Zondag 29/11/2020

Feesten van kleur en taal

De 39ste Jeugdboekenweek loopt op haar laatste benen. ‘Recht op boeken’, zo klonk het thema dit jaar. Voor een recensent wordt dat al snel ‘recht op goeie, mooie, bijzondere boeken!’ Patrick Jordens bespreekt er hier zes, voor peuters tot pubers.

Geen beter moment dan de prille lente om met dit lentefris kijkboek voor de dag te komen. De Franse Gilles Eduar heeft aan vijf dubbele kartonplaten voldoende om de vier seizoenen én een nachtelijk feestje in een grote boom te evoceren. Die boom wordt bevolkt door luipaarden, aapjes, pinguïns, koalabeertjes, slangen, noem maar op. De meeste van die dieren leven in familieverband en zitten op verschillende takken verstopt onder flapjes, wat aanleiding geeft tot veel zoek- en kijkplezier. En tot oneindig veel kleine verhaaltjes, of gewoon heerlijk hilarische taferelen: zoals slangen die glamoureus languit liggen te slurpen van cocktails tijdens de zomer, of aapjes die zich verkleden als indianen met gevallen herfstbladeren. Door Eduars ongebreidelde fantasie én zijn hoogst ontwapenende tekenstijl blijf je opnieuw en opnieuw bladeren en flapjes openen, almaar weer op zoek naar verrassende, originele details of onverwachte verbanden. Eén constante houdt zich schuil in het bonte geheel: een uil die in een holte te midden van een boom onverstoord zit te breien. Pas op het einde krijgt ook dat raadsel zijn grappige ontknoping. Erg knap bedacht ook dat het flapje van de holte waar de uil in zit eruitziet als een bol wol. Kortom, Feest in de boom heeft zijn naam echt niet gestolen: dit is een feest van kleuren, vondsten, ideetjes, personages... en dat alles zonder dat er ook maar één enkel woord aan te pas komt. Subliem!

Twaalfduizend kilometer legden muzikante Eva Schampaert en archeoloog/ fotograaf Bas Bogaerts af op de motor. Ze doorkruisten maar liefst vijftien landen rond de Middellandse Zee, met weinig meer dan een opnametoestel en een camera. En overal stelden ze één simpele vraag: “Kent u nog een slaaplied en wilt u het zingen voor ons?” De titel Ninna Oh zijn de eerste woorden van het eerste slaapliedje dat ze op hun maandenlange reis te horen kregen, in Brescia, Italië.

Zo staat dit curieuze boek vol met liedjesteksten uit Syrië, Griekenland, Spanje, Kosovo, enzovoorts, zowel in de originele taal als in vertaling. Af en toe staat er een kleine anekdote bij over hoe beide ‘veldonderzoekers’ het liedje op het spoor kwamen. Maar wat deze uitgave helemaal bijzonder maakt, is de bijbehorende cd: daarop staan zowel de oorspronkelijke versies van de slaapliedjes, vaak indringend gezongen door lokale stemmen (telkens vrouwen), alsook bewerkingen ervan door bekende muzikanten van bij ons: Gorki, Sioen, Kommil Foo, om er maar een paar te noemen. Sommige bewerkingen zijn wel erg vrije interpretaties van het basismateriaal, andere bleven trouw aan het ‘origineel’. Het best werkt het als de bewerking als het ware organisch voortvloeit uit het origineel, en er toch een nieuwe dimensie aan geeft (zoals de prachtige composities van Peter Vermeersch of Spinvis bijvoorbeeld).

Een opmerkelijk project is deze Ninna Oh zeker! De research dwingt veel respect af, want in totaal verzamelden Schampaert en Bogaerts maar liefst 330 wiegeliedjes, waarvan ze er uiteindelijk een tiental overhielden. Sommige daarvan gaan werkelijk door merg en been, zoals ‘Baji buji’ uit Srebrenica. In een wereld waarin we vaak meer aandacht hebben voor wat ons van mekaar scheidt in plaats van wat ons verbindt, zijn dit zeer verzorgde en sfeervol vormgegeven boek én cd een origineel en relevant staaltje van (inter)cultureel erfgoed.

