Woensdag 16/10/2019

Expo > Portretten van 'popartkunstenaar' Andy Warhol in Le Grand Palais in Parijs JJJJ

Het beeld verdringt de werkelijkheid

Ruim twintig jaar na zijn dood blijft Andy Warhol fascineren. De popartpaus werd beroemd met realistische afbeeldingen van colaflesjes en soepblikken maar eigenlijk zijn het de portretten die het hart van zijn oeuvre vormen. Dat blijkt ook uit Le grand monde d'Andy Warhol, een pas geopende tentoonstelling in Parijs die de bezoeker ertoe uitnodigt het werk van de kunstenaar te herinterpreteren. Volgens curator Alain Cueff bevat het veel meer emotie en diepgang dan doorgaans wordt aangenomen. DOOR DIRK STEENHAUT

De expo in Le Grand Palais is in haar soort de grootste die ooit rond Warhol werd georganiseerd en biedt een selectie uit de meer dan duizend portretten die de excentrieke Amerikaan vervaardigde tussen de vroege sixties en 1987, het jaar waarin hij aan de gevolgen van een galblaasoperatie overleed.

"Andy Warhol is inmiddels zo beroemd dat we geneigd zijn de gangbare perceptie van zijn werk voor lief te nemen", zegt de Franse kunsthistoricus Alain Cueff, die de tentoonstelling samenstelde. "Ten onrechte. Want door hem uitsluitend als popartkunstenaar te bekijken, houden we geen rekening met de vele tegenstrijdigheden in zijn karakter en werk."

Sinds zijn baanbrekende portretten van Marilyn Monroe uit 1962 deed Warhol een in onbruik geraakt genre heropleven, ook al bediende hij zich daarbij resoluut van ongeziene codes.

Andy Warhol wordt beschouwd als de ultieme belichaming van de American dream. Hij groeide op in Pittsburgh, in een familie van onbemiddelde Slowaakse migranten, en die bescheiden afkomst voedde zijn fascinatie voor het societyleven waarin hij zich later graag zou onderdompelen. Warhol, verzot op decadente feestjes, omringde zich met een bonte stoet van acteurs, actrices, muzikanten, travestieten en transseksuelen.

Toch krijgt wie enkel oog heeft voor de aseksuele figuur, die nooit de deur uit ging zonder donkere bril of zilverkleurige pruik en er behagen in schepte maatschappelijke taboes te doorbreken, slechts een deel van het verhaal. De kunstenaar was namelijk ook geobsedeerd door dood en religie, ging als kind iedere zondag naar de kerk en putte al vroeg inspiratie uit de christelijk-orthodoxe iconen die toen en masse werden geproduceerd. Volgens Cueff hadden die niet alleen een ingrijpende invloed op zijn portretkunst, maar ook op het concept van The Factory, het atelier waar assistenten onder zijn supervisie kunst voortbrachten. Het idee van de 'gedeelde arbeid' was overigens niet nieuw: schilders als Rubens en Titiaan stonden in hun tijd aan het hoofd van soortgelijke bedrijfjes.

Kunst als massaproduct

Warhol begon zijn carrière als reclametekenaar, etalagist en illustrator bij modebladen als Vogue en Harper's Bazaar. Vandaar wellicht zijn ambitie het banale te veredelen en het alledaagse tot kunst te verheffen. Door consumptieartikelen als Coca-Cola en blikken Campbell Soup af te beelden maakte hij ook de kunst zelf tot een massaproduct en poogde hij de werelden van het artistieke en het commerciële te verzoenen. Net als Marcel Duchamp wilde hij de kunst democratiseren door de burgerlijke definitie ervan op te blazen.

Naast een ideeënbedrijf was The Factory een productielijn waar aan de lopende band zeefdrukken werden gemaakt. Andy Warhol zag zichzelf als een machine die werk produceerde of als een regisseur die dat van anderen controleerde en van zijn keurmerk voorzag. Zo verwierp hij het gangbare dogma dat een kunstobject uniek hoorde te zijn.

