Zondag 19/09/2021

Expo u Vlaamse golf van beeldende kunst in de maak

Kunstenaar David Claerbout ervaart wel 'een grote openheid tegenover artiesten van hier. Maar ik zie in Vlaanderen nu ook niet meteen meer artistiek potentieel'

Er is leven naast Luc Tuymans

De Antwerpse kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven stelt momenteel tentoon in de prestigieuze Kunsthalle van Bern. Het is de plek waar schilder Luc Tuymans internationaal doorbrak. Is Van Kerckhoven op datzelfde punt aanbeland, en met haar een hele rij, nog relatief onbekende kunstenaars?

Brussel

Eigen berichtgeving

Ward Daenen

De Kunsthalle van Bern is niet zomaar een tempeltje voor hedendaagse kunst. Het kan op een buitengewone reputatie bogen. Curator Harald Szeemann heeft er gewerkt, Jean-Hubert Martin ook en Ulrich Loock. Szeemann introduceerde er de conceptuele kunst in 1969, met de legendarische expo When Attitude Becomes Form. Loock bracht Tuymans in 1992, die later dat jaar ook op Documenta IX tentoonstelde en definitief gelanceerd was.

Tot 26 maart exposeert Anne-Mie Van Kerckhoven in die Kunsthalle onder de titel: Europäisches Zentrum für futuristische Kunst. Zo is de installatie Rorty the HeadRoom (vorig jaar nog in het S.M.A.K.) een ruimtelijke en digitale variant op haar eigen brein. In dat brein zitten kennelijk verwrongen vrouwbeelden - Van Kerckhoven bestudeert al jaren blotevrouwenbladen - en filosofen (Rorty en anderen). Dat merk je: in een halfverduisterde ruimte projecteert ze digitaal gemanipuleerde figuren, drukt ze flarden filosofische tekst af en hoor je via speakers tikjes en bliepjes als knetterde het in je hoofd. Zoals hersens invloeden van buitenaf verwerken, zo reageert Rorty via sensoren op de bewegingen van bezoekers.

Van Kerckhovens kunst is niet licht verteerbaar. Desondanks: "Na twintig jaar werk staat ze volgens nogal wat actuele kunstkenners voor een internationale doorbraak", schreef De Tijd. Vorig jaar won ze niet alleen de CultuurPrijs beeldende kunst, ze stelde ook tentoon in de Neuer Aachener Kunstverein en in de gerenommeerde Weense Galerie Krinzinger, waar Wim Delvoye onderdak heeft. Het Duitse verzamelaarscollectief Twodo heeft 24 van haar werken gekocht.

Het lijkt plots snel te gaan voor haar. Dat heeft lang geduurd. "Het hangt samen met de complexiteit van mijn werk", denkt de kunstenares. "Ik heb ook mei '68 nog in de genen en mijn kunst functioneert in zekere zin als een afweermechanisme tegen de heersende markt en macht." Haar installaties zijn een harde noot om kraken: één kunstwerk van Van Kerckhoven produceert niet één bevattelijk beeld, maar duizenden beelden, geluiden en teksten in telkens nieuwe gedaantes en variaties. "In musea was er bovendien jarenlang geen context voor mijn multimediawerk. Sinds het computertijdperk zich doorzet, is daar verandering in gekomen." Kunst die de tijd écht vooruit is, moet even wachten.

Naam maken hangt in de kunstwereld niet met leeftijd samen. Delvoye was nauwelijks van de schoolbanken toen hij van zich deed spreken, schilder Raoul De Keyser (°1930) geniet pas sinds hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt heeft enige faam in het buitenland. Van Kerckhoven is 53, de nestor van een nieuwe groep Belgische kunstenaars die het internationaal zeer goed beginnen te doen.

Van de 'nieuwelingen' maakte David Claerbout (°1969) wel de steilste opgang. Hij opereert sinds enkele jaren vanuit Berlijn. Claerbout, momenteel solo in de Akademie der Künste, exposeert overal in Europa en steeds meer in de VS. Zijn kunst, vaak uiterst traag bewegende beelden die het midden houden tussen fotografie en cinema, wordt aangekocht door de belangrijkste Vlaamse, Duitse en Franse instellingen en verzamelaars. Het geheim? "Goed werk maken. Je werk fungeert als ambassadeur", antwoordt Claerbout vanuit de Duitse hoofdstad.

