Zaterdag 22/01/2022

Interview

Experts over de Rode Duivels: ‘We hebben een ongelooflijk belabberd EK gespeeld’

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Na de mislukte pogingen op het EK en in de Nations League rest deze generatie Rode Duivels nog één kans op een prijs: het wereldkampioenschap in Qatar. Bondscoach Roberto Martínez en zijn jongens sluiten 2021 af met interlands tegen Estland en Wales. Die moeten mathematische zekerheid geven over de WK-deelname. Wij blikken terug en vooruit met ex-Rode Duivel Steven Defour, voormalig assistent-bondscoach Eddy Snelders en Extra Time-analist Arnar Vidarsson.

Jan Hauspie

‘Mathematisch kan het nog.’ Er is een tijd geweest dat de Belgische voetballiefhebber zich aan dat zinnetje vastklampte als de Rode Duivels weer eens naast de kwalificatie voor een groot toernooi dreigden te grijpen. Vervang ‘kwalificatie’ door ‘winst van een toernooi’ en het zinnetje is opnieuw actueel. Mathematisch rest de zogenaamde gouden generatie nog één kans op een trofee: over een jaar op het WK in Qatar.

Is het ook een realistische kans?

Eddy Snelders: “Ik geloof er niet in. België zal moeten stunten in Qatar, maar realistisch is dat niet meer. We moeten gas terugnemen: de vervaldatum van een aantal spelers is bereikt.

“De Nations League is de genadeklap geweest. Wat een revanche op de Fransen moest worden voor de terechte uitschakeling in de halve finale van het WK drie jaar geleden, is uitgedraaid op een blamage. Na al die jaren moet je over een groep beschikken die een 2-0-voorsprong kan vasthouden. Dat is niet gelukt: ze zijn er de hele tweede helft niet meer aan te pas gekomen. Dat was een mokerslag. Een hardere dan de uitschakeling op het EK.

“Drie jaar geleden bevonden we ons op de top van ons kunnen. De derde plaats op het WK was fantastisch voor een landje als België. Velen hadden het gevoel dat er meer in had gezeten, maar ze vergaten daarbij gemakshalve dat we er in de achtste finales uit hadden kunnen liggen tegen Japan. Uit móéten liggen, zelfs. En dan spelen we die kwartfinale tegen Brazilië niet, nog zo’n wedstrijd die we hadden kunnen verliezen.

“De harde conclusie is dat het sinds 2014 (de eerste keer sinds 2002 dat België weer op een groot toernooi aanwezig was, red.) erger is geworden: maakten we op het WK nog reclame voor onszelf met vrank en vrij voetbal, op het EK hebben we niets laten zien. We zijn er alleen maar op achteruitgegaan.”

Romelu Lukaku. Beeld BELGA
Romelu Lukaku.Beeld BELGA

Arnar Vidarsson: “De kans op een prijs was volgens mij twee jaar eerder het grootst: in 2016 lag de weg naar de Europese titel open.”

Snelders: “(knikt) Alle moeilijke landen zaten in de andere tabelhelft. We zaten op een snelweg die ons recht naar de finale zou leiden. Marc Wilmots heeft toen de fout gemaakt Nicolas Lombaerts naar huis te sturen, waardoor hij te weinig verdedigers overhad toen Thomas Vermaelen en Jan Vertonghen uitvielen. Tegen Wales leidde dat tot een roemloze aftocht, waarna Wilmots’ hoofd op het hakblok ging.”

Vidarsson: “Deze ploeg was op haar best van het EK 2016 tot het WK 2018. Ook deze generatie ontsnapt niet aan de levenscyclus en is eindig. Aan het begin stond Georges Leekens. Toen hij opstapte (in 2012, red.) en zei dat 90 procent van het werk gedaan was, hebben we daar hard om gelachen. Maar het moeilijkste was wel gebeurd: een nieuwe generatie was gelanceerd. Georges verdient ongelooflijk veel respect voor wat hij heeft gedaan. Van 2016 tot 2018 bevond België zich in het midden van de cyclus. Daarom was het in mijn ogen afgelopen zomer al kansloos op het EK. En ook op het volgende WK zal België niet de grote kanshebber zijn: Qatar wordt het eindpunt van die cyclus.”

