Donderdag 01/10/2020

'Excuseer, excuseer, ik wijk nogal eens af'

Jacques Vermeire verschijnt al twintig jaar op de Vlaamse televisie. De eerste tien op de schermen van de VRT. De daaropvolgende tien op die van vtm. Ook deze zomer is hij niet van het scherm weg te branden. 'Succes komt niet vanzelf. En met een mokerslag moet je professioneel omgaan. Het podium verdraagt geen losers.'

Door Margot Vanderstraeten / Foto Stephan Vanfleteren

Tussen Bonheiden en Keerbergen, waar Jacques Vermeire woont, is een grapjas aan het werk geweest. Bij de talrijke verkeersdrempels die in deze villarijke gemeenten zijn aangelegd, prijkt nu en dan een driehoekig verkeersbord met daarop een heuveltje, dat met enige fantasie als een vrouwenborst geïnterpreteerd zou kunnen worden. In de omgeving is er iemand die, een zwarte verfborstel in de hand, dit beeld een duwtje in de erotische richting heeft gegeven - op sommige verkeersborden is de heuvel met een harde tepel verrijkt. "Heb ik niets mee te maken", lacht Vermeire, die, van top tot teen in Pal Zileri gekleed, achteroverleunt op de gigantische witte leren bank in zijn woonkamer. "Ik heb in mijn leven veel met borsten te maken gehad, maar daar weet ik niets van."

Vermeires hoogwaardige, perfect geblonken cognackleurige schoenen trekken de aandacht; de schoenen zijn van hetzelfde leder als zijn broekriem. "Ik heb die mooie kostuums en zo natuurlijk nodig voor mijn werk. Als presentator van Sterren op de dansvloer moest ik er keurig uitzien, en nu, deze zomer, wil ik als host van 101 vragen aan vtm uiteraard ook elke avond tiptop verschijnen. En mijn afwijking voor perfect schoeisel; dat is er maar een van mijn vele, en ik heb ze aan een vorige carrière overgehouden, toen ik inkoper van schoenen was.

"Ik zal u eens vertellen; op mijn naamkaartje staat 'komiek', en dat is iets compleet anders dan 'acteur', vooral voor de bankrekening, en dus ook voor de kleerkast. Maar voor u er zelf over begint: ik ben niet de man die in 1998, toen hij van de VRT naar vtm is overgestapt, een contract van 1 miljard - en zet er maar bij dat het toen nog over Belgische franken ging - heeft bedongen. Die 1 miljard had geen betrekking op mij, het bedrag sloeg op de producties van mijn productiehuis, een bedrag dat verspreid zou worden over tien jaar. Dat lijkt veel. Het is ook veel. Maar om de context te schetsen: Woestijnvis vangt 1 miljard euro in een jaar tijd.

"Maar in mijn loopbaan als schoeninkoper schuilt een ander, belangrijker verhaal. Dat de lijn van mijn leven heeft bepaald. Hebt u even tijd? Want waar zal ik beginnen? Ja, waar moet ik eigenlijk beginnen? En waar zal ik eindigen? Ik zal nogal van de hak op de tak springen, denk ik, maar is dat een probleem, neen zeker? Het is dat mijn leven nogal wat kronkels vertoont, en eigenlijk ook weer niet, want in alles wat ik doe en in alles wat ik ooit heb gedaan, loopt een dikke rode draad: ik wil mensen aan het lachen brengen. Als kind speelde ik op zondagochtend in de keuken al 'typetjes' voor mijn ouders; die moedigden me daarin aan. En bij de scouts kreeg ik zomaar een podium. Als we op kamp gingen, draaide alles bij mij maar om één ding: om de kampvuuravonden waarop ik, voor een publiek, mijn ding kon doen. Daar heb ik de vonken tussen mij en het publiek voor het eerst echt gevoeld. Daar ben ik voor het eerst gewaargeworden dat ik in staat ben om mensen te doen schateren. Mensen doen lachen lijkt simpel, maar het is verdomd moeilijk. Toen ik later met professionele shows rondtoerde, was er iemand die met de chronometer het aantal bulderlachen per minuut opnam. Het moest er één om de 12 seconden zijn; zo niet, dan paste ik mijn show aan. Bij humor is timing cruciaal, en een foute timing kan fataal zijn."

