Zaterdag 20/04/2019

Interview

Feministe Mona Eltahawy: "Ik wil de boerka en nikab in heel de wereld verboden zien”

Mona Eltahawy. Beeld Francis Vanhee

Journaliste Mona Eltahawy (51), deze week te gast in de Brusselse Bozar, groeide op in het Midden-Oosten en is klaar met de verstikkende vrouwenhaat die er heerst. “Vrouwen kennen drie dictators: de man in het paleis, de man op straat en de man in hun bed.”

Mona Eltahawy werd op haar vijftiende feministe. ‘Ik werd tot het feminisme getraumatiseerd’, zal ze later schrijven. Geboren in Egypte en na acht jaar Londen was ze samen met haar ouders naar Saudi-Arabië verhuisd. Eltahawy komt in een wereld terecht die haar tot in elke vezel van haar lijf choqueert en woedend maakt. Omdat haar moeder ineens niet meer met de auto mag rijden, of lesgeven aan jongens. Omdat ze ineens geen bankrekening meer kan openen, en zelfs geen medische behandeling kan ondergaan zonder de toestemming van haar man. Als zij en haar moeder de bus nemen, moeten ze gaan zitten op een van de achterste vier stoelen die voor vrouwen zijn bestemd.

Daar, in Saudi-Arabië, waar ze voortdurend betast en lastiggevallen wordt, groeit haar weerzin tegen het patriarchaat. Een strijd die ze tot vandaag levert. Maar, zegt Eltahawy, het patriarchaat moet niet enkel in Saudi-Arabië bevochten worden. Zelfs niet alleen in de Arabische wereld. Wie denkt dat het Westen of Europa de dans ontspringt, dwaalt.

In 2012 schreef Eltahawy het essay ‘Why Do They Hate Us’ in het Amerikaanse blad Foreign Policy, op een moment dat ze voor de eerste keer weer haar tien vingers kon gebruiken om te typen. Eltahawy had deelgenomen aan de opstanden op het Tahrirplein in Egypte in 2011. Ze werd mishandeld en seksueel gemolesteerd door de oproerpolitie. Nadat ze twaalf uur in een isolatiecel had doorgebracht – niemand wist waar ze was, haar familie dacht dat ze dood was – ging ze naar het ziekenhuis om haar beide armen in het gips te laten leggen. De politie had die armen gebroken. Eenmaal uit het gips, drie maanden later, besloot ze om haar woede niet meer onder controle te houden.

Drie jaar later diepte ze haar essay verder uit in een boek. Hoofddoek en maagdenvlies. Waarom het Midden-Oosten een seksuele revolutie nodig heeft is een gruwelijk relaas van het geweld dat in het Midden-Oosten en Noord-Afrika tegen vrouwen wordt gepleegd. De talloze verhalen van vrouwen die getuigen over onderdrukking, partnergeweld, kindhuwelijken, en genitale verminking, staaft Eltahawy met cijfers, rapporten en studies.

BIO

* 51 jaar, geboren in het Egyptische Port Said

* Egyptisch-Amerikaanse journaliste

* woonde met haar familie in het Verenigd Koninkrijk en Saudi-Arabië

* woont nu afwisselend in New York en in Caïro

* haar essays over Egypte, de islamitische wereld en vrouwenrechten verschenen o.a. in The New York Times en The Guardian

* werkte haar ophefmakende essay ‘Why Do They Hate Us?’ in 2015 uit in het boek Hoofddoek en maagdenvlies. Waarom het Midden-Oosten een seksuele revolutie nodig heeft (De Bezige Bij)

* komt in september met een tweede boek, The Seven Necessary Sins for Women and Girls

* is zeer actief op twitter: @monaeltahawy

Dat ze ook in Europa haar vurige lezingen geeft – zoals deze week in België in Bozar – is logisch, zegt ze. “Het patriarchaat is universeel. Elk land ter wereld werkt volgens een patriarchaal systeem. Bovendien zijn er in België veel vrouwen met een moslimachtergrond, en wordt hun leven beïnvloed door de culturele en religieuze context waarin ik ben opgegroeid.”

