Dinsdag 25/06/2019

Ronde van Vlaanderen

Ex-winnaars over de Ronde van Vlaanderen: ‘Ik kreeg een orgasme op de fiets. Létterlijk’

Vergeet die baksteen, als de Vlaming al iets in de maag heeft, is het een kassei. Meteen de reden waarom we zondag weer massaal zullen uitlopen voor de wielerhoogmis van het jaar: de Ronde van Vlaanderen. Wat maakt die koers zo speciaal?

Eddy Planckaert: ‘Phil bood me geld’

Eddy Planckaert (60) won in 1988 een zonovergoten Ronde van Vlaanderen na een bloedstollend duel met Phil Anderson. Dat hij maar één keer won, wijten kenners aan zijn speelse karakter. En de vos is zijn streken nog niet verleerd.

Wie wint zondag de Ronde, Eddy?

“David Van Zwanskerke, hij heeft momenteel zeer goede benen.”

En nu graag ernstig.

Manneke, moet ik dat nú al zeggen? Ze kunnen nog allemaal de griep krijgen. Maar goed, ik tip Mathieu van der Poel. Niemand is explosiever op de bergjes én hij heeft een goede sprint. Die jongen is zo sterk. De Tour de France gaat hij niet winnen, maar hij wordt de beste klassieke renner van zijn generatie. Als hij van pech gespaard blijft, rijdt hij het palmares van Tom Boonen aan flarden.”

Hij zal dan wel moeten afrekenen met Deceuninck-QuickStep. Doen zij je denken aan jouw ploeg, het grote Panasonic van de jaren 80?

“Ja, al is er wel een verschil: Panasonic had met Eric Vanderaerden en mij twee uitgesproken kopmannen. Als wij in een ontsnapping zaten, werkte niemand mee: met ons naar de meet rijden, was zelfmoord. Met Yves Lampaert of Zdenek Stybar rijdt de rest wél mee. ‘Die kunnen we wel aan’, denken ze. Maar elke keer krijgen ze op hun appel.

Wat doe je ertegen?

“Als ploegleider zou ik mijn renners vragen niet meer met de mannen van Lefevere mee te rijden. Dat is onsportief, maar hun heerschappij is gewoon te groot.”

Verwacht je iets van wereldkampioen Alejandro Valverde?

“Neen. De Ronde is gemaakt voor klassieke renners. Mocht ze op brede asfaltwegen worden gereden, dan had niet ik maar Delgado of Indurain gewonnen in 1988. Dat wringen op de kasseien is niets voor Valverde. Hij gaat niet weten wat hij ziet zondag.”

Heb je tips voor wie de Ronde wil winnen?

“Iedere heuvel is een aankomst. Zorg dat je bij de eersten de hellinkjes oprijdt. Anders ben je de klos als er een renner voor je valt. Zo’n Jasper Stuyven die als twintigste de Molenberg opdraait, daar word ik onnozel van. Zo kun je de Ronde niet winnen. Mocht ik in mijn tijd bij Peter Post één keer zo laks hebben gekoerst, vloog ik buiten.”

De mooiste Ronde ooit, welke is dat voor jou?

“Die van 1988: mooi weer, mooie winnaar. (lacht) Neen, doe mij maar die van 1976, toen mijn broer Walter drie topfavorieten – Freddy Maertens, Roger De Vlaeminck en Francesco Moser – verschalkte in de sprint. Ik was 18 jaar en zag mijn grote broer als eerste Planckaert een klassieker winnen. Een emotioneel moment.”

Had je een favoriete helling?

“De Oude Kwaremont. Vooral dat lange stuk vals plat na het dorp lag me. Met brandende benen moet je nog een kilometer op kasseien dokkeren. Maar ik was behendig genoeg om in het zanderige gootje tussen de kinderkopjes en de graskant te rijden: zo moest ik 40 procent minder hard trappen.”

