Dinsdag 30/11/2021

expo u 'Dear ICC' in het MuHKA, over de tijd dat een museum voor hedendaagse kunst nog een verre droom was

Ex-ICC-directeur Flor Bex: 'Ik leidde het publiek naar Kuifje-tekeningen via de conceptuele kunstenaar Joseph Kosuth. Zo waren de publiekscijfers ronduit schitterend en mocht ik blijven'

De schaduw van aliens op de Meir

Met een tentoonstelling over het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) neemt het Antwerpse Museum van Hedendaagse Kunst (MuHKA) je deze winter mee naar de woelige jaren zeventig en tachtig. Dat ICC, de 'eerste officiële instelling voor actuele kunst in Vlaanderen' lag meteen op een droomplek voor al die begenadigde, links geïnspireerde kunstenaars van toen: de Antwerpse Meir. Je kon daar toen al eens een vreemd creatuur tegen het lijf lopen.

Antwerpen

Eigen berichtgeving

Ward Daenen / Luk Lambrecht

Het ICC werd opgericht in 1969, "deels als een reactie van de overheid op de bezetting van het Koninklijke Museum van Schone Kunsten (KMSKA) door de Vrije Actie Groep Antwerpen", aldus Johan Pas, behalve docent en schrijver ook curator van deze tentoonstelling, Dear ICC. "Vlaams cultuurminister Frans Van Mechelen (CVP) kreeg de beschikking over het vroegere koninklijk paleis aan de Antwerpse Meir als locatie voor de nieuwe instelling."

Van een utopisch 'cultuurpaleis voor het volk', opgestart door de eerste directeur (BRT- en De Morgen-medewerker) Ludo Bekkers, ontwikkelt het ICC zich onder leiding van Flor Bex tot een labo voor avant-gardekunst. "Onder leiding van Bekkers was het ICC voorzichtig van start gegaan", zegt Bex, met wie we door de tentoonstelling en meteen zijn belangrijkste stuk verleden wandelen. "Voorzichtig, omdat de overheid niet voor dat alleractueelste te vinden was."

Toen Bekkers in 1972 al terugkeerde naar de BRT, was die afkeurende houding van de overheid niet meteen gewijzigd. Maar zijn opvolger zorgde voor afleidingsmanoeuvres. Zo bijvoorbeeld de dubbeltentoonstelling. "Ik leidde het publiek naar Kuifje-tekeningen van Hergé, via een tentoonstelling van de conceptuele kunstenaar Joseph Kosuth. Ik toonde Ben Vautier maar tegelijk de alomgewaardeerde George Braque. Op die manier waren de publiekscijfers voor hedendaagse kunst ronduit schitterend en mocht ik blijven. In de beste jaren kregen we jaarlijks 160.000 bezoekers over de vloer. Het MuHKA haalt vandaag niet de helft, al moet ik erbij zeggen dat de toegang tot het ICC toen gratis was."

Bex, altijd een handige jongen geweest, glimlacht. Het palmares van het ICC - het hangt aan de muur op een grote tabel - oogt indrukwekkend. "In twaalf jaar tijd hebben we driehonderd expo's samengesteld. In het ICC is achthonderd uur video gemaakt."

Driehonderd tentoonstellingen produceren terwijl de subsidies schaars waren, hoe heeft hij dat gedaan? "Kunstenaars waren door dadendrang gedreven. Ze wilden vooral hun ideeën realiseren. We zagen geld alleen om te overleven, niet om te beleggen." De Vlaamse cultuurwereld had nog een geheim wapen: de gewetensbezwaarden. "In het ICC werkten er op een bepaald ogenblik tien. Dat was een fan-tas-tische ploeg die je niet moest betalen en die maar wat graag wilden meestappen in het avontuur van de kunstenaar."

Dat avontuur behoort tot de recente kunstgeschiedenis. Kunstobjecten moesten plaatsruimen voor een nieuw medium: video. Flor Bex en Lili Dujourie waren naar verluidt de eersten in ons land die een PortaPak kochten, de eerste min of meer betaalbare videocamera van Sony. Het schilderij belandde in de prullenmand, voortaan zwaaide de conceptkunst de plak. De tijd en het leven slopen binnen in het kunstwerk via 'acties' en 'performances'.

