Dinsdag 15/10/2019

Expeditie Sergio

Gezocht: culinaire inspiratie voor Sergio Herman (47). Gevonden: emoties, intieme avonden, een overdosis taco's en een aangewakkerde vriendschap met jeugdmakker Dominique Persoone (48). De chef en de chocolatier trokken samen naar Mexico, op expeditie. Deze en volgende week lees je het verslag.

Sergio Herman en Dominique Persoone hebben er drie jaar over gedaan om uiteindelijk één week te blokkeren in hun volle agenda's, om samen naar Mexico te gaan. De kok en de chocolatier. Collega's en vrienden. Beiden deden hotelschool Ter Groene Poorte. Dominique: "Ik zie hem nog staan op de speelplaats met zijn aktetas, zo'n Samsonite uit de jaren 80." Beiden delen ze hun passie voor eten. Food. De mannen zijn nog niet opgestegen, of er wordt al druk gediscussieerd over wat er allemaal geproefd moet en zal worden. Doel van de trip is dan ook om de smaakpapillen te refreshen en inspiratie op te doen.

Het culinaire hoogtepunt, of beter het meest exclusieve, zou op het einde van de reis moeten liggen: op het strand van Tulum verwacht de grote René Redzepi, de Deen die al meerdere malen werd uitgeroepen tot beste chef van de wereld, ons in zijn pop-up Noma. Zeven weken strijken Redzepi en zijn team daar neer om dan weer te verdwijnen. De plaatsen zijn beperkt. Negenduizend mensen staan op de wachtlijst. Sergio en Dominique kijken ernaar uit, verwachten er veel van. Heel veel. "Als we maar niet te veel verwachten", probeert Dominique nog. Te laat.

Beiden komen uit families met horeca in het bloed. Dominique stamt uit een geslacht van beenhouwers. Zijn vader runde het casino van Blankenberge. Als jonge gast ruimde hij elk weekend tafels af. Sergio herinnert zich de uitjes met zijn ouders naar Brugge. Moeder shopte, terwijl Sergio met zijn vader naar boekhandelaars ging. "Hij keek altijd en alleen maar naar kookboeken. Vader Herman. Eten. Alleen maar eten. Soms werd ik er misselijk van." Vader Herman liet zijn zoon ook al vroeg meehelpen in de zaak Oud Sluis. Toen nog een mosselrestaurant. Sergio: "En maar mosselen kuisen, maar vent toch."

Ze zouden elkaar als koppel mooi aanvullen, deze twee heren. De kok heeft tijd nodig om los te komen: "Ik ben niet zo sociaal. Dat kan arrogant overkomen, maar dat is niet zo bedoeld. Ik kijk liever de kat uit de boom." De chocolatier vliegt er onmiddellijk in: "Sergio is mensenschuw en ik ben een hoer. Zet me op een podium, en ik floreer."

Deze tijd van het jaar regent het niet in Mexico. Maar ook hier is het klimaat in de war. Na zeven maanden van droogte, krijgt Dominique net voor vertrek bericht dat het wel degelijk regent. De vraag die hem de eerste dagen bezighoudt, is dan ook de volgende: zal de Maya-ceremonie op zijn cacaoplantage kunnen doorgaan of niet?

De belofte

"Het is een beetje zoals een personeelsfeest, maar dan met duizend jaar oude gebruiken. Een kip, gewikkeld in bananenbladeren, wordt voor uren en uren in de grond gestopt met warme stenen. Niet echt lekker, afschuwelijk taai zelfs, maar het is hun manier om de goden te eren", legt Dominique als een ervaren gids uit. Elk jaar zakt hij minstens één keer naar hier af.

De werkers op zijn cacaoplantage blijken nog steeds erg gelovig te zijn. "De deur moet op een kier om ook de kabouters binnen te laten." Met een knipoog verbetert hij zichzelf: "De geesten dus." Regen, of nog maar het vermoeden ervan, betekent geen ceremonie. Het zou de Maya-goden alleen maar kwaad maken.

Aanvankelijk zegt het Sergio Herman weinig. Op zijn typische - botte en/of grappige, maar alleszins directe - manier plaatst hij de oneliner: "Maya, Maya. De enige Maya die ik ken, is een bij."

