Zaterdag 16/01/2021

Exclusief

De 5 geheime dossiers van de Commissie Seksueel Misbruik in de Parochiale Sfeer

Bij de Heilige Sint-Pedofilius

‘Ik vind dat u een heel grote som geld heeft gekregen. Ik verwacht hiervoor wat dankbaarheid. Om te genezen moeten er nog andere dingen gebeuren, vooral een lange weg van vergiffenis en verzoening (...), gepaard gaande met de erkenning van eigen verantwoordelijkheid en eigen schuld.’ Dit is wat de Antwerpse bisschop Paul Van den Berghe in 2008 schreef naar een pedofilieslachtoffer dat 106.000 euro zwijggeld had ontvangen van het bisdom. Al wat de man wou weten, was: hebt u iets ondernomen tegen de man die mij als kind aanrandde? De Morgen kon de hand leggen op vijf dossiers van de commissie die van 2000 tot 2008 seksueel misbruik binnen de kerk onderzocht.

De Interdiocesane Commissie tegen Seksueel Misbruik in de Parochiale Sfeer (ICSM) werd tien jaar geleden opgericht in de nasleep van de affaire-Dutroux en de iets minder bekende affaire-Vander Lyn (zie verder). De commissie kwam er om in volle onafhankelijkheid klachten te kunnen onderzoeken en de kerkelijke oversten informatie en advies te bezorgen voor “passende maatregelen”.

De Morgen kon de hand leggen op vijf van de 33 dossiers die de commissie tussen 2000 en 2008 onderzocht. Dit zijn vijf dossiers over vijf pedofielen die slachtoffers maakten en van wie de schuld vanuit het perspectief van de kerkelijke hiërarchie buiten discussie staat. Dit zijn vijf dossiers die ons wat vertellen over hoe binnen de kerk écht wordt omgegaan met meldingen van seksueel misbruik door geestelijken. In enkele gevallen betaalden bisdommen schadevergoedingen. In vier van de vijf gevallen konden de daders gewoon terug aan de slag als verkondigers van Gods Woord of (in één geval) als godsdienstleraar. Het vijfde geval is dat van de Brusselse pastoor Vander Lyn, die eigenlijk een gevangenisstraf van zes jaar hoorde uit te zitten en zijn straf ontliep. Dankzij de kerk.

Wat volgt is geen lectuur voor gevoelige zielen.

PASTOOR JEF

l misbruikte minstens drie jongens

l het bisdom betaalde een van hen 106.845 euro schadevergoeding

l de Antwerpse bisschop adviseerde één slachtoffer te ‘vergeven’

l de pastoor werd nooit vervolgd

l hij emigreerde naar Peru en is nu schoolhoofd

Geert T. was zestien jaar oud toen hij in 1982 een eerste keer werd aangerand door Jef V.d.O. De onderpastoor in Schoten was een jonge, innemende geestelijke. Hij was zes jaar lang nationaal proost van Chiro Vlaanderen. Het was begonnen als een soort betovering, een ritueel dat Geert moest genezen van kwalen waar hij volgens de priester aan leed. “Hij legde zijn handen op zijn ogen, legde hem op een canapé neer en begon zijn lichaam te bestrelen”, zo worden de feiten beschreven in een verslag van de Interdiocesane Commissie tegen Seksueel Misbruik in de Parochiale Sfeer (ICSM). Op vraag van het slachtoffer laten we verdere details achterwege.

Het misbruik is jaren blijven duren. De pastoor kocht zelfs een appartement in Merksem dat moest fungeren als liefdesnest. Hij nam Geert en enkele van zijn leeftijdgenoten uit de parochie in 1985 mee op een reis naar Peru. Geert werd ook daar verplicht tot seks met de pastoor.

“Ik verkeerde in een constante staat van stress”, zegt Geert. “Elke dag was een gevecht, en dat is vandaag nog steeds zo.” Geert werd opgenomen in een psychiatrische instelling en zou daar over een periode van vijf jaar geregeld naar terugkeren.

Geert stapte in 2001 naar de Antwerpse bisschop Paul Van den Berghe, en vertelde alles, maar kreeg nooit echt het gevoel dat er naar hem werd geluisterd.