Eddy Planckaert: 'Zonder pech rijdt Van der Poel het palmares van Boonen aan flarden.’

In 1988 reed je samen met Phil Anderson weg op de Bosberg. Op de top spraken jullie af dat de winnaar de andere 1 miljoen Belgische frank zou betalen. Worden zulke deals nu nog gesloten?

“Dat denk ik wel. Het zou me verwonderen mocht Peter Sagan zijn medevluchter Silvan Dillier geen zakcentje hebben toegestopt na Parijs–Roubaix vorig jaar. Voor alle duidelijkheid: dat is géén wedstrijdvervalsing. Phil en ik hebben er voor gekoerst. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat hij me geld bood om hem te laten winnen, maar de Ronde verkoop je niet.”

Die laatste kilometers demarreerde Anderson slag om slinger. Jij moest er alles uitpersen om hem terug te halen.

“Dat laatste mag je letterlijk nemen: ik kreeg een orgasme op de fiets. Als je helemaal kapot zit en toch de kracht vindt om je limiet te overschrijden, kom je in een ander universum terecht. Ik kwam klaar in mijn koersbroek.”

Bij je debuut werd je al meteen tweede. Is het niet vreemd dat je maar één keer de Ronde hebt gewonnen?

“Eigenlijk had ik ze drie keer moeten winnen. In 1982 reed ik op het gemak met alle favorieten naar Ninove. ‘Ik win’, dacht ik, maar ik wist niet dat René Martens nog vooropreed. Mijn ploegleider Berten De Kimpe zat in de volgwagen te slapen en had me dat niet doorgeseind. Bij het ingaan van de plaatselijke ronde, hoorde ik de speaker roepen: ‘Een achterstand van 1 minuut voor het peloton.’ Ik was een hartstilstand nabij. Samen met Michel Pollentier en Rudy Pevenage probeerde ik er nog naartoe te rijden, maar de vogel was gaan vliegen. In 1986 dacht ik dat ik onklopbaar was: ik ging te vroeg in de aanval en kreeg krampen op de Muur. Bauer reed me los uit het wiel. Het was het dieptepunt van mijn carrière.”

Roger De Vlaeminck: ‘Net jarretelles’

Kasseikoning Roger De Vlaeminck (71) won de meest gecontesteerde Ronde van Vlaanderen. Tientallen kilometers liet hij zich meeglijden in het wiel van de al gediskwalificeerde Freddy Maertens, die weigerde uit koers te stappen. De Vlaeminck veinsde dat hij steendood zat, maar in het zicht van de finish spurtte hij Maertens in de laatste meters nog voorbij. Een overwinning zonder glans voor Tsjeete. Boegeroep tijdens de podiumceremonie was zijn deel, met daarin een hoofdrol voor een visboer uit Veurne die voor het oog van de televisiecamera’s De Vlaeminck de huid vol schold. ‘Ge moest u schamen! Gij lelijke deugniet!’

Dat was me nog eens een ronde, hè?

“Zwijg, ik zat na een lange achtervolging op Eddy Merckx écht kapot. Maar op De Muur kwam ik erdoor. Ik twijfelde: ‘Moet ik nu toch eens niet van Freddy overnemen?’ Maar toen dacht ik: ‘Ach, waarom zou ik, over tien jaar is iedereen dat toch vergeten.’ Helaas. Ik blijf voor eeuwig de grote profiteur. Iedereen is precies vergeten dat Freddy Maertens na die wedstrijd positief testte op amfetamines. Net als de derde, Walter Planckaert.”

Maertens beweert dat hij voor die vriendendienst nog steeds 150.000 frank van je tegoed heeft.

