Donderdag 23/05/2019

Van hier en ginder

Fatma Taspinar: "Kansen vergroten en doorzetten: zo heb ik het altijd opgelost"

Fatma Taspinar: 'Ik voel me thuis in Lier. Misschien trouw ik ooit wel op het witte brugje in het park.' Beeld Thomas Legreve

Hoe bepalend is migratie voor je leven in Vlaanderen? Clara van den Broek, dochter van een Vlaamse vader en een Algerijnse moeder, praat met vrouwen en mannen die het kunnen weten.

Het eerste gesprek in deze reeks voerde ik met Laïla Ben Allal, een journaliste met Marokkaanse roots. Het laatste gesprek is weer met een journaliste, Fatma Taspinar, van Turkse afkomst. Beide vrouwen zijn kinderen van geïmmigreerde 'gastarbeiders'. Beide vallen op door hun brains, verzorgde looks en assertiviteit. Laïla werd geboren in Marokko en legde in het gesprek een pak onrechtvaardigheden bloot. Fatma zag in België het levenslicht en omzeilde discriminatie met onverschrokken doorzettingsvermogen. "Mijn zus Birsen, geboren in Turkije, is ook gevoeliger voor alle discriminatie die er heerst. Ik ga er makkelijker aan voorbij."

Laïla Ben Allal verklaarde dat het voor 'allochtonen' moelijker is om aan de slag te raken bij de VRT. Hoe verliep dat voor jou?

Fatma Taspinar: "Ik ben niet via een diversiteitsstage begonnen, maar via een vrijwillige stage tijdens mijn studies journalistiek. Ik moest lang wachten op een vast contract, maar dat was toeval, dat kwam niet door mijn afkomst. Nu werk ik als radioverslaggeefster."

"Ik heb veel geluk met mijn baas, Griet De Craen. Zij weet ongelooflijk goed hoe ze haar mensen moet aanpakken en motiveren. Ik doe momenteel veel verslaggeving over Turkije, omdat ik de taal spreek. Maar dat moet niet per se van De Craen. Ik ga Turkije stilaan afronden. Het is goed geweest. Turkije is nu ook niet hét land voor mij, en het is zo moeilijk daar. Het is mijn droom gerechtsverslaggeving te doen, ik studeerde eerst criminologie."

Voel je je een Belgische of een Turkse journaliste als je in Turkije aan het werk bent?

"Een Belgische. Ze zien mij daar wel als een Turkse, maar ik spreek toch met een zwaar accent, vrees ik. Ze vragen me: 'Waar heb je zo mooi Turks geleerd?' (lacht) Nochtans sprak ik als kind eerst Turks. Het Nederlands kwam pas op school. Maar ik ken de sociale regels daar goed en dat helpt bij mijn werk. Ik weet bijvoorbeeld dat je een man die je niet kent 'nonkel' noemt. Sociale regels hebben me altijd geïnteresseerd en zijn belangrijk voor een journalist. Je moet respect hebben voor het gebied waar je bent, ook hier."

Vanuit België kijken we vaak met verbazing of onbegrip naar Erdogans beleid. Heb jij daar meer voeling mee?

"Ik benader zijn beleid vanuit mijn werk als journalist en laat me er bijgevolg niet over uit. Maar ik begrijp wel dat Erdogan in het begin van zijn ambtsperiode goede dingen heeft gedaan en sterk leiderschap heeft getoond. Daar zijn Turken gevoelig voor, want ze zijn erg nationalistisch."

"Hij brengt bovendien een inclusieve boodschap voor de westerse Turken. In een tijd waarin zij door de sfeer rond de moslimterreur onder druk staan, voelt dat voor hen goed aan. Ik heb een neefje van acht jaar dat half Belgisch en half Turks is. Na de aanslagen in Parijs wilde hij niet naar school, want hij was bang dat het weer over de islam zou gaan. Zijn familienaam is Taspinar en hij is dol op zijn papa. Hij wil het Turks-zijn graag integreren in zijn identiteit, maar dat is moeilijk voor hem."

Fatma Taspinar. Beeld Thomas Legreve

"In een vriendschapsboek schreef hij als antwoord op de vraag 'Wat wil je later worden?': 'een normale Turk'. Dat deed me denken aan mijn kindertijd. Ik wilde ook gewoon normaal zijn. Maar nu is dat nog lastiger. Toen was het alleen het Turks-zijn wat anders en moeilijk was, nu is het ook het moslim-zijn. Toen die Marokkaanse jongen uit Genk was gestorven en er zulke haatdragende boodschappen waren op de sociale media, heeft mijn broer een gespreksavond met de kleinkinderen gehouden. Wij moeten aan hen uitleggen dat niet alle Belgen zo zijn."

Heeft je gevoeligheid voor sociale regels te maken met je migratieachtergrond, met het feit dat je van kindsbeen twee contexten kende?

"Het is mijn natuur, ik heb dat van mijn vader. Hij is een sociaal wonder. Maar het is zeker versterkt door die migratieachtergrond. Thuis was alles anders dan in mijn ruimere omgeving. Ik ging naar een school met veel middenklassekinderen. Ik was de enige uit een arbeidersgezin, een van de weinige 'allochtonen' in het ASO."

"Ik heb er alles aan gedaan om de kloof tussen mij en de anderen zo klein mogelijk te maken, ook al moest ik ervoor liegen en bedriegen. Zo was er aan het begin van het schooljaar altijd het nachtmerriemoment waarop je jezelf moest voorstellen: welk beroep je vader deed, wat je vakantiebestemming was geweest, enzovoort. Dan zei ik dat we thuis met vier kinderen waren, terwijl we eigenlijk met zes zijn. Ik was altijd blij als dat moment voorbij was."

Ben je gediscrimineerd?

"Niet openlijk. Maar één keer wel. Ik volgde Latijn, maar was in het tweede middelbaar gezakt voor wiskunde. De leerkracht verwees me door naar TSO of BSO, hamerde daar zelfs op. Mijn vader had een tolk mee op het oudercontact. Hij was geneigd het advies te volgen. Voor hem heeft een leraar veel aanzien, net zoals een dokter of een soldaat. Maar mijn oudere zus en broer zeiden dat ik moest dubbelen, zodat ik in het ASO zou blijven. Dat heeft me gered, zo heb ik universiteit kunnen doen."

"Waar ik nu sta, bewijst dat ik er genoeg capaciteiten voor had. Ik was vooral bezig met taal, las vijf boeken per week. Ik heb altijd een goed taalgevoel gehad. Van mijn thesis voor criminologie werd gezegd dat ze een plezier was om te lezen. Tot nu verbeter ik met plezier eindwerken. Die taalgevoeligheid bracht me bij de journalistiek. De sociale gevoeligheid bij de criminologie."

Je verhaal doet me denken aan dat van Fikry El Azzouzi, Vlaamse schrijver met Marokkaanse roots. Die werd ook doorverwezen naar het BSO. Zijn ouders volgden het advies wel op, omdat ze de context niet goed kenden.

"Ik probeer vooral mijn kansen te vergroten, af te dwingen, en door te zetten. 'Een nee heb je, een ja kun je krijgen' is mijn motto. In de lagere school al stapte ik op kinderen af om te vragen of ik naar het verjaardagsfeestje mocht komen waar ik als allochtoon niet op was uitgenodigd. Zo heb ik het altijd opgelost. Ik ben niet bang. Vandaag helpt die houding me bij mijn werk. Ministers opbellen is geen probleem. Turken staan ook bekend om hun werkdrift: er zijn veel Turkse ondernemers in België. Ik ben heel zelfstandig. Mijn moeder is ook erg moedig en ondernemend."

Hebben je ouders heimwee naar Turkije?

"Vooral mijn vader. Mijn broer is geëmigreerd naar Dubaï. Zijn gezin heeft zich iets later bij hem gevoegd. Toen heeft mijn vader gehuild, omdat hij zijn eigen migratiemoment herbeleefde en de gezinshereniging met mijn moeder en de drie in Turkije geboren kinderen. In de streek waar hij vandaan komt, het onherbergzame berggebied in het noordoosten, was er niets. Zijn vader en broertje zijn gestorven aan een blindedarmontsteking. Hij wilde dat zijn kinderen een beter leven tegemoetgingen en liet zijn vier zussen, het graf van zijn ouders, zijn hond en zijn paarden achter."

"Hij werkte eerst in een kippenfabriek in Gent, en daarna bij de verpakkingsfabrikant Van Leer in Lier. Nu zegt hij soms nog dat hij de ziel van zijn hond ziet rondwaren als een hond hem heeft aangekeken. Hij krijgt tranen in de ogen als hij muziek hoort die hem aan zijn thuisstreek doet denken. Ik kan niet spreken over migratie in het algemeen. Voor mij is het emotioneel: de migratie van mijn ouders. Als ik vluchtelingen zie, word ik erg geraakt omdat ik me voorstel wat ze hebben moeten achterlaten. Dat zit vaak in kleine dingen, die zo veel pijn doen."

Gaan je ouders ooit terug?

"Dat hebben ze altijd gezegd, maar ze hebben hier zes kinderen en negen kleinkinderen. Ze kunnen dus niet meer terug. Mijn moeder zegt dat ze thuis is waar haar kinderen zijn. Ze zijn hier gelukkig, er zijn ook veel Turken uit dezelfde streek in Lier. Ze willen wel graag bij hun ouders in Turkije begraven worden."

Waar voel jij je thuis?

"Hier, in Lier. Ik ben hier geboren en getogen, hier voel ik me veilig en geborgen. Ik ken het hier zo goed. Ik hou van de verzorgde, esthetische architectuur. Sommigen vinden Lier wat kneuterig, maar ik vind het tof, mooi en groen. Misschien trouw ik ooit wel op het witte brugje in het park. Ik wil graag hier begraven worden, al moet ik daar wellicht nog een discussie over voeren met mijn ouders. (lacht)"

Het valt op hoe verbonden je je voelt met je ouders, broers en zussen.

"We zijn erg aan elkaar gehecht. En we hebben het allemaal willen waarmaken, uit dankbaarheid tegenover onze ouders. Ik heb mijn studies zelf betaald met weekendwerk. Als ik had gefaald, dan was het op mijn kosten geweest. Ik wil mijn ouders niet tot last zijn, zij hebben het moeilijk genoeg gehad. Ik wil dat ze trots zijn, geen spijt hebben van hun migratie."

"Mijn moeder heeft veel opgeofferd voor haar kinderen. Ze kon niet studeren, leerde niet autorijden, wat zo goed had gepast bij haar onafhankelijke natuur. Ik ben mijn ouders ongelooflijk dankbaar."

Fatma Taspinar. Beeld Thomas Legreve
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.