Woensdag 20/01/2021

Ex-zanger-saxofonist De Heropstanding van het Vlees

Ortwin de Graef (43)

Punk over Belgium

De overlevenden spreken

Dertig jaar punk, er valt over te redetwisten. Never Mind the Bollocks, de plaat van The Sex Pistols die het begrip op de kaart zette, verscheen pas in 1977. Maar een jaar eerder was het al aardig aan het rommelen. Groepjes zoals The Damned, The Clash en de toen nog obscure Pistols speelden de Londense clubs plat. Dertig of negenentwintig, in feite is het een academische discussie. Iggy Pop speelde in 1969 met zijn Stooges ook al punk.

Laat dus maar komen, die verjaardagstaart. Ortwin de Graef, Luckas Vander Taelen, Sarah Delafortrie en Dirk Jans, punkers van het eerste en tweede uur, mogen de kaarsjes uitblazen. Hun muzikale experimenten hadden wisselend succes, maar allevier zijn goed terechtgekomen. No future? De slogan hebben ze gelogenstraft, maar hun punkattitude zijn ze trouw gebleven. Door Erik Raspoet Foto's Stephan Vanfleteren en saskia vanderstichele

Professor Engelse literatuur Katholieke Universiteit Leuven

"Bij mij heeft Humo de klik gegeven. Ik herinner me een tekening van Ever Meulen bij een stuk waarin punk met de grond gelijk werd gemaakt. Dat maakte me razend nieuwsgierig. Als zelfs Humo het fout vindt, dacht ik, dan is het hoog tijd om ernaar te luisteren. Toen ik The Damned en de Pistols hoorde, was ik meteen verkocht.

"Het ging ineens snel met de jongerencultuur in Vlaanderen. In 1976 liepen we er allemaal als posthippies bij, een jaar later waren we onherkenbaar veranderd. Lang haar was totaal uit. Op een concert van Madness (ska en punk hoorden samen) werden toeschouwers uit het publiek gehaald om zich te laten scheren. Ik had daar ook zin in, maar van mijn moeder en Frank Zappa mocht ik mijn haar niet laten knippen. Niet veel later heb ik me toch laten kortwieken. Eerst nog voorzichtig tot onder de oren, daarna radicaal de schaar erin. Natuurlijk waren we met ons uiterlijk bezig. Ik gebruikte eyeliner en gel om mijn haren omhoog te zetten. Sunlightzeep werkte het best, maar het lukte ook met suikerwater, dat noemden we proletarische gel. Een echte hanenkam heb ik nooit gewild. Ik vond het niet mooi en vooral onpraktisch. Bij het minste beetje regen hing zo'n hanenkam als een natte dweil over je gezicht. De meeste hanenkammers dweepten bovendien met The Exploited, een band die gevaarlijk dicht in de buurt van de oimuziek kwam. Dat was niet mijn ding, ik had een andere visie op punk.

"Visie, inderdaad, want punk draaide niet alleen om uiterlijk of muziek. Ik was helemaal weg van Crass, een band die de A van Anarchie in zijn naam voerde. Het was geen pose, bij Crass zagen ze punk als een vehikel om hun anarchistische boodschap uit te dragen. Ik begon boeken van Bakoenin en Kropotkin te lezen, mijn eindwerk op het college ging over anarchisme. Ik trok zelfs naar Londen, om er de mensen van Crass op te zoeken die in een soort commune leefden. Dat werd een afknapper. Bij mijn aankomst werd ik voor dierenbeul uitgescholden omdat ik lederen bottines droeg. Zo zie je maar, op plaatsen waar de revolutie wordt gepredikt zijn de Robespierres nooit ver uit de buurt. Nadien heb ik afstand genomen van Crass.

"Ik ben opgegroeid in Bazel, een fijn dorp aan de verkeerde kant van de Schelde, tegenover Hemiksem. Thuis viel er weinig te rebelleren. Mijn ouders waren als mainstream progressieven wel wat gewoon. Maar toen de veldwachter eens uitleg kwam vragen over het anarchistische logo dat hun zoon op de kerkdeur had gespoten schrokken ze wel. Ik heb het er zelf af moeten schrobben, een alternatieve sanctie avant la lettre. Het was ook de tijd van de fanzines. Ik werkte mee aan de Monarchist, met de O als cirkel rond de A van Anarchie.

"In Leuven ben ik met een eigen band begonnen. We noemden onszelf de Heropstanding van het Vlees, kortweg HVHV. Ik speelde saxofoon en ik zong, nauwelijks gehinderd door technische bagage. Van onze cassette in eigen beheer is er welgeteld één exemplaar verkocht, en dan nog wel in Japan. Het plezier was er niet minder om. Alle bandleden woonden samen in een gemeenschapshuis in de Dagobertstraat. Het was daar een echte punktent, er woonden ook enkele leden van Siglo XX, het Limburgse antwoord op Joy Division, en het was het hoofdkwartier van de Kempische Metaalwerken, de Belgische Einstürzende Neubauten. Echt opvallen in het straatbeeld deden we niet. Punk was intussen aardig ingeburgerd, ook aan de unief. Nooit heeft een professor een opmerking over mijn uiterlijk gemaakt. Want er werd wel vlijtig gestudeerd. Zo is HVHV ook ten onder gegaan. Ik kreeg een studiebeurs voor Engeland, en toen viel het doek.

"Mijn muzikale smaak was inmiddels fel geëvolueerd, net als de punk zelf. Je had nog wel de pure hardcore, maar ik was toch vooral geïnteresseerd in bands als Joy Division, The Birthday Party en Einstürzende Neubauten, muzikale avonturiers die ook nog teksten met literaire kwaliteit brachten. In het weekend speelde ik in het jeugdhuis van mijn geboortedorp deejay. Tussen de punkplaten door durfde ik wel eens de nieuwste Prince te draaien. Je had het boegeroep in de zaal moeten horen. Die spanning tussen orthodoxe en verlichte punkers laaide wel vaker op. Toen The Clash met reggae begon te experimenteren verschenen op de Stadswaag in Antwerpen slogans over hun verraad. 'Sold out to the Big Money', stond er. De Stadswaag was in die periode het mekka van de punk. De rijkswacht hield er voortdurend razzia's, ook al omdat punk met drugs werd geassocieerd. We werden om de haverklap gecontroleerd, gewoon vanwege onze looks. In zekere zin waren punkers de allochtonen van hun tijd.

"Punk heeft een beslissende plooi gelegd in mijn leven. Het is zoals een ideologie, het grijpt in op alle aspecten van het leven, van muziek over mode tot relaties en zelfs filosofie. Vaak werd het gedefinieerd als een houding om zich af te zetten tegen autoriteit. Voor mij was dat niet de essentie. Punk, dat was tomeloze energie, een manier om complexloos jong en uitbundig vrolijk te zijn. Op een podium kruipen zonder een noot muziek te kennen, dat was punk.

"Onlangs ben ik naar Killing Joke gaan kijken. De hele vroegere scene was present, allemaal veertigers zoals ik. Een beetje bezadigder, zonder veiligheidsspelden in de oren, maar nog even enthousiast. Denk nu niet dat die muziek er alleen voor ouwe zakken is. Ik draai vaak punk voor onze kinderen en ze zijn er dol op. Vorige week speelde mijn oudste zoon (net elf) zijn eerste concert met The Happy Pukers. Een punkband, of wat had je gedacht."

Luckas Vander Taelen (48)

Ex-zanger Lavvi Ebbel

Televisiemaker, mediafiguur, gewezen Europarlementariër

"Was het nu 1976 of 1977, ik zou het eens moeten opzoeken. Het was alleszins op Jazz Bilzen dat ik het licht heb gezien. Mijn zus, die onlangs overleden is, had er mij attent op gemaakt. Dat Jazz Bilzen met een verrassende affiche zou uitpakken. Met punk. Dat zei me toen nog niet veel. Het waren de seventies, iedereen luisterde naar Pink Floyd, Yess, Queen en Emerson Lake & Palmer. Ik gruwde van symfonische rock, zonder Frank Zappa en Roxy Music had ik die grauwe periode nooit overleefd. Ik was dus best nieuwsgierig toen ik naar Jazz Bilzen vertrok.

"En wie stond er als eerste geprogrammeerd? Een obscuur Engels bandje genaamd The Damned. Ze kwamen het podium letterlijk opgespurt. Wat volgde, was ongezien en ongehoord. Die mannen speelden met het schuim op de lippen, ze scholden hun publiek uit en spuwden erop. In een halfuur tijd joegen ze er wel twintig songs door. Ze hebben zelfs 'Help' van The Beatles gecoverd. Een ontploffing van energie, dat was het. Na The Damned kwam er een onbekende meneer met een heel grote bril op zijn neus. Dat was ene Elvis Costello, die toen nog primitieve, rauwe rock speelde. En het bleef maar duren. Als derde band trad The Clash op, een van mijn all-time favorites. The Clash is heel snel beginnen te experimenteren met reggae en dub. Luister maar eens naar London Calling en Sandinista, dat zijn nog altijd meesterwerken. Weet je, The Clash was een veel interessantere groep dan The Sex Pistols, die al gesplit waren voor ze goed en wel bestonden. Al moet ik het meteen toegeven: Never Mind the Bollocks is een plaat die je met geen drilboor kapot krijgt.

"Na die memorabele Jazz Bilzen was punk plotseling alomtegenwoordig, zelfs in mijn provincienest Aalst. Er was een festival met The Misters. Als top of the bill kwamen The Kids, met hun bassist van veertien die van zijn ouders tegen middernacht thuis moest zijn. Ik zag met open mond hoe Ludo Mariman op het podium de snaren van zijn gitaar trok. Na die avond wist ik hoe laat het was. Ik wilde zelf met een band op het podium staan. Als zanger, want een instrument bespelen kon ik niet. Ik polste Mark Dewit, een vriend uit Aalst die wat gitaar speelde. Hij vond punk tof, en hij had bovendien een neef met een basgitaar. Meer kwam er niet bij kijken, Lavvi Ebbel was een feit. Dat was het verschil met de seventies. Toen moest je een halve gitaarvirtuoos zijn om rock te spelen. Punk was een bevrijding.

"Verwacht van mij geen foto's met legerboots, fietskettingen of leren vesten vol Tipp-ex. Ik deed niet mee met de 'zwartefrakkenbrigade'. Ik droeg wel een veiligheidsspeld en op mijn revers zat de A van Anarchie, maar voor mijn kleding zweerde ik bij Italiaanse mode. Sommige diehards vonden dat geen punk. Maar wat is punk? Lavvi Ebbel klonk helemaal niet zoals The Damned of The Sex Pistols. De tijd was ook niet blijven stilstaan, ik had intussen bands zoals Devo en Talking Heads ontdekt. Lavvi Ebbel slorpte al die invloeden op. Volgens mij had punk niets te maken met uiterlijk of met decibels. Punk, dat was een levenshouding. Alles wordt mogelijk, de verbeelding aan de macht. Sous les pavés la plage, de geest van mei 68 in een nieuw jasje. Na een optreden gingen we vaak naar een disco om te dansen. Saturday Night Fever, ongeveer het foutste wat een punker kon bedenken. Ik was er gek op. Ook dat is punk: gewoon je ding doen, zonder wakker te liggen van de kudde. Die houding mis ik vandaag, ook in de televisiewereld waarin ik later ben beland. 'Think out of the box', ze zouden de slogan aan de Reyerslaan en de Medialaan boven hun bed moeten ophangen. De Vlaamse zenders kunnen een flinke scheut punk goed gebruiken, want ze serveren vooral eenheidsworst.

"No future? Dat was geen romantiek. De oliecrisis was nog niet verteerd, de werkloosheid was torenhoog. Ik kreeg een btk-contract bij de Koninklijke Bibliotheek. Bijzonder tijdelijk kader, dat was zowat het hoogste wat je als pas afgestudeerde historicus kon bereiken. Twee jaar heb ik in het ambtenarendom gesleten, een redelijk waanzinnige en deprimerende ervaring. Toen heb ik de grote sprong gewaagd. Ik ben zelfstandige geworden, naar het voorbeeld van Marcel Vanthilt. We trokken samen op. Ik zie ons nog naar Hilversum rijden, om te leuren met ons programma Roodvonk. We kenden er niemand, maar mirakel, van de VPRO mochten we direct een proefprogramma maken. Goedbetaald, in een professionele studio, te mooi om waar te zijn. Het lef uit je schulp te kruipen, dat is eveneens punk. Ik heb nadien vele watertjes doorzwommen, maar in wezen ben ik altijd een punker gebleven."

Sarah Delafortrie (42)

Ex-chanteuse The Mantrap

Persverantwoordelijke federale ministerraad

"Punker, dat ben je voor het leven. Onlangs heb ik op een trouwfeest staan pogoën dat het een aard had. Heerlijk was dat. Bij concerten stond ik vroeger altijd op de eerste rij. De meeste meisjes zetten een stapje opzij als de zware gasten begonnen te pogoën. Ik niet, ik gooide me voluit in de strijd. Duwen, trekken, schoppen, het kon niet ruig genoeg zijn. Ik stond mijn mannetje, ik had zware bottines en scherpe ellebogen.

"Toen ik vijftien was, zag ik voor het eerst een punker. Ik was er ondersteboven van. Niet alleen van zijn uiterlijk, maar vooral het zelfvertrouwen waarmee hij op de tram stapte, zijn onverschilligheid voor de afkeurende blikken van de passagiers. Zo van: 'niemand kan mij iets maken'. Wauw, dacht ik, dat wil ik ook.

"Mijn moeder heeft geholpen bij mijn metamorfose. Ze knipte mijn haren en naaide mijn kleren. Vader was minder enthousiast, vooral over de muziek. Ouwe koek, zei hij altijd, Zappa en The Who waren veel interessanter. Tja, hij is dan ook een mei 68'er.

"Die metamorfose was niet alleen uiterlijk. Als puber was ik erg verlegen. Punk heeft me daar in een klap van bevrijd. Van de ene dag op de andere kreeg ik een grote mond. Waar kwam dat plotselinge zelfvertrouwen vandaan? Het was de tijdgeest. Als punkster had ik het gevoel ergens bij te horen. Dat klopte ook, ik kwam overal geestesgenoten tegen. Muziek was de grote gemene deler.

"Eigenlijk was ik een straatjoch. Samen met mijn broer doolde ik hele dagen door Brussel. We kenden alle punks van de stad. Vandaag zouden ze ons als hangjongeren bestempelen. Middenstanders zagen ons niet graag komen. Ze joegen ons weg als we te lang voor hun vitrine bleven staan, bang dat we klanten zouden afschrikken. Brussel was doods in die tijd, behalve de Grote Markt en de Metropole was er zelfs geen terras om een koffie te drinken. Als punker mocht je de meeste cafés niet eens binnen. Wij zaten gewoonlijk in een boerencafé, tegenover het politiekantoor op de Kolenmarkt. De baas was een stuurse knorpot, maar hij tolereerde ons. Zijn enige voorwaarde: we moesten minstens één drankje bestellen. En zo zaten we daar, de hele avond met één cola, in een café met buislampen aan het plafond en sanseveria's voor het raam.

"De samenhorigheid van de punk, dat mis ik soms. Punk oversteeg alle klassenverschillen. Of je vader nu dokter of arbeider was, daar werd niet naar gekeken. We waren allemaal Brusselse jongeren die zich verveelden en in punk een uitlaatklep vonden. We waren voortdurend op stap. Fuiven en concerten, we schuimden het hele land af. Geld hadden we niet. We maakten er een sport van om zonder betalen binnen te gaan. Hoeveel gratis concerten heb ik niet bijgewoond in de Ancienne Belgique. Als je maar lang genoeg zeurde, lieten ze je op de duur binnen. Ik heb zelfs UK Subs gratis gezien, in zaal Select in Schepdaal.

"Nog zo'n sport was provoceren. Spuwen, schelden, voorbijgangers uitdagen. Het bleef allemaal braaf, we waren principieel tegen geweld. Maar in de ogen van de mensen waren punkers gevaarlijk. Ons uiterlijk lokte agressie uit, vooral van andere subgroepen zoals skinheads en rockers. Ook de politie lustte ons rauw. Na een rel op Mallemunt ben ik een nacht in de cel beland. Ik had zelf niks gedaan, ik was alleen weggevlucht toen de politie chargeerde. Twaalf uur in de cel, leuk is anders. Daar konden mijn ouders ook niet mee lachen.

"Over provoceren gesproken. Ik ben naar Futurama in Deinze geweest, zeg maar de voorloper van Pukkelpop. Het was de periode van de cold wave, donkere muziek van bands als Joy Division en Bauhaus. Je had de zaal moeten zien: iedereen van kop tot teen in het zwart. Alleen mijn vriendin en ik sprongen uit de band. We hadden met opzet zoveel mogelijk kleuren aangetrokken, om ons af te zetten tegen de massa. Regels overtreden, het hoorde erbij. Ik heb met die vriendin opgetreden op het schoolfeest, ik zong, zij speelde piano. Iedereen verwachtte zich aan spektakel. Twee punksters op een podium, dat beloofde wild te worden. Maar nee, we hebben een ingetogen lied van Marlene Dietrich gebracht. Ook met The Mantrap brachten we chanson. Ik heb zelfs in de AB en de Vooruit gezongen, in volle punkperiode. Alles kon en alles mocht, zo was dat in die tijd.

"Het was wel niet allemaal even idyllisch. De punkscene kampte met een serieus drugsprobleem. De Stadswaag in Antwerpen was er berucht om. Je zag het aan de mensen hun ogen. Die vale blik, dat kwam niet van een jointje. Ik heb heel wat vrienden verloren aan heroïne. Al bij al heb ik gemengde gevoelens over die periode. Ik heb me geweldig geamuseerd, ik liep constant met een waw-gevoel rond. Maar mijn punkhouding heeft me in mijn latere leven meer gehinderd dan geholpen. Vooral de afkeer van regeltjes en gezag heeft me parten gespeeld. Voor ik op de persdienst van de regering belandde, heb ik tien jaar op een ministerie gewerkt. Geloof me, als punkster in het diepste van mijn gedachten had ik het niet gemakkelijk tussen de bureaucraten. Maar laten we positief blijven. Ik luister nog altijd graag naar punk. Vorig jaar zijn The Saints komen optreden, nog zo'n oude punkglorie. Ik stond uiteraard op de eerste rij."

Dirk Jans (40)

Eerste punker van Wambeek

Drummer bij De Mens en een hele reeks andere bands

"Toen ik vijftien was, wist ik het: ik wilde muziek maken. Ik haatte de school, in de klas telde ik de uren af. 'Nog even doorbijten, dan kan ik weer platen beluisteren.' Muziek betekende in mijn geval punk. Het prille begin heb ik gemist, wegens te jong. Maar vanaf mijn veertiende was het bingo. The Kids traden op in zaal Select in Schepdaal. Ik was langs het raam van de wc naar binnen gekropen, om niet te moeten betalen. In mijn herinnering lag de bassist te neuken op de gang. Ik twijfel intussen of ik dat zelf heb gezien dan wel of ik het van horen zeggen heb. Maar de anekdote tekent de wilde sfeer die rond punk hing. Totale vrijheid, alles mocht en alles kon.

"In het begin deed ik het nog stiekem. Ik had een broek vol ritssluitingen, eigenhandig genaaid. Die verstopte ik als ik uitging, ik trok ze pas aan als ik uit het zicht was. Als ik niet mocht uitgaan, klom ik 's nachts uit het raam. Dat lukte niet altijd. Ik ben nog altijd ontroostbaar over het concert van The Ramones. Al mijn vrienden gingen ernaartoe, en ik mocht niet mee. Na een poosje trok ik me van die ouderlijke beperkingen niets meer aan. Ik was toch een punker? Dus begon ik gewoon mijn zin te doen.

"Jammer dat ik geen foto's uit die periode heb. Er zouden zeker hangsloten en fietskettingen op staan. Als ze erop uitkwam, gooide moeder ze weg. Dan trok ik naar de ijzerwinkel van het dorp. De vrouw van de winkel stond voor een raadsel. 'Wat ben je van plan met al die eindjes ketting?' Ik durfde heel ver gaan met mijn looks. Op een bepaald moment staken punkers veiligheidsspelden door hun wangen. Ik wilde bij de zware gasten horen, dus ik heb ook een veiligheidsspeld door mijn wang geboord. Dat viel tegen, vooral toen het begon te verzweren.

"Ja, ik heb met een hanenkam rondgelopen. Gewoonlijk gebruikten we daar Prittlijm voor. Niet gezond voor het haar, maar wel stevig. Sunlightzeep werkte ook, maar dat was riskant. Als het regende, zag je er niet meer uit. Ik heb met mijn vriendin vele kapsels uitgeprobeerd. We knipten en verfden elkaars haar. Op een keer trok ik met blauw haar naar school. Dat was erover voor de directie, ik werd bijna buitengegooid. Enkele hippies hebben toen een petitie voor mij gehouden. Met succes, ik mocht blijven.

"Wambeek is een echt dorp. Er werd nogal gekeken als ik met mijn vriendin over straat liep. We hadden een rat als troeteldier, die namen we op onze schouder mee. We trokken ons van die blikken niks aan. Integendeel, provoceren was de helft van het plezier. In die tijd kón je ook nog provoceren. Het volstond om op de Vlaamse kermis je bloot gat te laten zien, en de mensen waren al geschokt. Je zou haast heimwee krijgen als je het vertelt.

"Eigenlijk draaide het toch allemaal om muziek. Samen met de andere punker van het dorp had ik een groepje gesticht. Deviant Gedrag, we hebben nog opgetreden in jeugdclub Chaos in Ternat. Ik speelde eerst gitaar, tot ik ontdekte dat drummen echt mijn ding was. Mijn eerste drumstel heb ik nog zelf gemaakt, met lege Dashtrommels. Je moet je de sfeer van die jeugdhuizen en vrije podia proberen in te beelden. Wild, chaotisch, vol ongeremd plezier. Er werd gespuwd, getrokken en geduwd, bekers bier vlogen door de lucht, voor buitenstaanders was het allemaal heel grof. Een van mijn beste vrienden was Cockie, een punker uit Ternat. Cockie kwam naar al onze concerten. Soms verscheen hij op het podium met een snorkel en zwemvliezen om te stagediven. Bij andere optredens nam hij een baal stro mee om uit te strooien over het publiek. Soms deed hij dat met de inhoud van een vuilniszak die hij onderweg had opgescharreld. Het was altijd dolle pret met Cockie.

"Ik heb eigenlijk twee punkperiodes gehad. Vooral het latere tijdperk van de hardcore heb ik heel bewust beleefd. Black Flag, DRI, ik ontdekte een hele rist Amerikaanse bands. Razendsnel en loeihard was de norm. Ik had ondertussen een nieuwe groep, 5Les. Dat was serieus, we repeteerden ons te pletter. We hebben een lp opgenomen, in eigen beheer, want commercie was uit den boze. We zijn zelfs op Europese tournee geweest. Italië, Berlijn, Amsterdam, het was een memorabele ervaring. Ik heb in mijn leven veel rare snuiters gezien, maar het volk in die Berlijnse kraakpanden, dat sloeg werkelijk alles.

"Gelukkig wisten mijn ouders daar niet te veel van af. Ze hebben al genoeg afgezien met mij, maar dat besefte ik op het moment zelf niet. Ze schaamden zich voor mij. 'Oei oei', dachten ze, 'wat zullen de mensen wel niet zeggen?' Het zal je ook maar overkomen, je zoon die met een hanenkam over straat loopt, en dat in een dorp waar iedereen iedereen kent. Hoe diep dat ging, heb ik pas vorig jaar ondervonden. Ik werd gevraagd voor een buitenlandse tournee van Vive La Fête. Kort voor het vertrek hebben Els Pynoo en Danny Mommens een legendarische verschijning gemaakt in De laatste show. Vooral Danny maakte een tamelijk ongezonde indruk. Onmiddellijk na die uitzending hing ons moeder aan de telefoon. Ze smeekte om niet op tournee te vertrekken met Vive La Fête. 'Dirk', zei ze huilend. 'Je gaat toch niet weer beginnen.' Ik heb Danny nadien verteld hoe bang moeder was voor zijn invloed. En weet je wat hij toen gedaan heeft? Hij heeft bloemen gekocht voor mijn moeder, de schat.

"Toch heb ik nergens spijt van. Punk heeft mij veel geleerd. Het doorzettingsvermogen om muzikant te worden, dat heb ik aan punk te danken. En de muziek zal ik nooit verloochenen. Als ik 'London's Burning' van The Clash hoor, krijg ik een krop in de keel. Die energie, dat is toch onbeschrijfelijk. Ook The Sex Pistols blijven in mijn ogen overeind. Ze hebben bakken kritiek over zich heen gekregen omdat ze zich zogezegd aan de commercie hadden overgegeven. Best mogelijk, maar wat een plaat hebben ze gemaakt. Frank (Vander linden, ER) heeft me eens betrapt terwijl ik thuis in mijn eentje in de zetel aan het pogoën was, op Never Mind the Bollocks. Daar plaagt hij me nog altijd mee."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234