(boos) Ik heb Freddy nooit geld beloofd. De dag na die Ronde zijn we samengekomen. Zijn manager vroeg: ‘Roger, Freddy heeft gisteren veel kopwerk gedaan, we willen een wederdienst. Beloof je hem niet te gaan halen als hij in Parijs–Roubaix demarreert?’ Ik ging akkoord, maar daarna belde ik naar mijn goede vriend Walter Godefroot. ‘Ik heb beloofd zondag niet achter Maertens te rijden.’ Walter begreep het meteen. ‘Het is goed, ík zal Freddy wel gaan halen.’ (lacht) Twee keer reed Godefroot het gat op Maertens dicht. En ik won mijn vierde Parijs–Roubaix.”

Waarom heb jij, een notoir kasseispecialist, maar één keer de Ronde gewonnen?

“De Ronde was mijn ongelukskoers. Het ene jaar was ik ziek, het andere reed ik lek. Op den duur gaat dat in je hoofd spelen. Ik herinner me dat er ooit eens na 2 kilometer een steentje in mijn oog vloog. Dat ding irriteerde me zodanig dat ik radeloos werd en opgaf.

“Mocht ik vandaag koersen, zou de Ronde me beter liggen. Er zijn minder goede coureurs en het weer is nu beter. Ik had een hekel aan koude, maar ik heb nog gekoerst bij -10 graden. Dan reed ik met stukken rubber aan mijn billen die ik uit een duikerpak had gesneden. Het leek alsof ik jarretelles droeg. (lacht)

Roger De Vlaeminck: 'Sagan is voor mij de enige renner die zondag kan winnen.’

Wie zijn je favorieten voor de Ronde dit jaar?

(lacht) Favorieten? Jij spreekt nog in het meervoud. Noem mij eens drie renners die kunnen winnen? Er is er maar één: Sagan. Ik zie niet in wie hem kan kloppen. Van Avermaet is alweer een jaartje ouder: hij gaat Sagan niet losrijden op de hellingen en ook niet kloppen in de sprint. Ik zie hem enkel nog Parijs–Roubaix winnen. Lampaert? Komaan, ernstig blijven. Een sympathieke jongen, goeie coureur ook, maar wat heeft hij al gewonnen? Dwars door Vlaanderen en een BK. Dan ben je toch geen favoriet voor een klassieker?”

We lazen dat je gaat scheiden en dat je kampt met gezondheidsproblemen. Gaat het een beetje met je?

“Ik heb al betere tijden gekend. Maar wat moet je doen als je uit elkaar gegroeid bent? We wonen nog samen, en komen overeen, maar het was een verstandshuwelijk geworden. Vijfentwintig jaar samen met dezelfde vrouw, dat is lang, hè?

“Ach, oud worden, het is niet plezant. Zeker voor zo’n ijdel iemand als ik. Er komt sleet op de carrosserie: ik ben net geopereerd aan mijn stembanden. Ik ga je laten, want ik moet mijn stem wat sparen.”

Eric Vanderaerden: ‘Ossenvet en thee’

Eric Vanderaerden (57) was pas 23 toen hij als Belgisch kampioen de Ronde van Vlaanderen won. Die illustere editie werd door de lezers van Het Nieuwsblad verkozen tot de mooiste ooit, en de VRT zond ze dertig jaar later nog eens integraal uit. Dat had alles te maken met de apocalyptische omstandigheden waarin ze werd gereden.

“Het was hondenweer: amper 3 graden, regen en hagel. Er waren toen nog geen accurate weersvoorspellingen. ‘Kans op buien,’ zei Armand Pien, maar aan de start was het nog droog. Daarom vertrokken veel renners zonder regenjas. We waren amper Sint-Niklaas uit of het begon te gieten. Na een uur reed de helft van het peloton rond in doorweekte wollen truien van een paar kilo. Ik had mijn voorzorgen genomen: ik had mijn soigneur ossenvet op mijn lijf laten smeren en had op strategische plaatsen supporters met warme thee geposteerd. Het werd een slagveld: toen de heuvelzone begon, waren er nog maar 35 renners in koers.»

Legendarisch waren de taferelen op de glibberige Koppenberg. Quasi iedereen ging tegen de kasseien, maar jij slalomde langs de kermende coureurs. Hoe kreeg je dat voor elkaar?

“Je moet vooral in jezelf geloven. ‘Als het morgen regent, zal het niets worden’, hoor ik renners soms zeggen. Maar wie de Ronde wil winnen, moet niet zeuren dat de Koppenberg er nat bij ligt. Ik zou dolgraag nog eens een natte versie zien. Dat zou spektakel opleveren als ze met een rotvaart naar de voet van de Paterberg rijden, en dan een bocht van 90 graden maken om de kasseien op te draaien.”

Eric Vanderaerden: ‘Ik hoop dat Yves Lampaert kan winnen in zijn tricolore trui.’

Wordt Sagan opnieuw de te kloppen man?

“Ik heb inside informatie dat hij er vooral op gebrand is Luik-Bastenaken-Luik te winnen. Als zijn piek inderdaad later ligt, is dat een goede zaak voor de kansen van de Belgen in de Ronde. We hebben met Yves Lampaert een mooie Belgische kampioen, het zou fantastisch zijn mocht hij in zijn tricolore trui als eerste over de meet rijden.”

Wat maakt die koers zo mythisch?

“De Ronde winnen is voor een Vlaamse renner het mooiste wat je kunt meemaken. In ruil voor mijn zege moest ik drie dagen later knechten voor Phil Anderson in Gent-Wevelgem, maar als je de Ronde wint, mogen ze je alles vragen. Dan kuis je desnoods twee maanden lang de fietsen van je ploegmakkers. Volgens mij wil Greg Van Avermaet zijn Olympische medaille gerust inruilen voor één Ronde van Vlaanderen.”

Begint de tijd niet te dringen voor Van Avermaet?

“De vorige twee laureaten – Terpstra en Gilbert – waren ook dertigers. Ervaring en koersinzicht zijn belangrijk op het nieuwe parcours. Greg heeft nog wel een paar kansen.”

Hoe komt het dat een toptalent als jij niet meer zeges telt? Op je 25ste won je je laatste klassieker: Parijs–Roubaix.

“Het had volgens mij te maken met de begeleiding. Ik heb te veel gekoerst. Remco Evenepoel heeft nu minder dan vijftig koersdagen per jaar, ik had er honderdtien.

“De druk op mijn schouders was ook groot. Als ik drie weken geen koers won, was het al van dat: ‘Zeg Vanderaerden, wat is ’t jong? Lukt het niet meer?’ Op den duur maakt die psychologische druk je ook fysiek zwakker. Ik slaagde er niet meer in over de grens te gaan, omdat ik de mentale weerbaarheid niet had om die extra inspanning te leveren. Ik had een mental coach goed kunnen gebruiken in mijn tijd.”

Tom Boonen: ‘Iedereen in mijn wiel’

Nog maar twee jaar is hij met pensioen, onze grootste klassieke renner van deze eeuw. Tom Boonen (38) is zowel in de Ronde van Vlaanderen (drie keer) als in Parijs–Roubaix (vier keer) mederecordhouder qua aantal zeges.

Welk record had je nu het liefst gebroken?

“Roubaix, ik vond de magie er nog iets groter. In Roubaix moet je minder rekenen. Eenmaal je in het Bos van Wallers-Arenberg bent, trek je bij elke kasseistrook zo hard mogelijk door en kijk je wie moet lossen.

“Men zegt weleens dat het makkelijker is om Roubaix te winnen, maar dat klopt niet. Er zijn meer renners die snel de Ronde-bergjes kunnen oprijden dan er renners zijn die snel over kasseistroken kunnen rijden.”

Heb je tips voor de renners die de Ronde willen winnen?

