Zondag 25/07/2021

AchtergrondArcheologie

Fatale poolexpeditie was wereldnieuws in 1845. Nu wordt dood 129 bemanningsleden eindelijk onderzocht

François Etienne Musin: HMS Erebus in the Ice (1846). Beeld Alamy Stock Photo
François Etienne Musin: HMS Erebus in the Ice (1846).Beeld Alamy Stock Photo

De poolexpeditie van de Britse admiraal Sir John Franklin in 1845 eindigde in kannibalisme en de dood van de 129 bemanningsleden. Onderwaterarcheologen gaan volgende maand het scheepswrak in om meer te leren.

Op het beeldscherm verscheen een schip. Op dat moment wist onderwaterarcheoloog Ryan Harris: dit is het. Na een zoektocht van honderden, duizenden zeemijlen door het uitgestrekte Canadese poolgebied, na vier Arctische zomers onafgebroken turen naar de sonar, had Harris de HMS Erebus gevonden, een van de schepen van de verdwenen Britse admiraal en poolreiziger Sir John Franklin (1786 – 1847).

‘Een paar dagen later heb ik met een collega de eerste archeologische duik naar het wrak gemaakt’, vertelt Harris telefonisch vanuit Ottawa. ‘Een enorm voorrecht. De vondst van het wrak en die eerste duik waren het meest overweldigende moment uit mijn loopbaan als archeoloog. Franklin heeft in de Canadese en Britse geschiedenis een bijna mythische status. Boeken, onderzoek, literatuur, folksongs, een recente dramaserie – onze cultuur is ermee doordrenkt.’

Harris maakt zich op voor zijn tiende expeditie naar het poolgebied rond King William Island, op 69 graden noorderbreedte in de provincie Nunavut. Na de vondst van Erebus in 2014 trof hij met zijn team in 2016 de restanten van Terror. Als corona geen roet in het eten gooit, gaat hij in de loop van de maand juli in het wrak van HMS Erebus op zoek naar voorwerpen die meer vertellen over het lot van de verdwenen Franklinexpeditie.

Kannibalisme

Admiraal Sir John Franklin vertrok in 1845 vanuit Groot-Brittannië naar het Canadese poolgebied met twee missies: onderzoeken en ontdekken. Hoog boven de poolcirkel, niet ver van de magnetische noordpool, zou hij metingen doen aan het aardmagnetische veld, destijds een belangrijk onderwerp voor de Britse marine. Hij zou bovendien op zoek gaan naar de Noordwestelijke Doorvaart, de mogelijke zeeverbinding tussen de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan, via de Canadese noordkust.

De expeditie eindigde in een tragedie. De schepen raakten vast in het ijs en konden zelfs na twee winters niet ontsnappen. De bemanning kwijnde weg aan kou, uitputting, tuberculose en scheurbuik en mogelijk ook aan loodvergiftiging, veroorzaakt door de slechte kwaliteit van de conservenblikken aan boord. In het voorjaar van 1848 besloten ze de schepen te verlaten voor een overlevingstocht naar het zuiden. Onderweg bezweek het ene na het andere bemanningslid aan honger en ellende. De laatste overlevenden van de expeditie vervielen tot kannibalisme, tot ook zij uiteindelijk stierven. Alle 129 bemanningsleden kwamen om het leven.

‘De verdwijning van Franklin was destijds wereldnieuws. Het was een verhaal dat enorm tot de verbeelding sprak en nog steeds spreekt, trouwens. Twee schepen zeilen langs Groenland het poolgebied binnen waarna ze spoorloos verdwijnen’, vertelt Harris.

Sir John Franklin. Beeld Bettmann Archive
Sir John Franklin.Beeld Bettmann Archive

Aanvankelijk waren er weinig zorgen over de expeditie: Erebus en Terror waren moderne, goed uitgeruste schepen en de expeditie had voor drie jaar eten aan boord – met rantsoenering waarschijnlijk voldoende voor vijf jaar. De schepen konden dus wel even wegblijven. Rond 1848 begon de Admiraliteit in Londen zich toch zorgen te maken. Daartoe aangezet door Franklins echtgenote Lady Jane Franklin stuurde de Royal Navy drie reddingsexpedities: een langs de westkant, via de Beringstraat, een langs de oostkant, langs Groenland via de Straat van Davis, en een landexpeditie, via rivieren die uitkomen in het Arctisch gebied.

