Donderdag 30/06/2022

Falafel van 'bij de ambassadeur'

De façade van Le Blues, in de wat onderkomen Brusselse wijk Kuregem, laat niet vermoeden dat je voor een van de betere Libanese eethuizen van de hoofdstad staat. Toch krijg je hier bij 'ambassadeur' Wafic Toufic Choucair van de beste falafels (ofte gefrituurde balletjes van kikkererwten) van Brussel voorgeschoteld. We mochten even met hem achter het fornuis staan en bakten ze zelf knapperig goudbruin. De vele landgenoten onder zijn vast cliënteel gaan niet lunchen in Le Blues, maar 'chez l'ambassadeur'. Een vijftiental jaren geleden belandde deze gediplomeerde kok namelijk achter de kookpotten van de Libanese ambassade in Brussel. Na acht jaar hield hij het daar voor bekeken en besloot een eigen restaurant te beginnen in zijn nieuwe vaderland. Een eerste poging in Antwerpen mislukte. Maar in Brussel vond hij in de onmiddellijke nabijheid van het Zuidstation, per toeval in een buurt waar nogal wat Libanese handelaars actief zijn, een leegstaande snackbar. Hij nam die eind 1996 over, behield zelfs de naam en sindsdien kan hij absoluut niet klagen over de commerce.

Ongeveer de helft van zijn klanten zijn Libanezen, de rest zijn Belgen. "Nee, de meeste Belgen zijn vaste klanten en weten wat we serveren, ik hoef het dus niet meer uit te leggen." Voor leken in de keuken uit het Midden-Oosten is het immers niet altijd even evident wat ze te eten krijgen wanneer ze zijn, elke dag vers bereide, taboulé, humus of kibbi proeven. Maar zijn falafelballetjes zijn zo lekker dat veel klanten er al een van achter de toonbank pikken om de eerste honger te stillen terwijl ze wachten tot Wafic of zijn vrouw Nahil hun bestelling klaarmaken.

De falafel wordt elke dag vers gemaakt: elke week maakt hij een basispasta van gewelde tuinbonen, kikkererwten, ui, look, verse koriander en peterselie. De dag zelf werkt hij die af om er balletjes van te vormen die dan het hete vet ingaan. (zie recept). "Veel restaurants bereiden hun falafel op basis van een poedermix waar je water bijdoet. Ze beweren dan zelfs dat ze die zelf maken: schandalig en vooral, lang niet zo lekker."

Misschien is het zijn ervaring bij de ambassade die hem tot een diplomatisch antwoord over de herkomst van het gerecht inspireert: immers, in zowat het hele Midden-Oosten, inclusief Israël, is het een uiterst populaire snack. "Het is een traditioneel oriëntaals gerecht. Iedereen maakt het op zijn eigen manier. Meestal wordt het opgediend als voorgerecht, met veel groenten en, belangrijk, tarator, een saus van tahin, citroensap, water en zout. Maar ginds vind je het op iedere straathoek, geserveerd zoals wij het hier ook doen, gerold in een durum (plat ongegist brood) samen met augurken en groenten." (TJ)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234