Zondag 04/12/2022

expo l De grimmige obsessies van Kubin, Rops en co. in Brussel en Namen

De tekeningen uit de kunstcollectie van Alfred Kubin vormen een theater van de wreedheid. Vertrouwde motieven en bizarre fantasie�n lopen in elkaar over

Intussen, bij Satan aan de muur

In de hel zit de Oostenrijkse tekenaar en fantast Alfred Kubin ongetwijfeld aan de rechterhand van Satan, tussen zijn spitsbroeders Rops en Goya. Het Oostenrijkse voorzitterschap van de Europese Unie brengt het sterkste grafische werk van al deze heren mee naar België. Een niet onaardig deel van Kubins kunstcollectie is in het Brusselse stadhuis te zien, terwijl zijn eigen werk in Namen de confrontatie aangaat met de hitsige Félicien Rops.

Alfred Kubin (1877-1959) was een bemiddelde man, die zijn opleiding kreeg in privé-scholen en aan de kunstacademie van München. In de lokale pinacotheek en in de Weense Albertina bestudeerde hij het oeuvre van geestesverwanten als Klinger, Ensor en Redon. Vooral Goya's overrompelende suites Los Caprichos en De rampen van de oorlog maakten indruk. Kubin stouwde zijn kasteeltje Zwickledt in Boven-Oostenrijk vol met een fabelachtige collectie grafiek van oude meesters en tijdgenoten. In 1909 schreef hij ook nog de roman Die andere Seite (De andere kant), maar echt beroemd werd hij als illustrator van werken uit de wereldliteratuur: verhalen van Edgar Allan Poe of Les diaboliques van Barbey d'Aurevilly, die in 1885 ook Félicien Rops (1833-1898) al hadden geïnspireerd. De avant-garde lustte wel pap van gruwel en grandguignol. Kafka's personage Gregor Samsa dat in 'De metamorfose' tot een insect wordt getransformeerd, zou een icoon worden. De fascinatie voor het fantastische en het groteske, met uitlopers naar esoterisme en occultisme, was de grootste gemene deler voor de beeldenweelde van het fin de siècle. Talloze symbolistische schilderijen of etsen hebben wortels in de literatuur. In 1898 liet Ensor zich voor een grimmig tafereel inspireren door Poe's vertelling 'De wraak van Hop Frog'.

De tientallen tekeningen die we onder de titel Obsessies te zien krijgen in de neogotische zalen van het Brusselse stadhuis (een problematische expositieruimte waarin dit werk echter relatief goed tot zijn recht komt) en in het Ropsmuseum, vormen een theater van de wreedheid. Vertrouwde motieven en bizarre fantasieën lopen in elkaar over. Er zijn walsende skeletten en offerrituelen, heksen met bezems naast scènes waarin de werkelijkheid minimaal vertekend werd - iets als Carnivale meets Lost. Door scheurtjes in de realiteit sluipen onze demonen naar binnen. Of naar buiten? De titel van Freuds essay 'Das Unheimliche' uit 1919 zegt genoeg: het is de verontrustende vreemdheid van de dingen die ons de stuipen op het lijf jaagt. En laat het morbide nu net een geliefd ingrediënt zijn voor menig streekgerecht uit Oostenrijk-Hongarije, het land dat Karl Kraus had uitgeroepen tot een "proefstation voor het einde van de wereld". Frankrijk had Huysmans' Là-bas en A rebours, de satanische Statenbijbels van de decadentie. Het oude Midden-Europa deed het met Meyrink, Böcklin en Kubin. In de tekening Het ogenblik laat deze laatste een stevige mensenkont met vleugels en op paardenpoten klapwieken over een desolaat landschap. De slaap van het surrealisme kon intreden.

We kennen de wezens die ons in Brussel en Namen vanuit hun lijsten aanstaren. Zij spoken rond in onze herinneringen, in sprookjes en verhalen voor onder de lakens, in bekentenissen die het daglicht niet mogen zien. Zowel pareltjes uit Kubins eigen collectie als zijn duet met Rops werden thematisch op de muren geschikt. Een catalogus van het groteske is het resultaat, met variaties en letterlijke citaten. De kotsende figuurtjes van Kubins tekening Die Hungrigen und die Satten zijn duidelijk schatplichtig aan Ensors Le Christ aux enfers. Rops' dansende Dood krijgt zestig jaar later het gezelschap van een burleske Madame Mors. De kwellingen van Sint-Antonius, heidense offers en andere ongein waren altijd wel goed voor fraaie plaatjes. Soms rijmt er alleen maar een gebaar - de kromming van de arm waarmee Satan zijn zaad uitstrooit, de zeis van Magere Hein. Ensors Zelfportret in 1960 (als stoffig skelet, dus) klinkt na in Kubins allegorie van de oorlog. Voor elke Mors Syphilitica, voor elke femme fatale die door de Parijse achterbuurten waart, voert Kubin wel een schaatsende Dood of een zot fabeldier op. Zijn werk zou een bestiarium van het volksgeloof kunnen zijn. De vrouwen die hij tekent - gekraste lijven van lillende griesmeelpap - zijn karikaturen, akelige stripfiguren die niets van doen hebben met Rops' triomferende deernen. Het virtuoze en moderne A un dîner d'athées dat de man uit Namen in 1883 tekende, staat mijlenver af van Kubins menagerie. De Parijse Belg is een stadsmens, zijn Oostenrijkse epigoon een man van het platteland, waar de boeren bij het haardvuur straffe verhalen opdissen.

Maar alle kunstenaars die hun obsessies aan het papier hebben toevertrouwd, vertellen in wezen hetzelfde: zie hoe bang we nog altijd zijn - voor onze eigen schaduw, voor het andere geslacht, voor onze aardse driften. Goya wist het al: de slaap van de rede brengt monsters voort. Deze dubbeltentoonstelling zou van alle tijden kunnen zijn, maar toch vooral van de broeierige, angstige eerste speelhelft van de twintigste eeuw. Na de rust van het interbellum moest het ergste nog komen, en de blessuretijd is nog altijd niet afgelopen.

Eric Min

Tot 18 juni in het Brusselse stadhuis en in het Ropsmuseum, rue Fumal 12, Namen. Open van dinsdag tot zondag, van 10 tot 18 uur. Toegang: 6 euro in Brussel, 3 euro in Namen. De drietalige catalogus kost 30 euro, een aardig nieuw boekje over de renovatie en transformatie van het Ropsmuseum 19 euro. Een variant van de dubbeltentoonstelling trekt later ook nog naar het Landesmuseum in Linz.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234