In de daaropvolgende jaren reisden meer dan 25 expedities naar het poolgebied, eerst op zoek naar overlevenden, later op zoek naar aanwijzingen over het lot van Erebus en Terror. Een aantal reddingsexpedities overwinterde ook in het gebied en verschillende zoekschepen gingen verloren.

Tijdens een van die zoektochten in 1859 vonden zeelieden verborgen in een stapel stenen aan de noordkust van King William Island een metalen buis met daarin een briefje met twee korte berichten van Franklins expeditie, de zogenoemde Victory Point Note. De eerste boodschap was uit 1847: de schepen hadden overwinterd op 74 graden noorderbreedte en alles was goed.

Zoekexpedities

Het tweede bericht, gedateerd 25 april 1848, vertelt een ander verhaal: Franklin was dood, net als 23 andere bemanningsleden. De overgebleven mannen hadden hun schepen verlaten en probeerden te voet de bewoonde wereld te bereiken. Het is het enige schriftelijke bewijs over het lot van de expeditie. Zoekexpedities spraken nog wel met Inuit die vertelden dat ze elders op King William Island overblijfselen van een kampement hadden aangetroffen. In de tenten lagen omgekomen expeditieleden en – onthutsend – in de kookpotten hadden ze menselijke resten gevonden.

Dat bericht zorgde in Victoriaans Engeland voor ongeloof, gevolgd door verontwaardiging. De Inuit zouden liegen. Misschien hadden ze de expeditieleden wel zelf omgebracht. Archeologisch onderzoek in de jaren tachtig van de vorige eeuw bevestigde het kannibalisme. In de buurt van een voormalig kamp werden honderden menselijke botresten aangetroffen, waarvan een deel met onmiskenbare snijsporen.

Harris hoopt met het onderzoek in en rond de twee schepen meer aanwijzingen te vinden over het verloop van de expeditie. ‘In de Victory Point Note staat dat de schepen zijn verlaten op een andere locatie dan waar we ze hebben teruggevonden. Dat roept natuurlijk vragen op. Zijn ze meegevoerd door het ijs? Zijn er misschien bemanningsleden teruggegaan om de schepen los te krijgen?’

Daguerreotype

Sinds de eerste archeologische duik in 2014 hebben Harris en zijn collega’s van Parks Canada honderden objecten van de expeditie boven water gehaald, variërend van bestek en serviesgoed tot wetenschappelijke instrumenten en onderdelen van een accordeon. ‘Tussen het sediment in het schip vonden we ook een tandenborstel en een kam met twaalf haren erin’, vertelt Harris.

Hij legt uit dat in het Arctische zeewater organisch materiaal – menselijk weefsel, maar ook textiel en papier – goed bewaard blijven. ‘In een lade vonden we de epauletten van een luitenant 3de klasse en we hebben zelfs koffiebonen gevonden. Het is niet ondenkbaar dat we geconserveerde papieren terugvinden. Wetenschappelijke aantekeningen of scheepsjournaals of dagboeken. Franklin had als een van de eerste ontdekkingsreizigers een daguerreotype bij zich, een primitief soort fotocamera. Stel je voor dat we daarvan de fotografische platen vinden.’

null Beeld

Harris benadrukt dat hij als archeoloog niet op zoek is naar specifieke objecten. ‘Het is onze rol om te zoeken naar antwoorden op specifieke vragen. De spullen die we daarbij vinden moeten ons helpen. Uiteindelijk proberen we te achterhalen wat er is gebeurd met de expeditie en in welke volgorde.’

Bij het onderzoek werkt overheidsorganisatie Parks Canada nauw samen met lokale Inuit. De wraklocaties van Erebus en Terror zijn gezamenlijk eigendom van Inuit en de Canadese regering. ‘Ons werk steunt in belangrijke mate op de mondelinge overlevering van Inuit. Op basis van verhalen over waar de schepen waren gezien, konden we het zoekgebied afbakenen tot een gebied van ongeveer 800 vierkante kilometer’, zegt Harris.

‘Het Canadese poolgebied strekt zich uit over zes tijdzones en miljoenen vierkante kilometers. Ik denk dat de meeste Europeanen geen idee hebben van de afmetingen, maar je hebt het over een zoektocht naar een speld in een enorme, gigantische hooiberg. De getuigenissen van Inuit, opgetekend in de 19de eeuw, bleken heel betrouwbaar. Daardoor konden we de omgeving waar we zochten inperken en uiteindelijk lag Erebus precies in het midden van dat gebied.’

Onderzoek in het Arctisch gebied is de laatste jaren makkelijker geworden omdat door klimaatverandering steeds meer zee-ijs verdwijnt. Waar Franklin twee zomers vastzat in het ijs, konden Harris en zijn collega’s de afgelopen tien jaar ieder jaar uitvaren voor veldwerk. Alleen in 2020 werd het onderzoek afgeblazen wegens corona.

Edwin Landseer: Man Proposes, God Disposes (1864) Beeld Alamy
Edwin Landseer: Man Proposes, God Disposes (1864)Beeld Alamy

‘Ondanks de klimaatverandering kan het van jaar tot jaar verschillen hoe lang het veldwerkseizoen is. De ene keer hebben we zes weken, de andere keer is het na één week alweer voorbij. De toestand van het ijs verschilt ook van plek tot plek. We weten nu dat de locatie waar Franklin overwinterde een flessenhals is waar zich, ook nu nog, veel ijs verzamelt.

‘Hoe zal ik het zeggen? Ons team doet onderzoek in heel Canada, dus we zijn wel gewend aan een logistieke uitdaging, maar het duurt alleen al twee dagen om alle mensen en materiaal per vliegtuig in het gebied te krijgen, en dan moet je dus nog verder op een onderzoeksschip.’

Om de beperkte onderzoekstijd zo goed mogelijk te benutten, gebruiken de onderwaterarcheologen sinds een paar jaar een ponton vanaf waar de duikers onbeperkt zuurstof krijgen en warm water dat door hun pak gepompt wordt. ‘Het zeewater waarin we duiken kan wel min vier graden zijn. Als je zuurstof beperkt is, of als je te snel afkoelt, kun je maar kort onder water zijn.’

‘De eerste duik naar de Erebus, na het overweldigende gevoel dat we het schip hadden gevonden, was heel sereen. We hadden jaren gezocht en nu waren mijn collega en ik de eerste mensen in 160 jaar die het wrak betraden. Het stond rechtop op de zeebodem – het meest statige scheepswrak dat ik ooit heb gezien.’

Lady Jane

Na de verdwijning van HMS Erebus en HMS Terror werd Franklins echtgenote Lady Jane Franklin de drijvende kracht achter een groot aantal reddingsexpedities in het Arctisch gebied. Via een uitgebreid vriendennetwerk, vaak hoge marineofficieren met een wetenschappelijke achtergrond, maar bijvoorbeeld ook schrijver Charles Dickens, oefende ze druk uit op de Britse Admiraliteit om in Noord-Canada op zoek te gaan naar de expeditieleden.

Toen de Royal Navy na een aantal vruchteloze zoektochten de Franklinexpeditie wilde opgeven, bleef zij aandacht vragen voor het lot van Sir John en zijn bemanning. Tussen 1850 en 1875 financierde zij zeven zoekoperaties in het poolgebied. Aan de noordoostkust van het Canadese Ellesmere Island, 1800 kilometer boven de Poolcirkel, is een baai naar haar vernoemd.

De Noordwestelijke Doorvaart

Ontdekkingsreizigers en machthebbers hebben eeuwenlang gedroomd van een zeeverbinding tussen Azië en Europa, langs de noordkant van het Amerikaanse continent. In de loop van de 19de eeuw maakte de Britse marine serieus werk van de zoektocht naar de verbinding. Na de nederlaag van Napoleon had de Royal Navy geen serieuze vijanden meer, en ontdekkingsreizen in het Arctisch gebied waren voor ambitieuze officieren een manier om zich te onderscheiden. Bij veel van die expedities bleken de Britten vooral hun eigen ergste vijand – een groot aantal tochten eindigde in halve of hele catastrofes.

Britse reddingsoperaties na de verdwijning van Sir John Franklin brachten een aanzienlijk deel van het Canadese Arctisch gebied in kaart en het was uiteindelijk de Noorse poolreiziger Roald Amundsen die met die informatie tussen 1903 en 1906 als eerste de Noordwestelijke Doorvaart voltooide.

Door het verdwijnen van het noordpoolijs wordt de zeeweg de laatste jaren aantrekkelijker voor rederijen. Volgens cijfers van de Canadese kustwacht namen 27 vrachtschepen in 2019 de Noordwestelijke doorvaart. Nog eens 24 schepen legden een deel van de route af.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234