Maandag 16/09/2019

expo u 'woonerven en zitkuilen. de kritiese jaren zeventig'

'Kleinschalig en informeel: de interieurs waren duidelijk bedoeld om met een grote groep gezellig bij elkaar te kruipen'

Schuin, bruin en gezellig

Nooit werd er zoveel gebouwd als in het Nederland van de jaren zeventig. Maar ook bij ons zullen velen zich nostalgies de zitkuil, het woonerf of het behang met patronen in bruin-oranje-paars uit de seventies herinneren. Het Nationaal Architectuur Instituut (NAi) in Rotterdam zet met de tentoonstelling Woonerven en zitkuilen. De kritiese jaren zeventig een decennium in de kijker dat op architecturaal gebied uit de mode en uit de gratie dreigt te vallen. Al dan niet terecht, maar oordeelt u vooral zelf.

Rotterdam

Van onze verslaggeefster

Nica Broucke

De expo richt zich niet alleen tot een publiek dat de seventies bewust heeft meegemaakt en bij de maquettes, foto's en gereconstrueerde interieurs verrast 'oh ja, zo'n afgrijselijk behang had ik ook in mijn kamer' of 'mijn vriendinnetje woonde in zo'n 'nieuwe' wijk' uitroept. Ze is ook bedoeld om de huidige generatie stedenbouwkundigen en architecten, die de bouwproductie uit de jaren zeventig wegens 'versleten' of 'passé' enkel goed voor de sloop bevinden, te sensibiliseren.

"We willen de discussie aanwakkeren", zegt Marieke Bous van het NAi. "Nu al worden heel wat gebouwen van toen zonder enig overleg neergehaald. We willen vermijden dat die architectuur het lot ondergaat van die van de fifties en sixties. Met de expo willen we het negatieve imago van de jaren-zeventigarchitectuur doorbreken. Wat ook opvalt, is dat de ideeën uit die tijd opnieuw actueel zijn, zoals de discussie over een gevarieerde, flexibele woon- en werkomgeving."

Ook het woonerf als ontmoetings- en verdwaalmodel en de zitkuil als loungehoek winnen terrein. NL Architects heeft die aspecten mooi in de expo verwerkt: het eivormige parcours werd met cul-de-sacs omgetoverd tot een doolhofachtig woonerf, inclusief zitkuil. In de doodlopende straatjes, één voor elk jaar van het decennium, worden belangrijke realisaties en plannen van onder anderen Piet Blom (de man van de 'boomwoningen') en Carel Weeber (bekend van de economies op elkaar gestapelde maisonettes) onder de loep genomen. Ook nieuwe groeikernen als Zoetermeer en Almere, die tienduizenden mensen aan de grote steden onttrokken, en stadsvernieuwingsprojecten komen ruimschoots aan bod. "De expo is ook een oproep aan architecten en instellingen om hun documenten aan het NAi, dat een belangrijke archieffunctie vervult, door te spelen", aldus nog Bous.

Om het geheel voor de geïnteresseerde leek boeiend te houden werden de plinten van de cul-de-sacs opgeluisterd met 'weetjes'. Zo lees je onder meer dat in 1971 137.000 nieuwe woningen werden gebouwd en dat Kubricks Clockwork Orange toen in de bioscopen liep. In 1975 won Teach In het Eurovisiesongfestival, in 1972 deed Tita Tovenaar zijn intrede op televisie...

Ook de opdeling in verschillende thema's als 'stad in verval', 'groeikernen', 'aksie', 'eksperiment en variatie' draagt bij tot een grote leesbaarheid van de expo en geeft een goed beeld van een tijdperk dat wat mode (de kleren van Fong Leng en Frans Molenaar kunnen vandaag nog zo op de catwalk) en interieur (het plastic designinterieur zette de trend voor hippe loungecafés) betreft helemaal en vogue is, maar op vlak van architectuur en stedenbouw (kernwoorden: kleinschalig, economisch, compact, experimentele, schuine volumes en het veelvoudig gebruik van grijze betonblokken) nog onbekend en dus onbemind is.

In het onderdeel 'Seventies Memories' loopt een grappige (video)getuigenis van een zoon van hippies die vertelt hoe hij - met de 'eend'! - werd meegetroond naar bijzondere filmavonden over Chili. "Het was echt gruwelijk", herinnert de dertiger zich. "Mijn ouders waren alleen maar bezig over hoe de boeren voor hun koffie moesten zwoegen. Het ene weekend gingen we demonstreren, het volgende naar de Efteling." De videopresentatie vindt plaats in een plastic, modern interieur, samen met het exoties (palmbomen en rotan deden samen met avocado en paprika hun intrede) en een 'doorsnee' interieur (met bruine, zachtlederen zetels) een van de drie stijlkamers die designhistoricus Timo de Rijk heeft nagebouwd.

De juiste stukken bijeenbrengen was niet eenvoudig. "Gek genoeg is het geen enkel probleem om aan exclusieve, bijvoorbeeld Italiaanse, meubels uit die tijd te komen, maar van het betaalbare spul dat je in Nederland toen veel zag, is niet zoveel meer over", aldus De Rijk. Net als de architectuur waren ook de interieurs niet bedoeld om te imponeren: "Kleinschalig en informeel waren de sleutelwoorden. Ze dienden duidelijk om met een grote groep gezellig bij elkaar te kruipen."

Met Woonerven en zitkuilen en de bijhorende publicatie brengt het NAi de in meerdere opzichten de kritiese jaren zeventig opnieuw in de belangstelling. Bedoeling is dat er nu meer, diepgravender onderzoek naar deze kritieke periode wordt verricht. In België ligt het terrein wat dat betreft helaas nog helemaal braak.

Woonerven en zitkuilen, nog tot en met 3 oktober, NAi, Museumpark 25, Rotterdam, 0031-10/440.12.00, www.nai.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234