Door te pleiten voor eindeloze reproduceerbaarheid introduceerde Warhol een nieuwe invulling van het auteurschap en ondermijnde hij tegelijk het begrip 'originaliteit'. Kunst was voor hem geen individuele uitdrukking van een individuele emotie, maar louter "registratie van de zichtbare werkelijkheid", waarbij elke subjectieve toevoeging werd gebannen. Logisch dus dat de zeefdruktechniek - machinaal, precies, afstandelijk, anoniem - zijn meest gebruikte artistieke medium zou worden. Zijn silk screens hadden op de toeschouwer net hetzelfde effect als beelden uit de media.

Zelfonderzoek

De expo in Le Grand Palais is thematisch opgevat en ingedeeld in veertien hoofdstukken. Ze begint met zelfportretten, een rariteit in de popart, uit drie stadia van Andy Warhols leven. Opvallend is dat de kunstenaar telkens voor een andere benadering kiest: karikaturaal in 1948, geamuseerd in '64, gekweld in '86. Warhol zal die vorm van zelfonderzoek vier decennia volhouden. Hij houdt zichzelf een spiegel voor en wat hij ziet, helpt hem vervolgens bij het portretteren van anderen. In een naar abstractie neigend zelfportret uit 1966, waarin zijn trekken vervagen en de helft van zijn gezicht onbelicht blijft, vallen de felle kleurcontrasten op: rood versus turkoois, gifgroen versus roze.

Tijdens de vroege jaren zestig beeldt Warhol Marilyn Monroe, Liz Taylor en Elvis Presley af. Wat hem tot die beroemdheden aantrekt, is het feit dat ze schoonheid en succes symboliseren en tot het collectieve bewustzijn van bepaalde delen van de Amerikaanse samenleving zijn doorgedrongen. Filmsterren en celebrity's, van Debbie Harry tot Mick Jagger en van Jane Fonda tot Sylvester Stallone, stralen de provocerende seksualiteit uit van iemand die geslaagd is in het leven en blijven daarom tot Andy Warhols favoriete onderwerpen behoren.

Monument voor Monroe

De kunstenaar, die Marilyn Monroe pas als model kiest nadat ze een fatale dosis slaapmiddelen heeft geslikt, draagt er met zijn reeks portretten toe bij dat de actrice na haar dood nog beroemder wordt dan tijdens haar leven. Hij richt, als het ware, een monument voor haar op en creëert een beeld dat zo sterk is dat het de werkelijkheid verdringt. Monroe kan slechts een symbool worden van de eeuwige jeugd omdat Warhol haar tot een icoon heeft verdicht.

Anderzijds heeft hij oog voor de tragiek van de actrice, wier identiteit werd aangevreten door de vaststelling dat ze, zeker aan het eind van haar leven, de gevangene van haar media-imago was geworden. Die dubbelzinnigheid schuilt onder meer in Peach Marilyn, waar Monroes gezicht, door het gebruik van felle kleuren, iets clownesks krijgt. Het is een masker geworden waarmee Andy Warhol verbeeldt wat de feiten verbergen. In hetzelfde jaar, 1962, maakt hij ook Twenty Marilyns, een werk dat doet denken aan een vel postzegels, ook al is geen van de gezichten helemaal identiek.

Het moment fixeren

Van haast al zijn portretten maakt Warhol meerdere versies. Ze verschillen onderling door het gebruik van andere kleurvlakken of doordat de artiest de op foto's gebaseerde zeefdrukken gaat 'corrigeren' of overschilderen. Kwantiteit en herhaling staan in zijn werk centraal. Precies dat repetitieve knaagt het oorspronkelijke beeld kapot, maar het leert de toeschouwer wel anders te kijken. In veel van Warhols portretten wordt het onveranderlijke herhaald, alsof de maker de tijd stil wil zetten, het moment wil fixeren. Zo weet hij zichtbaar te maken wat door het onophoudelijke spervuur van reclame dreigt te worden verhuld. Bovendien toont Andy Warhol de troosteloosheid van de herhaling én de vernietiging van de uitdrukkingskracht door een teveel aan informatie.

De zeefdrukken van Marilyn Monroe zijn gebaseerd op een affiche van de film Niagara. In 1963 oordeelt Robert Scull, eigenaar van een taximaatschappij en een rijke kunstverzamelaar, dat zijn vrouw Ethel ook zo'n 'Marilynbehandeling' verdient. Scull is de allereerste die bij Warhol een portret bestelt, dus neemt de kunstenaar zijn eega mee naar een pasfotohokje om er kiekjes te laten maken. De zo verkregen photomatons vormen het uitgangspunt voor het schilderij Ethel Scull 36 Times.

De honderden portretten die Andy Warhol in de daaropvolgende decennia zal maken leveren hem een gemiddeld jaarinkomen van een kleine veertig miljoen euro op. Wie er welgesteld genoeg voor is, kan bij hem zelfs een portret van Brigitte Bardot of prinses Diana bestellen. Want geld, voor Warhol zo belangrijk dat hij er in zijn autobiografie een heel hoofdstuk aan wijdt, is zijn enige criterium bij de selectie van zijn onderwerpen. Zijn cliënteel bestaat dan ook overwegend uit zakenlui, industriëlen en supersterren. Zijn tarief blijft altijd hetzelfde: 25.000 dollar voor het eerste portret, 15.000 voor alle volgende. Hij beschouwt zichzelf als een commerciële kunstenaar en doet daar verder niet flauw over. Hij gaat zelfs bankbiljetten schilderen om alle twijfel over zijn motivatie weg te nemen.

Net als die van de Duitser Gerhard Richter zijn Andy Warhols portretten steevast gebaseerd op foto's. Eerst haalt hij die uit de krant, later maakt hij zelf snapshots van zijn modellen met een polaroidcamera. Die laat hij door zijn acolieten dan verder tot silk screens uitwerken in The Factory. Ook zijn Screen Tests (gefilmde close-ups) en zijn experimenten met Unmoving Pictures zullen voortaan een ingrijpende invloed hebben op zijn portretten. Een apart zaaltje van Le Grand Palais biedt een reeks zwart-witfoto's die Warhol vanaf 1976 van vrienden en beroemdheden maakt met een Minox 35 EL, een compacte camera die overal met hem meereist. Met die beelden krijgen we een wat spontaner aspect van zijn portretkunst in het vizier.

Close-ups zijn vanaf de vroege sixties de norm voor Andy Warhols portretten. Soms probeert de kunstenaar echter andere composities uit en beeldt hij het volledige lichaam van zijn modellen af. Zo geeft hij de zwarte schilder Jean-Michel Basquiat weer in de houding van Michelangelo's David, of vangt hij hem in een gefragmenteerde puzzel van lichaamsdelen. Met zijn portretten van de starlet Cornelia Guest verwijst hij dan weer expliciet naar Boticelli en Diego Rivera.

Mao met lipstick

In 1962 kondigt Warhol aan zich voortaan enkel op de filmkunst toe te zullen leggen, maar nog datzelfde jaar zet hij de kunstwereld in rep en roer met een spectaculaire serie portretten van de Chinese leider Mao Tse Tung. Niet dat hij belang stelt in het historische belang van de communistische dictator: het gaat hem om de mediafiguur Mao, in zijn ogen gewoon een zoveelste celebrity. Maar tegelijk hebben de Maozeefdrukken, nu gecombineerd met olieverf, iets subversiefs. Andy Warhol gebruikt weliswaar het propagandabeeld op de omslag van Het rode boekje, maar feminiseert het door er lipstick op aan te brengen. Impliciet roept hij vragen op over Mao's seksuele identiteit, maar zijn fascinatie voor het androgyne dwingt hem ook zijn eigen geaardheid onder ogen te zien. Zo fotografeert hij zichzelf als travestiet, compleet met make-up en vrouwenpruiken.

Mogelijk onder invloed van de reclame zijn Warhols portretten doorgaans geflatteerd of geïdealiseerd. Wanneer hij zichzelf schildert, laat hij bijvoorbeeld de pukkels weg, want, zegt hij, "die zijn tijdsgebonden en hebben niets te maken met hoe je er werkelijk uitziet". De kunstenaar houdt er een nogal kunstmatig schoonheidsideaal op na en is erg begaan met lichamelijke perfectie. Toon nooit de onvolkomenheden van je model, luidt zijn devies. Bij vrouwen benadrukt hij vooral de ogen en de volle, rode lippen, maar al te prominente neuzen worden bijgewerkt, jukbeenderen gecorrigeerd. Tegelijk echter maken veel van zijn werken een onaffe indruk en doen ze ruw of onvolmaakt aan.

De internationale jetset trekt Warhol aan als een magneet. Dus richt hij in 1968 het glamourmagazine Interview op, waarin wordt bericht over film, mode en muziek en dat hem een perfect alibi levert om alle sterren van het moment te ontmoeten. Het blad opent nieuwe deuren voor zijn kunst, maar vanaf 1972 laat hij de omslagontwerpen, ook te zien in Parijs, over aan Richard Bernstein die "erin slaagt iederéén er als een beroemdheid te doen uitzien".

Piss paintings

De laatste twintig jaar van zijn leven vervaardigt Andy Warhol, meestal in opdracht, portretten van talloze prominenten uit de kunstwereld: schilders, beeldhouwers, architecten, kunsthandelaars, curatoren. Camouflage (1986) is zijn postume hommage aan Joseph Beuys: een close-up van de Duitse artiest, die wordt overdrukt met het motief van diens vissersjasje. Warhol staat erg dicht bij de afgebeelde figuren, maar dat valt uit zijn werk niet af te leiden. Het oogt vlak en ondiep, al is het verre van oppervlakkig. Opvallend is dat hij, bijvoorbeeld in zijn portret van David Whitney (1980), steeds vaker diamantpoeder op het canvas aanbrengt. In zijn piss paintings gebruikt hij dan weer urine. Bij Warhol heiligt het doel altijd de middelen.

In de loop van de jaren zeventig krijgt de kunstenaar toegang tot de hoogste kringen van de macht en wordt hij het moderne equivalent van een hofschilder. Hij portretteert politici, aristocraten, koninklijke families en valt terug op de iconografie die in zo'n geval gebruikelijk is. Soms toont hij ontzag, vaker nog ironie, waardoor toch weer een afstand tegenover zijn onderwerp ontstaat.

Vermenigvuldiging door herhaling

De dood, en daarmee verweven religie, spelen in Andy Warhols werk een belangrijke rol. Zijn Big Electric Chair (1967-'68) beschouwt hij bijvoorbeeld als het hedendaagse equivalent van het kruis. Tijdens de laatste twee jaar van zijn leven komt zijn hang naar het geloof steeds vaker op de voorgrond. Zo herneemt hij een detail uit Het laatste avondmaal van Leonardo Da Vinci (het aangezicht van Christus) en beeldt dat 112 keer af, waardoor het een soort fresco wordt. Vermenigvuldiging door herhaling: het geeft zijn werk iets obsessioneels.

Ook traditionele thema's als 'moeder met kind' vinden hun weg naar zijn portretten. Warhol waagt zich zelfs aan een remake van Raphaels Sixtijnse madonna, waarbij hij de compositie van de renaissancemeester gedeeltelijk overneemt. Wel voegt hij er een prijsetiket ter waarde van 6,99 dollar aan toe: een impliciete kritiek op de banalisering en commercialisering van religieuze iconen. Religie gekaapt door de reclame, of hoe het heilige triviaal is geworden en de spreekbuis van de consumptiemaatschappij zich plots opwerpt als haar criticus.

Le grand monde d'Andy Warhol verrast, roept vragen op, brengt je ideeën over de kunstenaar aan het wankelen en dat is nu net wat de tentoonstelling ook beoogt. Missie geslaagd.

Le grand monde d'Andy Warhol loopt tot 13 juli in Le Grand Palais in Parijs. Dagelijks open, behalve op dinsdag, van 10 tot 22 uur. Op donderdag tot 20 uur, op zaterdag en zondag vanaf 9 uur. Toegang: 12,50 euro. Gratis voor kinderen jonger dan 13. De prima catalogus kost 45 euro.

Kwantiteit en herhaling staan centraal in het werk van Andy Warhol. Precies dat repetitieve knaagt het oorspronkelijke beeld kapot, maar het leert de toeschouwer wel anders te kijken

n Ethel Scull 36 Times, 1963.

n Bezoekers bekijken portretten van Mao op de expo Le grand monde d'Andy Warhol in Le Grand Palais in Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234