We kijken naar zo'n kunstwerk, een performance op video van de Amerikaanse kunstenaar James Lee Byars. Tien toeschouwers zitten in een halve cirkel. In het midden staat een vrouw. De kunstenaar komt het salon binnen, houdt een orchidee boven haar hoofd en gaat weer buiten. "Die dame is mijn vrouw", zegt Bex, "en de titel van het werk The Perfect Place Is on Top of Your Head. Het is een verbeelding van het ultieme ogenblik."

Net als de kleuren op het televisiescherm oogt dat 'ultieme moment' van toen nu flets. Flor Bex knikt. "Zonder zijn aanwezigheid functioneert zijn kunstwerk minder goed. Byars' charme, zijn levende aura, kun je nooit vervangen. Ik mis die aanwezigheid ook bij het oeuvre van Joseph Beuys. Als Beuys erbij was, werden zijn werken ter plekke opgeladen, hij 'elektrificeerde' ze. Maar een kunstwerk zonder zijn aanwezigheid functioneert niet meer."

In het MuHKA liggen brieven aan Bex van de in 1997 overleden Byars. Een ervan bevat de opdracht tot het maken van een Giant of Antwerp, gesneden uit een ellenlange lap zwart textiel. "We hebben die reus uitgerold en met honderden mensen over De Meir gedragen." Op Dear ICC ligt de vierhonderd meter lange Giant als een schaduw van een alien een stuk uitgerold. Voor Bex is het een herinnering aan "een prachtig moment".

Kunst en maatschappij kregen in het ICC een spiegel voorgehouden. Jef Geys lijstte vacaturebladzijden in onder de titel Men vroeg op datum van 25 mei 1974. Op de vergeelde krantenbladzijden vragen werkgevers kennelijk naar kapiteins, matrozen, politieagenten, dactylo's, noem maar op. Ander voorbeeld. Carlos Ginzburg nodigde een prostituee uit. Ze zat drie weken lang in het ICC op een stoel, met een statement van Baudelaire op de schoot: 'Qu'est ce l'art? Prostitution.' Bex grijnst: "Soms verveelde die Argentijnse zich, en dan kwam ze zich aanbieden aan het personeel."

Vandaag geniet de hedendaagse kunst een ruime mate van politieke onafhankelijkheid - of is het ook een stuk onverschilligheid? In het Vlaanderen van de jaren zeventig moest ze die nog veroveren. De kunstenaars tastten dan ook voortdurend de grenzen van het toelaatbare af. Jef Geys stelde een poster samen van pornoprentjes. Die tentoonstellen mocht niet zomaar, maar als de prentjes vager werden afgedrukt, minder zwart, dan mocht het wel van de overheid. Soms liep het ook mis. Toen Bex in opdracht van Byars bij nacht en ontij een gouden cirkel schilderde op de stoep voor het Paleis - de cirkel wees op een architecturaal verband in het Koninklijk Paleis - werd hij op heterdaad betrapt. "Verf en borstel, de instrumenten van de wandaad, werden in beslag genomen en ik werd opgesloten in de Oudaan. Lode Craeybeckx, die toen burgemeester was, is tussengekomen. Hij heeft me 'bevrijd'."

Bex schopte graag tegen de schenen van het establishment. Hij herinnert zich een illegaal ingevoerde tentoonstelling van Russische conceptuele kunst, waarvoor hij een Russische affiche gebruikte. Op de affiche stond 'Arbeiders aller landen verenigt u want anders schieten ze u dood'. Een diplomatieke rel viel hem te beurt.

Tegelijk was Flor Bex even links als opportunistisch. Via Van Mechelen was het jarenlang de CVP die hem de hand boven het hoofd hield. "In 1982 was mijn krediet blijkbaar op. Ik werd ontslagen door staatssecretaris Rika De Backer. Maar: ik kreeg geen C4 en werd dus niet erkend als werkloze. Omdat ik onwettig werd afgedankt ben ik naar de rechtbank gestapt. Ondertussen ging ik me elke dag officieel aanbieden bij het ICC én bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel, waarnaar ik zogezegd was overgeplaatst maar waar ik evenmin binnenmocht. Dat circus heeft drie jaar geduurd, tot Karel Poma (PVV) cultuurminister werd."

Lees verder op pagina 19

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234