Donderdag 18/07/2019

FC Dender met brandende kaarsen naar eerste klasse

Boeren, roepen de supporters van de tegenpartij. Boeren Kampioen, antwoorden de tifosi van FC Dender. Ietwat voorbarig, maar het moet al aardig lopen wil FC Dender de promotie naar eerste klasse mankeren. Wat heeft een provincieclub met een krap budget, een miezerig stadion en weinig supporters in de Jupiler League te zoeken? De scepsis is aan FC Dender niet besteed. Wat in Westerlo kan, kan in Denderleeuw ook. Zelfs de burgemeester en oud-voorzitter van stadsrivaal Standaard gelooft erin. Voetbal moet Denderleeuw op de kaart zetten en de kwalijke geur van Rendac doen vergeten.

Door Erik Raspoet

Vorige zondag werd in het Florent Beeckmanstadion in Denderleeuw het wetenschappelijke bewijs geleverd: van spanning krijgt een mens dorst. De thuissupporters mochten juichen toen de match werd afgefloten. De bezoekers uit Eupen werden met 2-0 ingeblikt, de zoveelste overwinning in een wonderseizoen. FC Dender, pas gepromoveerd naar tweede, staat al vanaf de eerste speeldag onafgebroken aan de leiding in deze hard bevochten competitie. De titel wenkte na de winst tegen Eupen. Als KV Mechelen op Lommel punten verloor, dan kon nog diezelfde avond de promotie naar eerste klasse worden gevierd. Nagelbijtend trokken zowat tweeduizend supporters naar de kantine om dat historische moment af te wachten. De match van rivaal Mechelen was anderhalf uur later gestart en kende een ongemeen spannend verloop. Tot de 84ste minuut, bij een stand van 3-3, waanden die van Denderleeuw zich kampioen. Toen greep de Lommelse keeper naast de bal en klonk in het Florent Beeckmanstadion een collectieve vloek. Zestig lege biervaten bleven achter als stille getuigen van een geaborteerde kampioenenviering.

Donderdagavond is de kater al verteerd. Waarom ook wanhopen? Met nog twee wedstrijden te gaan en een kloof van vier punten heeft FC Dender alle troeven in handen. Twee punten pakken en de titel is binnen, het geringste puntenverlies van Mechelen leidt in alle scenario's tot hetzelfde resultaat. De eerste ploeg traint op het oefenveld, onder de liefkozende blikken van een dertigtal supporters. Schippers aan wal, trainers aan de zijlijn. Geen gekraakt schot, geen slechte balcontrole, of ze hebben het gezien.

Terwijl de spelers driehoekjes en andere geometrische patronen op het veld uittekenen, worden aan de zijlijn de kansen gewikt en gewogen. Uit tegen Dessel, het wordt geen gemakkelijke verplaatsing. Cadeaus moeten ze zeker niet verwachten, want de tegenstander vecht nog tegen degradatie. Het schrikbeeld van alle supporters: een scenario waarin de titel pas op de laatste speeldag kan worden binnengehaald. Thuis tegen de gebuisde titelpretendent Antwerp, het blijft een risicomatch in alle betekenissen van het woord. "Zo spannend hoeft het nu ook weer niet te worden", zegt secretaris Georges Vanderputten. "De stress is al erg genoeg."

Hoe dan ook, de supporters van Antwerp zullen verbale munitie meebrengen. "Boeren! Boeren!", bij Dender zijn ze de spreekkoren al gewoon. "Boeren Kampioen!", antwoorden ze dan. In feite is de belediging niet goed gekozen. Denderleeuw is geen rurale gemeente maar een dichtbevolkt arbeidersbastion. Geen boeren dus, maar de vraag blijft: wat heeft een provinciaal clubje als FC Dender in de Jupiler Liga te zoeken?

De club teert op een schamel budget van 1.2 miljoen euro en lokt gemiddeld 2.000 toeschouwers naar een stadion dat op één tribune na totaal ongeschikt is voor eerste klasse. De visvijver voor sponsoring is beperkt. Denderleeuw, een gemeente van 17.000 inwoners, heeft weinig bedrijven en geen industriezone. De Denderstreek geldt bovendien als de achtertuin van Anderlecht, dat hier duizenden abonnementen slijt. Dendervoorzitter Patrick De Doncker laat zich niet op stang jagen. "Kijk maar naar Westerlo", zegt de groothandelaar in bouwmaterialen. "Ook een kleine club uit een kleine gemeente. Toch draaien ze al jaren mee in de subtop van eerste klasse. We hebben één groot voordeel: de promotie komt niet uit de lucht vallen. Natuurlijk hadden we dit nooit verwacht. Als pas gepromoveerde club hadden we onze ambities getemperd. Als we de lucratieve eindronde voor het tweede promotieticket haalden, was ons seizoen al geslaagd. Maar kijk: we begonnen met een uitzege op Oostende, en we bleven winnen, week na week. Na dertig punten hadden we de eerste periodetitel voor de eindronde al binnen. Het seizoen was dan al geslaagd, maar het bleef maar duren. Na de heenronde stonden we met 40 punten los op kop. Toen zijn we wakker geschoten. Alle hens aan dek, want het zou weleens kunnen dat we kampioen spelen."