Eerlijkheidshalve moet gezegd dat er tijdens deze culinaire trip ook nog een derde man in het spel is. Mathieu Brees, een Waal van 38, die jaren geleden met niets in Mexico toekwam en ondertussen een eigen chocoladefabriek en enkele fantastische chocolademuseums heeft. Een selfmade man. En niet alleen dat: zonder Mathieu, die het land door en door kent, zou Dominique ook nooit aan een eigen cacaoplantage begonnen zijn. Ze zijn boezemvrienden.

Dominique heeft moeten beloven goed op Sergio te letten en hem veilig door Mexico te loodsen. Sergio is moe. De opstart van zijn nieuwe restaurant AIRrepublic in Cadzand deed hem wekenlang zeven op zeven werken. Niet dat hij dat niet graag doet, integendeel. "Ik moet altijd de managementshit opkuisen. Op den duur kom ik niet meer aan koken toe. En dat blijft het liefste wat ik doe. De opstart van AIRrepublic deed me deugd. Opnieuw voluit aan het fornuis."

Er is ook wat hem privé overkwam: het verlies van zijn zoontje, vier dagen voor de geboorte. Het zal vaak in de gesprekken opduiken. Zoals bij het afscheid van Mathieu: "Je weet nooit wat er nu met hem zal gebeuren. Of we elkaar nog zullen terugzien. Plots kan het leven er helemaal anders uitzien. Ik kan het weten." Of soms, schijnbaar out of the blue: "Het is zo relatief allemaal na wat ik privé heb meegemaakt."

Sergio is dit soort reizen niet gewoon. Tot aan Tulum, onze laatste halte aan zee, zien we dan ook geen enkele toerist. Met uitzondering van de bussen Amerikanen en Japanners die op de Mayasite van Uxmal gedropt worden.

De top en de shit

Food dus. De ene maaltijd nog maar net achter de kiezen of er wordt al uitgekeken naar de volgende. Alles wat we zien, moet geproefd worden. Een bloesem: ruiken, even aan Mathieu vragen of het eetbaar is, en proeven maar. Ideeën voor gerechten blijken zomaar aan de bomen te hangen. Sergio: "Als je op dit blad nu eens chocolade stolt en het dan met je tanden afschraapt. Voor bij de koffie."

"Je moet zeker die rode cactusbloemen proeven, Serge. En weet je wat dit is?", vraagt Dominique. We zijn gestopt langs de weg. Mexicanen eten altijd buitenshuis, onderweg. Overal vind je dan ook geïmproviseerde keukens, natuurlijk in de openlucht.

Sergio en Dominique stappen onmiddellijk op de potten af. Te benieuwd zijn ze. En dat is: alles wat op een taco kan, en dat is veel. De taco, de absolute favoriet in dit deel van Mexico. Simpel en (meestal) lekker. Taco's zullen we eten. En nog meer taco's zullen we eten. Tot ze gaan vervelen. En dan toch nog één.

Dominique wijst op een gelatineachtige substantie. "Vet?", probeert Sergio. Het blijkt varkenshuid te zijn. Een typisch product, waar Sergio voor valt, tenminste in de krokant gebakken vorm. Elke ochtend kijkt hij ernaar uit.

Soms gaat het mis. Op een avondmarkt in Muna, een dorpje dicht bij de plantage. "Dit is echt goor. Goor man. Vent toch." Het zal bij één hap van de plaatselijke delicatesse blijven. Bij elk ingrediënt dat aan het straatdessertje wordt toegevoegd, stijgt de verbazing. Maïs: check. Mayonaise: check. Room: check. Chili: check. Gemalen kaas: check. "Wie komt daar nu op?", vraagt Dominique zich af. Ook zijn smaakpapillen zijn aangetast. Hij kiest voor de neutralisatietechniek, zijnde: iets anders vettigs eten. Hij bestelt chips. En zo wordt er heel de week lang geproefd en bevonden. Elke dag opnieuw, tien keer als het kan.

Op de markt van Mérida, een stad met meer dan een miljoen inwoners op drie uur van Cancún, gaan alle remmen los. Sergio en Dominique wurmen zich een weg door de smalle paadjes tussen de honderden stalletjes. Het vlees hangt aan de haak. Vers bloed druipt op de grond. Tientallen soorten chili, verse koriander, papaja, gekookte ingewanden. Artisanale kunstwerkjes en ook wel brol. Alles wordt hier verkocht. Alles wordt met glunderende ogen door de twee mannen, jongens nu, bepoteld.

De ontdekkingstocht eindigt in een cantina. Een oord van verderf. Waar de pintjes samen met de vrouwen komen. Toile cirée op de tafel. De hitte bedwelmt. De geur is een mix van marktwaren en lichaamsvocht. Het gezelschap drinkt een pint. De obers zetten per gedronken drank een lege fles op tafel. Kwestie van te onthouden wat een gast drinkt. Sergio op zijn best: "He jongens, zullen we een nieuw systeem van bediening bedenken? Alright, that's the fucking system." En verder: "Dit is het. Dit wil ik zien. Straks bij Noma de top, nu de shit hier. Dat contrast."

Op een verhoog boven de toog waar je alleen met een ladder naartoe kunt, zit een man voor zich uit te staren. Hij speelt keyboard. Naast hem staat een zanger met obligate zonnebril, ook al komt het zonlicht hier nooit. Hij zingt een lied. Het gaat over troost.

Eén fles tequila

"Welkom op mijn plantage. Je kunt niet geloven hoe blij ik ben dat je er bent, Tarzan." Het koosnaampje voor Sergio tijdens deze reis. Dominique glundert wanneer de Nissan Titan onder de boog van The Chocolate Line rijdt. Hij is geëmotioneerd. Hier, in de jungle van Yucatan, begon hij zes jaar geleden aan zijn cacaoavontuur. Hij mag zich de trotse bezitter, of correcter: huurder, noemen van een plantage van 300 hectare. Een fles tequila. Meer was er niet nodig om te dromen. Dominique: "Wat als we nu eens met een plantage zouden beginnen, fantaseerden Mathieu en ik dronken. De volgende dag, nuchter, leek het ons nog steeds een goed idee. "Niet nagedacht, gewoon gedaan. Te veel peinzen is nooit goed. Dan ben je benauwd en ga je geenkloten doen. En zul je ook niets bereiken. Je moet bereid zijn om eens goed op je bek te gaan. Daar heb je achteraf altijd deugd van."

Sergio: "Je moet ook lef hebben hé, Dominique. Lef, en een beetje geluk. Ik heb ook mijn ballen op het blok gelegd door met Oud Sluis te stoppen. Ja, ik had drie sterren maar ik had het ook gehad, weet je wel. Tussen, zoals velen, zeggen: 'Ik stop ermee', en het effectief doen, daar ligt een enorme weg. Ik heb vaak getwijfeld, maar toen ik besliste, voelde het goed. Dat wil niet zeggen dat ik er altijd gelukkig mee ben. Soms heb ik heimwee naar dat kleinschalige. Ik had de controle toen."

Dominique: "En nu moet je delegeren en van je kloten maken."

Mathieu heeft daar een simpel en helder gedacht over: just do it. The Mexican way. 'No stress', en 'become a drone' - de filosofie dat als je afstand neemt van iets, het beter lukt - worden dankzij Mathieu klassiekers op deze reis. Hij steekt zijn neus in de lucht. Hij ruikt regen. Er is geen wolk aan de hemel te zien maar de priester laat voorlopig niets van zich horen.

Dominique: "Volgens de kenners ging het hier nooit lukken. Te warm, te droog, te wild. Het kweken van de pure witte creolo, volgens ons de beste en lekkerste boon, sloten ze helemaal uit. Uitgestorven. Maar wij vonden de soort terug in een cenote."

Een cenote kun je nog het best omschrijven als een put of kloof, volgelopen met water. Vaak zeer mooi. Dominique: "Alsof je in een sprookje zwemt. Maar het best toch maar je schoenen aan laten, en opletten voor de verraderlijke onderstroom."

Duizenden zijn er hier, gevormd door de inslag van een meteoriet toen de dieren nog spraken. Tegenwoordig doen ze vaak dienst als gemeentelijk zwembad, maar de Maya's gebruikten ze als moestuin. Op een van hun talrijke expedities, op zoek naar de herkomst van cacao, vonden Mathieu en Dominique de boon.

De Maya-priester weigert nu ook officieel om de ceremonie te doen. De mieren bedekken hun nest met bergjes zand. Dat voorspelt regen. Ook al is er nog geen druppel gevallen sinds ons verblijf; aan het woord van de priester wordt niet getornd. Ook Sergio vindt het ondertussen spijtig. De Maya's zijn in zijn achting gestegen. De sites die her en der in deze streek achterblijven, de grootste heet Uxmal en moet een heuse stad geweest zijn, dwingen respect af. Ook op de plantage liggen er nog scherven van hun potten. Zelfs nog intacte beeldjes. Sergio, na een paar dagen: "Het voelt alsof ze elk moment kunnen opduiken. Zo aanwezig is hun machtige cultuur nog."

Passie voor een boon

De witte creolo moet natuurlijk geproefd worden. "Zuig daar nu een keer op. Proeft naar lychee hé?" Sergio: "Lekker man. En niet bitter. Totaal niet." Dominique: "De pulp van de vrucht, pulpa de cacao, wordt gebruikt voor de gisting om uiteindelijk tot chocolade te komen. In Mexico doen ze er gewoon water bij en drinken ze het. Chocoladewater dus in plaats van chocolademelk."

De warmte valt op ons. Het zweet parelt op de voorhoofden en laat afdrukken op de ruggen na. We staan te midden van de jungle, omgeven door resten van oude Maya-stenen, met dikke bottines aan voor slangen en ander gedierte. We puffen en proeven, en voor de rest: stilte. De rust overvalt Sergio.

Meester, reisbegeleider, trotse kweker en verhalenverteller Dominique legt uit hoe van deze machtige vrucht chocolade wordt gemaakt. Het gistingsproces blijkt cruciaal te zijn. "Zonder fermentatie heb je geen chocoladesmaak", zegt Dominique. Na de gisting worden de bonen gedroogd. De geur in de serre is overweldigend. De smaak van zo'n vers gegiste, gedroogde, nog niet geroosterde boon ook. De structuur is die van een koffieboon. "Dit puur met vanille-ijs. Lekker." Sergio ziet het bord voor zich.

Dominique is een vat vol informatie. En vol emotie, dat ook. "Kun je je voorstellen dat zo één boom per jaar maar één kilo chocolade van 80 procent kan produceren? Als ik daar in Brugge sta, op een zaterdagnamiddag, met mijn leren short en mijn klak op mijn hoofd, en ik snijd die zak open, besef ik wat voor werk daarin gekropen is. Dat de mannen hier om vijf uur 's ochtends zijn opgestaan, om hier om zes uur te zijn. Om te werken in 45 graden Celcius..."

We lassen een pauze in aan de hut van Dominique. Een tafeltje en krukjes worden buitengezet. "It's good to be home." Een shot tequila laat ons de warmte even niet meer voelen. Het idee om hier in een hangmat te overnachten, wordt stilletjes opgeborgen. Niemand is echt verlekkerd om oog in oog met een ratelslang of een jaguar te staan. Vele beesten hier, maar we zien ze niet.

Mona Lisa

Twee keer zullen Sergio en Dominique tijdens deze reis koken. Twee keer verloopt dat volgens dezelfde onuitgesproken, maar duidelijke spelregels. Sergio bepaalt en dirigeert. Dominique snijdt en volgt de instructies nauwgezet, telkens gevolgd door een "ja, chef". "Chef, laat ik het zaad aan de chili's of niet?"

- "Hardcore baby."

- "Ja, chef."

De eerste kooksessie vindt plaats op de plantage. Onder de mise-en-place praten de mannen. Wat vinden ze eigenlijk van elkaar? Sergio: "Dominique wil altijd vooruit. Nieuwe dingen ontdekken. Daardoor drukt hij zijn stempel en geeft hij kleur aan de chocoladewereld in België." Mathieu vult aan: "Zijn jongenshart blijft kloppen."

Dezelfde vraag aan Dominique: "Serge laat zich door niemand doen. En hij lult niet, hij doet. Hij heeft het geluk gehad om een ongelooflijk talent te hebben en hij is erin geslaagd food verder te brengen in de Benelux." Op dreef gaat hij verder: "Maak daar maar Europa van, de wereld."

Sergio's oren tuiten: "Niet overdrijven hé." Hij draait zich om en concentreert zich op het bereiden van een heerlijke komkommersalade. Totale focus op zijn gezicht. Overgave.

Dominique gaat onverstoord verder: "Als je kijkt in een boekje, en je ziet een bord dat op een speciale manier gebracht, gedresseerd en geschikt is, dan weet je het meteen: Sergio-stijl. Je kunt zeggen: godverdomme, al die copycats van Oud Sluis, of je kunt zeggen: zijn stijl is aangeslagen."

Sergio kookt, schijnbaar rustig, verder. De marinade voor het vlees is klaar. "Ik zie me daar nog staan aan tafel drie in het Oud Sluis van mijn vader. Ik was altijd blij als het mosselseizoen achter de rug was, dan kon ik even experimenteren. Het was mijn moeder die beslist heeft om met mosselen te stoppen en voor mijn stijl te kiezen. De eerste periode was hard. Soms kwam er maar 35 man, terwijl het bij mijn vader altijd vol zat. Maar ik ben mijn ding blijven doen. Ik blijf het een goede quote van Apple vinden: think different."

Dominique blijft gaan. Het typeert hem. In alles gaat hij maximaal. Ook in complimenten geven: "Hij gaat het niet graag horen: maar voor mij is het echt een kunstenaar. Zijn eten kan mij ontroeren, net zoals de Mona Lisa." En dan verheft hij zijn stem: "Maar als klant is het een klootzak. Vree lastig. Hij bestelt altijd te laat. Tien keer krijg je een praline terug, en pas dan is het goed voor hem. 'Ik zou toch nog een beetje dat, of die kleur zo, of die vorm, of ze blinken toch nog niet...' Maar hij heeft altijd gelijk."

Sergio, plots al spelend in een soort algemeen Nederlands: "We kunnen bijna aan tafel." Om vervolgens weer te vervallen in de voertaal tussen deze twee, het platte West-Vlaams: "Ik ga nog wat shoppen in den hof hier. Mathieu! Die peperbloesems, waar vind ik die?" De finishing touch van een kunstenaar.

Dominique: "Het is allemaal niet vanzelf gekomen. We hebben zodanig veel onze kloten afgedraaid en shit gezien. Maar als ikzelf of een goede collega, een grote of een kleine chef, in de penarie zit, zal Sergio er altijd staan. Zo is hij."

Sergio komt met een lading vondsten terug. "Let's to this shit. Jij ging toch de cuisson doen, Dominique?" Natuurlijk gaat Dominique dat niet doen. Aan het vuur is Sergio de patron. Er wordt smakelijk om gelachen, en Sergio is blij dat hij zich kan concentreren op het eten. En dat het gesprek gestopt is. Heel even regent het zachtjes.

Vissen vangen

De tweede avond dat ze koken, maken ze zelfgevangen vis klaar in het huis van Mathieu. Aanvankelijk heeft Sergio geen zin om te koken - "Ik kan nog heel mijn leven koken, believe me" - maar eens met Dominique achter de potten, gaat hij er weer helemaal in op. Dit is waar zijn hart ligt. Koken voor een kleine groep mensen. En hen bedienen. Daar wordt deze topchef gelukkig van.

Op reis wordt er al eens in de auto gezeten. En elke keer is de sfeer anders. Er wordt gelachen, geslapen en gezwegen in de rode Nissan Titan die ons, vaak veel te snel, de spiegel ingeklapt om tegenliggers niet te raken, over de Mexicaanse wegen rijdt. Mathieu als een rots achter het stuur.

Er wordt gepraat. Soms frivool, soms heel intens, emotioneel. Eén keer dobberen we drie uur lang op zee. Turend naar een draadje met een stuk rauwe vis eraan. Het was nog schemerig toen we vertrokken, richting Sisal, ooit een draaiende haven, nu een ingeslapen stadje.

De vis wil niet bijten. Een paar vloeken; meer is er niet te horen in de kleine sloep. De wens om een vis te vangen, wordt groter. En ja, Dominique vangt de eerste. Blij als een kind. Andere vissen, en zelfs twee inktvissen worden gevangen. Alleen Sergio heeft nog niet beet. Hij grapt: "Ja, dat zouden mijn kinderen graag doen, en zeker als vader geen enkele vis vangt."

Sergio's geduld wordt beloond, en op de valreep vangt hij dan toch een vis, een kleine. Dominique troost Sergio, plagerig: "Het is een kleintje, maar wel een schoontje."

De zon brandt ondertussen. Terug aan land vliegen we als hongerige wolven op het plaatselijke eetstalletje. Twee vrouwen zitten te zitten, naast hun dampende potten. Ze lijken niemand te verwachten. Veel lokaler wordt het niet. Het eten vult. De auto in.

Sergio opent: "Dominique geeft graag presentaties, maar ik haal er weinig voldoening uit. Ik ben daar te verlegen voor. Ik kom mijn kot niet zo gemakkelijk uit."

"En met de emoties van de laatste tijd, ben ik nog meer naar binnen gericht. Ik zit in mijn kop." Stilte.

"Fuck, wat heb ik toch allemaal laten liggen. Heb ik er wel genoeg uitgehaald voor mezelf? Ik wil echt nog wel andere dingen doen, breder gaan. Maar zoals gisteren, koken voor jullie op de plantage, dat is voor mij nog altijd hét. Lekker eten maken, mensen blij maken."

"We zien elkaar ook veel te weinig, Dominique."

Dominique: "Ja, we doen door, hé vent."

Sergio: "Maar dat is niet genoeg, Dominique."

Vroeger zagen ze elkaar vaker. Toen Dominique de leveringen nog zelf deed. Dominique zijn woorden klinken troostend: "Als we geen vrouwelijke kant zouden hebben, onze emoties niet zouden durven tonen, zouden we niet kunnen doen wat we doen, Serge."

Tattoos

Sergio: "Als Ellemieke er niet zou zijn, dan was ik zo'n man die 's avonds voor de computer zit met een lege koelkast. Zij zorgt voor balans. Als ik alleen thuis ben, dan weet ik het niet meer, vent. Zou ik een maat bellen? Maar welke maat dan? Zou ik een boek lezen? Of toch nog iets anders? Met Pasen had zij heel het huis mooi gemaakt. Zo mooi. En dan denk ik: godverdomme Sergio, klootzak. Zij denkt aan alles. Je hebt een krachtig iemand nodig. Niet iemand met wie je de vloer aanveegt. Ellemieke houdt me een spiegel voor."

En zo plots de openhartigheid gekomen is, zo plots is hij ook weg. Sergio valt stil. Dominique is getriggerd. Ook hij spreekt emotioneel. De uren op zee zitten er vermoedelijk voor iets tussen. Dominique: "Ik heb het geluk gehad om de negativiteit van die heksen van leerkrachten om te buigen tot iets positiefs. Heel mijn kleutertijd werd ik uitgelachen door hen." Hij zet een schelle stem op: "Wees gegroet Maria. Vol van genade... Ah, Dominique weet nog steeds niet wat links en rechts is? Kleinerend. Ze lachten me uit omdat ik linkshandig ben en het kruisteken fout maakte. Ze bonden me vast. Ik was een kleuter! Maar achter hun rug deed ik dan zot, zodat de andere kinderen mij niet uitlachten, maar hen. Dat ik dat kon, dat is mijn geluk geweest."

En dan trekken ze samen naar de tattooshop. Dominique gaat voor een Maya-hond op de bovenarm. Voor het eerst tijdens deze reis zwijgt hij. Pijn. Ook een Maya-motief bij Sergio, op de elleboog: het nummer 19, zijnde drie liggende streepjes en vier bolletjes. Het nummer staat ook al op zijn wijsvinger. Een nummer vol emoties voor hem, die hij liever niet verklaart.

Dominique vindt zijn stem terug: "Ik voel het. Mijn jongenshart zit er nog." Hij en Sergio stappen in de auto. Morgen wacht René Redzepi, met (althans volgens The Washington Post) the diner of the decade. Dat is morgen. Eerst nog even pulpo eten. Sergio heeft honger. Dominique kent een goed adres.

Volgende week deel 2: bij René Redzepi in Tulum. Meer foto's en filmpjes over deze unieke expeditie op demorgen.be. Met dank aan TUIfly, info en reserveringen op tui.be of bij je reisagent.

Dominique Persoone

is 48 jaar en woont in Brugge heeft een zoon Julius, en is al 29 jaar getrouwd met Fabienne Destaercke met wie hij The Chocolate Line runt werkt als chocolatier is berucht om zijn aparte smaakcombinaties levert aan de topchefs presenteert op Njam! onderneemt expedities in Zuid-Amerika om zijn lievelings-product cacao in kaart te brengen heeft een cacaoplantage in Mexico schrijft wekelijks een column in dit magazine

Sergio Herman

is 47 jaar, woont in Oostkerke heeft vijf kinderen: Boy en Moon uit een vorige relatie en Noah, Zenna en Josha met partner Ellemieke Vermolen is de sterrenchef achter het ondertussen gesloten Oud Sluis, The Jane, Pure C en AIRrepublic runt ook enkele luxe frietkoten: Frites Atelier verschijnt in onder andere Mijn pop-up restaurant op VTM reist voor het eerst naar Mexico Uxmal in de vroege ochtend. Overal in het landschap zijn nog Maya- ruïnes te bespeuren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234