Precies twintig jaar is het dubbeltalent Daan Remmerts de Vries al actief en nog steeds staat hij garant voor eigenzinnige en gedurfde prentenboeken, die elkaar soms in een behoorlijk tempo opvolgen. Bijna gelijktijdig verschenen er onlangs twee, en allebei rijzen ze ook weer moeiteloos boven de grijze middelmaat uit.

Monstermuis brengt het relaas van een gruwelijk gulzige muis die alles verslindt wat op haar weg ligt: eerst een paar fantasiebeesten (zoals de olivaar, de blootbildil, en de lanterfant!), nadien zelfs een stoet van majorettes en als kers op de taart, een ganse bus. Tot hij zich ook te goed wil doen aan kleine Jan... Lekker stout boekje is dit geworden. Deze muis heeft een behoorlijk hoog horrorgehalte en doet je soms huiveren, maar Remmerts de Vries houdt het toch ook lichtvoetig en speels. Daar hebben de stapeltekst op rijm en herhalingen allicht iets mee te maken, maar ook de meesterlijk grijnzende expressie van de muis en de dynamische tekenstijl in overwegend rood en geel. Kinderen vinden het vaak geweldig om eens stevig te griezelen. Maar wanneer het jongetje Jan als mogelijke prooi ten tonele verschijnt, hou je als volwassene toch even je hart vast. Remmerts de Vries komt er mooi mee weg en tovert zelfs een aanvaardbaar happy end uit zijn pen en penseel.

Meneer Kandinsky was een schilder bevestigt zijn talent, en toont tegelijkertijd de veelzijdigheid ervan. Terwijl Monstermuis baldadig oogt en leest, houdt hij het hier een pak milder en filosofischer. Op vraag van het Gemeentemuseum in Den Haag, waar momenteel een grote Kandinsky-expo loopt, beschrijft Remmerts de Vries heel helder en geestig hoe deze schilder geleidelijk evolueerde van vrij realistische naar abstracte schilderkunst. Wat al snel een beetje geforceerde les kunstgeschiedenis voor kleintjes kon worden, groeit in de handen van Remmerts de Vries uit tot een autonoom poëtisch, tragikomisch verhaal. Ook ronduit schitterend hoe hij bepaalde doeken van de meester zelf in zijn eigen composities wist te verweven. Deze uitgave is het eerste in een reeks kunstboeken voor kinderen waarvoor het Gemeentemuseum met uitgeverij Leopold een samenwerking aangaat.

Michaël De Cock verraste een paar jaar geleden al overtuigend met zijn bewerking voor de jeugd van een andere klassieker, de Odyssee. Nu zet hij samen met Gerda Dendooven zijn tanden in de mythe van de Minotaurus.

Dit afzichtelijk wezen, half mens en half stier, teistert het volk van Kreta, en daarom haalt koning Minos de beroemde architect Dedalus van Athene naar zijn eiland. Hij krijgt er de opdracht een kooi te bouwen voor het monster. Wanneer zijn opdracht tot een goed einde is gebracht, mogen hij en zijn zoon Icarus niet naar huis terugkeren... Zoveel jaren later worden elke negen jaar zeven jongemannen uit Athene als vers voer tot bij de Minotaurus gebracht. Een harde straf voor Athene, die gedurfd had oorlog te voeren tegen Kreta. De Griekse koningszoon Theseus wil voorgoed een eind maken aan die straf en trekt erop uit om het gruwelijke gedrocht te doden...

