Zondag 18/04/2021

Exodus uit het Midden-Oosten

undefined

In het centrum van het heropgebouwde Beiroet staat de massieve, oude maronitische kathedraal van Sint Joris naast de nog grotere massa van de nieuwe Mohammad al-Ami moskee. De minaretten van de moskee torenen uit boven de kathedraal, maar als compensatie hebben de maronieten tussen de twee gebouwen een gloednieuwe woning voor hun aartsbisschop gekregen. Elke dag storten de kerk en de moskee een hels kabaal uit over de stad: klokkengelui en de roep van de muezzin. De klokken en de oproep tot het gebed zijn allebei opnamen. In een poging om elkaar te overtroeven, spelen de christenen en de islamieten ze loeiend hard af, luider dan het geraas van een vliegtuig, bijna zo waanzinnig als de muziek van de nachtclubs van Gemmayzeh, aan de overkant van het plein. Maar de christenen beginnen te vertrekken.

Overal in het Midden-Oosten is het verhaal hetzelfde: een exodus van wanhopige, soms bange christelijke minderheden, op een bijna bijbelse schaal. Bijna de helft van de Iraakse christenen zijn sinds de eerste Golfoorlog in 1991 uit hun land gevlucht, de meesten na de invasie van 2004 - een bizarre hulde aan de christelijke overtuiging van de twee presidenten Bush die tegen Irak ten oorlog trokken. Het land telt nog 550.000 christenen, amper 3 procent van de bevolking. Meer dan de helft van de Libanese christenen, voor het merendeel maronitische katholieken, leven nu in het buitenland. Ooit waren ze in Libanon in de meerderheid, nu vormen ze met anderhalf miljoen zielen misschien 35 procent van de bevolking. De ongeveer 8 miljoen koptische christenen van Egypte vertegenwoordigen minder dan 10 procent van de bevolking.

Dit is echter minder een vlucht uit angst dan de kroniek van een aangekondigde dood. Het geboortecijfer van de christenen is lager dan dat van de islamistische meerderheid in het Midden-Oosten. Bovendien zijn ze bijna hopeloos verdeeld. Jeruzalem heeft dertien verschillende kerken en drie patriarchen. De sleutels van de Kerk van het Heilig Graf worden door een moslim bewaard, om te voorkomen dat Armeense en orthodoxe priesters elkaar met Pasen te lijf gaan.

Toen midden oktober meer dan tweehonderd leden van veertien verschillende - en soms verdeelde - kerken naar Rome kwamen voor een pauselijke synode over de teloorgang van de christelijke bevolking in de landen waar het christendom begon, reageerde het grootste deel van de westerse pers verveeld of helemaal niet.

Nergens is het lot van het christelijke geloof triester dan in de gebieden rond Jeruzalem. Zoals monseigneur Fouad Twal - de negende Latijnse patriarch van Jeruzalem en de tweede Arabier die dat ambt bekleedt - somber zei: "Voor de Israëliërs zijn wij 100 procent Palestijnse Arabieren. Ze onderdrukken ons op dezelfde manier als de moslims. Maar islamitische fundamentalisten identificeren ons met het christelijke westen, wat niet altijd klopt, en willen ons doen boeten". De christelijke Palestijnen van Bethlehem zijn van Jeruzalem afgesneden door dezelfde Israëlische muur die hun islamitische broeders gevangenhoudt. Er is nu, zegt Twal, "een jonge generatie christenen die het Heilig Graf niet kent en niet bezoekt".

Israëlische bezetting

De Jordaanse koninklijke familie heeft haar christelijke onderdanen (350.000 mensen, ongeveer 6 procent van de bevolking) altijd beschermd, maar dat is misschien de enige vlam van hoop in de regio. De verdeeldheid binnen het christendom is nog gevaarlijker gebleken voor de gemeenschap dan de grote kloof tussen de soennitische en de sjiitische moslims van het Midden-Oosten. Zelfs de Kruisvaarders waren verdeeld tijdens hun honderdjarige bezetting van Palestina of ‘Outremer’, zoals zij het noemden. De Libanese journalist Fady Noun, een christen, schreef in oktober een artikel uit Rome, waarin hij het christelijke verlies “een diepe, bloedende wonde” noemde. Hij betreurt de verdeeldheid van de christenen en het “egoïsme” van een zowel spirituele als fysieke emigratie. “Sommige christenen in de landen van het westen (...) zijn onverschillig geworden, laten zich beïnvloeden door hun cultuur en media en sporen de christenen van het oosten aan om hun identiteit te vergeten.”