Is het zo simpel? "Er zijn natuurlijk andere parameters", zegt Johan Vansteenkiste, coördinator van het Vlaamse steunpunt voor beeldende kunst IBK. "Je moet je kunst ook in optimale omstandigheden kunnen tonen." Hoe geschikter de museum- of galerieruimte, des te beter je werk wordt. En hoe meer verhelderend de uitleg bij wat je maakt, des te groter het succes. "Een goeie catalogus, liefst ook in het Engels, is onontbeerlijk."

Een galerie die internationaal opereert, is evenzeer een noodzaak. Claerbout is verbonden aan Micheline Szwajcer en Van Kerckhoven aan Zeno X. "Allebei Antwerpse galeries met een uitstekende reputatie", vindt Vansteenkiste. Eén galerie is goed, meer is beter. Claerbout zit ook bij Rüdiger Schöttle in München, de Zwitserse topgalerie Hauser & Wirth en Yvon Lambert in New York. "De galeristen leggen en onderhouden contacten met musea en verzamelaars en zorgen dat mijn werk daar terecht kan komen", aldus Claerbout.

Van Kerckhoven en Claerbout zijn niet de enigen die meedraaien in het buitenland. Op het gevaar af namen te vergeten: schilder Michael Borremans (°1963) heeft momenteel een expo in het S.M.A.K. die later gedeeltelijk doorreist naar Londen, Dublin en Cleveland. Van Berlinde De Bruyckere (°1964) (ook bij Hauser & Wirth) is nog tot eind mei werk te zien in Tilburg. Wie telt, behalve uiteraard het gevestigde trio Tuymans-Delvoye-Fabre, internationaal nog mee? Ana Torfs (°1963) lanceerde in december een knap internetproject in samenwerking met de New York Dia Art Foundation; Hans Op de Beeck (°1969) mag weldra naar New York en Honoré d'O naar de Biënnale van Venetië.

Buitenlands succes heeft blijkbaar ook met een (posthogeschool)opleiding te maken. "Kunstenaars kunnen bij de Vlaamse Gemeenschap aankloppen voor werkverblijven in het buitenland. Claerbout, Op de Beeck en Anne Daems gingen naar de Nederlandse Rijksacademie, Op de Beeck en Gert Robijns volgden het PS 1-studieprogramma in New York, ondertussen omgevormd tot ISCP. Fotografe Anne Daems studeert daar momenteel. Robijns zat in het Duitse Kunstlerhaus Bethanien. Die mogelijkheid voor een werkverblijf wordt dus benut, maar vooralsnog te weinig", meent Vansteenkiste.

Het verschil zit 'm ook in de mensen die je ontmoet, gaat hij verder. "Aan de Rijksacademie passeren de belangrijkste curatoren en docenten. Het is een uitgelezen plek om contacten te leggen." Claerbout spreekt dat niet tegen, maar relativeert: "Ik heb ook veel gehad aan mijn ultraconservatieve opleiding aan Sint-Lucas in Gent. Je leert er wat compositie is en kleur, en krijgt een kunsthistorisch bewustzijn mee. Ik weet niet of het à la mode is, maar zo'n basis helpt bij het creëren van elke dag." Claerbout bedoelt: connecties met 'de juiste mensen' verdien je met goeie kunst.

En, dan zijn er natuurlijk de curatoren en de critici. En dan zijn we terug bij Van Kerckhoven. Wie heeft haar geprogrammeerd in Bern? Een Belg! Philippe Pirotte, bezieler van het Antwerpse expoplatform Objectif, is sinds 1 januari Kunsthalle-directeur. "Anne-Mie heeft een complex, maar prachtig oeuvre. Het ogenblik om dat internationaal te consolideren is aangebroken. De reacties hier zijn alvast positief", zegt Pirotte.