Vliegen tot de hemel kreeg als ondertitel Het verhaal van de Minotaurus mee, maar deze bundeling van twee aparte mythische verhalen had evenzeer en misschien beter Het verhaal van Ariadne geheten. In beide vertellingen waarin mannen de plak zwaaien, is immers een mooie maar tragische rol voor haar weggelegd: als jong meisje ontmoet ze Icarus, met wie ze een korte vriendschap sluit. En als jonge vrouw klampt ze zich vast aan Theseus om van het eiland Kreta weg te geraken. In beide gevallen wordt ze aan haar lot overgelaten. Opmerkelijk dat in de overigens magnifieke tekeningen van Dendooven ook enkel Ariadne een gezicht en expressie heeft meegekregen, terwijl de andere personages schimmen blijven.

De Cock slaagt er opnieuw in om deze eeuwenoude mythes in een bevattelijke, erg soepele taal te gieten, vol rake beelden en vlotte dialogen. Bovendien treft een aandachtige lezer mooie echo’s aan in beide verhalen: de vader die zich in het eerste verhaal verantwoordelijk voelt voor de dood van zijn zoon Icarus, terwijl Theseus indirect de dood van zijn vader teweegbrengt. Alleen jammer dat we nogal zelden echt meeleven met het vaak wrede lot van deze figuren, daarvoor blijft de toon net te afstandelijk.

De bijbehorende cd met hoorspel is zeker geen onverdeeld succes: de jazzy-soundtrack van Frank Vaganée en het Brussels Jazz Orchestra kan dit oude maar ongenaakbare materiaal niet meteen versterken noch muzikaal vertalen. Hij leidt ook te zeer af van de verhaallijn en de emoties.

“Misschien is dat wel wat me ’s nachts het bangst maakt. Dat niemand op je let. Dat niemand zich zorgen om je maakt. Dat niemand je opmerkt. Dat je net zo goed dood kan zijn. “Het zijn de verontruste woorden van de 16-jarige Boudewijn (Bou), die onder dwang van zijn vader een dagboek moet bijhouden én dagelijks naar een cd met klassieke muziek moet luisteren. Tot grote ergernis van zoonlief natuurlijk, bij aanvang. Vandaar ook de ontkenning in de titel: dit is géén dagboek! Maar gaandeweg lijkt het neerschrijven van zijn vaak donkere, trieste gedachten toch een therapeutisch effect te hebben. De moeder van Bou heeft een aantal jaren eerder zelfmoord gepleegd, en daardoor heeft hij nu zwaar te kampen met een negatief zelfbeeld, angsten, eenzaamheid, apathie... Pergolesi en zijn zusje Pluis blijken de enige strohalmen waar hij zich aan vastklampt. En zijn dagboek dus.

Wat op het eerste gezicht een loodzware probleemroman voor jongeren dreigt te zijn, blijkt al na een paar bladzijden een indringend, geschakeerd en opvallend eerlijk portret van een worstelend en gevoelig mens, in dit geval ‘adolescent’. Sassen treft de toon opvallend raak: haar antiheld trekt soms zwaar en toch ook grappig van leer tegen alles en iedereen, zoals de meeste pubers wel plegen te doen. Hoe ze Bou tegelijk subtiel laat groeien naar iets meer begrip voor de wanhoopsdaad van zijn moeder, zonder te vervallen in al te simplistische berusting, getuigt van een bijzonder groot inlevingsvermogen. Ook technisch heeft Sassen knap werk afgeleverd: door regelmatig te schakelen in de tijd (met vrij veel flashbacks) en door vaak net genoeg ruimte te laten voor de associatieve gedachtegang van Bou, blijf je als lezer stevig bij de les. Dat is geen sinecure, het beproefde dagboekprocedé kon al snel leiden tot een te voorspelbaar ritme. Zelfs het einde komt nog verrassend en ontroerend aan.

Actrice/auteur Erna Sassen richt zich met dit opmerkelijk moedige boek voor het eerst tot een jongerenpubliek. Het lijkt wel of ze haar stem gevonden heeft.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234