Woensdag 27/10/2021

Federale politie zkt integriteitsbeleid

Jeroen Maesschalck roept op om het politieapparaat verder te moderniseren

Jeroen Maesschalck is docent aan de KU Leuven en directeur van het Leuvens Instituut voor Criminologie. Hij verricht er onder meer onderzoek naar ambtelijke integriteit bij de politie.

Wie draagt verantwoordelijkheid voor de malversaties aan de top van de federale politie? Die vraag laat Jeroen Maesschalck aan anderen over. In plaats van met een beschuldigende vinger te wijzen naar Dewael of Koekelberg, zoekt hij de punten in de organisatie die beter kunnen.

De politie is in crisis. De politietop ligt onder vuur en alle aandacht gaat naar de verantwoordelijkheid van diegenen die beschuldigd worden en naar de politieke verantwoordelijkheid van de minister. Dat is begrijpelijk en verdedigbaar. Het zou evenwel bijzonder jammer zijn mocht men zich hiertoe beperken. In een land als België met complexe evenwichten en ingewikkelde structuren is een crisis ook een unieke kans om zaken ten goede te hervormen. De Dutrouxcrisis, gevolgd door de grootste politiehervorming uit de Belgische geschiedenis, is daarvan een schoolvoorbeeld. Die politiehervorming heeft een grote verdienste, maar er is nog veel werk aan de winkel.

De huidige crisis legt pijnpunten bloot waarop daadkrachtig moet worden gereageerd. Ervaringen met gelijkaardige crisissen in andere overheidsorganisaties leren dat de politie nood heeft aan een echt integriteitsbeleid. Dat betekent dat men minstens op vier terreinen beslissingen zou moeten nemen.

In de eerste plaats moeten de concrete dossiers die voorliggen natuurlijk correct beheerd worden. Dé cruciale factor hierbij is rechtvaardigheid. Zowel de bevolking als de tienduizenden politiemensen kijken met argusogen toe. Zij moeten zien dat men op een faire manier omgaat met beschuldigingen van integriteitsschendingen aan de top van de politie. Percepties van communautaire spelletjes, interne afrekeningen of onterechte bescherming zouden bijzonder schadelijk zijn. Trap ik hiermee een open deur in? Ongetwijfeld, maar toch wordt dit vaak onderschat in de praktijk.

Leidinggevenden zijn er zich doorgaans van bewust dat onrechtvaardigheid een negatieve impact kan hebben op de motivatie van hun medewerkers, maar vergeten vaak dat het ook de integriteit van de medewerkers negatief kan beïnvloeden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat als medewerkers vinden dat hun organisatie niet fair omgaat met personeelsleden, dit de kans vergroot dat ze zelf integriteitsschendingen zullen begaan.

Audit is geen vies woord

Het beheren van de individuele dossiers is echter onvoldoende. Er moet een grondige analyse gebeuren van hoe een en ander fout is kunnen gaan en of er elders in de politieorganisatie geen gelijkaardige risico's bestaan. Zijn de besluitvormingsprocessen duidelijk genoeg? Is systematisch nagegaan of die processen voldoende weerbaar zijn tegen integriteitsrisico's? Zijn er voldoende controlemechanismen en functioneren die?

Voor het beantwoorden van deze vragen is de jongste jaren in de wetenschappelijke wereld een grote expertise ontwikkeld inzake risicoanalyses, audittechnieken enz. Binnen de politie wordt nog te weinig gebruikgemaakt van die kennis. Dat heeft deels te maken met een gebrekkige auditcapaciteit binnen de politie, maar deels ook met het feit dat deze technieken nog te weinig bekend zijn. Audit wordt nog te vaak verward met inspectie en dus met mogelijke schandalen. Dit is volkomen onterecht, want audit heeft een totaal andere functie en filosofie. Een goede audit heeft vooral een preventieve werking en kan de organisatie net beschermen tegen toekomstige problemen en schandalen.