Steven Defour: “Wij hebben geweldige spelers, maar niet op elke positie. Dat dwingt ons tot realisme. Is het daarom uitgesloten dat we het WK winnen? Kroatië had drie jaar geleden niet meer kwaliteit dan wij nu, maar speelde wel de finale. Het kan dus zomaar gebeuren. Wil dat zeggen dat we straks in Qatar de finale móéten spelen? Zeker niet. Maar als alles meezit – de loting, eventuele blessures – maken we misschien een kans, al hebben we betere kansen gehad. Zoals in 2018: alle spelers waren toen in vorm.”

Vidarsson: “We vergeten weleens hoe moeilijk het is een toernooi te winnen. Vaak geeft de factor geluk de doorslag. Begin er maar aan, met een geblesseerde Kevin De Bruyne, een Eden Hazard uit vorm en een Axel Witsel die tegen alle natuurwetten in op minder dan een half jaar tijd van een achillespeesblessure terugkeert. Drie van de tien veldspelers uit je basiselftal: dat kan geen enkel land opvangen.”

null Beeld BELGA
Beeld BELGA

Meteen na de laatste plaats in de Nations League riep Kevin De Bruyne op tot realisme: ‘We zijn máár België.’ Voor het eerst legde een Rode Duivel zelf de lat lager.

Vidarsson: “Heel sterk vond ik dat. We moeten allemaal onze verwachtingen weer temperen. België zal uit zijn favorietenrol moeten stappen en in de rol van David kruipen. Als het nog van Goliath wil winnen, zal het op de counter moeten gebeuren: verdedigen is nu eenmaal makkelijker dan aanvallen. België gaat niet als favoriet naar het WK, maar is opnieuw één van de outsiders. En soms wint David van Goliath. Alleen: je mag het niet verwachten.”

Snelders: “Kevin De Bruyne had gelijk. We zijn van het dal naar de Mount Everest geklommen. Naar dat dal keren we niet meer terug, maar we zullen ons in de toekomst wel weer dubbel moeten plooien om ons te kwalificeren voor de toernooien. Het zal nog wel lukken, zo diep zitten we niet, maar het zal niet meer zo vanzelfsprekend zijn als de voorbije jaren.”

Defour: “Vóór de Champions League-finale was ik ervan overtuigd dat we naar het EK gingen om het te winnen. Maar toen Kevin De Bruyne uitviel (hij brak zijn neus en oogkas in de finale met Manchester City tegen Bayern München, red.) en Youri Tielemans uit vorm bleek, wist ik: het zal niet voor dit jaar zijn. Is dat ontgoochelend? Dat weet ik niet: meer dan andere landen hebben wij spelers die we niet kunnen missen. Kevin De Bruyne, bijvoorbeeld, zorgde tegen Denemarken in zijn eentje voor de ommekeer.”

Eddy Snelders. Beeld Jan De Meuleneir/Photo News
Eddy Snelders.Beeld Jan De Meuleneir/Photo News

EENHEIDSWORST

Ook bondscoach Roberto Martínez heeft de lat inmiddels lager gelegd: hij benadrukt nu dat België er als enige land op vijf opeenvolgende toernooien bij is geweest. Flauw, toch?

Defour: “Hij voelt dat men op hem begint te schieten. Ten onrechte, volgens hemzelf. En dus gaat hij statistieken opdiepen die bewijzen dat België het toch niet zo slecht heeft gedaan. Als de media nu roepen dat we het WK móéten winnen, is er iets mis met de media.”

Vidarsson: “Eigenlijk zegt hij hetzelfde als Kevin De Bruyne: we zijn maar een klein landje, de verwachtingen moeten naar omlaag. Is dat flauw? Nee, het is realistisch. Dat hij tot afgelopen zomer een andere toon aansloeg, komt omdat hij zowel het EK als de Nations League wilde winnen en dacht dat dat kon. Daarom hield hij ook vast aan zijn vertrouwde kern. Als hij voor het EK met zulke statistieken was afgekomen, had hij calimero gespeeld. Dat zou pas flauw geweest zijn. Nu was hij juist sterk.”

Snelders: “Daar ben ik het niet mee eens. Roberto Martínez trekt zijn paraplu open. Deelnemen was met deze groep het absolute minimum. Er was genoeg kwaliteit om het allerhoogste na te streven. Alleen is op het EK gebleken dat we niet beter waren geworden dan drie jaar eerder op het WK, zoals hij vooraf nochtans had beweerd. We hebben een ongelofelijk belabberd toernooi gespeeld. De pers heeft dat grotendeels verbloemd, geïndoctrineerd als ze is door Martínez om alleen het positieve te zien. Zeggen dat het al knap is om er vijf keer op rij bij te zijn geweest, is belachelijk. Dat mag hij niet doen.”

Voor het eerst viel Roberto Martínez ook uit zijn rol van gentleman: na de nederlagen tegen Frankrijk en Italië in de Nations League hekelde hij niet alleen de scheidsrechter, maar ook de journalisten. Het is een publiek geheim dat hij de media intern vanaf dag één tot vijand heeft uitgeroepen. Die aversie heeft hij steeds goed kunnen verbergen. Maar nu het wat tegenzit, vallen de maskers af.

Snelders: “De pers is nooit Martínez’ beste vriend geweest. Geholpen door de resultaten heeft hij zelden lastige vragen gekregen. Daardoor is het nooit aan de oppervlakte gekomen. Maar hij mag zijn beide handjes kussen: Aimé Anthuenis, René Vandereycken en Georges Leekens hebben het anders meegemaakt, met minder goed spelersmateriaal dan nog. In Frankrijk krijgt Didier Deschamps zelfs kritiek na een overwinning. (lacht)

“De eerste uitschuiver van Roberto Martínez dateert trouwens al van na de uitschakeling op het EK: hij heeft toen geweigerd een persconferentie te geven. Onder druk van de bond heeft hij dat enkele dagen later toch gedaan, vanuit zijn vakantieoord. Dat was al een serieuze smet op zijn blazoen. Je moet de pers altijd in de ogen kijken, tenslotte vertegenwoordigt die de publieke opinie. Ook op de moeilijke momenten moet je je als een grote meneer gedragen. En niet alleen als je gewonnen hebt van Letland of Litouwen.”

Vidarsson: “Sinds ik in 1997 naar België kwam, heb ik alleen maar verhalen gehoord over de verdeeldheid tussen Vlamingen en Walen rond de nationale ploeg. Het positieve aura dat sinds enkele jaren rond de Rode Duivels en de voetbalbond hangt, is grotendeels de verdienste van Roberto Martínez. Dat het nu begint te veranderen, is heel menselijk en maar aan één factor toe te schrijven: druk. Niemand van ons, ook ik als bondscoach van IJsland niet, kan zich voorstellen hoe groot de druk op hem is. Hij is de bondscoach van elf miljoen mensen en omdat de doelstellingen afgelopen zomer niet zijn gehaald, zijn die allemaal kritischer geworden. Daar reageerde hij op. Misschien heeft hij achteraf beseft dat hij dat niet had moeten doen. Tenzij het gepland was en deel uitmaakte van een strategie. Maar dat geloof ik niet: het is ook voor een coach menselijk om ontgoocheld te zijn.”

Defour: “Hij beseft als geen ander dat je staat of valt bij de gratie van de media. Hij is altijd voorkomend geweest. Maar na vijf jaar in dit land ziet hij hoe de lijntjes lopen en vangt hij ook meer op. Zijn contractverlenging kwam in de pers, zijn naam werd aan Barcelona gelinkt en sommigen schreven dan dat hij met andere zaken bezig was dan met de nationale ploeg. Dat heeft hem in het defensief geduwd. Ik denk dat hij wat meer steun had verwacht van de media en de supporters. Je kunt altijd negatief doen en het glas als halfleeg zien. Maar er kan maar één ploeg Europees kampioen worden. Neem nu Engeland: dat had net zo goed kunnen winnen. Het is hen niet gelukt: is hun EK daarom mislukt? Dan heb je na elk toernooi vijf, zes landen die zogezegd gefaald hebben. Dat is overdreven. Ik zou hem dus geen slechte verliezer noemen.”

Vidarsson: “De kritiek is menselijk, uiteindelijk hebben ze geen prijs gepakt. Natuurlijk had Martínez daarop gehoopt, en misschien ook op gerekend. Net als elf miljoen Belgen. Maar is het niet normaal dat er daarvan nu twee of drie miljoen niet tevreden zijn? Alleen al het feit dat we ontgoocheld kúnnen zijn, is ongelofelijk.”

Snelders: “Wat mij vooral stoort aan Roberto Martínez, is de banaliteit van zijn persconferenties. Eenheidsworst, waarvan je op voorhand weet hoe ze zal smaken. Het moeten niet allemaal shows à la Louis van Gaal zijn, maar durf eens iets te zeggen! Dat geldt trouwens ook voor de pers. Misschien zal dat nu ook gebeuren. Alleen, het irriteert hem. Kritiek vindt hij niet leuk. Liever goochelt hij met woorden als fantastic, enormous en magic, die ons afleiden van de essentie.”

Defour: “Voor de buitenwereld maakt hij andere analyses dan bij zijn spelers. Die speld je niets op de mouw, natuurlijk: als je bij Real Madrid één keer verliest, weet je dat je wordt neergesabeld. Dat is bij de nationale ploeg niet anders.”

Steven Defour. Beeld Gregory Van Gansen / Photo News
Steven Defour.Beeld Gregory Van Gansen / Photo News

KANTELPUNT

Wat belooft zijn verbale uitschuiver voor de komende twaalf maanden tot het WK in Qatar?

“Daar maak ik me geen zorgen over. Na deze twee interlands ligt alles weer enkele maanden stil. Pas in Qatar wordt het opletten. Dan wordt niet alleen het resultaat, maar ook de manier waarop weer belangrijk. Op het EK viel dat tegen. Zuinig spelen, heette het. Maar dat bestaat niet: we speelden niet zuinig, het was gewoon niet goed. De enige keer dat we vooruit hebben gevoetbald, was in de tweede helft tegen Italië. Maar toen was het kalf al verdronken.”

Zijn uithaal is ook jammer, want zelden heeft een Belgische bondscoach op zoveel welwillendheid mogen rekenen als hij. En deze generatie Rode Duivels heeft de voetballiefhebber vijf jaar lang laten genieten.

Vidarsson: “Ik heb met IJsland vier wedstrijden tegen België meegemaakt. Twee als toeschouwer in het stadion, één op tv en één als bondscoach. Ik kan het Belgische publiek alleen maar zeggen: het is de laatste jaren voor niemand een cadeau geweest om een wedstrijd tegen de Rode Duivels voor te bereiden. Je kunt ze niet aan de bal laten, want dan tikken ze je gek. Maar hoog druk zetten kun je evenmin, want het is één van de beste counterploegen ter wereld – herinner je het winnende doelpunt tegen Japan op het WK. België hanteert een bijzonder modern systeem dat het nooit eerder heeft gespeeld en waarvoor Roberto Martínez en zijn staf een dikke pluim verdienen.”

Waren we verblind door onze nummer 1-positie op de wereldranglijst?

Snelders: “Als je 41ste staat op de FIFA-ranking, vind je die ranglijst niet belangrijk. Wel als je eerste staat. Alleen weerspiegelt die positie niet hoe sterk je bent in de topmatchen. Omdat we altijd een gunstige loting hadden, hebben we zelden topmatchen moeten spelen in de voorrondes. Ze garandeert ook geen toernooizege: zowel op het WK als het EK worden steeds meer deelnemers toegelaten. Daardoor kom je in de groepsfase alleen nog maar minder goede landen tegen. Die hebben de Rode Duivels nooit voor problemen geplaatst.”

Vidarsson: “Toch is die eerste plaats iets moois, dat iedereen die het Belgische voetbal een warm hart toedraagt, trots zou moeten maken. Het nadeel is dat de grote landen je nooit meer onderschatten. Zij beschouwen het kleine België nu als één van de groten. Op dat piëdestalletje staat het nu, zonder dat het ooit iets heeft gewonnen. Sterk!”

Defour: “Dat klimaat waarin iedereen is gaan geloven dat deze jongens een prijs kunnen of zelfs móéten pakken, hebben de Rode Duivels zelf gevoed door hun prestaties. Kevin De Bruyne, Romelu Lukaku en Thibaut Courtois behoren tot de beste spelers ter wereld en spelen bij clubs die altijd voor de prijzen gaan. Automatisch willen ze dat ook met hun land doen.”

Er wordt gezegd dat Roberto Martínez in de oefenwedstrijden sterke tegenstanders bewust ontweek om ’s werelds nummer één te kunnen blijven.

Vidarsson: “Mensen die dat zeggen, weten niet waarover ze spreken. Oefenwedstrijden voor een groot toernooi plan je met het oog op de tegenstanders die je daar zult ontmoeten. Andere oefenwedstrijden bestaan er niet meer, want daarvoor is de Nations League uitgevonden. In de eerste editie van die Nations League heetten de tegenstanders van België IJsland – dat op dat ogenblik nummer vijftien van de wereld was – en Zwitserland, een topploeg in Europa. En dit jaar waren het Denemarken en Engeland. Dat zijn geen kleine landen, toch?”

Is de verloren EK- kwartfinale tegen Italië niet bepalend voor hoe deze generatie de geschiedenisboeken zal ingaan? België had de meeste en de beste kansen. Als Lukaku ze afmaakte, stonden we opnieuw in een halve finale. En dan was de vooruitgang ten opzichte van de periode onder Marc Wilmots, die twee keer de kwartfinale bereikte, overduidelijk.

Vidarsson: “Wellicht heb je gelijk. Maar volgens diezelfde redenering mochten we op het WK nooit van Japan gewonnen hebben: we stonden 0-2 achter tot een kwartier voor het einde, en wonnen toch nog na een hoekschop voor Japan! Was jij een Japanse journalist geweest, dan had je de Japanse bondscoach afgemaakt.”

Snelders: “Die wedstrijd tegen Japan, dát was het kantelpunt! Als we hadden verloren, wat de evidentie zelve was geweest, hadden we vervolgens nooit die heroïsche overwinning tegen Brazilië behaald. En dan was Martínez al drie jaar geleden bedankt. Of neem het EK: tegen Portugal hebben we niet één kans gecreëerd, en als die Portugese bal niet tegen de paal gaat, maar binnen, zijn we een vogel voor de kat. Zo gaat het altijd: we vergeten de wedstrijden die we niet hadden mogen winnen en toch gewonnen hebben.”

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

HELD OF ANTIHELD

Heeft Romelu Lukaku gefaald? Op elk toernooi maakte hij zijn goals in de groepsfase tegen kleine tegenstanders. Op de beslissende momenten liet hij het afweten. In de troostfinale van het WK tegen Engeland werd hij na een uur zelfs gewisseld, waarna hij zijn medaille niet ging ophalen.

Defour: “Die ontgoocheling siert hem. Maar neem de wedstrijd tegen Brazilië: daarin scoorde hij niet, maar speelde hij wel een geweldige partij. Dat telt ook. En die gemiste kansen tegen Italië, dat was millimeterwerk. Zijn doelpunt in de Nations League tegen Frankrijk: fantastisch! Nee, je bent te streng.”

Vidarsson: “Jij wijst nu naar één speler. Naar een grote persoonlijkheid die zeer on-Belgisch durft te zeggen: ‘Ik ben de beste!’ Ik deel je kritiek, maar ik vind ze tegelijk een groot compliment. Romelu Lukaku hoort niet tot de vijf beste spitsen van de wereld, maar is het een schande dat hij geen Lewandowski of Benzema is? Ben je negatief als je dat zegt? Dat vind ik niet. Lukaku is trouwens bijzonder kritisch voor zichzelf. Niemand is er waarschijnlijk meer het hart van in dan hij.”

Snelders: “Hij blijft een uitstekende spits, waarschijnlijk de beste die België ooit heeft gehad. Maar ook bij zijn clubs heeft hij altijd moeilijk gescoord tegen sterke ploegen. Omdat hij zo naar prijzen verlangt en die ambitie telkens ook uitspreekt, zijn we veel van hem gaan verwachten. Tegen Italië had hij die verwachtingen kunnen inlossen, maar heeft hij dat niet gedaan. Tot zijn eigen grote ontgoocheling, ongetwijfeld. Romelu Lukaku is zijn eigen grootste criticus: ook bij Inter is hij zijn medaille niet gaan ophalen na de verloren Europa League-finale tegen Sevilla (waarin Lukaku een owngoal maakte, red.).

Defour: “Laten we de inschatting van een hele periode nu niet te veel afhangen van een paar details? Omdat Lukaku twee kansen mist tegen Italië, vinden we dat er dringend verjongd moet worden. Maar wat hadden we gezegd als hij die kansen wél had benut? Was deze generatie dan ook niet goed genoeg meer? Was er dan ook een zogezegd tekort aan kwaliteit geweest?

“Hetzelfde geldt voor Nacer Chadli. Als Lukaku zijn voorzet binnenkopt tegen de Italianen, wat hij negen op de tien keer doet, zou er dan evenveel kritiek op de bondscoach zijn gekomen omdat hij Chadli had geselecteerd? Op het WK deed Nacer precies hetzelfde: invallen en scoren tegen Japan. En ook toen viel hij enkele dagen later geblesseerd uit tegen Engeland. Maar omdat iedereen in opperste euforie verkeerde, werd hij als een held onthaald. Nu is hij de antiheld en wordt het Martínez aangerekend.”

Moet Martínez met een nieuwe, verjongde selectie naar het WK?

Vidarsson: “Analyseer zijn werk en je zult hem op weinig fouten kunnen betrappen. Op het EK ging hij voor de toernooiwinst: dan begrijp ik dat hij vasthield aan de vertrouwde namen. Dat hij dat ook voor de Nations League deed, begrijp ik evenzeer. In zo’n minitoernooi kon je na amper twee wedstrijden al met een trofee in je handen staan. Dan wil je tijdens de besprekingen en op de trainingen spelers die maar één slide van je theorie hoeven te zien om te weten waarover het gaat.”

Snelders: “De EK-selectie van Chadli was onverantwoord, maar het is verdedigbaar om spelers te selecteren die je in het verleden een dienst hebben bewezen. Roberto Martínez houdt daar graag aan vast. Ik kan dat volgen: je moet niet verjongen om te verjongen.”

Vidarsson: “Toch zou ik het nu al doen. De ideale mix is in mijn ogen een selectie van achttien zekerheden en zeven jongere spelers, zoals Charles De Ketelaere en Jérémy Doku. Maar de moeilijkheid is altijd: hoe integreer je een nieuwe generatie? Gaat hij er Axel Witsel uit zetten voor een onervaren speler en Youri Tielemans meer verantwoordelijkheid geven? Of gaat hij nog één jaar door met Witsel? We hebben één van de beste keepers van de wereld, maar hij krijgt te veel goals binnen. Zijn er nieuwe verdedigers op komst? Wil je met Zinho Vanheusden naar het WK, dan zal hij in een jaar tijd nog enorm moeten groeien.”

Snelders: “Voor Dries Mertens wordt een terugkeer moeilijk. Zien we Thomas Vermaelen nog terug? En hoe scherp blijft Jan Vertonghen bij Benfica? Ik zie niet veel toppers klaarstaan om hen op te volgen. Thorgan Hazard ís al een niveautje lager dan zijn broer. Met Kevin De Bruyne, Eden Hazard, Vincent Kompany en Courtois hadden we spelers die naast Lionel Messi en Cristiano Ronaldo konden staan. Welk land kan dat zeggen? Zoals we wellicht nooit meer twee tennisspeelsters als nummer één en twee van de wereld zullen hebben, zie ik geen jonge spelers van het niveau van de huidige generatie die de fakkel kunnen overnemen. Je kunt Yari Verschaeren nu toch niet selecteren? Hij speelt amper bij Anderlecht. En zal Doku weer de pannen van het dak spelen? Niets garandeert dat. Maar Sambi Lokonga, die doorbreekt bij Arsenal, neem ik er wel bij. En Charles De Ketelaere.”

Defour: “De besten moeten spelen. En de anderen moeten bewijzen dat ze beter zijn. De Ketelaere heeft ook minder goede wedstrijden gespeeld, hè. Spelers die veel hebben betekend voor de nationale ploeg, verdienen krediet. De moeilijkste evenwichtsoefening voor een trainer is altijd om spelers die zoveel hebben gegeven, op een bepaald moment af te schrijven. Vóór het EK waren er nog geen andere jongens opgestaan. Nu zijn er wel die misschien een kans verdienen. Maar ze moeten nog bewijzen dat ze beter zijn dan wie er nu al staan.”

Arnar Vidarsson. Beeld Photo News
Arnar Vidarsson.Beeld Photo News

HET PROBLEEM-HAZARD

Heeft Roberto Martínez Eden Hazard te lang in bescherming genomen? Na de moeizame zege tegen Denemarken op het EK zei hij: ‘Eden is weer Eden.’ Dat maakte hij ons wijs, iedereen zag dat het niet waar was.

Snelders: “Na twee goede breedtepassen tijdens een invalbeurt van twintig minuten! De ommekeer tegen Denemarken was niet aan hem en Kevin De Bruyne te danken, maar aan De Bruyne alléén.

“Als ik interviews met Eden Hazard goed lees, gelooft hij er zelf ook niet meer in. In 2018 was hij op z’n best. Dat heeft hij verzilverd met een transfer naar Real Madrid. Daar is de druk te groot gebleken. Nu vraagt hij zich zelfs af of hij toen niet boven zijn niveau heeft gepresteerd. En toch zul je een Hazard die bij Real geregeld speelt oproepen, ook al is hij niet meer de allerbeste Eden. Of hij ook altijd zal spelen, is wat anders.”

Defour: “Van een fitte Hazard verwacht je nog altijd dat hij met één flits het verschil maakt in de speeltijd die hem gegund is. Daar zal Roberto Martínez ook op gehoopt hebben op het EK. We zijn nu erg streng, maar ik vind dat we Hazard in bescherming moeten nemen: laat hem eerst fit raken en weer wedstrijden spelen met Real. Dan ben ik zeker dat Doku of De Ketelaere niet beter zijn. Maar als hij niet speelt bij zijn club, moet je hem niet oproepen.”

Vidarsson: “Voor mij blijft hij één van die achttien ervaren spelers die er altijd bij moeten zijn. Het moeilijkst voor een sterspeler – wat Hazard ontegensprekelijk is – is om een andere rol op te nemen. Aanvaarden dat hij niet meer de belangrijkste is, maar het team. Als hij zich daarbij kan neerleggen en er gewoon kan zijn voor zijn land en de jonge gasten, kun je hem nog drie of vier jaar gebruiken. In die belangrijke rol naast het veld kan hij van goudwaarde zijn voor de volgende generatie. En daarnaast kan hij op het juiste moment ook op het veld nog van belang zijn. Maar het zal van hemzelf afhangen, en van de overtuigingskracht van de bondscoach. Bij Real is hetzelfde proces nu aan de gang. Je voelt er de strijd tussen Eden Hazard en zijn coach, Carlo Ancelotti. Ancelotti vindt hem niet meer top en de vraag is hoe Hazard daarop zal reageren. Het is aan hem om te bepalen hoe hij de laatste jaren van zijn carrière zal invullen.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234