Zaterdag 23/10/2021

expo u Parijse grand palais toont de geniale metamorfosen van de melancholie

Het zware hoofd van de melancholicus is het constante thema in de beeldentaal van de zwartgalligheid: van Democleides (vierde eeuw voor Christus) tot Edward Hopper (1939)

Triomf van de zwarte gal

Melancholie. Genie en waanzin in het Westen, zo heet de tentoonstelling die nog tot 16 januari te zien is in de galerieën van het Grand Palais in Parijs. Een kleine driehonderd kunstwerken van de Griekse oudheid tot nu nodigen uit tot een filosofische zoektocht langs de vele gestalten van een onuitroeibaar levensgevoel. Melancholie als zonde, maar ook als waarmerk van het genie. Ideaal voor een sombere herfstdag.

Parijs

Van onze medewerker

Mattias Creffier

Tentoonstellingscommissaris Jean Clair, directeur van het Parijse Picasso-museum, heeft naar eigen zeggen tien jaar nodig gehad om het project te realiseren. Sponsors vinden voor een thematische tentoonstelling ligt dan ook niet voor de hand, zeker niet wanneer het gaat om een deprimerend onderwerp: een obsessionele zwaarmoedigheid waaraan kennelijk vooral kunstenaars en wetenschappers ten prooi vallen. Meteen aan het begin van het parcours langs 260 werken uit 25 eeuwen confronteert Aristoteles (vierde eeuw voor Christus) de bezoeker met zijn Probleem XXX: "Hoe komt het dat alle mannen die uitzonderlijk zijn geweest in de wijsbegeerte of de politiek of de literatuur of de kunsten melancholici blijken te zijn?"

In de geneeskunde van Hippocrates (vijfde eeuw voor Christus) is de melancholie of 'zwarte gal' een van de vier lichaamsvochten die in de juiste verhouding de menselijke gezondheid determineren. Wanneer de milt (in het Engels: 'spleen') op hol slaat en te veel zwarte gal produceert, zorgen de opstijgende zwarte dampen voor vreemde visioenen in het hoofd, dat als van nature op zoek gaat naar een ondersteunende hand. Het zware hoofd van de de melancholicus is meteen het meest constante thema in de beeldentaal van de zwartgalligheid: van een figuur op de grafzuil van Democleides (vierde eeuw voor Christus) tot de eenzame bioscoopbediende op een schilderij van Edward Hopper (1939).

De culturele appreciatie van de melancholie slingert in de chronologisch geordende zalen tussen artistieke vervoering en geestelijke afwijking en vertoont daarmee zelf een manisch-depressieve tendens. In de Middeleeuwen is ledigheid 'des duivels oorkussen'. Vooral kluizenaars, de bekendste is de heilige Antonius, worden gekweld door waanbeelden en de zonde van 'acedia', de traagheid van het hart. "Deze demon vervult de ongelukkige met afkeer voor zijn cel en misprijzen voor zijn broeders", zo schrijft Sint-Cassianus (365-435). Hildegard Von Bingen (1098-1179) ziet melancholie als de straf voor de erfzonde van Adam en Eva, wat volgens Jean Clair samen met het Griekse dualisme tussen lichaam en geest verklaart waarom de melancholie zo typisch is voor de kunst van het Westen.

De zuchtende zwartkijkers die in de hel van Dante (1310) nog bellen bliezen in een poel met modder krijgen eerherstel in de Renaissance. Melancholie wordt het waarmerk van het artistieke of wetenschappelijke genie. Het epicentrum van de tentoonstelling is de Melancholia I (1514) van Albrecht Dürer. De allegorische figuur, omringd door attributen van de verheven kunst der geometrie, lijkt gefrustreerd door de worsteling van de geest met de materie. Getuige daarvan is het donkere veelvlak, een perfect gepolijst maar bevreemdend stuk steen, op de achtergrond. De steen duikt later weer op als voorlaatste stuk van de tentoonstelling, door Claudio Parmiggiani uitgevoerd in zwart marmer (2003).

Het tijdperk van de rede luidt het begin in van de verziekelijking van de zwaarmoedigheid, voor de encyclopedist Diderot "het gevolg van een zwakte van ziel en organen, alsook van een onvindbaar idee van perfectie" (1766). In het beste geval wordt melancholie gebagatelliseerd tot 'rêverie', een onschuldige dagdroom van dichters en geliefden. In de late romantiek radicaliseert ze zich tot een metafysisch onbehagen, de 'spleen' van een verdoemd genie als Baudelaire, alvorens definitief in de psychiatrie te belanden. De twee allegorische beelden van de ingang van het Londense Bedlam-gekkenhuis (Caius Gabriel Cibber, 1676), illustreren het duale van de manisch-depressieve psychose, een van de vele nieuwe roepnamen voor een eeuwenoude aandoening.

Sinds de jaren vijftig spreekt men kortweg van 'depressie' en is de wetenschap ijverig op zoek naar een molecule om de kwaal definitief uit de wereld te helpen. Gruwelbeelden op televisie overtreffen intussen de meest morbide fantasieën en de melancholie is op zichzelf teruggeplooid als existentieel onbehagen, opnieuw erg en vogue in artistieke middens. Of prozac daar iets aan kan doen ? In een interview met Le Monde ziet Jean Clair de melancholie als tegengewicht voor de moderne obsessie met jeugd, schoonheid en geluk: "Deze tentoonstelling heeft een andere boodschap, die we vandaag kunnen laten horen." Allicht daarom waren sponsors moeilijk te vinden.

Melancholie. Genie en waanzin in het Westen in de galerieën van het Grand Palais in Parijs (metro: Champs-Elysées). Woensdag tot maandag van 10 tot 20 uur, woensdag tot 22 uur. Toegang: 10 euro. www.rmn.fr/

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234