Woensdag 03/03/2021

Exit bemiddelaars, het is hoog tijd voor Kris Peeters en Rudy Demotte

Peeters en Demotte hebben geen mandaat van de koning nodig. Zij moeten zelf het initiatief nemen om de gesprekstafel samen te stellen voor een dialoog tussen de toekomstige deelstaten

Vic Anciaux roept de ministers-presidenten van de Vlaamse en Franse Gemeenschap uit de wachtkamer

@5 INFO Opinie:Vic Anciaux is oud-voorzitter van de Volksunie, gewezen staatssecretaris en erelid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.@4 DROP 2 OPINIE:Korte tijd geleden werd de idee van het 'confederaal model' als enig alternatief voor de mislukte onderhandelingen in vele artikels bovengehaald. Nu schijnen de drie bemiddelaars dit model af te wijzen, zij blijken bovendien de 'interinstitutionele dialoog' alleen opportuun te vinden als zowel Brussel als de federale regering mee rond de tafel mogen zitten.

Met alle sympathie voor Karl-Heinz Lambertz en zijn twee kompanen stellen wij ons de vraag waarvoor hun uiteindelijke rapport zal dienen als ze de onderhandelingen langs dezelfde uitzichtloze weg laten verlopen als deze die tot de impasse heeft geleid. De Vlamingen blijven trouwens op hun honger zitten wat de garanties voor een grondige staatshervorming betreft, de Franstalige eis om Brussel op gelijke voet met de Vlaamse en de Franse Gemeenschap bij de onderhandelingen te betrekken, blijkt echter onafwendbaar, evenals de Franstalige eis om de federale regering een essentiële rol te geven. Op die manier is het voorspelbaar dat we na half september in de volledige chaos vervallen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft geen enkel belang bij een volwaardige deelname aan de dialoog over de toekomstige staatsinrichting. Het is overigens gewenst erop te wijzen dat de Franstalige eis 'Bruxelles, région à part entière' een reusachtige zeepbel is die hoognodig dient doorprikt te worden. Buiten enkele Franstalige Brusselse politici die vooral zichzelf graag zien, heeft geen enkele Brusselaar er enige baat bij dat het Hoofdstedelijk Gewest tot een "volwaardig" gewest opgetild wordt. Hoe meer het Brussels Gewest als een evenwaardige deelstaat uitgeroepen wordt, des te minder zullen de Vlaams-Franse confederatie en vooral Vlaanderen nog zin hebben om in die pretentieuze hoofdstad te blijven investeren. Er zijn onder meer in de Vlaamse steden mogelijkheden genoeg om de vele administratieve diensten en de duizenden ambtenaren die mee aan de rijkdom van Brussel bijdragen, onder te brengen.

André Bialek, de Waalse bard en dichter van het prachtige lied over 'la belle Gique', zong reeds vele jaren geleden "Entre les Flamands en les Wallons, il n'y a que les bourgeois et les franskiljons". Die waarheid als een koe slaat op die Franstalige Brusselse kaste. Wie naar een oplossing voor de samenleving tussen de gemeenschappen van dit land wil streven, zou het best vermijden hen als volwaardige partners aan de tafel uit te nodigen.

Als er in de minister-president van de Duitstalige Gemeenschap nog vertrouwen kan gesteld worden in zijn streven naar een ruime autonomie voor zijn volk, dan is dit vertrouwen niet gewettigd voor zijn twee kompanen: de Franstalige Brusselse ridder uit Edegem en de burgemeester van de Waalse taalgrensgemeente Tubize blonken in het verleden meer uit door hun unitaristische dan federalistische inzichten.

De federalisten hebben in de voorbije veertig jaar het unitaire België stap voor stap afgebouwd. Zij hebben de omgekeerde weg moeten volgen dan deze die in de wereld tot bijna alle (con)federale staten heeft geleid. Zij hebben stuk voor stuk de verworven autonomie van de deelgebieden moeten afdwingen. Hoewel onaf, is het resultaat niet onaardig. De deelgebieden beschikken elk over een rechtstreeks verkozen parlement en een eigen regering, ze zijn bevoegd over een niet gering aantal aangelegenheden.

Dat proces is niet ten einde. De gemeenschappen zijn in grote mate uit elkaar gegroeid. Zij hebben andere noden en verschillende inzichten. De enige weg om op die problematische toestand een doeltreffend antwoord te bieden, is deze die leidt naar een confederatie van de deelgebieden. Die weg is overigens in 1993 voorbereid in het artikel 35 van de Grondwet. De VlaamsProgressieven hebben er al meermaals naar verwezen.

Bij de uitvoering van dat artikel van de federale Grondwet - dit weze dan de 'federale' inbreng - zal de 'confederale dialoog' niet handelen over de vraag welke aangelegenheden er van het federale niveau naar de deelgebieden moeten worden overgeheveld. De confederale onderhandeling dient de "kerntaken van de toekomstige confederatie" in een exhaustieve lijst vast te leggen. Met andere woorden: het gespreksonderwerp is dus niet "Wat verdelen we?" maar "Wat doen we nog samen?".

Het is de hoogste tijd dat de heren Kris Peeters en Rudy Demotte uit de schaduw treden en het heft in eigen handen nemen. Zij hebben, als de ministers-presidenten van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap, het gezag en de macht te spreken en te handelen namens hun volk. Hun regering wordt gecontroleerd door een rechtstreeks verkozen parlement.

Zij hebben geen mandaat van de koning nodig. Zij moeten dringend zelf het initiatief nemen om de gesprekstafel samen te stellen voor een dialoog tussen de toekomstige deelstaten. Het is aangewezen dat zij er de regering van de Duitstalige Gemeenschap volwaardig bij betrekken. Beiden dienen ze er wel voor te zorgen dat alle democratische partijen uit hun gemeenschapsparlement en een vertegenwoordiging van de Brusselaars van die gespreksgroep deel uitmaken. De kerntaken van de confederatie zullen hoofdzakelijk handelen over de zorg voor de gemeenschappelijke hoofdstad en de taalwetgeving aldaar en over de nodige maatregelen om de interpersoonlijke solidariteit tussen de inwoners van de confederatie te garanderen. Alle overige materies ressorteren dan onder de bevoegdheid van de deelgebieden.

De confederatie omvat de volgende deelgebieden: twee grote deelstaten (de Vlaamse en de Franse Gemeenschap), een kleinere deelstaat (de Duitstalige Gemeenschap) en het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dat laatste zal, evenzeer als de deelstaten, bevoegd zijn voor de materies die niet in de exhaustieve lijst van de confederale aangelegenheden opgenomen zijn, behalve voor de persoonsgebonden materies, cultuur, onderwijs, welzijn of bijstand aan personen en gezondheidszorg. Daarvoor blijven de Vlaamse en de Franse deelstaten tot in hun gemeenschappelijke hoofdstad bevoegd.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet trouwens in eigen rangen orde op zaken stellen en een coherent en goed bestuur verzekeren door de overheveling van een reeks gemeentelijke bevoegdheden naar het gewestelijke niveau. Om een harmonieuze samenhang tussen de hoofdstad en de deelstaten te realiseren, moeten bovendien de twee Vlaamse en de twee Franstalige ministers van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering deel uitmaken van hun respectieve deelstaatregering.

Deze dialoog van de deelstaten zou best niet met een strikte timing verlopen. Een goed akkoord op iets langere termijn is te verkiezen boven een slecht akkoord omdat de tijd dringt. Want dan is de chaos niet meer te vermijden. Buiten degenen die de catastrofe nastreven, heeft niemand daar baat bij. Intussen kan de federale regering-Leterme zich wijden aan haar essentiële opdracht, namelijk de sociaaleconomische neergang terugschroeven, de antisociale energiesector bedwingen, de koopkracht van de mensen herstellen en de nadelen van de vergrijzing en een volksgezondheid met twee verschillende snelheden tegengaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234