“Sparen, sparen, sparen. En dat doe je niet door in de buik van het peloton te schuilen, maar door telkens bij de eersten de hellingen, de kaskes, op te rijden. Dáár wordt het verschil gemaakt. Als je elke keer aan de rekker hangt en een gat van enkele meters moet dichten, betaal je daar uiteindelijk de rekening voor.”

Jouw favoriete helling is gekend: de Taaienberg.

“Inderdaad, omdat je er de rest pijn kunt doen. Het is een van de weinige Ronde-hellingen die je in één keer kunt opvlammen. Je moet een sprint van één minuut kunnen volhouden, maar dat kon ik. En op de top ligt nog een stuk vals plat waar je goed kunt doortrekken. Meestal hangen er dan geen drie meer in je wiel.

“Nu, véél hellingen lagen me. De Koppenberg, bijvoorbeeld. Dat is een beest, maar ik reed er graag naar boven.”

In de jaren 80 raakte amper tien man al fietsend over de Koppenberg, de rest stond te voet. Nu zie je dat niet meer. Waaraan ligt dat?

“Het niveau van de renners ligt hoger. Vroeger kwam drie vierde van het peloton vanonder de Vlaamse kerktoren, nu telt elke ploeg acht supergetrainde atleten uit alle hoeken van de wereld. Het verschil tussen kopmannen en helpers is veel kleiner geworden. Kerels als Iljo Keisse en Tim Declercq doen er alles aan om zo ver mogelijk in de finale mee te gaan. Vroeger waren de knechten na de Kwaremont al compleet leeggereden: daarom dat ze op de Koppenberg tegen de stenen gingen.»

Samen met Fabian Cancellara ben je de enige renner die zowel op het oude als het nieuwe parcours wist te winnen. Welk draagt je voorkeur?

“Het oude parcours was interessanter, omdat er meer afwisseling in zat. Je had grotere recuperatiestukken, waardoor er meer scenario’s waren om aan te vallen. Maar als je écht goed bent, is het nieuwe parcours in je voordeel, omdat het zo zwaar is.

“Ik heb trouwens de indruk dat de schrik voor het nieuwe parcours eindelijk is weggeëbd. Vroeger zat de koers op slot tot de laatste keer Oude Kwaremont, maar zowel Gilbert als Terpstra vertrokken vroeger. Er zijn nu ook meer kandidaat-winnaars.”

Hoezo? Op een zwaarder parcours vallen toch meer renners door de mand?

“Ja, maar het nieuwe parcours trekt andere renners aan. Michal Kwiatkowski en Alejandro Valverde hadden op het oude parcours weinig te zoeken. In die nieuwe gebalde finale, waar de steile bergjes elkaar snel opvolgen, zien punchers terecht mogelijkheden.”

Wie is volgens jou de grootste kanshebber op de zege?

“Mij zou het niet verwonderen dat Niki Terpstra zijn titel verlengt.”

Terpstra rijdt nu niet meer bij Deceuninck-QuickStep, maar bij het bescheiden Direct-Energie. Gaat hij hun steun niet missen?

(grijnst) Daar zou ik me weinig zorgen over maken. Niki is zo slim dat hij maximaal van de kwaliteiten van anderen zal profiteren. Hij zal zijn koers op Deceuninck-QuickStep afstemmen. Vergeet niet, als je als ploeg zo dominant bent, maak je het de rest tactisch makkelijk. Ze hoeven je maar te volgen.”

Tom Boonen: ‘Terpstra is zo slim dat hij maximaal zal profiteren van het werk van anderen.’

Patrick Lefevere heeft vier kopmannen: Lampaert, Gilbert, Stybar en Jungels. Wie maakt volgens jou het meeste kans?

“Bob Jungels. Van die kerel hebben we het laatste nog niet gezien. Hij heeft Kuurne al gewonnen en fietst zonder druk: dan ben je nóg gevaarlijker. Lampaert kan de Ronde winnen, maar ik zie hem eerder excelleren in Roubaix. Momenteel is hij de beste kasseirenner.”

Je won de Ronde drie keer. Wanneer kwam je het dichtst bij een vierde zege?

“Ik had de edities van 2008 en 2009 ook moeten winnen, maar ik had de pech dat iedereen naar mij keek. Ik was torenhoog favoriet en iedereen zat in mijn wiel. Dan wordt het moeilijk. Mijn ploegmakker Stijn Devolder heeft daar twee keer van kunnen profiteren.»

Veel wielerliefhebbers vragen zich nog steeds af waarom je in je laatste Ronde tot twee keer toe geparkeerd stond op de Taaienberg.

“Omdat ik een binnenblad had laten monteren dat niet compatibel bleek: een van 41 tandjes in plaats van 39. Normaal is dat geen probleem, maar als er te veel spanning op je ketting zit, durft die weleens naast je tandwiel te vallen – wat op de Taaienberg tot tweemaal toe, ook bij mijn reservefiets gebeurde. Het is mijn zuurste herinnering aan de Ronde. Ik koerste die dag in een zetel: ploegmaat Philippe Gilbert reed zo’n half minuutje voorop, ik moest alleen maar volgen. Ik had me voorgenomen om er op de Oude Kwaremont naartoe te springen, maar dat feest ging dus niet door.”

Johan Museeuw: ‘Het ego van Patrick’

Drie keer eerste, drie keer tweede en twee keer derde – geen enkele renner fietste zo’n indrukwekkend palmares bij elkaar in de Ronde van Vlaanderen als Johan Museeuw (53). Het leverde de West-Vlaming de titel ‘De leeuw van Vlaanderen’ op.

Jouw favoriet voor de Ronde, Johan?

“Greg Van Avermaet. Ik gun het hem. Een renner van zijn kaliber moet minstens één keer de Ronde winnen. Net als ik is hij gebouwd voor die klassieker: explosief op de hellingen, een grote motor en snel aan de meet. Als hij zijn kopje erbij houdt – in De Omloop schoot hij één cartouche te veel af – maakt hij veel kans.”

Johan Museeuw: ‘Iemand van het kaliber van Greg Van Avermaet moet minstens één keer de Ronde winnen.’

Hij moet dan wel Sagan lossen.

“Na zo’n zware koers kan hij Sagan zeker aan in de sprint.”

Deceuninck-QuickStep doet aan het grote Mapei uit de jaren 90 denken, waarin jij furore maakte. De gemeenschappelijke deler: Patrick Lefevere. Ligt hij aan de basis van het succes?

“Voor een groot deel wel, al hebben zijn vedetten – Tom Boonen, Paolo Bettini en ikzelf – daar ook een aandeel in. De grote kwaliteit van Lefevere is dat hij al zijn toppers in het gareel krijgt. Hij kan om met ego’s omdat hij zelf een groot ego heeft. En dat bedoel ik positief. Patrick was zelf geen groot renner, maar heeft wel het karakter van een groot renner. Hij weet hoe Philippe Gilbert zich voelt als hij verplicht wordt te knechten. Met zo’n mensenkennis kun je veel problemen oplossen.”

Zie jij kansen voor je streekgenoot Yves Lampaert?

“Ja. Yves is een attractieve renner, maar nu komt het moeilijkste: hij moet zich als kopman manifesteren en aansluiting vinden met renners die monumenten winnen.”

Jij slaagde er niet in om in je wereldkampioenentrui de Ronde te winnen. Doet Valverde het wel?

“Ik vind hem een buitengewoon kampioen. Hij raakte zoals veel van zijn generatiegenoten verwikkeld in een onfrisse zaak, maar kwam daarna sterker terug. En toch blijft hij bagger over zich heen krijgen.”

Jij bekende epo te hebben genomen. Vind je dat je blazoen daardoor is besmeurd?