Hij neemt uiteindelijk op 30 juni 2003 contact op met de ICSM. De commissie komt al in een vrij vroeg stadium twee andere slachtoffers op het spoor met een identiek verhaal als Geert. Er blijkt in de jaren negentig ook een Peruviaanse jongen bij de pastoor te hebben ingewoond. Aangenomen wordt dat hij een jaar lang heeft gefungeerd als seksspeeltje van de intussen hoofdpastoor geworden V.d.O.

De commissie tracht ook V.d.O. te horen, maar dat kan niet. In 2001, kort na het gesprek van Geert met de bisschop, is hij zijn seksspeeltje achterna gereisd richting Peru. Hij heeft zich in Ichuña gevestigd, een dorp op 3.750 meter hoogte in het Peruviaanse Andesgebergte. Daar is hij begonnen met de bouw van een eigen school, het Instituto Superior Tecnológico Público Alianza.

In een eindrapport komt de ICSM begin 2006 tot de conclusie dat de door Geert T. opgelopen fysieke, morele en materiële schade kan worden begroot op 106.845 euro. Commissievoorzitster Godelieve Halsberghe, magistrate op rust, heeft het tot de laatste euro nagerekend. In dat bedrag zitten de kosten voor zijn verblijf in diverse instellingen, medicatie, behandelingen en mis gelopen inkomsten. Onder het motto ‘potje breken is potje betalen’ stuurt Halsberghe een factuur van 106.845 euro naar de Antwerpse bisschop Paul Van den Berghe. En zowaar: halfweg augustus stort het bisdom de mooie ronde som van 106.845 euro op de rekening van de ICSM, waarna die het bedrag doorstort aan Geert T. Wat heet: een schuldbekentenis.

In een brief van 22 augustus 2006 dankt voorzitster Halsberghe de bisschop voor de betaling, maar ze wijst erop dat het probleem hiermee niet van de baan is: “U weet dat de heer T. er sterk op staat te vernemen welke maatregelen ten overstaan van priester V.d.O. worden genomen. Voor T. ging het niet alleen om zichzelf, maar ook over de weerloze kinderen in Peru. Voor de commissie is het dossier nog niet afgehandeld.” Er komt geen antwoord.

De televisie is voor Geert T. niet echt een hulp om zijn jeugdtrauma’s te verwerken. Op 1 juli 2001 gaat pastoor Jef V.d.O. voor in de zondagochtendlijke eucharistieviering op Eén. Hij leidt een mis die wordt begeleid door gezangen van het kinderkoor Cantabile. Enkele maanden later is V.d.O. twee keer te zien in een uitzending van Het Braambos.

Ook nadat het bisdom Antwerpen medio 2006 door de betaling een heel duidelijke erkenning van schuld op zich heeft genomen, blijft V.d.O. in allerlei kerkelijke publicaties en uitzendingen opgevoerd worden als een hedendaagse Damiaan. Op 19 april 2007 publiceert KerkNet een uitgebreid interview met de pedofiele pastoor. “En even later stond hij in het lang en in het breed in Kerk en Leven”, zegt Geert. “Onze grote Vlaamse weldoener in Peru. Ook al weet men bij het bisdom dat hij een gevaar vormt voor zijn omgeving, blijft men hem op een voetstuk zetten.”

Twee maanden geleden nog, op zondag 7 maart, werden de goede werken van Jef V.d.O. door het gemeentebestuur van Merksplas in de schijnwerpers gezet tijdens een themadag ‘Van Afrika tot Zuid-Amerika’. Voor zijn school in Peru ontvangt V.d.O. gemeentelijke subsidies van de gemeente Merksplas.

De Interdiocesane Commissie stuurde in 2005 een brief naar de Peruviaanse bisschop Jorge Pedro Carrión Pavlich, in de hoop dat die kon garanderen dat de man zich als schoolhoofd een beetje zou gedragen. Er kwam geen antwoord. Nadat ook hij bisschop Van den Berghe nog eens had aangeschreven, kreeg Geert T. wel antwoord. Hij wou graag, nogmaals, vernemen wat de kerk onderneemt om te voorkomen dat Jef V.d.O. in Peru recidiveert, zoals onbegeleide pedofielen nu eenmaal vaak doen.

Hier enkele passages uit het antwoord: “Ik vind dat u gekregen heeft wat de commissie gevraagd heeft en dat u en de anderen een heel grote som geld hebben gekregen. Ik verwacht hiervoor wat dankbaarheid. (...) Om te genezen moeten er nog andere dingen gebeuren, vooral een lange weg van vergiffenis en verzoening, gepaard gaande met de erkenning van de eigen verantwoordelijkheid en eigen schuld. En om daartoe te komen hebben mensen altijd nood aan geduldige, respectvolle en liefdevolle begeleiding, vanuit een humane en christelijke geest. (...) Met een oprechte groet, Paul Van den Berghe, bisschop van Antwerpen.’

Jef V.d.O. is vandaag nog altijd actief als schoolhoofd in Ichuña.

PASTOOR PAUL

l wordt vervolgd voor vijfvoudige verkrachting van tieners

l aartsbisschop Léonard is op de hoogte sinds 2003

l pastoor Paul is nog altijd in functie

l hij heeft zitting in een bisschoppelijke commissie als ‘expert’

“We lagen allebei naakt in zijn bed. Hij trok zich af, en even later kroop hij op me om me op mijn mond te kussen, en ook in mijn hals. Hij draaide me om en penetreerde me, soms met zijn penis, soms met zijn vinger. Ik denk niet dat het wat zou hebben veranderd als ik er iets van had gezegd. Het enige wat ik nooit heb gedaan, is hem afzuigen. Dat vond ik degoutant. Hij duwde mijn hoofd naar onderen, maar ik verzette me.”

Christophe H. uit Gembloux is net negentien geworden als hij op 18 mei 2004 zijn verhaal in een proces-verbaal laat acteren door een agent van de politie van Namen. Het verhaal gaat over pastoor Paul H. Hij is een oudere, minzame geestelijke die graag de jongeren uit Gembloux om zich heen verzamelt. De feiten, zo vertelt de jongen, dateren uit die periode 2001 en 2002. Hij was vijftien, zegt hij, toen hij voor het eerst werd verkracht.

Tijdens de ondervraging valt de vanzelfsprekende vraag. Kon H. dan bij niemand terecht? Toch wel, zegt de jongen. Hij is op 25 mei 2003 gaan praten met de bisschop van Namen, monseigneur André-Joseph Léonard. Die heeft er zijn vicaris Jean-Marie Huet bij geroepen en ze hebben een procedure naar kerkelijk recht opgestart tegen de pastoor. “Wij zijn een gelovig gezin”, zegt de vader van H. “Wat je allereerst wil, is dat je zoon wordt opgevangen en dat de dader niet nog meer slachtoffers maakt. We hoopten dat de bisschop maatregelen zou treffen.”

Maar er gebeurt helemaal niets, de familie krijgt te horen dat “het dossier is opgestuurd naar Rome”. Na een jaar wachten op wat niet komt, besluiten de ouders dan toch maar een wereldlijke rechtbank in te schakelen. Er start een strafonderzoek en dat levert ook resultaten op. Tijdens een huiszoeking wordt op de computer van pastoor H. kinderporno gevonden. Er blijkt in 1991 ook al eens een klacht voor verkrachting tegen hem te zijn ingediend door de ouders van twee jongens van dertien die zeggen door hem te zijn misbruikt tijdens een vakantiekamp in Koksijde. In totaal worden vier slachtoffers geïdentificeerd in de periode 1986-2003. Pastoor Paul H. wordt in 2008 in staat van beschuldiging gesteld voor herhaalde verkrachting en zedenschennis. Begin 2009 jaar vraagt het parket zijn doorverwijzing naar de correctionele rechtbank voor verkrachting en aanranding van de eerbaarheid.

Lang voor justitie haar werk doet, lijkt het voor bisschop Léonard al vast te staan dat Christophe H. de waarheid spreekt. In een e-mail aan diens moeder heeft hij het op 21 oktober 2003 over een “jammerlijke zaak” en spreekt hij de hoop uit dat “Christophe zijn levensvreugde kan worden teruggegeven”.

Op 27 oktober 2005, bijna tweeënhalf jaar nadat de jongen zijn verhaal is gaan doen bij de bisschop, stapten zijn de ouders naar de Interdiocesane Commissie tegen Seksueel Misbruik. Die stelt zich vragen over de wijze waarop bisschop Léonard en vicaris Huet in mei 2003 de zaak ‘intern’ probeerden af te handelen. De commissie wil ook graag Paul H. horen, maar stoot op een veto van Léonard. In een intern document zegt de ICSM: “Onze commissie buitenspel zetten was een bewuste keuze van monseigneur Léonard.”

Christophe H. houdt tot vandaag vol dat de bisschop en de vicaris hem in 2003 met alle mogelijke middelen trachtten te overtuigen om vooral níét naar het gerecht te stappen. Zo is het niet gegaan, zegt bisschop Léonard op 14 november 2004 in een e-mail aan de moeder van Christophe: “Ik herinner me zeer goed dat ik uw zoon heb gezegd dat hij een burgerlijke klacht kon indienen en dat ik zulks het meest doeltreffend vond vanwege de middelen tot onderzoek. Maar Christophe, helemaal overstuur, had daar op dat moment niet veel zin in, wat ik kon begrijpen. Hij wou niet dat al die verhalen openbaar zouden worden. Hij heeft misschien niet voldoende aandachtig mijn suggestie opgepikt. Ik heb dus zijn wens gerespecteerd om ons te houden bij een ecclesiastische procedure. Deze is dus gelanceerd tot het moment waarop Christophe, met reden, verkoos een burgerlijke klacht in te dienen. Als de burgerlijke procedure tot niets zou leiden, zijn wij steeds bereid de canonieke procedure te hervatten.”

Er was dus een canonieke procedure lopende, maar door de strafklacht is die opgeschort. En daardoor, lijkt Léonard aan te geven, kan er niets worden beslist in afwachting van een rechterlijk verdict.

Paul H. is tot vandaag pastoor in de parochies Bossière, Beuzet, Mazy en Isnes. Hij voert niet langer dagelijks de mis op, maar gaat occasioneel nog voor in eucharistievieringen in kleinere kerkjes en rusthuizen. Hij bekleedt daarnaast nog enkele eminente functies binnen de kerk. Hij werd in 1998 door de Belgische bisschoppenconferentie aangewezen als een van de tien ‘wijzen’ in de interdiocesane werkgroep in verband met sekten. Hij doceerde tot voor kort ook filosofie aan het Groot Seminarie in Namen. Hij publiceerde in 2005 nog een studie over sekten en twee jaar later een filosofisch werk over de beeldenstorm. “Ja, ik ben gewoon in functie gebleven”, reageert de geestelijke aan de telefoon. “Ik zou ook niet weten waarom niet. Dat gerechtelijk onderzoek? Goh, die klacht dateert al van bijna zeven jaar geleden. Ik zou eens moeten horen hoe het daarmee zit. Wat die jongen over mij zegt, is van a tot z gelogen.”

Het parket in Namen denkt daar anders over. Doordat de advocaat van H. extra onderzoeksopdrachten vroeg, is het wachten op een nieuwe datum voor behandeling van de zaak door de raadkamer. Het parket in Namen blijft intussen bij zijn vordering. De kans lijkt zeer klein dat pastoor Paul H. een correctioneel proces kan ontlopen.

PATER ERIC

l verkrachtte Eskimokinderen in Canada

l zijn broeders betaalden 380.000 euro schadevergoeding

l net voor hij in Canada de cel in moest, vluchtte hij naar België

l werd gezocht door Interpol, maar zijn broeders verborgen hem

l werd even aangesteld als biechtvader in Lourdes

Een op 3 mei 2001 verspreid internationaal opsporingsbericht van Interpol vroeg ons uit de kijken naar Dejaegere Eric, op 24 april 1947 geboren te ‘Roeselaar, Belgium’. De gezochte man is 1,73 meter groot, weegt 87 kilo en draagt een bril. Hij wordt gezocht voor ‘rape of minor, sex crimes’. Hij wordt gezocht door de justitie in het Canadese Igloolik, en verder nog dit kenmerk toegedicht: ‘Person may be dangerous.’ Het meest opmerkelijke kenmerk wordt door Interpol helaas niet vermeld. De verdachte is te herkennen aan zijn pij.

Op het ogenblik dat Interpol deze oproep wereldkundig maakt, bevindt Eric Dejaeger zich in Lourdes. Hij is daar de verantwoordelijke voor de opvang van bedevaarders uit Vlaanderen. Buiten het bedevaartseizoen verblijft de pater in België, in het klooster van de oblaten in Waregem. Dat is zijn geheime onderduikadres.

Eric Dejaegere is in 1973 als twintiger naar Canada getrokken. Hij heeft er zich in 1978 als priester laten wijden bij de plaatselijke paters oblaten en trekt naar het eiland Igloolik, in het barre noorden. Zijn missie bestaat erin de Inuitbevolking, Eskimo’s, tot het christendom te bekeren.

Pater Eric blijkt vooral een voorkeur te hebben voor de allerkleinste Eskimo’s. Op 5 april 1990 loopt hij een eerste veroordeling tot vijf jaar cel op voor achtvoudige kinderverkrachting. Hij verblijft kortstondig in de gevangenis. Eind 1990 zijn er vijf nieuwe aanklachten. Op 14 juni 1991 volgt een supplementaire straf van één jaar cel en op 26 juni 1993 wordt hij voor de rechtbank gedaagd voor een reeks nieuwe zedenfeiten met Eskimokinderen. In juni 1995 lijkt hij onmogelijk nog aan een jarenlange detentie te kunnen ontkomen. Justitie in Canada kwalificeert hem als een onverbeterlijke recidivist, en daagt hem opnieuw voor de rechtbank. Pater Eric stuurt zijn kat.

Er komt geen reactie op het opsporingsbericht van Interpol. Niemand weet waar Pater Eric zit, tot de zaak in 2002 onder de aandacht wordt gebracht van de ICSM. Er is een nieuwe klacht over pater Eric, deze keer komende van een jonge Vlaamse die op bedevaart was in... Lourdes. Maar hoe belandt een in heel Europa door Interpol gezochte pedofiel in Lourdes? Simpel. Pater Eric is in 1995 Canada ontvlucht en vroeg en kreeg onderdak bij de paters oblaten in Waregem.

Aangesproken door de ICSM houden de Vlaamse paters oblaten in eerste instantie vol dat ze niks afwisten van de tegen hun broeder geuite klachten in Canada. Maar als gaandeweg stukken uit de onderlinge correspondentie boven water komen, lijkt het gebod ‘Gij zult niet liegen’ bij deze paters opeens voor interpretatie vatbaar.

Zo is er een brief van de abt in Igloolik, 5 juli 1995, enkele dagen na de vlucht: “Beste Eric, ik kreeg deze ochtend telefoon van de RCMP (Canadese politie, red.). Er loopt een arrestatiebevel tegen je. Dat betekent dat als je naar Canada zou komen, je bij je aankomst zou worden gearresteerd. Ze vroegen me waar je was en ik zei in België, maar dat ik niet wist waar.”

De brief is geadresseerd aan de Paters Oblaten, Processiestraat 1 te Waregem, België. De abt wist dus maar al te goed waar pater Eric ondergedoken zat.

Op 18 april 2001 schrijft ICSM-voorzitster Halsberghe een brief aan Mark Kemseke, provinciaal bij de paters oblaten en dus de feitelijke nummer één van de orde in België. Halsberghe legt uit dat ze kon achterhalen dat de gezochte pedofiel een functie heeft gekregen als“Nederlandstalige coördinator te Lourdes, die jonge mensen op bedevaart, kinderen en andere pelgrims ontvangt”. Ze stelt voor om allereerst een ontmoeting te beleggen met de oversten van de paters oblaten.

Antwoord komt er op 29 juni 2001, als Pater Kemseke per brief argumenteert dat de pater zijn straf in Canada al heeft uitgezeten (een leugen) en hij er “van overtuigd was dat het gevaar was geweken”. De pater zou dus via gebed en therapie zijn genezen van zijn appetijt voor kleine Eskimo’s? Bovendien, schrijft Kemseke, hebben de paters oblaten in Canada voor een totaal van 500.000 Canadese dollar (ongeveer 378.800 euro, red.) schadevergoedingen betaald aan de getroffen ouders.

Halfweg 2001 komen nieuwe elementen aan het licht. Er lopen in Canada nog meer aanklachten tegen Dejaegere. Zijn persoonlijke dossier toont dat de Vlaamse paters oblaten minstens sinds 1999 op de hoogte zijn gebracht van de redenen van de vlucht. Er volgt een nieuwe brief van ICSM-voorzitster Halsberghe, 30 augustus 2001: “De paters oblaten van Canada hebben dus deze van België op de hoogte gebracht van wat er gaande was. En toch wordt pater Dejaegere als biechtvader naar Lourdes gestuurd! (...) Ik huiver zo dit verhaal in al zijn componenten publiek zou worden! Het enige wat te doen staat, is dat pater Dejaegere zelf contact opneemt met Interpol. Zo hij dit niet doet, weegt deze taak op zijn oversten.”

Op 26 februari 2002 volgt het antwoord van pater Mark Kemseke. Hij wijst erop dat pater Eric ergens in de jaren zeventig de Canadese nationaliteit heeft verworven: “Voor zover ik weet, eist de Belgische wetgeving evenmin dat men zich vrijwillig aanbiedt. U kan dit dus niet vragen. (...) U kan er niet voor zorgen, en niemand trouwens, dat hij nooit iets kwaads meer zou doen, tenzij hem voor altijd in de gevangenis te stoppen. En dan nog. U weet heel zeker dat ook dat het weinigen ‘gegeven’ is beter uit de gevangenis te komen dan ze er in gingen.”

Om kort te gaan: de paters oblaten zijn niet van plan hun broeder te verlinken. Er is hem nu, met ingang van 27 februari 2002 (na het uitlekken van zijn geheim) een verbod opgelegd om nog pastorale taken uit te oefenen. Daarnaast is pater Eric volgens pater Kemseke ook nog eens zwaar gestraft door Hem hierboven. Een citaat uit de brief: “Hij wordt beboet door het verbod nog een pastorale taak uit te oefenen. Hij staat als priester letterlijk op non-actief in de bloeiendste jaren van zijn leven. (...) En daarenboven is hij letterlijk een gebroken man. Hij is in behandeling voor twee gebroken ruggenwervels, waarbij een eerste voorzichtige behandeling helemaal geen baat heeft gebracht, integendeel. Een pen ter hand nemen op zijn bureau is soms al oorzaak van bijna ondraaglijke pijnen (...) Wij hebben hem in ons midden aanvaard. Hij is en blijft Oblaat en mens, met recht op respect, ook na al zijn fouten.”

Aan het eind van de brief schrijft de provinciaal nog dat: “... u het recht niet hebt deze zaak openbaar te maken, waardoor juist de Kerk zou worden gekwetst en de Oblaten onrechtvaardig behandeld”.

Op 15 en 16 januari 2005 vond in zaal De Kiem in Roeselare de tentoonstelling ‘Vrienden van Lourdes’ plaats. Er waren foto’s, affiches en, zegt het programmaboekje: “Een reportagestand van de voetreis van Waregem naar Lourdes en van Lourdes naar Compostella van pater Eric Dejaegere.” Dat is bijna 2.000 kilometer stappen. Bij verificatie blijkt het te gaan om dezelfde pater Eric. Die met de tweevoudig gebroken ruggenwervels.

PATER S.

l misbruikte als therapeut twee patiëntes

l zijn broeders karmelieten betaalden een schadevergoeding

l vandaag is hij godsdienstleraar

Pater S. werd begin de jaren negentig als karmeliet tot priester gewijd, maar weigerde als pastoor aan het werk te gaan. Als lid van de karmelieten raakte hij in onmin met zijn eigen orde en koos hij ervoor om buiten het klooster te wonen, zelfbedruipend. S. trok in de jaren negentig de psychosociale sector in. Hij begon op zichzelf met ‘cliëntgerichte psychotherapie’.

S. nam het uitgangspunt niet te nauw en hanteerde een nogal bizarre therapie bij de behandeling van patiënten. S. palmde zijn patiënte C. psychologisch helemaal in, maakte haar van hem afhankelijk en trachtte munt te slaan uit de vreemde relatie therapeut-patiënt. Hij vroeg haar hem te knuffelen, wandelingen te maken.

C. zette een punt achter de therapie om elders hulp te zoeken. Toen S. ondervraagd werd over de klachten van zijn patiënte deed hij die in eerste instantie af als leugens: “Zij is het die toenadering heeft gezocht.”

Hield pater S. het bij C. nog zedig, bij mevrouw H. ging hij heel wat verder. De vrouw diende klacht in wegens verkrachting bij de ICSM en bij de deontologische commissie van de Vlaamse Vereniging voor Cliëntgerichte Psychotherapie. Ze sprak over een penetratie. Ook nu weer was het Godelieve Halsberghe die vanuit het kantoortje in haar privéwoning in den treure brieven bleef schrijven en dossiers aanleggen om de geleden schade min of meer hersteld te krijgen.

Wat ook in dit geval lukte. De orde van de karmelieten keerde een schadevergoeding uit aan de slachtoffers. De uitspattingen van S. kostten hem ook zijn job, conform het huishoudelijk reglement van het therapeutencentrum werd hij ontslagen.

Na de problemen van seksueel misbruik gooide S. zijn leven in de jaren 2000 over een heel andere boeg. Op 20 mei 2003 meldde zijn overste, pater Hoornaert, aan de ICSM dat “S. nog wel tot de Karmelorde behoort, maar wenst nochtans sedert geruime tijd deze te verlaten”.

In november 2002 werden juridische stappen gezet om duidelijkheid te scheppen in de troebele relatie tussen S. en de karmelietenorde. De (ex-?)pater zette ondertussen de nodige stappen om als seculiere priester aan het werk te gaan in het bisdom Antwerpen. De toenmalige bisschop van Antwerpen, Paul Van den Berghe, vond een overstap op dat moment niet vanzelfsprekend. Maar de bisschop gaf hem wel de toestemming om als godsdienstleraar op een verpleegstersschool actief te zijn.

In een intern document van de ICSM staat te lezen: “Een karmeliet, tevens priester, zondigt zwaar tegen al zijn beloften, gaat rustig door ‘au vu et au su van iedereen’, zonder dat de beide kerkelijke overheden aan dewelke hij verbonden is, ooit ernstig ingrijpen. Hij krijgt uiteindelijk nog zelfs een job en ontstellend genoeg die van godsdienstleraar. Hij moet dus de christelijke moraal aan zijn leerlingen aanleren!”

S. is vandaag nog altijd werkzaam in de school, maar laat ons in een korte reactie weten: “Ik heb een punt gezet achter het verleden.”

PASTOOR ANDRE VANDER LYN

l verkrachtte twee kinderen, 10 en 16 jaar oud

l werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf

l zat het gros van die straf uit in de abdij van Chimay

l kocht een nieuwe auto en trok de wijde wereld in

l Kardinaal Danneels werd gealarmeerd, maar zag het probleem niet

Het is niet sinds vandaag dat er magistraten zijn op wie soutanes geen enkele indruk meer maken. Twaalf jaar geleden werd kardinaal Godfried Danneels door de Brusselse correctionele rechtbank als werkgever mee burgerlijk verantwoordelijk geacht voor de wandaden van André Vander Lyn, een toen 64-jarige Brusselse pastoor die twee minderjarige jongens had misbruikt. Het jongste slachtoffer was tien jaar. Pastoor Vander Lyn werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, de door de ouders als ‘medeverantwoordelijk’ gedagvaarde Danneels werd veroordeeld tot het mee afbetalen van een schadevergoeding (12.500 euro) aan de slachtoffers. In beroep werd het vonnis op 25 september 1998 deels verbroken. Het hof achtte Danneels dan toch niet medeverantwoordelijk. Het handhaafde wel de gevangenisstraf tegen Vander Lyn.

De zaak zorgde twaalf jaar geleden bij herhaling voor nooit eerder vertoonde tv-beelden. Een kardinaal op de beklaagdenbank. Een eerwaarde met de handboeien om, die naar de gevangenis moest. Maar niet voor erg lang. Op 19 december 2000, na goed twee jaar, bedong de advocaat van Vander Lyn bij de Commissie voor de Voorwaardelijke Invrijheidstelling (VI) een overeenkomst. De afspraak was simpel: de pastoor kreeg de toestemming om de rest van zijn straf uit te zitten in het voor het publiek afgesloten deel van de abdij van Scourmont, waar het beroemde Chimaybier wordt gebrouwen. Hij hoorde daar te leven als een monnik tussen de monniken. Een leven van contemplatie, metten, lauden en vespers. Vander Lyn moest zich regelmatig laten bezoeken door een psycholoog en mocht onder geen enkele omstandigheid “in contact komen met minderjarigen”. Kwam er een jongerenbeweging in de abdij op bezoek voor een vakantiekamp - wat in de zomer vaak gebeurt - dan dienden de cisterciënzersbroeders het zo te regelen dat te allen tijde een muur en een gesloten deur stond tussen de jongelui en de pedofiele pastoor. Dat waren de afspraken.

Op 13 mei 2002 ontvangt de ICSM een reeks klachten. Een intern document van de commissie beschrijft op 19 juni 2002 de toestand: “Vander Lyn wandelt regelmatig in het park, vertrekt soms voor twee dagen. Hij laat zich tweemaal per maand door een chauffeur van de abdij naar het station voeren, waar hij een jonge man ontmoet, vader van twee kinderen. Hij gaat bij deze persoon ook aan huis, wandelt vrijuit in het park en zit dikwijls op café.”

Sinds de zaak-Dutroux zijn VI-commissies bijzonder krenterig met strafvermindering of andere voordelen voor seksuele delinquenten. De doorsnee pedofiel zit in België zijn straf tot de laatste dag uit, en wordt na het opengaan van de gevangenispoort haast bedolven onder de afspraken met psychologen en toezichthouders in justitiehuizen. Maar niet pastoor Vander Lyn.

Op 27 juni 2002 laat abt Armand Veilleux de commissie weten dat er geen reden is tot onrust: “De eerwaarde lijkt niet over veel geld te beschikken, nu hij een lening aanging om zijn schulden te betalen.” Lees: iets als een liederlijk leven zit er voor deze arme man echt niet meer in.

In het dossier zit een brief met de repliek van ICSM-voorzitster Halsberghe: “Nu blijkt dat eerwaarde Vander Lyn een aankoop heeft verricht van een wagen van 200.000 frank en nogal wat afstanden aflegt met deze wagen. (...) Een van de taken van de interdiocesane commissie bestaat erin te waken over de mogelijkheid van recidive. De commissie is van mening dat ze nogmaals uw aandacht moet vragen voor dit onderdeel van haar missie.” Er komt geen antwoord.

Er volgt een nieuwe brief: “In de feiten lijkt niets te zijn veranderd, integendeel. Eerwaarde Vander Lyn eigent zich steeds meer vrijheid toe dankzij de aankoop van een auto.” Geen antwoord.

Ten einde raad richt de commissievoorzitster zich tot kardinaal Danneels. Per slot van rekening is hij de hoogste in rang binnen de kerk en kostte die vervelende zaak-Vander Lyn hem niet zo lang geleden eens een vernederende doortocht langs de correctionele rechtbank en het hof van beroep. Je zou denken dat als iemand zich zorgen moet maken over dat alles het in de eerste plaats kardinaal Danneels moet zijn. Ook van hem krijgt Godelieve Halsberghe geen antwoord, wel van vicaris-generaal Etienne Van Billoen, 9 januari 2003: “Kardinaal Danneels heeft uw brief van 12 december ll. goed ontvangen en vroeg me er gevolg aan te geven. (...) Eerwaarde Vander Lyn valt nog steeds onder de verantwoordelijkheid van Justitie. Eventuele klachten dienen te worden gericht aan de Commissie voor de Voorwaardelijke Invrijheidstelling.”

Einde verhaal.

Naarmate de jaren vorderen, heeft kardinaal Danneels, en met hem alle Belgische bisschoppen - ook (dan nog) de Brugse Roger Vangheluwe - het steeds lastiger met de Interdiocesane Commissie. Op 23 november 2006 adresseert Danneels in de hoedanigheid van voorzitter van de Bisschoppenconferentie van België een brief aan commissievoorzitster Godelieve Halsberghe. De bisschoppen zijn bepaald ontevreden over de wijze waarop de commissie haar taken invult: “Met betrekking tot de werking van de Interdiocesane Commissie en de naleving van deze statuten stellen de Belgische bisschoppen en Hogere Oversten zich een aantal ernstige vragen, die - op de eerste plaats met het oog op de bijstand aan slachtoffers - om een oplossing vragen. Met alle waardering voor de zware investering in tijd en energie van uzelf en de leden van de Commissie, kunnen wij ons niet van de indruk ontdoen dat het de Commissie in een zekere mate ontbreekt aan de noodzakelijke neutraliteit in haar onderzoek.”

In een interview met L’Osservatore Romano, het dagblad van het Vaticaan, kondigde aartsbisschop Léonard gisteren een “nultolerantie” aan inzake seksueel misbruik door geestelijken. “Wie zich aan seksueel misbruik heeft schuldig gemaakt, kan in geen enkel geval nog een kerkelijk ambt uitoefenen”, aldus Léonard. “Als Belgische kerk roepen wij alle slachtoffers met klem op zich te melden.”

Net als al het voorgaande, waren dit letterlijke citaten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234