Het budget moet maal drie, onder meer om de spelerskern te versterken. Een miljoen euro van televisierechten, de rest moet van extra sponsors komen. Het aantal toeschouwers voor thuismatchen moet dan weer naar 5.000 stijgen. "Een haalbare kaart", voorspelt De Doncker. "Toppers zoals Anderlecht en Brugge lokken vanzelf een vol huis. Een paar keer 8.000 man, dat krikt het gemiddelde op." Ook de plannen voor het nieuwe stadion liggen klaar. Geïnspireerd op het Kuipke in Westerlo, al mogen we dat niet schrijven van de architect, die toevallig ook bestuurslid van de club is. Tweeënhalf miljoen moet de nieuwbouw kosten, ook de gemeente zal diep in haar portefeuille tasten.

De Doncker kent wat van schaalvergroting in het voetbal. Tot 2001 was hij voorzitter van Eendracht Hekelgem, een concurrent van FC Denderleeuw in tweede klasse. Een dorp van 4.000 is geen leefbare habitat voor een semiprofploeg. Dat besef lag aan de basis van de fusie die in 2002 tot de oprichting van FC Dender EH leidde. Drie jaar later werd ook derdeklasser Verbroedering Denderhoutem opgeslorpt, zodat de club momenteel een accordeonnaam draagt. FCV Dender EH, daar zullen ze in Europa niet van terug hebben als Dender ooit in de Champions League speelt.

"Ik heb uit al die fusies iets geleerd", zegt De Doncker. "Een fusie is geen fusie, maar een sanering waarin een van de partners verdwijnt. In Hekelgem zijn ze met een eigen club in vierde provinciale herbegonnen, in Denderhoutem herkennen ze zich niet in de fusieclub. Zo is voetbal in Vlaanderen. Lokaal verankerd, zoals de kerktoren. Ik hoor dat Beveren en Lokeren ook praten over een fusie. Ze kunnen daar maar beter goed over nadenken."

Sp.a-burgemeester Georges Couck (62) kan meespreken over voetbalfusies. 1994, hij was ook toen burgemeester, moest het jaar van de grote doorbraak worden. Na decennia van bittere rivaliteit zouden FC Denderleeuw en Standaard Denderleeuw samensmelten. Die rivaliteit was niet alleen sportief maar ook politiek geladen. FC was blauw-zwart en katholiek, Standaard rood en socialistisch. "Dat zat diep", zegt Couck, die voor zijn eerste mandaat als burgemeester voorzitter van Standaard was. "Supporters van FC zetten nooit een voet in een lokaal van Standaard, en vice versa. Bij derby's hing er elektriciteit in de lucht, dat was vechten op leven en dood. En zeggen dat die tweedracht gezaaid werd door mijn voorganger, SP-burgemeester en volksvertegenwoordiger Armand De Pelsmaeker. Hij was keeper van Standaard, de enige club die de Tweede Wereldoorlog had overleefd. Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1952 poseerde hij in zijn keepersplunje. Weet je wat zijn slogan was? 'Zoals ik u in het doel heb verdedigd, zo zal ik u in het gemeentehuis verdedigen.' Dat konden katholieke spelers niet pikken. Ze zijn eruit getrokken en hebben FC heropgericht."

Met succes. Terwijl Standaard anno 1994 in vierde provinciale aanmodderde, was FC al naar derde nationale opgerukt. Het niveauverschil belette Standaard overigens niet het voorzitterschap van de op te richten fusieclub te claimen. Gevolg: de fusie werd afgeblazen, tot grote ergernis van Georges Couck, die de mislukking als oorzaak van zijn verkiezingsnederlaag in 1994 ziet. "Heeft me drie zetels gekost", moppert de gepensioneerde leraar. Twaalf jaar lang heeft hij in de oppositie gezeten, twaalf jaar lang is hij in Denderleeuw niet naar het voetbal gaan kijken. Sinds oktober zit hij weer op zijn vertrouwde burgemeestersstoel. En wat wil de ironie van de geschiedenis: dat hij als gewezen Standaardvoorzitter, een titel die hij destijds van vader op zoon erfde, de promotie van FC naar eerste klasse moet helpen te verwezenlijken. "Ik blijf zondag gewoon thuis", zegt hij. "Een FC-supporter zal ik nooit worden, maar als burgemeester ben ik wel blij met de promotie. Voetbal heeft Westerlo op de kaart gezet. Ik hoop dat hier hetzelfde zal gebeuren. Ons imago kan wel een facelift gebruiken. Want waar kennen de mensen Denderleeuw van? Van het NMBS-station en van Rendac, het vilbeluik. We komen alleen in het nieuws als er ergens vogelpest of een dioxinecrisis uitbreekt. Dankzij het voetbal kan dat veranderen. We kunnen wat toerisme goed gebruiken. Het is hier prachtig fietsen langs de Dender."

