Zondag 23/02/2020

Expo in Tate Modern over veelzijdige Nederlandse schilder, spin in web van Europese avant-gardeTheo van Doesburg verovert Londen

Op het Europese continent is de Nederlandse schilder Theo van Doesburg (1883-1931) een grote naam. In de Angelsaksische wereld lag dat tot voor kort anders. Daar kende men alleen zijn vriend en tijdgenoot ‘Mondrian’. Maar dankzij een grote expo in het Tate Modern heeft nu ook Londen Van Doesburg ontdekt.

LONDEN l Wie was toch die Van Doesburg, vroegen de Engelse kranten zich de afgelopen week af. Piet Mondriaan, die kenden ze wel, al was het maar door de fabelachtige bedragen die zijn schilderijen de laatste decennia opbrachten. Maar Van Doesburg werd neergezet als ‘een vergeten kunstenaar’. In de kwaliteitskrant The Guardian werd zelfs gesproken van een ‘voetnoot in de twintigste-eeuwse kunst’.

“Een beetje triest”, noemt specialist Leen De Jong van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen de Britse onwetendheid. “We hebben met zijn allen de neiging om naar de Engelse media te kijken, maar wat daar geschreven wordt, is natuurlijk volkomen bezijden de waarheid.” Van Doesburg was als schilder misschien geen Mondriaan, erkent De Jong. Maar als kunstenaar én als voorman van de beweging De Stijl speelde hij een zeer vooraanstaande en uitvoerig gedocumenteerde rol in de Europese avant-gardekunst van begin twintigste eeuw. In Duitsland en Frankrijk maar ook in België inspireerde hij tijdgenoten, richtte hij bewegingen op en onderhield hij vele vriendschappen en correspondenties.

Het talent van Van Doesburg als netwerker avant la lettre is ook een van de thema’s van de tentoonstelling Van Doesburg and the International Avant-Garde, die van de week haar deuren opende in Tate Modern. De expo, opgesteld samen met het Leidense museum De Lakenhal, bevat maar liefst vierhonderd kunstwerken en andere voorwerpen, afkomstig van Van Doesburg zelf en de talloze kunstenaars met wie hij contacten onderhield.“Hij was echt de spin in het web van de internationale avant-garde”, zegt Doris Wintgens, conservator van De Lakenhal. “Hij was een erg gedreven kunstenaar, maar hij was ook heel slim en tactisch als hij iets wou bereiken. Hij wist precies waar hij moest zijn en met wie hij moest praten.”De internationale carrière van Van Doesburg (geboren in Utrecht als Christian Emil Küpper) begon toen hij in 1916 Piet Mondriaan ontmoette, die net terug was uit Parijs. Samen met andere kunstenaars als schilder Bart van der Leck en architect J.J.P. Oud richtten ze in 1917 in Leiden de groep De Stijl op. De beweging stond een puur abstracte kunst voor, en predikte het gebruik van primaire kleuren. Ook geloofde men in een universele kunst waaraan het individuele talent ondergeschikt moest worden gemaakt. Van Doesburg was de grote aanjager van De Stijl, en zou tot het eind van zijn leven uitgever en hoofdredacteur blijven van het gelijknamige tijdschrift. In de jaren twintig reisde Van Doesburg heel Europa af om zijn ideeën te verkondigen. Hij was betrokken bij het oprichten van bewegingen als het constructivisme, organiseerde en bezocht tentoonstellingen en congressen, en voerde vurige debatten met mede- en tegenstanders. Zo verbleef hij in Weimar een tijdje in Bauhauskringen, waar hij veel opschudding veroorzaakte met zijn als agressief en dogmatisch ervaren denkbeelden. In Parijs werd hij door de Russische kunstenaar Archipenko benoemd tot Nederlandse ambassadeur van de Franse kunstenaarsgroep La Section d’Or.Ook in België was Van Doesburg geregeld te vinden. Zowel onder de Antwerpse als de Brusselse avant-garde had hij vrienden en aanhangers, zoals Georges Vantongerloo, Marthe Donas, Victor Servranckx, Paul Joostens en Karel Maes. Ook van hen zijn werken te zien in Londen. “Het was een klein groepje kunstenaars dat heel internationaal dacht”, zegt De Jong. “Men reisde naar Parijs en Berlijn, correspondeerde met elkaar, nodigde elkaar uit. In Antwerpen zijn twee fameuze congressen gehouden waar ook Van Doesburg te gast was. Hij gold als een lichtend voorbeeld.” Lang duurde de eerste abstracte golf in België echter niet. De beweging kreeg nooit echt voet aan de grond, en werd al spoedig overvleugeld door het surrealisme en het expressionisme. Volgens sommigen kwam dat omdat die stromingen beter aansloten bij de Belgische volksaard. Maar een andere reden was dat de surrealisten en de expressionisten beter werden gepromoot, zegt De Jong. “Kunstenaars als Constant Permeke en Frits Van den Berghe werden gesteund door rijke Brusselse galeries als Sélection. De abstracte scene was veel marginaler. De meeste kunstenaars leefden in barre armoede. Op een gegeven moment kozen ze eieren voor hun geld en gingen ze iets anders doen.”Ook Van Doesburg hield zich niet alleen bij het louter abstracte werk. Een tweede thema van de expositie in Londen is zijn grote betrokkenheid bij de Dadabeweging, die op het eerste gezicht haaks lijkt te staan op de strenge principes van De Stijl. In 1922 organiseerde Van Doesburg in Duitsland een internationaal congres van constructivisten en dadaïsten met Tristan Tzara, Hans Arp, Kurt Schwitters en Raoul Hausmann. Een jaar later namen Van Doesburg en zijn tweede vrouw Nelly Kurt Schwitters mee op een dadatournee langs tien Nederlandse steden. Nelly speelde piano, terwijl Van Doesburg met monocle en wit geschminkt gezicht zijn tekst ‘Wat is Dada?’ voordroeg. Schwitters, incognito achter in de zaal, onderbrak de voorstellingen door te blaffen als een hond.

Wat weinigen wisten, was dat Van Doesburg zich al voordien als dadaïstische dichter had geuit. Reeds in 1920 publiceerde hij onder het pseudoniem I.K. Bonset (ik ben sot) een dadagedicht in De Stijl. Later zou Van Doesburg nog verschillende andere pseudoniemen gebruiken. Een resultaat, zo verklaarde hij zelf, van zijn verlangen om zichzelf “te versplinteren” en verschillende identiteiten uit te proberen.Voor wie intussen nog niet overtuigd is van Van Doesburgs veelzijdigheid zijn er in Londen ook nog voorbeelden te zien van ’s mans werk als architect, ontwerper, typograaf en (anti-)filosoof. Vooral na het uiteenspatten van de dadabeweging kreeg Van Doesburg verschillende opdrachten voor het ontwerpen en inrichten van huizen. Zijn meest geslaagde interieur is ongetwijfeld dat voor het amusementspaleis Aubette in Straatsburg. Tegen de muren en op de plafonds bracht hij grote diagonale kleurenvlakken aan in rood, geel en blauw. Daarnaast ontwierp Van Doesburg ook stoelen, tafels, elektrische zekeringpanelen, asbakken en de uitgebreide lichtreclame aan het exterieur.Helaas droeg het ontwerp niet de goedkeuring weg van de bezoekers en de uitbater. Die laatste verpestte het interieur al snel door het aanbrengen van schrootjes, kunstbloemen en kunstverlichting. Pas onlangs werd het gebouw in ere hersteld en weer opengesteld voor het publiek.In december 1929 richtte Van Doesburg nog maar eens een nieuwe club op: de internationale kunstenaarsvereniging Art Concret. In hetzelfde jaar kochten hij en Nelly een stuk grond in Meudon, vlak bij Parijs. Daar bouwde Van Doesburg een eenvoudige eigen studio: het Atelier Theo van Doesburg. Niet lang na de voltooiing ervan stierf hij aan een hartstilstand in Davos, waar hij zich liet behandelen voor astma. De duivelskunstenaar was pas 47.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234