Woensdag 23/09/2020

'Experimenteerdrang houdt me recht'

Multimediavirtuoos, avant-gardeartiest, postmoderne graphic novelist, muzikant, fotograaf, computerkunstenaar, filmmaker... In Leuven toont de retrospectieve Narcolepsy alle excentrieke kantjes van de Brit Dave McKean, die met zijn gothicbeeldverhalen, opgemerkte cd-hoesontwerpen of illustraties en eigenaardige kortfilms een eigen wereld wist te creëren die internationaal naam en faam meebracht. Een kennismakingsgesprek met het stripantwoord op Peter Greenaway.

Kent

Van onze medewerker

Geert De Weyer

Kent, district Headcorn, een dikke week voor de opening van Narcolepsy in Leuven. De veertigjarige Dave McKean is enorm gejaagd en leeft op voet van oorlog met de tijd, zo verduidelijkt zijn vrouw, die me om die reden dan maar zelf komt afhalen van het piepkleine station. "Op dit moment werkt hij nog steeds aan werken die hij eventueel op de expositie kan tentoonstellen", zegt ze tijdens de rit naar hun afgelegen huis, waarbij ze zich niet geheel onterecht afvraagt of het daar niet wat te laat voor is. Ze grijnst. Het woord 'workaholic' valt. Opnieuw een grijns.

Een half uur later begeleidt McKean me naar de ontspanningsruimte in de nok van hun huis. "Mijn wereld", zegt hij bijna onhoorbaar. Tegen de muur prijken zelfgemaakte muziekposters van Vaughan Oliver en Quay Brothers, filmaffiches van Love is the Devil, Zelig en Wings of Desire. De hoek van het ruime vertrek wordt gedomineerd door een enorme verzameling dvd's en video's. Zo'n achthonderd, klinkt het. McKean wijst enthousiast naar het rek met stomme films, met net daaronder alle werken van zijn favoriete regisseurs als Von Trier, Tarkovski, Zeman, Jodorowsky, Woody Allen en Buñuel. Op een rek onderaan dreigt een Alien-boxset zijn vaste stek te verlaten.

De veertigjarige bescheiden Britse beeldenmaker bekleedt een excentriek plaatsje in de internationale stripscène. McKeans albums zijn op zijn minst bevreemdend te noemen en dat werd meteen al duidelijk toen hij eind jaren tachtig de ecothriller Black Orchid op de markt bracht op scenario van vriend/scenarist Neil Gaiman. Toen even later bij de New Yorkse superheldenuitgeverij DC Comics het duistere Batman-verhaal Arkham Asylum verscheen, was het duidelijk dat de Brit geen toegevingen zou doen aan de commercie en met een geheel unieke attitude stripverhalen en -personages een gezicht gaf. McKean keerde de wereld van superhelden als snel de rug toe om zich toe te leggen op persoonlijkere verhalen. Hij verwierf faam met indrukwekkende covers voor de 'Sandman'-comicreeks van Gaiman, net als met zijn persoonlijkere verhalen als Mr. Punch, Violent Cases en Signal to Noise, waarbij telkens weer diezelfde Neil Gaiman opdook als auteur.

In McKeans artistieke handen, zo wist de internationale pers al snel, wordt een strip(cover) meteen kunst. 's Mans aparte benadering van het beeldverhaal, zowel inhoudelijk als grafisch, leverde hem dan ook snel een superstatus op. De vergelijking met regisseur Peter Greenaway was niet eens vergezocht. De artiest weigerde zich echter in een vakje te laten stoppen en verbreedde zijn horizon met het maken van cd-hoezen (Tori Amos, Alice Cooper, Counting Crows), illustratiewerk (Playboy, The New Yorker), boekcovers (Stephen King) en reclameopdrachten (Nike, Sony, Smirnoff), stampte een eigen jazzlabel uit de grond (Feral Records), regisseerde kortfilms (Shakespeare Sonnet no 138) en videoclips, en buigt zich nu over enkele langspeelfilms. "Maar ik maak me geen illussies", relativeert McKean meteen, "ik denk niet dat een grote uitgever op mijn boeken zit te wachten."

De media hebben geen woorden voor u. Multimediavirtuoos, post modern graphic novelist, avant-gardeartiest, filmmaker, gothic tekenaar, musicus... Ze zoeken allemaal naar een noemer om u onder te brengen, maar dat wil maar niet lukken, want u komt steeds met iets nieuws op de proppen. Hoe noemt u zichzelf?

McKean: (ongemakkelijk) "Pff, zo'n vraag maakt me zenuwachtig. Moet je er echt een antwoord op?

Hebt u net gegeven, denk ik.

(Kijkt op en grijnst) "Bedankt. Weet je, ik wil gewoon verhalen vertellen door middel van de geschiktste techniek. Het maakt me daarbij niet uit of die techniek bestaat uit foto's, computer, muziek of tekeningen. En hoe je dat wilt noemen? Tja, geen idee. Kijk, ik ben eigenlijk snel verveeld, ik word vlug iets beu. Mocht ik me een jaar lang concentreren op één techniek, dan vrees ik dat ik gek word. Ik probeer dan ook dingen te doen waarvan ik in feite niet meteen weet hoe ik ze moet aanpakken. Die experimenteerdrang houdt me recht.

"Toegegeven, het zoeken naar en uitwerken van nieuwe verhaalvormen is niet altijd even eenvoudig, het loopt vaak wel eens fout en ik zeg niet dat het me soms niet uit evenwicht durft te brengen. Maar tezelfdertijd maak ik me sterk dat dat niet eens zo slecht is in een mensenleven. Ook al kan ik soms slechts vonken teweegbrengen in plaats van een heus vuur, dan nog doen die vonken me leven."

U brak internationaal door toen u voor de New Yorkse superheldenuitgeverij DC Comics de Batman-adaptatie Arkham Asylum tekende, maar in feite haat u superhelden, niet?

"Ach, Arkham Asylum. Ik heb er veel aan te danken, maar ik heb er nooit van gehouden. Toen niet, nu niet. Ik hou er meer van dan van Black Orchid, misschien wel vanwege de gezonde dosis cynische onverschilligheid die erin verwerkt zit. Maar de persoonlijkheid van zulke superhelden is me sowieso te beperkt. En 'Batman', wel, dat is niet meer dan een dwaas verhaaltje met een even dwaas karakter in de hoofdrol. Dr. Jekyll en Mr Hyde, Frankenstein en Dracula, dat zijn personages met dubbele bodems en veelzijdige persoonlijkheden. Daarom gaan ze ook al zolang mee.

"Eigenlijk moet 'Batman' gemaakt worden door mensen die houden van het personage. Daar hoor ik niet bij. De afgelopen jaren zijn er honderden verhalen van de vleesgeworden vleermuis op de markt gebracht, maar ik heb er maar drie goede gelezen. De eerste is uiteraard Frank Millers Dark Knight, een andere was een pagina met schetsen van Moebius. Hij heeft het nooit kunnen verkopen of publiceren. Maar het was bevreemdend, vernieuwend ook. Dat zag ik graag. Maar ja, het was de Amerikanen te bizar, wellicht." (brede grijns)

In 1998 kwam Cages op de markt, uw magnum opus. Vijfhonderd pagina's dik, twee kleuren en simplistischer van aard dan uw vorige werken. Het leverde u meteen de prijs voor beste buitenlandse album op in Angoulême. McKeans befaamde trukendoos, die net een steeds groter publiek wist te bereiken, bleef toen dicht. Waarom eigenlijk?

"Ik wilde een lichtere, charmantere aanpak in mijn vertelmanier inbouwen. Ik was op zoek naar meer karakters met intensere dialogen en wilde eens niet werken met computergemanipuleerde schilderwerken of foto's. Dat kon met een verhaal als Cages. Het is mijn ode aan de vrijheid van een kunstenaar. Kijk, ik wil graag de balans vinden tussen de natuur van een verhaal en zijn uiteindelijke uitwerking. Ash, het boekje dat jullie in de krant meegeven, bestaat uit geschilderde platen vermengd met fotografie en tekeningen. Die techniek zou desastreus geweest zijn in een 200 pagina's tellend album. Wat ik wil zeggen is dat je als auteur steeds opnieuw op zoek moet gaan naar een evenwicht tussen beeld en verhaal."

Uw beeldverhalen worden ondergebracht in het zogenaamde gothicgenre, waar duisternis en een onheilspellende sfeer troef zijn. Wat zegt dat over uzelf?

"Hm, allereerst moet ik zeggen dat ik niet zo van die benaming hou. 'Gothic' is in feite een historische term die slaat op een eeuwenoude architectuurvorm. Nu refereert het aan een bepaald soort strips. De mijne, nota bene! (grijnst) Goed, ik zit vast aan dat label omdat ik inderdaad veel geheimzinnigheid en duisternis in mijn strips onderbreng, maar om ze dan meteen te associeren met gothic? Er is toch ook veel lichtheid in mijn werk, dacht ik. En humor. Ik ontken niet dat er een donkere, misschien wel sombere zijde in mijn werk sluipt, maar ik zie het zo niet. Die aspecten kom je ook tegen in het leven en daar wil ik eerlijk over zijn."

Hebt u dan, heel misschien, toch geen depressieve kant?

"Wellicht wel, ik heb een depressieve kant, ook al weet ik niet waarom. In feite is er geen reden toe. Misschien maakt het wel deel uit van mijn natuur. Ik kan bijvoorbeeld geen slapstickachtige toestanden vastleggen op papier. Dat lukt me niet. No way! Zit absoluut niet in me. Een bescheiden vorm van humor, dat lukt me wel. Dat komt bijvoorbeeld in Cages aan bod."

Nu u toch op de therapeutenbank ligt: in uw strips komen ook veel verwijzingen voor naar kinderen, onverwerkte jeugdtrauma's en dergelijke, zoals in Mr. Punch.

"Ha, maar dat is het aandeel van Neil Gaiman. Hij heeft niet alleen veel kinderen, hij houdt er ook van en verweeft inderdaad vaak zijn kindertijd in de verhalen. Ik ben daarin Neils opponent. Ik wilde steeds ouder zijn. Als kind was ik steeds in het gezelschap van ouderen. Als dertienjarige was ik percussionist in een bandje waar de oudste de leeftijd van vijftig had bereikt en de rest van de bandleden ergens tussen de twintig en veertig jaar schommelde.

Het was één kleine familie. Ik heb ook niets meegedragen uit mijn kindertijd. Herinneringen aan mijn eigen kindertijd zie ik meestal vanuit het perspectief van volwassenen. Nostalgie komt amper in me op, (denkt na) Euh... al geef ik toe dat ik wel hoog oploop met Flash Gordon. (verontschuldigende lach)

Uw verhalen lijken in eerste instantie te vertrekken vanuit een zekere, diepgewortelde empathie voor de mensheid.

"Dat klopt, die kijk op de mensheid is mijn motor. Het is mijn therapie en het werkt bevrijdend als ik probeer de schedel van mensen op te lichten, te peilen naar wat hen beweegt, waar ze mee bezig zijn en hoe ze omgaan met de problemen van alledag. Soms zegt men me dat mijn werk spiritueel is. Dat vind ik vreemd, want ik heb geen spirituele input. Kijk, ik hou van muziek dat zich rechtstreeks en zonder enige logica in mijn hart boort. Als dat onder de noemer van spiritualiteit valt, dan zeg ik: absoluut. En als mensen datzelfde gevoel krijgen tijdens het lezen van mijn strips: fijn. Maar daarom word ik niet gedreven door spiritualiteit, noch maak ik spirituele strips, begrijp je?"

De computer is het instrument van de duivel, zei u ooit. Wel een vreemde uitspraak voor iemand die er een groot stuk van zijn oeuvre aan te danken heeft.

(Geamuseerd) "Wel, dat was mijn perceptie voor ik over een computer kon beschikken. Ik had het idee dat het erg deprimerend moest zijn om achter een toetsenbord te zitten en schoof de computer aan de kant. (verontschuldigende grijns) Uiteindelijk kon ik het niet langer negeren. Ik vind een computer nog steeds een fysiek vervelend iets, maar het stelt je wel in staat eigen werelden te creëren. Maar het is bijlange niet zaligmakend, noch is het het antwoord op eenieders gebeden.

"Ik denk dat ik vooral computergames omschreef als het instrument van de duivel. Games zijn zinloos. Ze geven je niets. Het is misschien goed entertainment, want vaak zitten gamers na tien uur nog steeds voor hun kastje. maar het slorpt je tijd op terwijl het je niets in ruil geeft. Sport doet dat wel, het lezen van boeken en het luisteren naar muziek ook. Dat is een uitwisseling van emoties, het laat je toe informatie op te nemen die je anders niet of nauwelijks krijgt. Maar games, ach, buiten een puntenscore en tijdverlies win ik er niets mee. Ik heb geen zin in een puntenscore, en dat geldt ook voor de rest van mijn leven."

Vandaar dat u zich de laatste jaren buigt over met medium film.

"Het is een uitdrukkingsvorm die ik al een tijdje koester. Het is begonnen met enkele kortfilms en korte videoclips, maar het grote werk dreigt er nu aan te komen. Ik werk momenteel voor de Jim Henson Company aan Mirror Mask, een familiefilm die geschreven werd door Neil Gaiman en waarvoor ik de design en regie mag doen. Dat is fijn, want het is nieuw. Ik ben nu ook bezig met mijn strip Signal to Noise naar het witte doek te adapteren, en werk daarnaast aan de geestenthriller Neon Moth en de horrorfilm Dr. Caligari, die bedoeld is als hommage aan de oorspronkelijke film. Vooral dat einde was vreselijk knap. Maar voorlopig zijn het niet meer dan vonkjes."

De Nederlandstalige uitgave van Black Orchid verscheen in 1988 en ligt nu in De Slegte. Alle andere aangehaalde strips zijn Engelstalig en verkrijgbaar bij de stripspeciaalzaak. Narcolepsy loopt tot 20 april in Tweebronnen, Diestsestraat 49, Leuven. Alle dagen van 12 tot 18 uur (maandag gesloten). Inkom: 6 euro. Info over andere projecten van McKean, zoals zijn muzikale project en zijn kortfilms op het 22ste festival van de Animatiefilm van Brussel, vindt u op de achterflap van het stripje Ash, dat u vandaag gratis in uw krant vindt.

'Ook al kan ik soms slechts vonken teweegbrengen in plaats van een heus vuur, dan nog doen die vonken me leven''Als auteur moet je steeds opnieuw op zoek gaan naar een evenwicht tussen beeld en verhaal'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234