"Ik wil dus echt dat mensen zich vermaken. Dat ze hun zorgen vergeten. Ik span me daar voor meer dan honderd procent voor in. Om een concreet voorbeeld te geven. Toen ik een jaar of negen was, kwam mijn groot idool, Rik van Looy, op een dag naar het Criterium van Bonheiden. Ik stond enthousiast tussen de menigte te drommen. Ik had de nacht voordien geen oog dichtgedaan, zo nerveus was ik. Ik zou mijn held zien. En ik zou mijn held om een handtekening vragen. Maar dat was buiten de waard gerekend. Rik Van Looy, de keizer van Herentals, gunde me geen blik waardig. Toen ik hem om een handtekening vroeg, gebaarde die fantastische wielrenner die ik zo aanbad, dat ik me uit de voeten moest maken. De teleurstelling die ik toen tot in mijn kleinste teen heb gevoeld, en die me tijdelijk van de aarde heeft doen verdwijnen, is vandaag nog steeds een sterke motivatie om mijn uiterste best te doen om mensen die speciaal voor mij zijn gekomen niet teleur te stellen. Ik zal, onder meer, altijd en overal handtekeningen uitdelen. En ja, ik heb de neiging voorrang te geven aan kinderen. Ik heb veel kinderen als fan. FC De Kampioenen, dat nu voor de zesde keer heruitgezonden wordt, is ook bij kinderen nog steeds een groot succes. Net als de strips. Jammer natuurlijk dat DDT (de kleingeestige garagist die Vermeire in FC De Kampioenen speelt, MVdS) vanaf 1998 uit de serie is geschrapt. DDT zit al tien jaar wegens fraude in de gevangenis (lacht zoals alleen hij kan lachen).

"Ik huil zelden bij een film. Maar in films waarin kinderen het te verduren krijgen, kan ik me niet inhouden. Sinds ik zelf twee kinderen heb, is dat alleen maar versterkt. Onder meer om die reden - ik kan geen kinderen ongelukkig zien - ben ik mijn ex-vrouw altijd blijven steunen, terwijl iedereen rondom mij, ook de mensen die het allerbeste met me voor hadden, me dat afraadde. Ik heb Eva (Pauwels, MVdS) nooit publiekelijk aangevallen. In het bijzijn van de kinderen, die van mij en van haar zijn, zal ik nooit een kwaad woord over haar laten vallen. Omdat ik het beste voor heb met Maxime en Julie. Ik steun hen uiteraard ook financieel. Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen niet in twee totaal verschillende werelden terechtkomen; dat ze het, als ze bij Eva zijn, even goed hebben als hier. Er in een even leuk huis wonen als hier. Bovendien zijn ze vooral bij hun moeder. Ik vind dan ook dat ik, die de financiële mogelijkheden heb, hen daarmee moet helpen.

"Mijn kinderen zullen later niet kunnen zeggen dat hun vader hun moeder heeft laten verkommeren, terwijl hijzelf niets tekortkwam. Ik vind dat dit meer zou moeten gebeuren. Dat volwassen mensen bij een scheiding hun eigen ego opzij zouden moeten zetten en het beste voor hun kinderen voor ogen zouden moeten houden. Ik ben een komiek. Maar ik zou een goede bemiddelaarsadvocaat zijn geweest. Geen gewone advocaat, dus niet iemand die de ene partij tegen de andere afzet, maar een advocaat die samenwerkt. Die bij alle scheidingen alleen het heil van de kinderen vooropstelt en de mensen leert hun persoonlijke kwetsuren ondergeschikt te maken aan dat hoge doel. Een advocaat die wil dat alle mensen lachen, ja."

