Zaterdag 16/10/2021

Expo u BelgiËs mooiste museumpje in doornik stelt overzicht van Marthe Wéry tentoon HHH

'Idealiter blijf je van 's morgens tot 's avonds voor een W�ry zitten om de variaties van de kleuren te meten. Maar er zijn grenzen'

'Dochter' van Mondriaan kuist Horta-tempel

Voortaan stroomt er geen regen meer binnen, enkel nog overvloedig licht. Victor Horta's Museum voor Schone Kunsten in Doornik is opgelapt, afgestoft en fris geschilderd. Schoonmaakster van dienst was de Brusselse kunstenares Marthe Wéry. Met haar bekende monochrome panelen heet ze je feestelijk welkom in 's lands mooiste museumpje.

Doornik

Eigen berichtgeving

Ward Daenen

Zelfs zeven man en een paardenkop bleek te veel eer, toen ik een paar jaar geleden met lief en twee vrienden het museum voor Schone Kunsten van Doornik bezocht. Op een lukrake zondag waren er die namiddag alles bijeen vijf bezoekers. Er lag een dikke laag stof, de verf bladderde van de muren, er waren vochtvlekken en de naambordjes waren vergeeld. En toch. Dat museum (art-decoparel van Horta uit 1928)! Dat licht (zelfs met al het vuil op het glas)! Die schilderijen (Manet, Seurat, De Braekeleer!) We hadden een potentiële schat ontdekt en hij lag waar niemand hem ooit zou zoeken.

Al waren we achteraf gezien niet de eerste om hem te vinden. Curator Thierry De Duve had voor Brussel 2000 al eens het stof van de Doornikse Manet Chez le Père Lathuille, en plein air (1879) geblazen. Hij bruikleende dat even simpele als prachtige doek (van een verliefd stel op de binnenkoer van een Parijs café) en gaf het een prominente plek in Kijk!, een overzichtstentoonstelling van twintigste eeuwse kunst in het PSK. Nu, vier jaar later, mag Marthe Wéry (1930) het stof van het hele museum blazen. De Beaux-Arts, die in feite werd ontworpen om de prestigieuze collectie Van Cutsem in onder te brengen, is keurig geschilderd, de vochtvlekken zijn weg. Hefboom voor de opfrissing was Rijsel, dat voor zijn Europese culturele project samenwerkt met Doornik en andere satellieten. De provincie en de Franse Gemeenschap betaalden mee voor deze tentoonstelling.

Marthe Wéry is in Doornik eerst schoonmaakster van dienst geweest. De 74-jarige kunstenares ging daarbij grondig te werk: ze liet het hele museum ontruimen. Bijna toch. Het bos standbeelden in de centrale hal en de ronduit afschuwelijke collectie naoorlogse kunst op de eerste verdieping verhuisden naar de kelder. Alleen de negentiende-eeuwse topstukken bleven hangen. Voorts liet ze een zaal volstouwen met doeken van De Braekeleer (Schilder in atelier en model en Tuin van de bloemist), Jordaens, Gaillait en anderen. Je ziet een beeld van de Brusselse Koningsstraat hangen naast een tafereel van koeien in de wei, vervolgens een geboorte van Jezus en dan een landschap van Boulenger.

Behalve die ene zaal met ophanging boven en naast elkaar was de rest van het museum op die pronkstukken na leeg. Wéry kon aan de slag. Met haar nieuwe en oudere series schilderijen, maar ook met de karaktervolle architectuur: de hoogte, het perspectief en het licht, de drie dingen die ze van architect Victor Horta heeft gekregen.

Eerst iets over de hoogte. De wanden van Horta's tempel zijn relatief hoog voor een museum. Ze meten zes meter en zijn onderverdeeld in drie 'niveaus'. Op elk van die 'niveaus' kun je een schilderij hangen. Zo had de architect het ook bedoeld. Wéry speelt voortdurend met dat gegeven. Sommige van haar vierkante panelen van hout of aluminium hangt ze hoog, andere in het midden of laag. In Doornik heeft ze de blauwe Calais-serie uit 1995 opgehangen. Het is een compositie van licht- en donkerblauw aan de muur, die je kunt lezen als een Piet Mondriaan op grote schaal of als noten op een notenbalk. Het werkt.

Horta's tweede geschenk aan kunstenaar en kijker is perspectief. De zalen liggen namelijk niet zomaar klassiek achter elkaar, maar staan zoals in een panopticum in verbinding met elkaar. Zijn gebouw bestaat uit een benedenverdieping met vier zalen rond een centrale hal en een eerste verdieping met drie zaaltjes, opnieuw rond een centraal punt. Van daaruit krijg je doorzichten naar alle andere zalen.

Met een titelloos vijfluik uit de collectie Dhondt-Dhaenens (1989-1996) weet Wéry die perspectiefwerking uitzonderlijk knap te beklemtonen. Kijkend vanuit de hal zie je die vijf panelen links van een deuropening hangen: een grijs, een bruin, een rood, een zwart en opnieuw een grijs. Van ver is het alsof je door dat gat naar een dia van gekroonde hoofden kijkt. Als je de opening nadert, ontvouwt zich een kolossaal doek van acht bij vijf meter. Het is De troonsafstand van Karel de Vijfde, door de Doornikse schilder Louis Gallait (1810-1887). En wat het helemaal mooi maakt: de kleuren die Wéry gebruikte, zie je ook bij Gallait.

Natuurlijk licht is het derde geschenk, ongetwijfeld het mooiste in de ogen van Marthe Wéry. Het stroomt binnen via het dak en kleurt haar panelen rood, blauw en geel; purper, groen en oranje. Je kijkt naar kleuren die veranderen met het licht. Dat is goed zichtbaar bij een bewolkte hemel met doorbrekende zon: kleuren worden warm, koelen af, flakkeren op, doven uit. Idealiter blijf je van 's morgens tot 's avonds voor een Wéry zitten om de variaties van de kleuren te meten. Er zijn natuurlijk grenzen.

Horta geeft heel wat, maar neemt ook terug. Want anders dan de bescheiden witte kubussen is zijn art-decoarchitectuur alomtegenwoordig. De kunstenares ziet daarin terecht een uitdaging, maar het levert ook problemen op voor een uitgesproken modern oeuvre. Als je in de centrale hal kijkt, zie je blauw, rood, geel, purper... alle kleuren van de regenboog, eigenlijk. Het museum is een kleurboek geworden. Er is nog een beperking: de hoge marmeren plinten. Wéry zet haar reeksen panelen immers ook gewoon op de grond, leunend tegen de muur, als was het museum een atelier. Maar wegens het drukke marmer doet ze dat nu slechts een enkele keer. Overigens heeft ze wel een aantal panelen op de prachtige terrazzovloeren geïnstalleerd. Soms met houten schragen onder, vlak of schuin zoals een schans, een enkele keer gewoon plat op de vloer.

Is het een plezier om te kijken naar eenkleurige panelen? Eerlijk: neen. Het is meer een zaak van het verstand. Je kunt naar Wéry's groepen panelen kijken, die altijd met veel gevoel voor ruimtelijkheid zijn geïnstalleerd. Je kunt haar kleuren proberen te benoemen: karmijn, vermiljoen, marineblauw, nachtblauw, Van Dijckbruin, oker ... Je kunt het Pruisisch blauw op Wéry's panelen vergelijken met het helblauw van Manets havenzicht (Argenteuil). Kijk ook naar het oppervlak. Op vroege werken zoals Les neuf journées, dat ze in 1982 tentoonstelde op de Biënnale van Venetië, gebruikt ze nog een verfborstel, om negen keer vier balken te schilderen. De kleurstroken zijn overwegend bordeaux en hellen soms over naar rood of roze. In recenter werk heeft het toeval een belangrijke plek gekregen: ze dompelt de platen onder in snel drogende acrylverf. Uit de emmer zet ze de panelen rechtop, laat de verf die naar beneden glijdt drogen of schraapt haar weg met een spatel, voegt nieuwe kleuren toe enzovoort. Het levert uiteindelijk panelen op die meer zijn dan monochromen. Het zijn abstracte landschappen. Soms met figuratieve neigingen. Ze lijken op glasplaten, die vandaag veelvuldig in hedendaagse architectuur worden gebruikt. Je ziet een bos, een rood marslandschap.

Hoe creatiever de geest, hoe rijker het werk van Marthe Wéry.

Nog iets. Men kan alleen maar hopen dat de geesten die de tentoonstellingen na Marthe Wéry plannen creatiever te werk gaan dan tot nu toe het geval was. Want net als Le Grand Hornu heeft het museum het potentieel om een plek in Wallonië te worden die minstens een keer per jaar vaut le détour.

Marthe Wéry, De kleuren van het monochroom, Tot 31 oktober (alle dagen behalve dinsdag van 9.30 tot 12.30 en van 14 tot 17.30 uur) in het Musée des Beaux-Arts, Enclos St. Martin, Doornik. Toegangsprijs: 4 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234