In de derde plaats moet helderheid gebracht worden in de structuur van de controle op de politiediensten. Er is een waterval van verschillende actoren (onder meer intern toezicht, algemene inspectie, Comité P), maar de taakverdeling tussen die actoren is onduidelijk, wat voor spanningen zorgt op het terrein.

Daaraan gekoppeld zou men meteen ook een goede klokkenluidersregeling moeten uitwerken. Een politieambtenaar die een ernstige onregelmatigheid van een collega vaststelt wordt officieel aangemoedigd om dit te melden en er zijn ook heel wat instanties bij wie zo een melding mogelijk is, maar er blijft veel onduidelijk. Wat is de volledige lijst met instanties tot wie hij zich kan richten? Kan hij kiezen tot wie hij zich richt of is er een bepaalde volgorde? En belangrijk: geniet de klokkenluider bescherming? Is er een herstelregeling voor mensen die valselijk beschuldigd worden?

Misschien minder tastbaar dan de vorige drie punten maar minstens even belangrijk is de behoefte aan een stimulerend en ondersteunend integriteitsbeleid. Integriteit gaat immers niet alleen over het vermijden van manifeste integriteitsschendingen, genre fraude of corruptie. Een goed integriteitsbeleid moet ook politieambtenaren ondersteunen bij het omgaan met ethische dilemma's: waardenconflicten waarbij niet noodzakelijk een wet overtreden wordt en waarbij het niet altijd duidelijk is wat de juiste keuze is. Bijvoorbeeld: men verwacht van politieambtenaren dat ze burgers klantvriendelijk behandelen, met respect voor hun specifieke omstandigheden. Maar wat doet men als die klantgerichte aanpak botst met algemene principes van gelijke behandeling en legaliteit? Wat doe je als wijkagent als een burger je een klein geschenk aanbiedt uit oprechte dankbaarheid en je weet dat je die burger zult beledigen als je dat geschenk niet zult aanvaarden?

Ervaringen uit het buitenland en uit andere organisaties leren dat er een ruim arsenaal bestaat aan instrumenten - ethisch leiderschap, codes, dilemmatrainingen, coaching, mentorship... - om politieambtenaren te ondersteunen in het omgaan met dit soort dilemma's. Binnen de Belgische politie worden hierin de eerste stappen gezet, maar nog onvoldoende en zonder een globale visie. Die instrumenten bieden trouwens niet alleen ondersteuning aan individuele politieambtenaren, ze kunnen ook een belangrijke rol spelen in het integratieproces binnen de geïntegreerde politie, dat zeker nog niet voltooid is.

De crisis creëert dus een 'window of opportunity' voor verandering, maar de ervaring leert dat als het niet gebruikt wordt, het 'window' zich snel kan sluiten. Dan is het vaak wachten op een nieuwe crisis voordat verandering opnieuw mogelijk zal zijn. Dat zo'n verandering mogelijk is, werd in 2003 aangetoond naar aanleiding van de Visacrisis in Antwerpen (toen topambtenaren en politici beschuldigd werden van ongeoorloofd gebruik van hun kredietkaart). De crisis zorgde voor heel wat initiatieven inzake integriteitsbeleid op zowel lokaal, Vlaams als federaal niveau. De situatie is daar zeker nog niet perfect, maar er werd wel een basis gelegd voor een systematisch integriteitsbeleid.

Bij de politie moet men niet van nul beginnen. Er is een deontologische code voor de politiediensten, er liggen concrete voorstellen op tafel en de embryonale structuren (met onder meer een deontologische commissie) zijn er. Wat we nu nodig hebben is politiek en ambtelijk leiderschap om al deze elementen samen te voegen in een globaal integriteitsbeleid voor de Belgische politie, met respect voor de autonomie van de lokale politie. Laten we hopen dat dit er komt voor het 'window' zich opnieuw sluit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234