"Ik ben al herhaaldelijk gevraagd om op een politieke lijst te staan. Ik zeg niet voor welke partijen, neen. Maar politiek is niets voor mij. Politici werken elkaar tegen. Willen dat de andere partij klappen krijgt. Ik wil samenwerken. Ik heb dat gevoel heel sterk, altijd al gehad. Daarom dat ik in het zakenleven goed functioneer, denk ik. Ik bedoel: ik houd van de positieve drive in een privébedrijf. Zoals bij vtm. Ik weet waarover ik spreek. Ik heb ervaren dat bij vtm beter en nauwer samengewerkt wordt dan bij de VRT. Uiteraard, er is ook bij vtm naijver. En het begrip 'familie' is zeker overdreven. Maar er heerst in Vilvoorde een samenhorigheid binnen het hele bedrijf. Iets wat ik bij de VRT nooit heb gevoeld. Met de ploeg van De Kampioenen heb ik de beste en tofste tijd van mijn leven beleefd, laat dat duidelijk zijn. Het was een schitterende ploeg. Tussen ons hing een warme, gezellige, onvervangbare sfeer. Ik ben de VRT ook zeer dankbaar. Dus dat is het niet. Want ik heb bij de VRT mijn grote succes beleefd. Ik ben er niet alleen begonnen, met een bijrol in Meester, hij begint weer, daarna als panellid van De drie wijzen, maar ik was er ook 'de man'. Meer dan bij vtm. Wat ik wil zeggen is dit: zodra je buiten de opnamestudio's kwam, in de gangen van de VRT, was er niemand die nog goedendag zei of eens vriendelijk knikte. Dat vond ik vreselijk.

"Ik hecht veel belang aan vriendelijkheid. Mijn vader, die in 2004, vijf dagen na mijn moeder, overleden is, heeft me dat doorgegeven. Hij was een zeer correcte man. Ik lieg niet als ik zeg dat ik nooit ruzie heb gehad met mijn vader. Hij legde alles altijd rustig uit. Hij kon streng zijn, heel streng, maar nooit boos. Ik heb altijd een groot respect voor zijn correctheid opgebracht; hij was een enorm aimabele mens. En geen haar op mijn hoofd heeft er ooit aan gedacht om hem te ontgoochelen. Mijn vader heeft me van kleins af geleerd om tegen iedereen goedendag te zeggen. Om benaderbaar te zijn voor iedereen. In de opvoeding van mijn kinderen krijgt die open attitude ook een voorname plaats. Ik kom op straat veel ineengedoken, introverte mensen tegen. Ik zie mensen die tegen niemand gedag zeggen, en die andere mensen meer afsnauwen dan iets anders. Daar heb ik het moeilijk mee. Ik probeer mijn kinderen bij te brengen dat iedereen baat heeft bij elementaire vriendelijkheid. Ik wil graag dat ze vriendelijk zijn tegen de mensen. Ik wil dat ze, als ze naar de televisie aan het kijken zijn, hun film laten voor wat hij is, en de hand komen schudden van de mensen die hier over de vloer komen. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Ik kom soms in huizen van vrienden met kinderen. En de hele avond zie ik die kinderen niet, omdat ze op hun kamer zitten. Dat vind ik merkwaardig. Ik vind dat kinderen erbij horen. Helemaal.

"Maar ik ben weer aan het springen, hé. Dit is waar ik naartoe wil. Bij vtm is de ploeg kleiner dan bij de VRT. Iedereen kent elkaar echt, en iedereen weet dat de ander een schakel van het succes van de hele zender vormt. Bij de VRT is dat niet zo. De enige twee personen die met me spraken als ik door de gigantische gebouwen van de VRT liep, waren Dirk Sterckx en Guy Polspoel. Het zal wel niet toevallig zijn dat die twee er vandaag ook niet langer werken, nietwaar? Is bij de overstap van die mannen (de eerste naar de politiek, de ander naar vtm, MVdS) ook zoveel tamtam gemaakt? Voetballers mogen overgaan zonder dat ze de cover van De Standaard of de Financieel Economische Tijd halen. Journalisten ook. Maar ne komiek?