Paus Benedictus, die vorig jaar na zijn ontgoochelende bezoek aan het Heilige Land besloot om de bijzondere synode van oktober samen te roepen, heeft zijn standpunt niet veranderd: ondanks hun geschillen moeten de christenen van het Heilige Land zich meer dan ooit de “levende bouwstenen” van de kerk van het Midden-Oosten voelen. “Een waardig leven in uw eigen land is op de eerste plaats een fundamenteel mensenrecht”, verklaarde hij. “Daarom moet u opkomen voor de vrede en de rechtvaardigheid die onmisbaar zijn voor de harmonieuze ontwikkeling van alle inwoners van de regio.” Maar de woorden van de paus lieten soms doorschemeren dat echte vrede en rechtvaardigheid niet in historische vernieuwing, maar het geloof te vinden zijn.

Patriarch Twal denkt dat de paus zich vorig jaar tijdens zijn bezoek aan Israël en de Westoever bewust is geworden van “de rampzalige gevolgen van het conflict tussen Joden en Palestijnse Arabieren”. De patriarch heeft openlijk verklaard dat een van de belangrijkste oorzaken van de christelijke emigratie “de Israëlische bezetting is, het gebrek aan bewegingsvrijheid van de christenen en de economische omstandigheden waarin zij leven”.

Maar hij ziet het christelijke geloof niet volledig uit het Midden-Oosten verdwijnen: “We moeten durven aanvaarden dat wij Arabieren en christenen zijn, en we moeten trouw blijven aan die identiteit. Onze prachtige missie is een brug tussen oost en west te zijn.”

Een anonieme prelaat die in een van de werkdocumenten van de synode van Rome wordt geciteerd, ziet het pragmatischer: “We moeten stoppen met zeggen dat we geen problemen hebben met moslims, want dat is niet waar. Het probleem komt niet alleen van de fundamentalisten, maar ook van de grondwetten. In alle landen van de regio, Libanon uitgezonderd, zijn de christenen tweederangsburgers.” De landen garanderen de godsdienstvrijheid, maar “ze wordt door specifieke wetten en praktijken beperkt”. In Egypte is dat vast en zeker het geval sinds president Sadat zichzelf “de islamitische president van een islamitisch land” noemde.

De Libanese maronitische kerk - waarvan de priesters overigens mogen trouwen - begrijpt maar al te goed waarom de christenen soms partij kiezen voor politieke groeperingen. De Libanese auteur Sami Khalife schreef vorige week in L’Orient-Le Jour, de Franstalige krant van de Libanese christenen, dat een verlies van moreel gezag de kerken van zijn land in “politieke actoren” heeft veranderd die als partijen beginnen te klinken. Tweehonderdvijftig Libanezen hebben een open brief aan de Iraanse president, Mahmoud Ahmedinejad, ondertekend die waarschuwt dat hij niet moet proberen om Libanon in een “frontlijn” tegen Israël te veranderen. De meeste ondertekenaars komen uit de christelijke minderheid.

Toegang verboden

De kerk kan evenmin Saoedi-Arabië negeren, dat zowel de christelijke godsdienst als de bouw van kerken verbiedt. Christenen mogen de islamitische heilige steden Mekka en Medina niet bezoeken. Het Vaticaan en de kathedraal van Canterbury openen tenminste hun poorten voor moslims. Nog deze maand werden 12 Filippijnen en een priester in Saoedi-Arabië wegens “bekeringsactiviteiten” gearresteerd omdat ze een geheime mis hadden gevierd. Het is een beetje ironisch dat het enige tegenwicht voor de christelijke emigratie de komst is van bijna een kwart miljoen christelijke Filippijnse gastarbeiders - vooral in de streek van de Golf. Patriarch Twal schat dat ongeveer 40.000 Filippijnen nu in Israël en Palestina werken en wonen.

Het spreekt vanzelf dat het westen zich zorgen maakt over het geweld tegen christenen, met als bloedigste illustratie de ontvoering en moord van aartsbisschop Faraj Rahho door Al Qaida in Mosul. Toen Iraakse autoriteiten twee mannen voor de moord ter dood veroordeelden, vroeg de kerk dat ze gratie zouden krijgen. In Egypte neemt het geweld van moslims tegen christenen onrustwekkend toe, vooral in de oude dorpen van het diepe zuiden van het land. In Caïro worden christelijke kerken nu dag en nacht door de politie bewaakt.

En terwijl westerse christenen de achteruitgang van de christelijke bevolking van het Midden-Oosten regelmatig betreuren, gaan ze meestal alleen naar de regio om de bijbelse plaatsen te bezoeken, niet om hun geloofsgenoten te ontmoeten. De Amerikanen, die sinds 11 september 2001 geobsedeerd zijn door de “botsing van de beschavingen” van oost en west, lijken vaak te denken dat het christendom een “westerse” in plaats van een oosterse godsdienst is. Ze maken een breuk tussen de wortels van hun eigen godsdienst in het Midden-Oosten en de landen van de islam. Dat op zich is een verlies van geloof.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234