bezuinigingen aankondigt, wordt Assad geprezen. “Keihard klappen voor doctor Bashar al-Assad”, zegt Van Tets. Wanneer ze ontvangers van VN-geld vraagt wat ze doen met de geboden hulp, blijkt dat ze wordt geschaduwd. Voedselpakketten, hoort ze van collega’s, belanden vaak niet bij behoeftige burgers, maar worden meegenomen door militairen naar het front. “Het lijkt alsof we allemaal gehersenspoeld zijn”, schrijft Van Tets. “Iedereen weet dat het fout is, maar toch blijven we hier allemaal werken.”

De VN brengen circa 2 miljard dollar per jaar naar Syrië, een straatarm land. Waarom zeggen de VN niet gewoon: sorry, president Assad, maar als u zich zo gedraagt, doen wij geen zaken meer met u?

“Dat is de grote vraag. Het is gemakkelijk om principieel te zijn als je niet in Syrië bent. De VN-medewerkers in Damascus schikken zich bijna altijd in de wensen van het regime, omdat ze willen dat zoveel mogelijk hulp wordt afgeleverd. In het begin van de oorlog had je nog kunnen zeggen: hier doen we niet aan mee. Mercy Corps, een grote hulporganisatie, heeft dat gedaan. Zij moesten Damascus verlaten. Je kan uit principe zeggen: de VN moeten uit Syrië weg. Maar inmiddels zijn daar ruim negen miljoen mensen met voedselonzekerheid, die hebben niet genoeg te eten. Dat is meer dan ooit in de hele oorlog. Als je vertrekt, laat je die mensen stikken.”

De VN deinzen er niet voor terug om hulp te verlenen in een interneringskamp waar inwoners van een heroverde rebellenwijk worden vastgehouden. Waarom gebeurt dat?

“In de interneringskampen wachten inwoners op goedkeuring van de veiligheidsdiensten om terug te mogen naar huis. Ze zijn gevangenen. Van een afstandje kun je je afvragen: waarom zou je hulp willen bieden in een interneringskamp? Het is immers de verantwoordelijkheid van de regering die deze mensen daar vasthoudt om ervoor te zorgen dat zij behoorlijk worden behandeld. Maar de VN wilden daar juist dolgraag hulp verlenen. Om dat aan donoren te laten zien. En als je niks doet, liggen die mensen daar op de grond zonder matrassen, terwijl er zo’n grote VN-missie is.”

Fernande van Tets. ‘Als je zegt: Syrië is veilig en vluchtelingen kunnen terug, heb je geen idee waarover je het hebt.’Beeld Ivo van der Bent

Kunnen internationale hulporganisaties vrijer opereren dan de VN?

“Nee, die moeten samenwerken met onder meer de Syrische Rode Halve Maan. Daar zitten vrijwilligers bij die enorm hun best doen, maar de directeur is een vriend van Assad. Hoe de hulp wordt uitgedeeld, wordt op een hoger niveau bepaald. Hulporganisaties in Syrië kunnen niet onafhankelijk werken.”

Voor de VN, de Verenigde Staten en Europa is er één grens: wederopbouw is niet toegestaan zolang Assad aan de macht is. Maar ook hierin toont de hulpverlening zich politiek, aldus Van Tets, in plaats van te kijken naar wat Syriërs zelf nodig hebben. “Mensen willen graag geld om hun huis weer op te bouwen. Het is dan heel moeilijk om te zeggen: hier heeft u nog een voedselpakket, succes!”

Het verbod op heropbouw wordt in de praktijk omzeild. “Ze noemen het shelter rehabilitation. Je kunt het een diplomatieke naam geven, maar je helpt mensen aan onderdak. Rusland herbouwt ziekenhuizen. Op zichzelf is dat goed. Syrië heeft ziekenhuizen nodig, want eenderde van de ziekenhuizen is met de grond gelijk gemaakt. Maar dit is de ironie: meestal zijn dezelfde ziekenhuizen eerder kapot gebombardeerd door Assad en zijn Russische bondgenoot Poetin.”

Onlangs namen internationale hulporganisaties deel aan een door Rusland en de regering-Assad belegde conferentie in Damascus, die gericht was op de terugkeer van vluchtelingen. Kunnen Syrische vluchtelingen terug naar huis?

“Als je zegt: Syrië is veilig en vluchtelingen kunnen terug, heb je geen idee waarover je het hebt. Mensen die terugkeren, kunnen worden gearresteerd. Mannen moeten verplicht in dienst. Dan is er de vraag of je huis er nog staat, of dat het gebied wordt ‘ontwikkeld’, zoals het zo mooi heet. Dat betekent dat op de plek van je oude huis peperdure nieuwbouw komt waarin jij een aantal aandelen krijgt, maar waar je in de meeste gevallen geen nieuw huis kunt betalen.”

U werkte maar een jaar bij de VN. Waarom bent u gestopt?

“Mijn contract bleek verlengd en toen dacht ik: dit wil ik helemaal niet. Ik werd steeds moedelozer. Je kon zo weinig, de situatie werd niet beter.”

Uw collega’s verdedigen de opstelling van de VN door te zeggen: zolang wij in Syrië blijven, zijn er in elk geval getuigen van de misstanden. Hoe ziet u dat?

“Ik had niet het idee dat er iets werd gedaan met de informatie waarover de VN beschikken. Je kunt daar op veel manieren iets mee doen, dat hoeft niet openlijk in een persbericht, je kunt ook zaken aankaarten als je bestuurders spreekt. Voor zover ik weet, gebeurde dat niet genoeg. Ik vond dat frustrerend. Daarom ben ik uit de school geklapt.”

Reactie UNRWA

“Het is geen geheim dat het voor de VN extreem moeilijk is geweest om te werken tijdens dit conflict”, stelt Tamara Alrifai, directeur communicatie van UNRWA, desgevraagd in een reactie op het boek van Van Tets. Ze wijst erop dat “elke kleine opening” om hulp te bieden “een grote winst was voor mensen wier levens waren verwoest, dus het is belangrijk om dit perspectief te zien wanneer je kritiek hebt op hulporganisaties”.

UNRWA biedt hulp aan ruim 250.000 Palestijnen in Syrië die al voor de oorlog een arme en kwetsbare bevolkingsgroep vormden. Het verkrijgen van toestemming om hulp te verlenen in gebieden die in handen zijn van politieke tegenstanders van president Assad “is een van de moeilijkste dingen om over te onderhandelen”, maar uiteindelijk wordt de toestemming volgens UNRWA meestal gegeven.

Aan het begin van de oorlog legde de overheid beperkingen op die UNRWA verhinderden om zelf te bepalen wie hulp krijgt en wie niet. “Het was moeilijk om de regering ervan te overtuigen dat dit beter anders kan, maar uiteindelijk is een wederzijds begrip ontstaan.” Onlangs mocht UNRWA zonder tussenkomst van derden vaststellen wat de gevolgen van de corona-uitbraak zijn voor Palestijnen in Syrië.

UNRWA bevestigt dat in 2018 plunderingen in Yarmouk zijn gesignaleerd door UNRWA-staf. “De directeur van UNRWA heeft zorgen hierover gedeeld met zijn gesprekscontact in de Syrische regering, maar kreeg geen concreet antwoord, behalve dat het gebied op dat moment een militaire zone was.”

UNRWA heeft “meerdere keren” aan de Syrische regering gevraagd om het Four Seasons-hotel te mogen verlaten en de internationale staf elders in Damascus onder te brengen, “maar daar geeft de overheid geen toestemming voor”.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234