"Excuseer, excuseer. Ik wijk nogal eens af. Schoenen. Met die essentiële kronkel in mijn loopbaan was ik begonnen. Ik ben niet helemaal voor mijn plezier schoeninkoper geworden. Pas op: ik heb dat beroep met plezier uitgeoefend. Maar het was niet mijn eigen keuze, het was een noodoplossing. Ik was dertig. Ik had een graduaat marketing op zak, en werkte bij de chemiereus Bayer, waar ik, op de Antwerpse plant, een van de zeven aankoopverantwoordelijken was. Ik deed mijn werk goed. Ik geloof dat ik alles wat ik doe, altijd zo goed mogelijk probeer te doen. Maar ik had een tweede activiteit die me veel meer voldoening schonk, en waar ik meer tijd in wilde stoppen. Ik wilde acteren. Ik wist dat ik talent had. Ik wist ook dat ik, als ik dat talent op professioneel niveau wilde brengen, moed moest opbrengen. En dat ik die moed in me had. Optreden, shows geven, was in die jaren mijn hoofdberoep niet, maar er ging geen week voorbij of ik stond meerdere avonden, na het werk bij Bayer, op een podium in een kleine of grotere zaal in een klein of groter gat van Vlaanderen. Bijna altijd bracht ik sketches waarin ik typetjes imiteerde. Den boer. Den coureur. Den visser. Ik ben zelfs jaren met de hoed rondgegaan. En maar optreden voor terrassen en tafels. En de mensen maar doen lachen. En maar hopen op een flinke fooi. Als je dat durft. Als je niet bang bent om solo te gaan, en als je je sketches almaar aanscherpt en versterkt, als je inspeelt op de reacties van het publiek, dan ben je al bezig iets te bewijzen.

"In de tijd dat ik bij Bayer werkte, heb ik, naast mijn werk, ook toneelstudie aan het stedelijk conservatorium in Mechelen gevolgd, daar gaven Jaak Van Assche en René Verreth toen nog les. Ik wilde naar het koninklijk conservatorium om een volwaardige acteurstudie te volgen. Ik zegde mijn job bij Bayer op. Ik zou alles op alles zetten. Ik schreef me in aan de conservatoria van Gent, Antwerpen en Brussel. Ik nam deel aan de drie toelatingsexamens. Er was geen haar op mijn hoofd dat het resultaat kon voorspellen: ik slaagde nergens.

"Dat was niet het enige ongeluk. Ik was in die tijd getrouwd met een, houd u vast, zeer begaafde vrouw, ja, want voor Eva was ik al een keer getrouwd geweest. Mijn eerste vrouw haalde, op mijn kosten, het ene universitaire diploma na het andere haalde. Ja, dat verbaast u, zeg het maar. Maar misschien zal het u niet verbazen dat ze er vervolgens, bam, met een jongere student vandoor ging.

"Ik was dus in één keer, op mijn dertigste, mijn werk en mijn vrouw kwijt. Maar de grootste klap was dat ik mijn grote acteursdroom aan diggelen zag gaan. Mijn hele wereld stortte in elkaar. Acteren, het podium, leek alles voor mij. Niet dus. Na die kater heeft het Mechels Miniatuur Theater me opgevangen. Ik heb er enkele jaren als beroepsacteur gewerkt, want het MMT geloofde in mij. Helaas. Weer pech. Na enkele jaren moest er worden beknibbeld. En ik moest weg. Toen was er mijn vriend in de schoenenhandel. Hij zei: kom dan maar even bij mij werken. Ik ben zeven jaar bij hem in dienst geweest. Daarna ben ik beroepskomiek geworden, en heb ik alles op alles gezet.

