Maandag 23/09/2019

Reportage

Extremisme bekampen met (school)toneel

Beeld An-Sofie Kesteleyn

"Die Syriëstrijders zijn onze kinderen", zegt Ismaël Saïdi. En dus maakte hij een toneelstuk over radicalisering, waanbeelden en loutering. Straks zullen duizenden Brusselse kinderen 'Djihad' gezien hebben.

Eindelijk zijn ze er, na een tocht door de woestijn, na schietpartijen en raketaanvallen, na honger en dorst. Ismaël en Reda, twee jonge moslims uit Brussel, zijn in Homs aangekomen, in Syrië, waar ze willen vechten. Maar in de vernielde straten beginnen ze zich vragen te stellen. Wat doen we hier eigenlijk? Wat heeft de vijand ons misdaan? En was het in België wel zo slecht?

Meer dan zevenhonderd leerlingen kijken ademloos toe. Ze zijn dertien en veertien, ze komen grotendeels uit de moeilijkste wijken van Brussel en ze zijn nog nooit in een theater geweest. Maar als het theaterstuk 'Djihad' begint, wordt het stil. Het verhaal van de Brusselse Syriëstrijders maakt indruk.

Eigenlijk was 'Djihad' niet bedoeld als schoolvoorstelling. Het was een persoonlijke hartenkreet van de Belgisch-Marokkaanse filmmaker Ismaël Saïdi (38), een reactie op politici die verklaarden dat de Syriëstrijders hun probleem niet waren, zolang ze maar in Syrië bleven. "Die Syriëstrijders zijn onze kinderen", zegt Saïdi. "Het zijn de jongens uit mijn wijk, misschien wel ikzelf als ik minder geluk had gehad."

Saïdi dacht vijf avonden te spelen, maar na de aanslagen in Parijs en de politieactie in Verviers werd zijn stuk breed opgepikt. Het ministerie van Onderwijs en Cultuur in Wallonië en Brussel nam 'Djihad' op in zijn preventieplan tegen radicalisering. Het bestelde 30 voorstellingen, goed voor zesduizend leerlingen. Er staan nog negenduizend leerlingen op de wachtlijst; de scholen staan te springen voor een stuk dat een antwoord biedt op vragen waarmee zij dagelijks worstelen.

Eenzijdige verhalen over wereldpolitiek

In het Nationaal Theater in Brussel vond afgelopen vrijdag de eerste schoolvoorstelling plaats. In de zaal zitten leerlingen uit achterstandswijken als Schaarbeek en Sint-Joost, maar ook uit een rijke buurt als Sint-Pieters-Woluwe. Scenarist en regisseur Ismaël Saïdi, die in het stuk meespeelt, heeft uitdrukkelijk om die sociale mix gevraagd. Dit is theater, geen opvoedingskamp.

Op het podium wordt het verhaal verteld van drie Belgische Syriëstrijders die van Schaarbeek naar Homs trekken, waar ze hun plek in het paradijs hopen te verdienen. De drie blijken niet alleen vertrokken te zijn omdat ze in verwaarloosde wijken woonden, gediscrimineerd werden en geen werk hadden, maar ook omdat ze in de moslimgemeenschap opgroeiden met idiote religieuze regeltjes en eenzijdige verhalen over de wereldpolitiek. Pas in Syrië dringt het tot hen door dat de werkelijkheid een stuk complexer is.

"Ik vertel in het stuk dat de regering problemen heeft gecreëerd door onze wijken te vergeten en onze jongeren te laten stikken", zegt Saïdi, die voor zijn theatercarrière als politieagent in de probleemwijken van Brussel werkte. "Maar ik leg de verantwoordelijkheid ook bij de moslimgemeenschap zelf, die heel veel druk uitoefent op haar jongeren en zich voortdurend in een slachtofferrol wentelt. Ook de moslims moeten hun fouten toegeven."

"Het is niet makkelijk om deze dingen te zeggen, en in het begin hadden we angst", zegt Saïdi. "Maar het helpt dat het stuk geschreven is en gespeeld wordt door Belgische moslims. Ik ben in Sint-Joost geboren, ik ben in Schaarbeek opgegroeid, ik heb dezelfde moskeeën bezocht. Ik heb de tijden gekend dat mijn vrienden naar Afghanistan vertrokken, ik ken het mechanisme. Het is voor Belgische moslims moeilijk om te zeggen dat ik lieg."

Hart luchten

Maar het is de vraag of de boodschap ook doordringt tot de leerlingen. Ze geven de acteurs een staande ovatie, maar in het debat na de voorstelling klinkt weinig zelfkritiek.

"Akkoord, er staat nergens geschreven dat men het recht heeft te doden", zegt een meisje op de achterste rij. "Maar er staat ook nergens dat Charlie Hebdo het recht had om onze profeet te beledigen." Ze krijgt luid applaus.

Op het podium blijft Ismaël Saïdi er kalm bij. Dit was precies zijn bedoeling: de leerlingen hun hart laten luchten en er genuanceerd op reageren, zonder hen te veroordelen. Hij heeft een rabbijn en een islamleerkracht uitgenodigd, die met extra gezag uitleggen dat de vrijheid van meningsuiting ook beledigingen toelaat, dat de echte jihad vredelievend is, en dat joden en moslims meer met elkaar gemeen hebben dan ze denken.

"Er zullen altijd mensen zijn die dingen zeggen die je niet graag hoort", antwoordt Saïdi aan het meisje op de laatste rij. "Misschien over de profeet, misschien over je kleding of over je uiterlijk. De echte vraag is: wat ga je doen? Geef je telkens een klap als iemand je iets zegt wat jou niet bevalt?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234