Niet iedereen in Denderleeuw is even enthousiast. Het niet voetbalgekke deel van de bevolking vreest voor overlast. Parkeerproblemen, wildplassende hooligans. En wie gaat dat betalen? Denderleeuw is beslist niet de rijkste gemeente van Vlaanderen. "De opcentiemen gaan niet omhoog", sust burgemeester Couck. "We gaan het stadion financieren door andere accenten te leggen binnen de begroting." Ook in buurgemeente Haaltert, die met Denderleeuw een politiezone vormt, wordt gemord. Dat ze niet willen opdraaien voor de kosten van de ordehandhaving. Burgemeester Couck zucht. "Er komt veel kijken bij zo'n eersteklasser."

Toeristen in Denderleeuw, ze kunnen maar beter een gps meenemen. Deze door spoorlijnen dooraderde stad is een onontwarbare verkeerskluwen. Gelukkig hebben we een goede gids om ons naar het Florent Beeckmanstadion te leiden. Simone Van Damme, weduwe van FC-stichter Florent Beeckman. Bij de inauguratie tien jaar geleden was er een polemiek over de naamkeuze. Het stadion ligt immers in het gemeentelijke sportpark dat genoemd is naar... Armand De Pelsmaeker. Het monument van de oud-burgemeester en Standaardkeeper wordt binnenkort ontmanteld om plaats te maken voor het nieuwe FC-stadion. Simone, een kranige 84-jarige die nog altijd de koffiemachine in de kantine bedient, is goed geplaatst om de symboliek van deze ingreep te duiden. "Standaard en FC, dat was kat en hond", zegt ze. "Ik deed thuis altijd een kaars branden als we tegen Standaard speelden. Dat hielp niet altijd, we hebben vaak op onze donder gekregen."

Ze was niet de enige die de hulp van de Allerhoogste afsmeekte voor de goede afloop van een derby, zo vernemen we in clublokaal De Welkom. In de Fonteinstraat en de Kiekenborrestraat, bakermat van FC, flakkerden raam na raam kaarsen. Het kost Rudy en Ronny Raspoet weinig moeite om het feeërieke beeld op te roepen. De twee broers zijn opgegroeid in 't Fonteintje, de voorloper van De Welkom. Vader Rie Raspoet was een FC-man van het eerste uur. "Hij heeft alle jobs gedaan", zegt Rudy. "Speler, trainer, afgevaardigde, ondervoorzitter, terreinverzorger, kantinehouder. Als de club krap bij kas zat, tastte hij in de schuif van zijn café om de spelers te betalen, tot afgrijzen van ons moeder."

Een van de meer tot de verbeelding sprekend taken was het schilderen van ballen. "Geplastificeerde ballen waren nog peperduur in die tijd", vertelt Ronny. "De club kon zich alleen lederen ballen veroorloven. Vader schilderde ze wit, dat stond chic." De ene anekdote lokt de andere uit. De geschilderde ballen brengt Alphonse Mavoka in beeld, de allereerste zwarte speler die in de Denderstreek werd waargenomen. "Toen hij kwam testen had vader pas een paar ballen geschilderd", zegt Rudy, zelf lange tijd ploegverzorger van FC. "En wat deden de andere spelers? Ze namen natuurlijk die vers geschilderde ballen om het kopspel van Alphonse te testen. Na de test was zijn kroeshaar helemaal wit. Het waren de jaren zestig, we speelden in dorpen waar ze nog nooit een zwarte hadden gezien. Is dat zwart wel echt, kwamen de mensen ons vragen."

Verhalen uit de oude doos van een familieclub die steeds meer de professionele toer opgaat. "Respect voor het huidige bestuur", zegt Ronny, gewezen jeugdtrainer van FC. "Maar zonder pioniers zoals ons vader zouden we nooit zover zijn. Het bestuur is altijd heel dynamisch geweest. FC was in deze streek de eerste ploeg die bierfeesten organiseerde om de kas te spijzen. Will Tura is hier elf keer komen zingen, op een keer hebben ze zelfs Engelbert Humperdinck gestrikt." Uiteraard hebben Rudy en Ronny al een plaats op de supportersbus gereserveerd. Voor Simone is de trip naar Dessel te zwaar. "Maar ik doe tijdens de match een kaars branden", zegt ze. "Dat doe ik bij alle verplaatsingen."

Ons imago kan wel een facelift gebruiken. Want waar kennen de mensen Denderleeuw van? Van het NMBS-station en van Rendac, het vilbeluik. We komen alleen in het nieuws als er ergens vogelpest of een dioxinecrisis uitbreektPatrick De Doncker, Dendervoorzitter: We bleven winnen, week na week. Toen zijn we wakker geschoten. Alle hens aan dek, want het zou weleens kunnen dat we kampioen spelen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden