Zondag 18/08/2019

Expo 'Ceci n'est pas la BD flamande' amusante blikvanger op het stripfestival van Angoulême

Nieuwe generatie toont eigenzinnigheid

Enkele knappe expo's niet te na gelaten, waren alle ogen gericht op de groepsexpositie van twintig Vlaamse stripauteurs in Angoulême. De nieuwe generatie, zeg maar, al wilde men dat vooral niet gezegd hebben op het grootste stripfestival van Europa, dat donderdag zijn deuren opende.

DOOR GEERT DE WEYER

ANGOULÊME l Bussen met beeltenissen op de zijflanken van Kinky & Cosy, Corto Maltese of enkele Reiserfiguren rijden af en aan. Het plein voor het stadhuis wordt bevolkt met tientallen plastic Bollies en Billies, overal in en rond de stadskern prijken opmerkelijke stripmuren.

Zelfs broodjeszaken verkopen Asterixcroissants en parfumeriezaken prijzen hun waren aan met papieren knapperds als Largo Winch. De hele stad is in de ban van het festival.

Blikvanger is dit jaar de expositie rond Dupuy en Berberian, de auteurs van Meneer Johan die vorig jaar met de hoofdprijs gingen lopen. De opvallend grote expositie vindt plaats in het stripmuseum van Agoulême, waar ze bijna de volledige benedenverdieping inpalmt. Honderden originelen zijn er zichtbaar.

Die expo is echter bijlange niet zo inventief als die van de Vlamingen. Onder de speelse titel Ceci n'est pas la BD flamande mochten twintig Vlaamse stripauteurs hun werken exposeren op het binnenplein van het stadhuis van Angoulême, een toplocatie waarvoor de Vlamingen de Fransen op hun blote knieën mogen danken. Het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) begon twee jaar geleden met de voorbereidingen van die expo. Een documentaire en boek gingen er al aan vooraf, nu is er deze expo die nadien ook zal rondreizen op andere (buitenlandse) festivals.

Tot die twintig auteurs behoren Kim Duchateau, Ilah, Pieter De Poortere, Brecht Evens, Randall C., Judith Vanistendael, Conz, Serge Baeken, Maarten Vande Wiele, Stedho, Jeroen Janssen, Philip Paquet, Nix, Olivier Schrauwen, Simon Spruyt, Kristof Spaey, Gerolf Van de Perre, Reinhart, Stijn Ghisquière en Luc Cromheecke.

Die laatste is de vreemde eend in de bijt. In eerste instantie zou de expo de nieuwe generatie Vlaamse auteurs centraal zetten, maar enkele dagen voor het festival werd die term bijgesteld. Cromheecke publiceert immers sinds 1984 in het weekblad Robbedoes, is bekend in Frankrijk, werd reeds tweemaal genomineerd in Angoulême en behoort tot de tussengeneratie, niet tot de nieuwe generatie. Hij is wellicht om zijn naambekendheid gevraagd. Vijftiger Marc Legendre, die eerst gevraagd werd voor deze expo, had een en ander wellicht aangevoeld en bedankte voor deelname. Waar deze expo dan precies voor staat, weten ze bij het VFL ook niet precies.

Het zal de bezoekers een rotzorg zijn. Het oog wil ook wat, en dat leveren de Vlamingen. Alle twintig auteurs mochten een kleine ruimte naar eigen goeddunken bekleden. Dat leidt tot een gezellige en fijne mix van stijlen, indrukken, kleuren en creatieve ideeën.

Pieter De Poortere (Boerke) situeert zijn werk tegen het decor van een peepshow, Jeroen Janssen (Bakamé) trekt de bezoeker via plastic jerrycans, oude golfplaten en een bananenboom naar zijn Afrikaanse strips, jazzmuziek weerklinkt in de box van Philip Paquet (Louis Armstrong), de boordcomputer van een ruimteschip is het decor waarin Simon Spruyt zijn werken voorstelt en Stedho (Ooievarken) leverde een urinoir af waar sommige tegels vervangen zijn door zijn werken. Centraal daarin staat een condoomautomaat.

Maar niet iedereen leverde een geslaagd stukje expo af. Conz had er niets beter op gevonden dan van zijn ruimte een gigantische muur te maken, waarbij zijn stripplaatjes in miniatuurformaat te zien zijn in een over de gehele lengte aangebrachte barst. De bedoeling ontging menigeen, en het is de slechtst denkbare zelfpromotie die je kunt maken. Jammer was ook de slechte afwerking van vele opstellingen. Vele auteurs maakten gebruik van zelfklevend papier dat vaak over alle panelen werd geplakt. Alleen jammer dat die onprofessioneel werd aangebracht, met een opvallend blobberend effect, dat bij auteurs als Baeken en Vande Wiele een jammerlijk effect had - al werpt het VFL ook op dat sommige auteurs rijkelijk laat waren met het inleveren van hun bijdragen.

Belangrijk volk

Los daarvan onderstreept deze expo de eigenzinnigheid van de - laten we de term toch maar gebruiken - nieuwe generatie Vlaamse stripauteurs. Met een expo als deze lok je volk, en gezien het feit dat enkele mensen ondertussen vertaald zijn (Randall, Nix, Cromheecke, Reinhart, Vanistendael, Paquet, Schrauwen...) mag je ook belangrijk volk verwachten. Buitenlandse uitgevers zakten al voor het drukke weekend af naar de Vlaamse uitgeversstand. Volgens Oogachtenduitgever Johan Stuyck toonde Futuropolis interesse in Brecht Evens. Eerder raakte al bekend dat Pieter De Poortere een lang Boerke-album zou tekenen voor Glénat. Samen met Randall, die zijn Slaapkoppen aan Casterman wist te verpatsen, is hij de eerste die de overstap maakt naar een grote uitgeverij.

Morris miskend

Slechts weinigen die het gezien hebben omdat het bijna verborgen staat opgesteld in een ruimte los van de expotent op het binnenplein, maar aan de Vlaamse expo gaat een apart luik vooraf. Daarin worden de grote Vlaamse vier summier op een voetstuk gezet: Bob De Moor, Marc Sleen, Willy Vandersteen en Jef Nys. Een beetje pijnlijk wel, want Morris was nergens te zien. Dat is opmerkelijk. De best verkopende Belgische stripauteur is immers niet Hergé met Kuifje, maar Morris met Lucky Luke. De initiatiefnemers vonden het echter niet nodig om hem bij de grote vier onder te brengen.

In eerste instantie werd door het Fonds inderhaast opgemerkt dat Morris door het publiek eerder tot de Waalse auteurs wordt gerekend. Dat is uiteraard een slap excuus, want het komt erop neer dat het Fonds die algemene teneur, die al in vroegere jaren voet aan de grond kreeg door jaloerse oudere, typisch Vlaamse auteurs, in leven wil houden. De kans om die geschiedvervalsing aan te pakken, werd niet gegrepen.

Carlo Van Baelen, directeur van het Fonds der Letteren, verdedigde het ontbreken van Morris met het argument dat er nu eenmaal keuzes gemaakt moesten worden. Dat dit een keuze is die de stripvisie van het Fonds in één klap op losse schroeven zet, is echter een evidentie. Waarschijnlijker is dat men de oervaders van de typische Vlaamse volksstrip centraal wilde zetten, en daar had de internationaal gerichte Morris niets mee te maken. In ieder geval is dat geen excuus en kun je een keuze als deze alleen maar betreuren.

Het Fonds heeft wellicht iedereen te vriend willen houden en stelde in laatste instantie een enkel paneel op waarin de tijdslijn werd opgesteld van andere Vlaamse auteurs, ook zij die het sinds jaar en dag goed doen in het buitenland, waaronder Griffo, Dupré, Marvano en uiteraard Morris. Maar meer dan namedropping is het niet. Op dat vlak heeft het Fonds zich slecht laten adviseren.

Niettemin is dat slechts een rijpe puist in het geheel, want het VFL heeft met een kostenplaatje van 200.000 euro, toegezegd door Anciaux, een documentaire, expositie en boek afgeleverd en dat gepresenteerd op het grootste stripfestival van Europa. Als promotie voor de boeken van de nieuwe generatie kan dat tellen.

Spielberg en Jackson zijn even Jansen en Janssen

Al de eerste festivaldag, donderdag, bleek een hoogdag voor de talloze Kuifjefans. Niet in de vorm van een expositie, maar in de vorm van een zogenaamde Convention Message van de Amerikaanse regisseurs Peter Jackson en Steven Spielberg, die speciaal gemaakt leek voor dit stripfestival. 'No pictures please', klonk het in het auditorium van het Stripmuseum. De grootste geheimdoening was vereist, want in enkele minuten tijd lichtten de in Jansen en Janssen verklede heren hun enthousiasme toe omtrent de komende Kuifjeverfilming, een zogenaamde motion capture film. Veel kwamen de bezoekers niet te weten. Bedoeling was enkel de fans toe te spreken voor de aardigheid.

Nick Rodwell, die de zakelijke belangen van Moulinsart behartigt, had nadien ook nieuws omtrent het komende Hergémuseum in Louvain-la-Neuve dat in juni moet openen. Het budget zou 15 miljoen euro bedragen en jaarlijks worden tweehonderdduizend bezoekers verwacht. Joost Swarte, die instaat voor de scenografie van het museum, liet weten dat de gezamenlijke ruimte 3.600 vierkante meter bedraagt en dat de eerste en tweede verdieping zijn voorbehouden voor permanente exposities. Op de benedenverdieping openen tijdelijke expo's. De eerste zal een making off-expo zijn over het museum, op de tweede staat China centraal naar aanleiding van Europalia.

Ondertussen maakt Angoulême zich op voor het drukke weekend, waar het als vanouds over de koppen lopen is. De grote prijzen worden dan uitgereikt, nieuwe carrières worden mogelijk gemaakt.

Vlaamse expo levert gezellige en fijne mix van stijlen, indrukken, kleuren en creatieve ideeën

n De hele stad ademt strips dezer dagen. Dit weekend wordt het over de koppen lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden