Dinsdag 13/04/2021

Expert Peter Schrijvers en de waarheid over de Pacific

undefined

n De Pacific, de oorlog met Japan 1941-1945 heeft Peter Schrijvers het over de ideeëngeschiedenis achter de oorlog en niet over de strijd zelf. Wat dachten de Amerikaanse soldaten toen ze naar het Verre Oosten - of voor hen het Verre Westen - vertrokken? Welke beelden spookten door hun hoofd en hoe veranderden die door de jarenlange strijd die zowel fysiek als mentaal tot op het bot ging? Zonnige stranden, gewillige meisjes met blote borsten en all American boys die als Tarzan van liaan naar liaan zouden springen. Zo zagen ze hun toekomst. “Die soldaten wisten ook wel dat ze naar een oorlog vertrokken”, aldus Schrijvers, “in latere fasen zelfs naar een brutale oorlog, en toch zie je op foto’s soldaten in vakantiestemming zonnebaden en grappen maken, wat je nooit zag op schepen naar Europa.”

De oorlog in de Pacific was dus geen warmer en vochtiger doorslagje van de oorlog in Europa, en Japanners waren geen Duitsers. Ze waren bijvoorbeeld niet blank zoals de Amerikaanse soldaten - de zwarten kregen alleen logistieke opdrachten - maar geel, en dat maakte een heus verschil. “De Amerikanen zijn schoorvoetend in de Tweede Wereldoorlog terechtgekomen”, legt Schrijvers uit. “Japan verplichtte hen mee te doen door Pearl Harbor aan te vallen, en pas daarna kwam de oorlog in Europa. De haat jegens Japan was veel groter dan die jegens Duitsland. Pearl Harbor schreeuwde om vergelding, terwijl er vanuit Amerikaans perspectief in Duitsland niets was om te wreken. Het Amerikaanse leger stuurde zowel in Europa als in de Pacific sociologen mee met de troepen om na te gaan waardoor soldaten beïnvloed en gemotiveerd werden. Zo vroeg men in trainingskampen, nog voor de soldaten ten strijde trokken, wie ze het liefst zouden doden, een Duitser of een Japanner. De overgrote meerderheid koos een Japanner. Racisme speelde daarbij een grote rol. Dezelfde sociologen vroegen na een paar jaar strijd welk gevoel het zien van een Japanse krijgsgevangene - wat een uitzondering was aangezien Japanners meestal doodgeschoten werden - opriep bij de soldaten.

Het antwoord was overweldigend: ‘Dan krijg ik nog meer zin om te doden.’ Diezelfde vraag werd ook in Europa gesteld over een Duitse krijgsgevangene, en dan krijg je voor hetzelfde antwoord een heel laag percentage. Men zag de Japanner als een vreemd wezen, niet echt menselijk, maar een soort junglebeest dat op heel weinig voedsel kon overleven, niet ouder werd en geen last leek te hebben van pijn. Dat heeft de brutaliteit van de oorlog aanzienlijk gevoed.”

Vechten om te sterven

“En er was natuurlijk ook hetgeen Couperus de stille kracht noemde”, gaat Schrijvers verder. “De omgeving, zowel de natuurlijke als de culturele, werd ervaren als wezensvreemd. Er waren de ziektes, zoals malaria, die nooit echt overwonnen werden, het zenuwslopende effect van de drukkend warme vochtigheid en het isolement ontstaan doordat de meeste soldaten jarenlang op een paar eilanden zaten en dus niet, zoals de tv-reeks suggereert, tot rust konden komen in Australië. Dat was slechts voor enkelen weggelegd. En dan was er nog de manier waarop de Japanners vochten natuurlijk. De meeste Amerikaanse soldaten waren ervan overtuigd dat de Japanners geen enkele regel volgden en er dus niet voor terugschrokken gevangen genomen Amerikanen te folteren en te doden. Toen hen na een paar jaar oorlog gevraagd werd of ze zulke zaken ook zelf gezien hadden, bleek het aantal positieve antwoorden net zo hoog te liggen als in Europa. Werd ze gevraagd of ze over dat soort martelingen hadden horen vertellen, dan bleek het aantal in de Pacific opeens torenhoog uit te rijzen boven dat van Europa. Ik kan dat alleen verklaren door de perceptie die men had van de Japanse manier van oorlog voeren. Kijk bijvoorbeeld naar Pearl Harbor, een geniepige aanval die inging tegen alle regels van de oorlogsvoering. Soms begonnen Japanners met een witte vlag te zwaaien en wanneer de Amerikanen op hen toestapten om hen krijgsgevangen te maken gooiden ze de vlag weg en begonnen ze te schieten. De Japanners vochten onmiskenbaar anders. Niet noodzakelijk omdat ze als mens anders waren, maar wel omdat ze een andere ideologie aanhingen. Gevangen genomen worden was vernederend. Het ging tegen de wens van de keizer in. Ook de kamikaze-aanvallen leidden tot een verruwing van de strijd. ‘Wij vechten om te leven en zij vechten om te sterven’, zei een Amerikaanse soldaat. Als je daarvan overtuigd geraakt wordt het veel gemakkelijker om een Japanner te doden. En zo kom je op een punt, merkte ik uit de brieven en dagboeken die ik raadpleegde, dat Japanners geen mensen meer waren. De eerste weken schreven de Amerikaanse soldaten over ‘Japanse soldaten’ of ‘nips’, zoals dat beleefd klonk. Dat verschoof geleidelijk aan naar ‘ratten’ en ‘honden’. Soms vond ik de getuigenissen gewoonweg angstaanjagend. Die goeiige boerenzoon uit de Midwest of die voormalige New Yorkse winkelier schreef dan naar zijn ouders over de ‘kakkerlakken’ die ze aan het uitroeien waren en vond dat heel gewoon. Op die manier werd de Pacific een uitroeiingsoorlog. Op de Filippijnen reden tanks en vrachtwagens over de Japanse lijken heen. Dat was in Europa ondenkbaar. Wat ze ook dachten van Duitse soldaten, het bleven altijd mensen en daar had men respect voor, en het begraven van lijken hoorde bij het betonen van dat respect.”

En zo besef je waarom het gebruik van de atoombom tegen het einde van de oorlog niet als het overschrijden van een drempel werd ervaren.

“De brutaliteit was tegen de zomer van 1945 zo erg geworden dat niemand opkeek van een bom die in een klap 80.000 slachtoffers maakte. Voor ons hebben Hiroshima en Nagasaki de twintigste eeuw in twee helften gesplitst. Opeens zaten we in een fase van postconventionele oorlogsvoering. Maar zo zagen de soldaten het niet. Gooi alsjeblief Japan plat, met alle burgers erbij, smeekten ze, want als het alternatief erin bestaat dat we elke Japanse soldaat individueel moeten doden, is dat de beste oplossing. Bij de conventionele luchtaanval op Tokio van maart 1945 vielen ook 80.000 slachtoffers. In de tv-serie is de escalatie duidelijk te zien, en je merkt ook dat naarmate het logistieke apparaat van de Amerikanen op gang begon te komen de oorlog veranderde in een industriële machine. In het begin werd een eiland een paar uur beschoten alvorens de landing werd ingezet. Tegen het einde van de oorlog, bij de verovering van Okinawa bijvoorbeeld, werd er vijf dagen lang gebombardeerd.”

Wat klopt er niet aan de tv-reeks?

“Die reeks is vrij waarheidsgetrouw. Ze is realistisch en brutaal maar er zijn wel een paar door de commercie aangedreven slordigheidjes ingeslopen. In zo’n reeks moet je de kijker immers rust gunnen, waardoor er kunstgrepen worden toegepast om de soldaten uit de strijd te halen. Je brengt je helden dan een hele aflevering naar Australië, wat een verschrikkelijk romantisch verhaaltje oplevert, of neem Basilone, de held van Guadalcanal die teruggeroepen wordt naar de VS om oorlogsobligaties te verkopen. Hem van tijd tot tijd opvoeren is ook een manier om de kijkers even uit de brutaliteit van de oorlog te halen. En dan heb je nog de echte onwaarheden, zoals hoofdrolspeler Eugene Sledge die moreel superieur voorgesteld wordt ten opzichte van zijn makkers. Wanneer een van hen een gewonde Japanner martelt maakt Sledge daar in de reeks een einde aan door hem uit zijn lijden te verlossen, terwijl hij in With the Old Breed: At Peleliu and Okinawa, zijn boek waarop de reeks grotendeels is gebaseerd, bekent meegedaan te hebben aan de marteling. Dat mocht niet in de reeks, want Sledge symboliseert de Greatest Generation. Hij staat zogezegd boven die wreedheid. Die Greatest Generation is natuurlijk fictie. Het racisme en de uitroeiing speelden zich af op alle niveaus. Het begon al tijdens de training. Generaal Halsey had aan zijn hoofdkwartier een groot bord hangen met daarop in koeien van letters ‘KILL KILL KILL MORE JAPS’. Het hele leger was van onder tot boven doordrongen van die haat, en in die sfeer was het onmogelijk om je morele integriteit overeind te houden. Niet alleen in die reeks, maar in alle Amerikaanse populaire informatie over de oorlog stoor ik me eraan dat zelfs zeventig jaar na de oorlog die waarheid niet gehoord mag worden. Neem bijvoorbeeld Tom Brokaw, de journalist die de term Greatest Generation heeft bedacht. Hij beschrijft de soldaten die naar de Pacific vertrokken als een generatie die opgroeide tijdens de Grote Depressie en daardoor moreel superieur was. Zij is solidair en wil zich opofferen voor haar hoogstaande idealen. Zulke mensen zullen er wel geweest zijn, maar een hele generatie zo kenschetsen is een vertekening van de realiteit. Ik wil niets afdoen aan de offers die de zogenaamde Greatest Generation heeft gebracht, maar je kunt die mythe toch niet in stand blijven houden? Ik heb mijn boek niet geschreven met het idee om de revisionist te spelen, maar ik ben wel een professioneel historicus. Ik schrijf dus geschiedenis en geen sprookjes. Ik hoorde een paar maanden geleden een Amerikaans historicus voorstellen om de oorlog in de Pacific voortaan de ‘good cause’ te noemen in plaats van de ‘good war’. En daar zit wel iets in. De oorlog werd inderdaad gevoerd om een goed doel te dienen, maar om hem daarom meteen een goede oorlog te noemen, gaat me te ver. Alleen snijdt dat voorstel bij populaire historici als Steven Ambrose, de auteur van Band of Brothers, geen hout. In Citizen Soldiers schrijft Ambrose bijvoorbeeld hoe in Normandië het aantal burgerslachtoffers minimaal was, en dat terwijl er in realiteit duizenden, zo niet tienduizenden burgers gestorven zijn. Over het Ardennenoffensief schrijft hij in één enkele zin dat als de burgers al niet gevlucht waren voor dit uitbrak de Amerikanen ze geëvacueerd hadden. Ten eerste konden die burgers dat absoluut niet weten; de Amerikanen zagen het offensief zelfs niet aankomen. Ik heb met veel mensen gesproken die het offensief hebben meegemaakt en ze zeggen allemaal hetzelfde: ‘We zaten tussen hamer en aambeeld.’ Die burgers bleken wel de laatste zorg van de Amerikanen. Bastogne werd bijvoorbeeld omsingeld en zij deden niets. Meer dan drieduizend burgers zijn daar gedood, het grootste deel door Amerikaans vuur, en veel meer werden gewond. Er werden zelfs napalm en witte fosfor gebruikt. Bij Ambrose wordt dat allemaal onder de mat geveegd. Ik weet ook wel dat die Amerikanen niet de bedoeling hadden die burgers te doden, maar daarom moet je het toch ook niet verzwijgen?

Waarom werden de verkrachtingen in ‘The Pacific’ verzwegen?

“Omdat het hier de Good War betrof, uitgevochten door de Great Generation. Over Korea en Vietnam werd dit wel vermeld, maar dat kon niet over die jongens in de Pacific. Een collega van mij, een criminoloog-socioloog, besloot het thema verkrachting binnen het Amerikaanse leger te onderzoeken. Het cijfer ligt niet hoger dan dat van het Britse of het Canadese leger, en dat beweert hij ook helemaal niet. Hij komt wel tot een aantal belangrijke vaststellingen, zoals dat het in Duitsland stukken hoger lag dan in België of Frankrijk. Hij stelde ook vast dat zwarte soldaten zwaarder gestraft werden dan blanke en dat dit niet alleen te maken had met het racisme binnen het Amerikaanse militaire apparaat, maar ook met het racisme binnen de Europese maatschappijen waar vrouwen veel makkelijker aangifte deden en zeiden: ‘Het was een zwarte.’ Ik vind dat allemaal ongemeen interessant, en toch raakte de studie van die vriend van mij niet gepubliceerd in de Verenigde Staten. Zijn manuscript werd echter wel onmiddellijk vertaald in het Frans en het boek deed het daar - zoals te verwachten wanneer het op Amerika-bashen aankomt - heel goed. Er werd zelfs een meermaals bekroonde tv-documentaire van gemaakt. Opnieuw raakte die niet verdeeld in de VS. Uiteindelijk, na heel veel jaren, is het boek nu gepubliceerd door Palgrave MacMillan in Engeland, maar dus niet in de VS.”

Ook de hulp die de Amerikanen kregen van de lokale bevolking komt in de tv-reeks nergens voor.

“De Amerikanen maakten gebruik van kaarten van soms wel zestig jaar oud en kleine zakboekjes waar amper enige informatie in stond. Zij vielen dus vaak terug op de lokale bevolking. De relatie met die bevolking was in de Pacific ook heel anders dan in Europa. Er werden gewoon burgers opgepakt die de Amerikanen moesten helpen in de logistiek of met het graven van loopgraven, precies zoals de Duitsers dat deden met Belgen en Fransen. Amerikanen dachten er niet aan om dat te doen met West-Europeanen, maar Filippino’s vormden geen probleem. Burgers die ervan verdacht werden te collaboreren met de Japanners kregen het trouwens hard te verduren. Als er in een dorp een paar mensen waren die met de Japanners hadden samengewerkt werd dat door de Amerikanen gewoon platgegooid. Dat is Vietnam en ‘I love the smell of napalm in the morning’. Ondenkbaar dat ze dit met Belgische of Franse dorpen zouden hebben gedaan.”

