Maandag 20/01/2020

expo u Le monde de Franquin: uitermate geslaagd overzicht van de Belgische grootmeester

Een tentoonstelling om trots op te zijn. Franquins universum komt accuraat en op ware grootte tot leven

Flagrante flappende flaters in 3D

Zeven jaar na de dood van André Franquin opent in Parijs een indrukwekkende tentoonstelling over zijn werk. Le monde de Franquin etaleert op inspirerende en vakkundige wijze 's mans hele grafische erfenis, van Guust Flater en Robbedoes en Kwabbernoot over de Marsupilami tot Zwartkijken. De Belgische grootmeester krijgt maar liefst 1.800 vierkante meter exporuimte en de organisatoren verwachten een half miljoen bezoekers. De retrospectieve mocht dan ook zo'n 3 miljoen euro kosten. Pronkstukken zijn de talloze uitvindingen, transportmiddelen en muziekinstrumenten van Guust, de schurk Zwendel of de graaf van Rommelgem. In drie dimensies, en op ware grootte. Nou moe!

Parijs

Van onze medewerker

Geert De Weyer

Je kunt er onmogelijk naast kijken. Al vanaf het moment dat je het Parijse treinstation Gare du Nord buitenstapt, staart de geel-zwarte Marsupilami je vanaf talloze reclameposters aan. Op de flanken van passerende bussen prijkt de verbaasde kop van Guust Flater. En als dat alles om een of andere reden toch aan je blik ontsnapt, bots je in de metro wel op affiches met de enthousiaste 'Houba! Houba' van de Marsupilami.

De Parijse Cité des Sciences et de l'Industrie heeft bijzonder veel tijd en geld geïnvesteerd in wat een van de grootste Franse stripexpo's ooit heet. Het museum zelf investeerde anderhalf miljoen euro, maar Marsu Productions, de rechthebbenden van Franquins oeuvre, heeft naar verluidt eenzelfde bedrag opgehoest voor de driedimensionale expostukken, op ware grootte! De belangrijkste - maar zeker niet de enige - zijn de helblauwe Turbot Rhino 1 van Robbedoes en Kwabbernoot, Guusts krakkemikkige Fiat 509, de Zwendelmobiel en een drie meter hoge Radar de Robot. De organisatoren hopen stilletjes dat al dat expo-geweld zal volstaan om tegen eind augustus volgend jaar, wanneer Le monde de Franquin de deuren sluit, de bezoekersteller 500.000 aangeeft.

De producenten van Marsu en hun twee curatoren Jean-François Moyersoen en Eric Verhoest gingen uiterst systematisch te werk: de ruimte is netjes opgedeeld in verschillende hoofdstukken. Als bezoeker stoot je eerst op het kantoor van Guust Flater. Nog voor je de chaos daarin effectief aanschouwt, hoor je al een hevig geronk: Guust zelf natuurlijk, die ergens achter een half geopende deur ligt te maffen. Guusts bokshandschoenfauteuils staan her en der tegen de muren. Op zijn bureau kun je zijn talrijke kleine uitvindingen, bijvoorbeeld de automatische vuilnisbakopener of het vooroorlogse koffiezetapparaat, uitproberen.

De volgende ruimte is helemaal gewijd aan de dieren die Franquin in zijn strips binnensmokkelde, onder meer olifanten en pingpongende elanden. Guust slaagde er zelfs in chimpansees en een koe in zijn kantoor te smokkelen. En dan was er natuurlijk zijn gevleugelde vriend de meeuw, een belangrijk nevenpersonages. "Meeuwen", zo wordt André Franquin ergens op een muur geciteerd, "zijn het symbool van onze beschaving. Ze hebben zich weten te vermenigvuldigen, ondanks onze vervuiling."

