Vrijdag 14/05/2021

'Extremisme kunnen we nooit tot nul herleiden'

Het OCAD, de dienst die de terreurdreiging onderzoekt in ons land, draait overuren dezer dagen. En dat zal de komende maanden niet veranderen. Directeur André Vandoren: 'De oorlog in Syrië heeft een heel nieuwe dimensie gegeven aan de terreur.'

Het kantoor van André Vandoren in de Wetstraat hangt en staat vol buitenlandse certificaten, medailles, groepsfoto's met internationale partners. Zes jaar OCAD-baas, daarvoor jaren topmagistraat bij het Belgische gerecht hebben gezorgd voor vele internationale seminaries en partnerschappen, van een Cooking Class Certificate uit een exotisch land tot een getuigschrift rond Russische georganiseerde misdaad en een plaque van de CIA. "Je ziet, ik heb van alles, hé." Hij wijst naar zijn laatste attest, hoog aan de muur. "Van toen ik in Dubai was. Kijk, na zoveel jaren in de job is dit wel normaal, hé.

"Het terreurniveau in België wordt niet verhoogd': dat was zowat de enige zin waarmee 'antiterrorisme-tsaar' André Vandoren in de afgelopen maanden in het nieuws kwam. Tot hij vorig weekend op RTL-TVI zei dat de sabotage van reactor 4 in Doel, in augustus, mogelijk het werk was van terroristen. Een opvallende uitspraak, die door heel de Belgische pers werd overgenomen. Hijzelf neemt er geen woord van terug. "Eén zaak is duidelijk: dit is geen ongeval", zegt Vandoren tijdens het gesprek met De Morgen. "Het is sabotage. En dan is het niet uit te sluiten dat het onderzoek zal uitmonden in een terrorismedossier."

Meer details geeft hij niet. Heel het interview zal hij trouwens op zijn qui-vive blijven. Onderzoeken die lopen, partners met wie rekening moet worden gehouden. Over Doel zegt hij wel nog: "Het is alleszins geen gewone daad. Pas op de dag dat men daders en beweegredenen kent, kan met zekerheid iets gezegd worden. Maar terrorisme is mogelijk. Dit is geen normale vorm van criminaliteit.

"Afgelopen zomer werden ook de Belgische inlichtingendiensten ijskoud gepakt door de aantrekkingskracht van Islamitische Staat op moslims in heel de wereld. Een nieuw fenomeen, iets dat nooit eerder bestond in terroristenmiddens."

Wat is volgens u de sterkte van Islamitische Staat?

Vandoren: "De manier waarop ze hun publiciteit verzorgen, is ongezien. Ze geven beelden vrij van hoe ze mensen verzamelen op een plaats en dan executeren. Het is niet de eerste keer dat wij geconfronteerd worden met burgeroorlogen waarin grote moordpartijen gebeuren. Er is Rwanda geweest, Srebrenica. Maar het is de eerste keer dat een organisatie laat zien hoe ze hun moorden voorbereiden en uitvoeren. En dat dan ook nog eens gebruiken als rekruteringsmiddel. Schrikwekkend. We houden goed in de gaten wat IS doet en hoe groot hun invloed op radicalisering hier is. De impact is rechtstreeks, hun wervingskracht is enorm.

"De oorlog in Syrië heeft een heel nieuwe dimensie gegeven aan het terreurgegeven. We hebben in het verleden jongeren gehad die vanuit België naar Afghanistan trokken, of naar Somalië. Maar dat waren altijd enkelingen. Syrië ontketende iets groters. We zijn daar eind 2012 onmiddellijk op beginnen werken (wat resulteerde in onder meer het oppakken van Sharia4Belgium-leden en hun leider, Fouad Belkacem, AE). Uiteindelijk zijn we erin geslaagd om er een tamelijk, en ik ben nu heel voorzichtig, támelijk goed zicht op de problematiek te hebben."

Tamelijk is een zeer relatief begrip

"Ja, dat klopt, omdat het heel moeilijk is om te bepalen of iemand die hier vertrekt, ook werkelijk in Syrië zit of niet. Het eerste wat we te horen krijgen, is dat iemand verdwenen is. Als we dan, met de informatie die we krijgen, zien dat hij een vliegtuigticket heeft geboekt naar Turkije, goed, dan weten we alleen dat hij in Turkije moet zijn geland. Pas nadien, via familie, vrienden, Facebook en Twitter, kunnen we vaststellen dat de persoon ook in Syrië zit.

"Volgens onze berekeningen zitten er momenteel 170 à 180 Belgen in Syrië. Een kleine tachtig zijn teruggekeerd. Hun identiteiten zijn bekend. Daarnaast zijn er allicht ook anderen van wie we nooit hebben geweten dat ze zich ooit in Syrië bevonden. De cijfers die we naar voren brengen zijn geen mathematische exactheden. Ze zijn een berekening die we doen volgens de informatie die onze steundiensten (onder meer Staatsveiligheid en Buitenlandse Zaken, AE) ons leveren."

Hoe gevaarlijk zijn die teruggekeerde Syriëstrijders? Er was bijvoorbeeld Mehdi Nemmouche, de vermoedelijke dader van de aanslag op het Joods Museum.

"Het is nu wel duidelijk dat Nemmouche geen lone wolf was (vorige week werd een aantal personen opgepakt in Frankrijk die hem zouden hebben geholpen, AE). Dat werd eerder beweerd. Maar wat is precies de definitie van lone wolf? Niemand wordt op een dag wakker en zegt: ik ben een terrorist. Er zijn heel weinig mensen die helemaal alleen werkten. Ik ken eigenlijk maar twee gevallen: Anders Breivik en de Fransman die vorig jaar twee agenten neerstak in Molenbeek (als protest tegen de identiteitscontrole van een vrouw in nikab, AE). Het onderzoek tegen Nemmouche en andere teruggekeerde Syriëstrijders loopt nog, dus daar kan ik geen uitspraken over doen."

Ondanks de verhoogde waakzaamheid, en de intussen vergaarde kennis over de situatie die de inlichtingendiensten hebben, blijven jongeren naar Syrië trekken voor de jihad.

"Ja, dat klopt. Momenteel gaat het om enkelen per maand, de cijfers blijven stabiel. Maximaal zijn het er tien per maand, wat toch niet te onderschatten is."

Over het waarom van hun vertrek hebben we nog altijd geen sluitende verklaring. Het kan toch niet enkel het verhaal zijn van een achtergestelde situatie of een gevoel niet thuis te horen in de Belgische maatschappij, want er zijn pakken jongeren in dezelfde situatie bij wie het niet opkomt om te vertrekken.

"Voor sommigen gaat het om het avontuur, maar je mag zeker niet de aantrekkingskracht uit het oog verliezen die extremisten via internet, Twitter en Facebook uitoefenen. En dan zijn er nog de mensen die in Syrië zitten en hun bekenden hier overtuigen. Vaak is het heel moeilijk te identificeren waarom iemand naar daar vertrekt. Wanneer wij de info krijgen dat ze zijn vertrokken, zitten ze al daar en kunnen we maar gissen."

De nieuwe regering zegt werk te willen maken van antiradicalisering. De vorige baas van Staatsveiligheid, Alain Winants, noemde salafisme de grootste bedreiging voor de Belgische maatschappij. Maar hoe gevaarlijk is radicalisering volgens u? Niet iedere orthodoxe of radicale moslim trekt immers naar Syrië of bouwt een bom. De meesten zitten thuis, bidden braaf vijf keer per dag en liken de Palestijnse zaak op Facebook.

"En die personen worden ook niet vervolgd."

Fouad Belkacem zei woensdag op zijn proces dat ook de orthodoxe islam een plaats moest kunnen hebben in België. Wat vindt u?

"Radicalisme op zich is één zaak, maar radicalisme mag geen gevaar betekenen voor onze samenleving. Als het vertrek van mensen naar Syrië wordt veroorzaakt door radicale elementen in dit land, is dat een probleem."

Moet hun gedachtegoed volgens u bestreden worden?

"Daar wil ik mij niet over uitspreken. Wij als dienst identificeren radicalisme dat gevaarlijk kan zijn voor de maatschappij. Voor de rest leven we in een vrij land waar veel mag."

In 2005 werd het actieplan radicalisering opgezet. Doel was zowel preventief als reactief optreden. Tien jaar later, met de huidige situatie, zou je bijna kunnen concluderen dat het plan falend is.

"Waarom?"

Als we heel die golf van Syriëstrijders zien, kunnen we toch besluiten dat radicalisering niet echt verminderd is en de preventie ervan dus niet heeft gewerkt.

"Het is dankzij het plan radicalisme dat men hier als eerste land in Europa heeft vastgesteld dat er een Syriëproblematiek was. En dat we als eerste land ook een proces konden voeren tegen een organisatie, zoals nu gebeurt in Antwerpen, tegen Sharia4Belgium."

Dat zijn reactieve maatregelen, dat is geen preventieve aanpak. Uiteindelijk had het plan toch tot doel de radicalisering op tijd te zien en in te grijpen. Hier zag men eind 2012 plots 33 Sharia4Belgium-leden in Syrië opduiken. Hebben jullie die stroom Syriëstrijders niet zien aankomen?

"Wij hebben daar vanaf het begin heel snel op gereageerd, als een van de eerste landen in Europa. In andere landen zie ik dat de verrassing veel groter is geweest, omdat ze juist op dat vlak zich geen structuur of aanpak hebben kunnen eigen maken."

Maar nogmaals: dat is geen preventie.

"Het reduceren tot nul van extremisme is niet mogelijk. Wat wij vooral proberen te doen, is zicht krijgen op. Om te zien wat er reilt en zeilt binnen radicale kringen. En eenmaal dat zicht er is, dan is er inderdaad werk voor preventie. Dat is ook aan de gang. Maar je moet ook eerst de situatie kunnen identificeren en dat neemt altijd tijd in beslag, zeker in de situatie waar we nu in zitten. Er is een dienst die zich met preventie bezighoudt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en waarmee we goede contacten hebben. Die heeft ook een pak initiatieven genomen."

Moet er, naast die gerechtelijke stappen, niet ook werk gemaakt worden van deradicalisering, van bijvoorbeeld de teruggekeerde Syriëstrijders? Degenen die een gevaar zouden kunnen betekenen, tot inkeer brengen? In het buitenland zijn daar wel tal van voorbeelden van, tot extreme vormen van deradicalisering waarbij bijvoorbeeld in Pakistan talibangevangenen dag in dag uit begeleid worden.

"Deradicalisering is heel erg moeilijk en heel delicaat, dat horen wij ook van buitenlandse collega's. Ik kan daar enkel maar over zeggen dat men met die problematiek bezig is. (Nadrukkelijk) In ons land wordt alles gedaan wat kan worden gedaan en alles wordt permanent aangepast en opgevolgd."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234