Maandag 06/07/2020

Excuus, Jules!

Kitsch en wansmaak liggen bij uitvoeringen van liederen en opera's van Jules Massenet altijd om de loer. Maar kijk: het kan ook anders.

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de Franse operacomponist Jules Massenet overleed. Over de doden niets dan goed, zegt men, en daarom moet ik bij deze mijn verontschuldigingen aanbieden voor iets wat ik vijftien jaar geleden in een column op de radio heb gezegd. Ik had het toen over Massenets liederen en hoe die gezongen werden door de aanbidder van de dochter des huizes, die hem met zwellende borst aan de piano begeleidde. Ik had het ook over zijn publiek: het muffe salon waar even later Freud zijn patiënten en zijn mosterd zou gaan halen. En over zijn opera's, bijvoorbeeld Werther, waarin "zijn librettisten er in zijn geslaagd de roman van Goethe perfect om te buigen naar de eisen van de bibelots. Er zijn kerstliedjes voor een kinderkoor, er is een olijk mannenduo en een naïef jong meisje en er is heel veel moraal - waaronder weer maar eens moet verstaan worden huwelijksmoraal, seksuele moraal." Ik vatte samen: "een orgie van trivialiteit".

Misschien had ik nog niet genoeg muziek van Massenet gehoord. Of moest ik gewoon nog vijftien jaar ouder worden. In die jaren heeft er in onze contreien een kleine Massenet-renaissance plaatsgevonden, al bleef die grotendeels beperkt tot enkele opera's - Werther, Don Quichotte, Manon, vaak in interessante ensceneringen - en een occasioneel concertstuk of bisnummer.

Natuurlijk was mijn oordeel van toen niet helemaal ongegrond. Het was een tamelijk accurate, intuïtieve beschrijving van de sfeer die doorheen Massenets werk waart en van zijn feeling voor de sensualiteit waar zijn publiek naar hunkerde. Maar het hield geen rekening met het vakmanschap van de componist, met zijn onwaarschijnlijke aanleg voor melodie, met zijn onfeilbare dramatische timing, maar vooral met de potentie die in zijn werk aanwezig is om (bijna) al de valkuilen van kitsch en slechte smaak te ontlopen. Althans: mits een goede dirigent en - bij de opera - een goede regisseur (goede zangers zijn geen garantie tegen slechte smaak).

Dat is al hoorbaar op de monsterdoos met acht opera's en allerlei liederen (samen drieëntwintig cd's) die Decca heeft uitgebracht. Een vaak als routinier verguisde dirigent als Richard Bonynge vindt doorgaans een tussen sentiment en nuchterheid pendelende toon, die de stukken draaglijk maakt. En Renée Fleming is in Thaïs, met zijn bij de haren getrokken libretto, een vocaal en emotioneel mirakel.

Twee recenter verschenen opnames tonen het dilemma nog beter aan. Antonio Pappano, nochtans een verbeten en vaak succesvol Massenet-voorvechter, doet in Werther veel goeds maar soms ontsnapt ook hij - met smachtend vibrato en voluptueus portamento in de violen - niet aan de kitsch. Rolando Villazón, die de titelrol voor zijn rekening neemt, gaat er nog verder over. Anderzijds zet Valery Gergiev, van wie je het veel minder zou verwachten, in Don Quichotte zijn viriele stijl bijzonder efficiënt in voor Massenets wellicht eerlijkste werk. Hij creëert een orkestklank waar sentiment nog maar heel weinig plaats in heeft. En zie: Massenet wordt veel meer dan de Franse Puccini. Je hoort iets van de Verdi van Falstaff. En in opera is dat zowat het grootst mogelijke compliment. Excuus, Jules!

Werther met Rolando Villazón o.l.v. Antonio Pappano bij Deutsche Grammophon.

Don Quichotte met Ferruccio Furlanetto o.l.v. Valery Gergiev bij Mariinsky.

Massenet Edition (23 cd's) bij Decca.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234