We hebben hier dus te maken met een gewilde verdraaiing van de feiten?

“Ik denk het wel. De Tweede Wereldoorlog is voor de Amerikanen de springplank geweest naar de globale rol die ze nu spelen, en het is dan zaak om die American Century natuurlijk in schoonheid te laten beginnen. Sindsdien zijn er veel lelijke oorlogen gepasseerd, zoals Korea en Vietnam en Irak en Afghanistan. Dat is een extra reden om die in de Pacific niet ter discussie te stellen. Een aantal uitspraken zijn in Amerika gewoon niet mogelijk, en de Good War in twijfel trekken is daar een voorbeeld van. Ik stoor me daar heel erg aan, net zo erg als aan mensen die mijn boeken zien als latent anti-Amerikanisme. Bij het schrijven van dit boek viel me steeds vaker op hoe de oorlog in de Pacific een voorafschaduwing is van de Vietnamoorlog. Dat is natuurlijk koren op de molen van degenen die zijn opgegroeid met het anti-Vietnamprotest. Zij trekken de lijn door naar Irak. Ieder interpreteert mijn boek zoals hij wil, maar tegen degenen die op basis ervan een tirade tegen de VS willen beginnen, zeg ik altijd dat we ook eens in eigen boezem moeten durven kijken. Wij kunnen nog iets leren van de manier waarop de Amerikanen in het reine proberen te komen met wat ze in Vietnam en tijdens de Tweede Wereldoorlog fout hebben gedaan. Hoe wij met ons eigen koloniale verleden omspringen steekt daar schril tegen af. Afgaand op David Van Reybroucks Congo zijn we er stilaan klaar voor, maar het heeft wel heel erg lang geduurd. Iedere samenleving heeft haar heilige huisjes en instituten waar men niet graag aan wil raken.”

Peter Schrijvers (Hasselt, 1963)

Studeerde Moderne Geschiedenis en American Studies aan de KU Leuven.

Behaalde een doctoraat over de impact van de Amerikaanse troepen op de Belgische en breder gesproken Europese samenleving tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de Ohio State University at Columbus, VS.

Doceerde vier jaar aan het Instituut voor Internationale Studies in Genève, waar Kofi Annan onder meer heeft gestudeerd.

Verkaste in 2004 naar het Australische Sydney, waar hij nog steeds hoogleraar is.

Ziet zichzelf als een sociocultureel in plaats van een militair historicus. Wat hem interesseert zijn mensen en maatschappijen in een oorlogscontext, geen strategie of bewegingen van een-heden. Op dat terrein is hij een wereldautoriteit die regelmatig opgevoerd wordt in Amerikaanse kranten en tijdschriften.

Schreef vier boeken die vertaald werden in de belangrijkste talen, inclusief het Nederlands:

De vijf grootste missers uit de tv-reeks

Het voorstellen van de oorlog in de Pacific als de Good War en de soldaten die erin vochten als de Greatest Generation, en dat in tegenstelling tot de oorlogen die erna kwamen, met Korea en Vietnam op kop. In realiteit was het een vuile oorlog, uitgevochten door troepen die helemaal niet moreel hoogstaand waren, maar die racistische en seksistische idealen hooghielden, een oorlog die veel gemeen had met die in Vietnam trouwens.

Het verzwijgen van de vele verkrachtingen die deel uitmaakten van de Amerikaanse oorlogsinspanning. Op het eiland Okinawa alleen al werden minstens 10.000 Japanse vrouwen verkracht. In de serie is daar niets van te merken.

Het verzwijgen van de hulp die de Amerikaanse troepen zeker in het begin van de oorlog kregen van de lokale bevolking. Zij leerden de Marines hoe ze zich tegen de jungle konden beschermen, hoe ze deze konden ‘lezen’, en hoe ze er hun voedsel uit konden halen.

Het ging om meer dan een militaire oorlog voor veel Amerikaanse soldaten. Men zag de oorlog ook als een strijd tussen culturen, waarbij de Amerikaanse natuurlijk veel beter was dan de Japanse, en als de vernietiging van de goddeloze vijand die christenen het leven moeilijk maakte.

Ook al wordt de gruwel van de oorlog niet verdonkeremaand en krijgt de kijker het gebruik van bedenkelijke wapens als de vlammenwerper uitvoerig te zien, de rol van de chemische oorlogsvoering wordt toch geminimaliseerd. DDT, napalm en fosforbommen werden kwistig gebruikt zonder dat daar in de tv-reeks sprake van is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234