De samenstellers zijn er goed in geslaagd Franquins speelsheid en charme in de expo te integreren. Dat zie vooral goed in 'anarchistenruimte', met enkele bloederige en politiek incorrecte affiches en gags die de grootmeester maakte voor organisaties als Amnesty International, Greenpeace of Unicef. Op een ervan balt de Marsupilami zijn staart tot een vuist en klopt een vivisectionist tot bloedens toe in elkaar. Op een andere droomt Guust hoe hij opgepakt wordt in een dictatuur waar folteringen schering en inslag zijn. Juffrouw Jannie wordt verkracht, Guust krijgt elektroden op zijn geslacht, wordt geëlektrocuteerd en onthoofd. In amper zes plaatjes doet Franquin zelfs de meest verstokte Guust-fan het lachen vergaan. In deze ruimte hangen facsimiles schots en scheefs in de kaders, parkeermeters liggen uitgeteld op de straatstenen of zijn door de sjofele Guust omgebouwd tot jackpots, inclusief rode hendel. Een van de klappers van de expo staat hier ook: Guusts vrijgezellenwagen, de Fiat 509, volgens het bijbehorende paneel gezegend met een maximumsnelheid van 79 kilometer per uur.

Naast al dat kleurige tekengeweld lijkt de ruimte voorbehouden aan Zwartkijken nog somberder. Dat pessimistische album wrong Franquin in 1981 uit zijn tekenpen. Somber, en ook sober, maar niet minder indrukwekkend. Licht is hier amper, de muren van deze cirkelvormige ruimte zijn zwart geschilderd, uit de verborgen luidsprekers ontsnapt een monotoon, dreigend geluid. Centraal, maar achter barricades, hangt de wereldbol. Niet de blauwe planeet zoals wij die kennen, maar Franquins interpretatie ervan: een pekzwarte bol die helemaal bedekt is door een gigantisch labyrint met hoge muren, zoals die ook in een van de Zwartkijken-gags stond. Op de originelen van de reeks schieten moegetergde renpaarden in rechterstoga hun jockeys koelbloedig neer, wordt een schreeuwlelijke rechtse rakker door zijn messcherpe schuifraam onthoofd terwijl hij vanuit dat raam demonstranten tegen de doodstraf uitjouwt. Op andere pagina's lopen werkgevers letterlijk over de hoofden van hun werkvolk, of verworden bouwkranen tot afschrikwekkende metalen dinosauriërs. Franquin en de Belgische bouwwoede: het is nooit goed gekomen.

Ook nooit tot een goed einde gebracht: zijn realistische werk. De auteur wilde wel, maar vond zichzelf er niet goed genoeg voor. De weinige scheten en illustraties waarin hij een poging waagde (en die hier ook hangen), spreken dat glashelder tegen. Of het nu een gedetailleerde tekening van een zalm of een schaduwrijk menselijk profiel is, Franquin beheerste zonder meer ook deze kunst. Maar liever tekende hij monstertjes, droedelde hij of experimenteerde hij met zijn handtekening, zoals zo vaak onder zijn gags.

Na die unieke blik in onvertrouwde archieven waan je je plots in de jungle, met name de Palombiaanse, thuis van de Marsupilami, dat rare beest waarvoor Franquin toen hij met 'Robbedoes' stopte de rechten niet wilde afstaan. Hier is het nest van de Marsupilami's nagebouwd en treurt een eenzame ouderwets mechanisch aandoende Marsupilami.

Het laatste gedeelte van de expo, 'La salle de mécaniques', is meteen het indrukwekkendste en zonder enige twijfel het duurste. Hier prijken een stuk of tien uitvindingen van Guust, Zwendel en de graaf van Rommelgem. Het minuscule metalen harnas waarmee Guust de lieftallige knaagdiertjes op de redactie wilde wapenen tegen muizenvallen en dieronvriendelijke collega's, staat in schril contrast met de lawaaierige Flaterfoon, de meer dan tweeënhalve meter hoge Radar de robot. Ook te zien: de telegeleide sluiprobot met ingebouwde cirkelzaag (om parkeermeters efficiënt te ontwortelen), de Zantajet (een soort vliegende scooter) of de befaamde Zwendelmobiel. En het is allemaal niets als je dan plots de Turbot Rhino I ziet, de elegante sportwagen van Robbedoes en Kwabbernoot. Als op een heuse autoshow staat die hier op een platform om zijn as te draaien. Het voertuig werd jaren geleden al ontworpen door de Zwitserse auto-ingenieur Franco Sbarro en beleeft hier zijn première.

Franquin zou zelf vreemd opgekeken hebben als hij deze expo nog had kunnen aanschouwen. In 1996 werd een Guust-beeld aan het Brusselse stripmuseum onthuld. Tegen deze krant uitte de tekenaar bij die gelegenheid er zijn twijfels over of een eendimensionaal personage wel zo'n podium verdient. "Op papier is een strippersonage minuscuul. Voor zo'n standbeeld wordt het uitvergroot tot 3,5 meter. Is het daarvoor bedoeld? Ik weet het niet."

Of hij daar na een bezoek aan deze expo anders over zou denken, is twijfelachtig. Franquin was een bescheiden man die niet van al te veel belangstelling en drukdoenerij hield. "Ik ben gemaakt om verborgen te leven", klonk het telkenmale. Ondertussen voelde zelfs Hergé zich zijn mindere. "In vergelijking met hem ben ik niet meer dan een nietige tekenaar", zo liet de bedenker van Kuifje ooit optekenen.

Het blijft in elk geval een tentoonstelling om trots op te zijn. De makers zijn erin geslaagd Franquins universum accuraat, doeltreffend, vakkundig en inspirerend tot leven te brengen. Zijn trefzekere grafiek, zijn (h)eerlijke humor, de charme van zijn personages en hun uitvindingen, het komt hier allemaal ten volle tot uiting. De enige smet is dat originelen van Ton en Tinneke ontbreken - er dienden keuzes gemaakt. De teksten zijn trouwens uitsluitend in het Frans. Wie die taal niet machtig is, moet dus veel interessante informatie ontberen. Een geldprobleem ligt aan de oorsprong van dat euvel. Er is wel nog een (kleine) brochure in het Spaans, Nederlands en Engels.

Voor de rest niets dan lof voor een van de leukste striptentoonstellingen die zich de afgelopen tien jaar op mijn netvlies hebben gebrand. Vaak blinken die namelijk vooral uit in saaiheid omdat je alleen naar originelen kunt staren. Hier wordt de papieren droom aantrekkelijker en aanschouwelijker gemaakt.

Niet dat er een chauvinistische Belg in me huist maar het blijft jammer dat een van onze belangrijkste stripkunstenaars in Frankrijk zo fraai onderdak moet krijgen. "In eerste instantie hebben we gezocht naar Belgische partners, maar dat is mislukt", zegt curator en catalogussamensteller Eric Verhoest. "Wel was het van meet af aan duidelijk dat we de expositie in Parijs wilden organiseren. Alleen is die uiteindelijk dubbel zo groot als gepland." Intussen worden ook plannen gemaakt om de expo de komende tien jaar te laten rondreizen. Nog niets ligt vast maar Zwitserland en België worden alvast genoemd

.

Le monde de Franquin, nog tot 29 augustus 2005, alle dagen behalve maandag, van 10 tot 18 uur, zondag tot 19 uur, Cité des Sciences et de l'Industrie, Avenue Corentin-Cariou 30. Metrohalte Porte de la Vilette, 13,50 euro, 0033-1/40.05.8000 of www.cite-sciences.fr. Met dank aan Thalys, www.thalys.com

Flater-braille

Speciaal voor blinden en slechtzienden verscheen het boek Lagaffe Touch. Hoëlle Corvest, een autoriteit op het toegankelijk maken van musea voor visueel gehandicapten, stelde een informatief werkje samen dat blinden laat kennismaken met Franquins flaterende creatie. Tekens in reliëf vormen samen de beeltenis van de talrijke Guust-personages. Wie zich met braille moet behelpen, kan zo Guust voelen en lezen. Achteraan in het boek zit een cd-rom met een gesproken introductie over het beeldverhaal en de persoon Franquin. Corvest, zelf blind is alvast enthousiast: "Ik leer nu pas dat figuurtje kennen en ik vind het fantastisch. Ik lees strips!" Zij vindt het zowel de perfecte introductie voor visueel gehandicapten in de negende kunst als in het brailleschrift. (GDW)

Informatie: Hoëlle Corvest, 0033-1/40.05.75.35, h.corvest@cite-sciences.fr.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234