"De 'serieuze' pers heeft me als komiek nooit serieus genomen. Ik heb nooit 'credibility' gehad, ik werd en word door deze heren, want het zijn altijd heren, nogal enthousiast met de grond gelijkgemaakt. Ja, natuurlijk. Ik weet ook wel dat mijn humor niet intellectueel is. Maar als ik sommige stand-upcomedians van vandaag hoor, dan moet ik toch zeggen dat ze het aan platheid van mij winnen. Wat zij er soms uitkramen, zou ik er niet durven uitkrijgen. Zo boertig. Zo laag-bij-de-gronds. En zeker, ik weet ook dat, bijvoorbeeld, mijn film Max niet tot het kunstzinnige of hogere genre behoort. Ik heb dat ook nooit beweerd. En we hebben het nu vooral over televisie, maar vergeet mijn lange samenwerking met Luc Verschueren van Radio 2 niet. Wij hebben samen met onze shows het land afgereisd. En we waren wekelijks op de radio. De mensen hielden echt van ons, maar de zogenaamd betere kranten en bladen, die lachten met ons. Soms met reden, maar evengoed uit pure gewoonte, echt waar.

"Ik heb vroeger, al van bij mijn bijdragen aan het respectabele programma De Drie Wijzen van Kurt van Eeghem, altijd zelf gezegd dat mijn humor die van kaka en pipi is. Misschien is dat wel de grootste vergissing in mijn carrière. Dat ik me in mijn beginjaren te veel heb verontschuldigd voor het populaire genre waarin ik succesvol bleek te zijn. Ik heb in mijn beginjaren met mijn eigen vak gelachen, altijd maar benadrukt dat ik 'maar een smoelentrekker' was, en dat is een doodsteek, want zo geef je iedereen het recht om hetzelfde te doen. Die les heb ik wel geleerd. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik nadenk over het verloop van mijn carrière. Dat moet. Ik draai al twintig jaar mee in het populaire genre. Dat heeft consequenties. Ik kan meespreken over de mokerslagen die bij het leven, privé en professioneel, horen. Het vergt veel helderheid en een professionele strategie om sterker uit de put te komen. In de roddelbladen wordt graag gelachen met mensen die 'patatten' krijgen. Er werd dus ook graag met mij gelachen. Dat gun ik iedereen, er mag naar hartenlust met mij gelachen worden. Maar ik zal niemand de kans aanreiken om mij een loser te noemen. Het podium verdraagt geen losers; op het podium moeten winners staan. Dat betekent niet dat je moet liegen, en plots moet zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is. Maar je moet je sterk opstellen.

"Toen Eva met borsten en al in Playboy verscheen, had ik twee mogelijkheden: zelfbeklag of samen sterk. Ik doe niet aan zelfbeklag. Nooit. En dus ben ik samen met de kinderen naar de presentatie van Playboy gegaan. Dat doe je niet zomaar. Dat doe je omdat je erover nadenkt. In de periode dat ik, niet eens zo lang geleden, anderhalf jaar werkloos was, heb ik niet de zielenpiet uitgehangen. Ik heb in de tijd dat ik met Kop van Jut de Pak de Poen Prijs voor het slechtste tv-programma ooit kreeg, mijn hoofd niet laten hangen, hoewel dit uitgerekend in de periode van mijn overgang van de VRT naar vtm gebeurde; het kon niet slechter uitkomen.

"Ik zal niet ontkennen dat ik er persoonlijk niet goed van was, van al die slagen, en dat is zwak uitgedrukt. Maar het is de aard van het beestje: ik ben even down, en daarna put ik moed uit de nederlaag en ga ik er dubbel zo hard tegenaan. Die kracht haal ik natuurlijk ook uit mijn publiek. Er zijn veel mensen die me graag zien. En die me graag bezig zien. Als je weet dat er nog altijd duizenden mensen speciaal voor jou komen, omdat ze dankzij jou kunnen lachen, moet je wel iets kunnen dat een ander niet kan, nietwaar?"

Ik heb altijd zelf gezegd dat mijn humor die van kaka en pipi is. Misschien is dat wel de grootste vergissing in mijn carrière

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234