Hij is weeral niet de enige die in het buitenland actief is. Zo bestuurde Barbara Vanderlinden de Biënnale van Taipeh. Ze nam David Claerbout, Honoré d'O en Francisca Lambrechts mee. Wat kunstkritiek aangaat, kijk naar het Brusselse tijdschrift A Prior. Het wijdde recent een nummer aan Torfs. A Prior werd gepresenteerd in New York, tijdens de vernissage van Torfs' expo in de Dia-stichting.

Via dat soort allianties hoopt Vansteenkiste op een internationale verankering van een duurzaam netwerk van Vlaamse kunstenaars, curatoren en critici. Horen de gevestigde waarden daartoe? Jan Hoet nauwelijks nog, Tuymans wél. Want aan wie heeft Pirotte zijn benoeming in Bern mede te danken, denkt u? Nu ja, net zoals de kunstenaar kwaliteit moet leveren, moet de curator scherpe keuzes maken. De jury in Bern oordeelde alvast positief over Pirottes kwaliteiten, het is nu aan hem om zich te bewijzen. "Het netwerk is uitzonderlijk pril", geeft Vansteenkiste toe. "Neem enkele schakels weg en het valt in duigen." De IBK-coördinator zou naar de S.M.A.K.-saga kunnen verwijzen, waar onlangs curator Peter Doroshenko al na een jaar werd bedankt voor bewezen diensten. Dergelijke omstreden beslissingen doen de reputatie van een regio geen goed.

Heeft het netwerk een naam? Wordt er in het buitenland gewag gemaakt van enige Vlaamse golf? Niet meteen, al toonde de belangrijke Weense galerie Krinzinger in 2004 een groepsexpo met dertien kunstenaars die bij ons actief zijn. In Working Ethics. From a Certain Flanders waren onder anderen Claerbout, Robijns en Van Kerckhoven opgenomen. De expo werd samengesteld door Pirotte. Of die kunst uit Vlaanderen ook een identiteit heeft? "Moeilijk te zeggen", aldus een medewerkster van Krinzinger. "Daarvoor lijkt het werk té divers."

Naast Krinzinger heeft de Londense White Cube Gallery de voorbije jaren heel wat landgenoten geprogrammeerd. In het zog van Tuymans kwamen Raoul De Keyser en schilder Koen Van den Broek. David Claerbout ervaart "een grote openheid tegenover Belgische kunstenaars. Maar ik zie niet meteen een grotere concentratie van artistiek potentieel in Vlaanderen, als je het vergelijkt met andere regio's. Ik zie hoogstens de tendens van kunstinstituten om bepaalde streken voor het voetlicht te halen."

Carrières lopen sneller dan vroeger, besluit Anne-Mie Van Kerckhoven. "Als je op jonge leeftijd al overmatige aandacht krijgt, kun je de capaciteit om in de diepte te groeien verliezen. Je dreigt op korte termijn op te branden in een kunstwereld die groter is dan vroeger, maar ook steeds vlugger naar nieuw talent op zoek gaat. Het is niet makkelijk om je daarin staande te houden als je werk fond mist."

Jan De Cock (°1976) beschouwt ze als een apart geval. "Ik was promotor van zijn afstudeerproject op de afdeling 3D aan de Hogeschool Gent. De Cock is altijd een turbojongen geweest, de Bruce Lee van de kunst als je het mij vraagt. Hij doet het op zijn manier." De Cocks opgang is zo mogelijk nog steiler dan die van Claerbout. September 2005 moet een eerste pril orgelpunt worden: hij timmert tegen dan een nieuwe houtsculptuur in de Londense Tate Modern. "Hij is een van onze meest beloftevolle kunstenaars, maar ik hoop dat hij op termijn leert vertragen", overweegt Pirotte. "Je ziet nu al een herhaling van zijn concept. Dat is het gevaar van veel belangrijke tentoonstellingen maken." De turbojongen laat het niet aan zijn hart komen. "Een kunstenaar die met een zekere genialiteit en in een zekere traditie werkt, kan niet opbranden. Zijn inspiratie is onuitputtelijk. Als meester-betekenaar kan ik scheppen. Punt uit", stelt De Cock ferm. "Tenzij ik mijn armen en mijn benen breek, of een kilo mosterdgas moet slikken, komt het allemaal goed."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234