U schrijft: ‘Het valt niet mooier te maken dan het is. Wij Arabische vrouwen leven in een cultuur die fundamenteel vijandig tegenover ons staat en wordt beheerst door mannen die alleen maar minachting voor ons voelen. Ze haten ons, het moet gezegd worden.’ Dat is geen licht statement.

Mona Eltahawy: “Eerst wil ik dit zeggen: ik ben een insider, ik ben geboren en opgegroeid in het Midden-Oosten, ik mag dus over die onderwerpen praten. Ik weet hoe dit boek gelezen kan worden door mensen die geen wortels hebben in mijn regio. Meer dan eens ben ik ervan beschuldigd munitie te geven aan racisten en islamofoben. Wel, tegen die twee categorieën zeg ik heel duidelijk: fuck off, ik wil niks met jullie te maken hebben. Dit boek is dus níét bedoeld om hen argumenten te geven.”

“Maar natuurlijk zeg ik ook ‘fuck off’ tegen de vrouwenhaters in mijn eigen cultuur. Vrouwen zoals ik zitten vast tussen hamer en aambeeld. Aan de ene kant zitten de racisten en islamofoben, aan de andere kant de misogynen. De ene kant demoniseert alle moslimmannen, de andere kant verdedigt alle moslimmannen, maar geen van beide is werkelijk geïnteresseerd in wie er in het midden zit, namelijk de vrouwen. In de geschiedenis hebben vrouwen overal ter wereld altijd deelgenomen aan de revoluties. Uiteraard. Maar als de mannen na de revolutie bereikt hebben wat ze willen, zeggen ze tegen ons: dank je voor je bijdrage, ga nu maar naar huis en maak het avondeten voor me klaar.”

“Met dit boek wilde ik zeggen: nee, ik ga niet naar huis om het avondeten klaar te maken, de revoluties van 2011 waren ook van ons, vrouwen. Wij hebben ook een prijs betaald. Het is niet voor niets dat ik zoveel vrouwen vermeld in mijn boek. Ik weiger dat onze namen vergeten worden. Ik weiger om geschrapt te worden uit de geschiedenis.”

U schreef uw essay in 2012. Zijn de dingen sindsdien al wat veranderd voor vrouwen in de Arabische wereld?

“Vrouwen in de Arabische wereld hebben te maken met niet één maar drie dictators: een in het presidentiële paleis, een op de straat, en een in de slaapkamer. De revoluties tegen de dictator in het paleis gaan niet de goede kant uit. Egypte wordt nog steeds geleid door een militair regime. Syrië is het meest tragische voorbeeld van een land waar een revolutie heeft plaatsgevonden maar het in omgekeerde richting is geëvolueerd: de helft van de bevolking is dood of is gevlucht. Niemand is vrij, zeggen de mannen me, dus stop met zeuren over je gendergelijkheid. Maar als niemand vrij is omdat de staat iedereen onderdrukt, dan worden vrouwen nog extra onderdrukt door de straat en het gezin. Misogynie in drievoud, noem ik dat.”

“Toch is in het dictatorschap op straat en in de slaapkamer wel degelijk verbetering merkbaar. Dat zie ik gewoon al in mijn eigen familie. In enkele jaren tijd zijn er ineens zussen van mijn vader of moeder die alleen gaan wonen in het buitenland, of zelf de echtscheiding van hun man hebben aangevraagd. Nog niet zo lang geleden was dat ondenkbaar.”

“En als ik aan de seksuele revolutie denk, de ondertitel van mijn boek, dan verandert daar óók een en ander. Kijk naar Tunesië. Nog altijd een homofoob land, maar het heeft ondertussen wel het recht gegeven aan een LGBTQ-groep om openlijk strijd te voeren voor LGBTQ-rechten.”

“Tijdens een concert in Egypte van een Libanese band waarvan de frontman openlijk homo is, werd er door het regime erg hardhandig opgetreden tegen fans in het publiek die met regenboogvlaggen zwaaiden. Dat kan contradictorisch lijken aan wat ik net zei, maar dat is het niet. Het Egyptische regime beseft dat mensen aan het revolteren zijn tegen de dictator in de slaapkamer.”

Mona Eltahawy: “Het regime is doodsbang van het feminisme.” Beeld Francis Vanhee

“Nog een voorbeeld: twee Egyptische vrouwen die openlijk getuigd hebben over hoe ze seksueel misbruikt werden door hun mannen, zijn naar de gevangenis gestuurd. In plaats van de mannen te bestraffen die misbruik hebben gepleegd, straft het Egyptische regime dus de vrouwen die dat misbruik aankaarten. Waarom? Om vrouwen af te schrikken. Wij laten steeds luider onze stem klinken en het regime is doodsbang van het feminisme. Het feit dat wij onze seksualiteit en onze lichamen claimen, betekent dat wij eindelijk in opstand beginnen te komen tegen die drievoudige misogynie. De revoluties van 2011 hebben dat allemaal aangewakkerd.”

Het gevecht van vrouwen is gerelateerd aan dat van de LGBTQ-gemeenschap, zegt u, en daarom wil ik u dit even voorleggen. Darya Safai is een Belgische politica die Iran ontvluchtte en hier haar strijd tegen de hoofddoek verderzet. In dezelfde partij zit Theo Francken, die haar strijd steunt, maar na een artikel over lingerie voor mannen onlangs dit tweette: ‘Mannen die zich schminken, hun wenkbrauwen epileren, lingerie dragen, een sacoche dragen… Lang leve de man die al die ongein niet nodig heeft om zich goed te voelen in zijn vel.’ Kan dat volgens u? Kun je vrouwenrechten steunen en toch statements zoals deze maken?

“Ik denk dat deze mannelijke politicus niet begrijpt hoe het patriarchaat werkt. Het is een systeem van instituties en gedragscodes dat privileges geeft aan mannelijke dominantie. Een systeem dat voorschrijft dat indien mannen zich niet houden aan die codes, ze geen man meer zijn.”

“Als deze politicus zegt dat echte mannen geen make-up of handtas dragen, dan associeert hij vrouwelijkheid met iets dat lager van waarde is. Dat is zoals tegen jongens zeggen: je huilt als een meisje, je speelt voetbal als een meisje. Vrouwelijkheid is minder waardevol, dat is de redenering.”

“Voor de duidelijkheid: ik steun de politica over wie u spreekt in haar strijd. Ik ben ook tegen de hoofddoek. Ik heb hem negen jaar gedragen, het heeft me acht jaar gekost om hem af te leggen. En ik steun haar strijd tegen het regime in Iran.”

“Maar ik moet tegen meer vechten dan enkel de hoofddoek of regimes in het Midden-Oosten. Mijn doel is het vernietigen van het patriarchaat - dat overigens inherent aanwezig is in alle abrahamitische godsdiensten: jodendom, christendom en islam. Als niet-blanke moslimvrouw moet ik daarvoor niet alleen misogynie, maar ook racisme, homofobie, militarisme én kapitalisme bekampen.”

“Het patriarchaat opereert niet in een vacuüm. In elk deel van de wereld gebruikt het andere vormen van onderdrukking om zich te manifesteren. Egypte zal religie gebruiken om vrouwen en de LGBTQ-gemeenschap te onderdrukken. Israël gebruikt de bezettingspolitiek. Westerse politici gebruiken het argument van homofobie om moslimlanden met de vinger te wijzen en zeggen dan dat Israël het enige land in het Midden-Oosten is waar je openlijk homo kunt zijn. Maar wat is de winst van openlijk homo te kunnen zijn als je tegelijk een heel volk onderdrukt en bezet?”

Moslimvrouwen in de westerse wereld hebben de luxe om het al dan niet dragen van de hoofddoek ter discussie te stellen, schrijft u, maar u hebt die vrijheid niet.

“Ik wil dat vrouwen in het Westen erkennen dat hun argument totaal verschillend is van vrouwen in Saudi-Arabië, Egypte of Iran. In Iran heeft de vrouwenrechtenactiviste Nasrin Sotoudeh deze week nog 38 jaar cel gekregen omdat ze vrouwen juridisch verdedigde die hun hoofddoek hadden afgeworpen. Waar zit de keuze voor die vrouwen? Er is er geen.”

“Weet je, ik ben ondertussen in een ander stadium aanbeland. Nu zeg ik: als je zelf geen moslimvrouw bent, zwijg dan in godsnaam over de hoofddoek. Shut the fuck up about hijab. Dit is ons gevecht. Het is een onderwerp waar heel veel mee gepaard gaat. Heel moeilijk om te begrijpen als je niet de achtergrond hebt van een moslimvrouw. Als niet-moslimvrouwen ermee aan de haal gaan, wordt het te gemakkelijk een ingang voor racisme en islamofobie. Dat is heftig, ja, er zijn veel mannen en vrouwen boos op mij hiervoor. ‘Hoe durf je me te zeggen dat ik hierover moet zwijgen’, werpen ze me voor de voeten. En dan antwoord ik: de kwaadheid die je voelt als ik je vraag om te zwijgen, is jouw privilege dat in vraag wordt gesteld.”

In uw boek adviseert u jonge vrouwen om auteurs als Fatima Mernissi te lezen. Waarmee u impliceert: dan zul je je hoofddoek wel snel afwerpen.

“Mijn moeder draagt een hoofddoek. Mijn zus ook. Ze hebben allebei een universitair diploma. Daarmee wil ik niet zeggen dat geschoolde vrouwen beter over hun hoofddoek nadenken dan ongeschoolde vrouwen. Wat ik wel bedoel: sommigen zeggen dat alle moslimvrouwen gebrainwasht zijn, en dat is niet zo. In mijn gezin denken de vrouwen voor zichzelf. Mijn moeder draagt de hoofddoek uit vroomheid. Mijn zus aanvankelijk ook, maar nu draagt ze hem als statement tegen racisten: piss off .” (lacht)

U bent wel een grote voorstander van het verbod op het dragen van de nikab en boerka, zoals dat in België het geval is.

“Ik wil de boerka en nikab in heel de wereld verboden zien. Niet alleen in West-Europa. Omdat ik denk dat het heel gevaarlijke instrumenten zijn in de pogingen om vrouwen weg te wissen. Zulke kledingvoorschriften worden aan vrouwen opgelegd om hen zogezegd te beschermen. Maar weet je wanneer ik voor de eerste keer seksueel gemolesteerd werd? In Saudi-Arabië, toen ik voor de eerste keer compleet bedekt was met kleding. Enkel mijn gezicht en mijn handen waren vrij. Bovendien was het tijdens de hadj. De hadj! De heilige pelgrimstocht naar Mekka! Eerst was het een andere pelgrim die mij betastte, daarna een politieagent.

Mona Eltahawy: “Om seksueel geweld tegen te gaan, moet je niet tegen vrouwen zeggen dat ze zich bescheiden moeten kleden.” Beeld Francis Vanhee

“Om seksueel geweld tegen te gaan, moet je niet tegen vrouwen zeggen dat ze zich bescheiden moeten kleden. Je moet tegen de mannen zeggen: stop met vrouwen aan te vallen. Ik wil een wereld waarin wij moslimvrouwen kunnen zijn zonder onze islam aan een cultuur van vroomheid te linken. Want met die cultuur worden enkel de vrouwen en de meisjes belast, niet de mannen en de jongens.”

“Linkse stemmen beseffen te weinig wat de boerka en nikab symboliseren. Het zijn geen onschuldige, contextloze dingen. Het probleem is opnieuw dat het debat besmet is. Racisten mengen zich, en daarom mengt de linkerkant zich ook, omdat ze geen racisme willen, en zo gaan alle argumenten verloren. Daarom zeg ik: ik argumenteer niet meer over de nikab en de boerka en de hoofddoek. Ik heb er alles over gezegd in mijn boek. Tenzij je een moslimvrouw bent, discussieer ik er niet meer over.”

In Saudi-Arabië mogen vrouwen ondertussen met de auto rijden, en mogen ze stemmen. Dat zijn toch niet meer dan kruimels?

“In Saudi-Arabië heerst genderapartheid. Dat is de enige juiste benaming voor wat er gaande is. Maar ook al heeft Saudi-Arabië geen revolutie gekend zoals de andere landen in het Midden-Oosten, toch is het door die gebeurtenissen beïnvloed.”

“De Arabische Lente begon toen de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazizi zich op 17 december 2010 in brand stak. Negen jaar later is er in Saudi-Arabië ook iemand die de sociale en seksuele revolutie in gang heeft gestoken: de 18-jarige Rahaf Mohammed al-Qunun, die begin dit jaar het land ontvluchtte en uiteindelijk asiel kreeg in Canada. Heel de wereld heeft haar verhaal gelezen via social media. Haar eloquente beschrijving van de redenen waarom ze is gevlucht, heeft mij enorm getroffen. ‘Ik verdien het om te leven’, zei ze, ‘onafhankelijk, met de waardigheid waar ik recht op heb als vrouw. Ik wil niet leven in een land dat mij ontkent.’

“Vrouwen toestaan om te stemmen is lachwekkend, want er valt nergens voor te stemmen in een absolute monarchie. En als vrouw heb je voor alles nog altijd toestemming nodig van je mannelijke voogd. Om te reizen, om te werken, om naar het hospitaal te gaan. Zelfs om huiselijk geweld aan te geven. Kun je je dat voorstellen? Je hebt een vader die je slaat, je gaat naar de politie om het te rapporteren, maar je voogd moet het rapport tekenen, en die voogd is je vader. Waanzin. Dus wat ben ik met een recht om auto te rijden?”

“De Saudische kroonprins Mohammad bin Salman is helemaal geen hervormer, zoals je soms in westerse media leest. Hij is een 33-jarige moordenaar, die zijn familie liet martelen om zijn macht te consolideren, die een oorlog begon tegen Jemen, en het in een gruwelijke hongersnood duwde. Hij is de man die de moord op journalist Jamal Khashoggi beval. En hij is de man die vorig jaar 17 vrouwenrechtenactivisten in de cel gooide, waar ze gemarteld werden. Mohammad bin Salman stelt feminisme gelijk aan terrorisme. Hij is doodsbang van feminisme. Zoals alle autoritaire leiders, trouwens.”

“Door vrouwen stemrecht te geven en het verbod op autorijden op te heffen, heeft hij gewoon de wereld bedot. Omdat de wereld door hem bedot wilde worden. Omdat iedereen zijn olie wil kopen, en hem wapens wil verkopen. En omdat de moslimwereld de hadj, de pelgrimstocht naar Mekka, niet wil opgeven.”

“De westerse wereld zou Saudi-Arabië moeten boycotten. En moslims zouden moeten beginnen met de hadj te boycotten. Een zelfde soort BDS-campagne zoals tegen Israël (Boycot, Desinvesteringen en Sancties, is een wereldwijd verzet tegen Israël met de bedoeling om het land internationale regels rond de bezetting van Palestina te doen navolgen, red.).”

Als u zegt dat de 18-jarige Rahaf het begin is van de revolutie, bent u wel optimistisch?

“Rahaf heeft haar vlucht twee jaar voorbereid. Een 16-jarig meisje dat beslist om haar land te ontvluchten omdat ze het recht heeft om vrij te zijn, dat geeft me moed. Ik moet optimistisch zijn. Ik geloof dat mensen eigenlijk wel weten dat ze het verdienen om vrij te zijn.”

“Nogmaals: we hebben het nu wel een hele tijd over Saudi-Arabië gehad, maar misogynie heerst overal. Ik hoop dus dat westerlingen beseffen dat de groeiende fascistische rechtervleugel in Europa heel patriarchaal en misogyn is ingesteld. Zelfs als ze een vrouw als boegbeeld hebben, zoals Marine Le Pen, zijn zulke partijen de vijanden van de vrouwen. Ze zijn tegen feminisme, tegen abortus, tegen LGBTQ-rechten.”

“Maar hun vrouwelijke kiezers hebben die misogynie geïnternaliseerd. Zoals de vrouwen in Saudi-Arabië dat ook gedaan hebben. Ik word beschermd, zeggen ze daar, en als een koningin behandeld. Maar tegen welke prijs? Ik wil geen bescherming. Ik wil vrijheid.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.