“Voor alle duidelijkheid: mijn drie Rondes won ik zuiver. Ik nam epo in de nadagen van mijn carrière. Net na mijn bekentenis stond ik in het oog van de storm, maar de meeste mensen zijn er ondertussen wel achter hoe het er bij mijn generatie aan toeging. Dat was fout, maar het heeft geen zin dat tot in den treure op te rakelen. Laten we genieten van de huidige generatie en hopen dat ze zuiverder rijden.”

Je staat naast Achiel Buysse, Fiorenzo Magni, Eric Leman, Tom Boonen en Fabian Cancellara in het rijtje van de recordhouders. Hoe dicht was je bij die unieke vierde zege?

“Zeven millimeter, toen ik in 1994 door Gianni Bugno op de meet werd geklopt. Mijn fout: ik dacht dat Ballerini de spurt zou aantrekken, maar dat gebeurde niet. Gelukkig had ik al een Ronde gewonnen, ik mag er niet aan denken dat ik zoals Leif Hoste niet verder dan drie tweede plaatsen was geraakt. De Ronde winnen, dat is voor het leven. Eén keer zegevieren en je staat elk jaar opnieuw in de kranten. Mijn telefoon stond de voorbije dagen roodgloeiend. Maar wie tweede wordt, verdwijnt in de vergetelheid.”

Edwig Van Hooydonck: ‘Twee minuten te veel’

De vraag ‘Wat is jouw favoriete helling?’ blijft bij Edwig Van Hooydonck (52) op zak. Wie ouder dan veertig is, herinnert zich zijn verschroeiende demarrages op de Bosberg die hem naar twee Ronde-zeges leidden. ‘Een nooit eerder geziene explosie van kracht en talent’, orakelde een lyrische Michel Wuyts. Het leverde hem de bijnaam ‘Eddy Bosberg’ op.

Hoe kwam het dat die berg je zo goed lag?

“Hij lag op mijn vaste rondje, tijdens trainingen reed ik er wel vijf keer na elkaar op. Hij is steil, maar nog net doenbaar om met de grote plateau op te rijden. Met de steile Paterberg had ik meer moeite: ik moest 74 kilogram naar boven sleuren, redelijk veel voor een renner.”

Wie staat zondag op het hoogste schavotje?

“Het wordt een open koers, want er is niet één uitgesproken favoriet. De grote vraag is: hoe goed is Sagan? Als hij effectief focust op Luik, is de kans groot dat hij nog niet top is. Ik zou trouwens zeker rekening houden met Valverde.”

Volgens Eddy Planckaert zal het zenuwachtige draaien en keren hem niet liggen.

“Mochten ze nog op het oude parcours rijden, gaf ik Eddy gelijk. Maar de finale is nu zo zwaar dat de grote schifting al op 60 kilometer van de finish is doorgevoerd. Met nog veertig renners vooraan is er ruimte genoeg om te manoeuvreren.”

Van Hooydonck: ‘Stybar is een echte klasbak. Ik volg hem al jaren.’

Wat was je mooiste moment in de Ronde?

“Die eerste zege. Als jongen van de streek de Ronde van Vlaanderen winnen, dat doet wat met je. Dat zag je wel toen ik op het podium stond (Van Hooydonck barstte in tranen uit, red.).”

En het pijnlijkste?

“De Ronde van 1992, toen ik derde werd. We hadden toen vier vroege vluchters 22 minuten voorsprong gegeven. Helaas twee minuten te veel. We hadden Jacky Durand onderschat.”

Gedegouteerd door het epogebruik hing je op je 29ste je fiets aan de haak. ‘Met pijl en boog aantreden in een chemische oorlog, dat wilde ik niet’, vertelde je later. Kun je dan nu nog onbevangen naar een Ronde van Vlaanderen op televisie kijken?

“Die knop moet je omdraaien. Als je met twijfels naar de koers kijkt, kun je niet genieten. Ik vind wielrennen nog steeds de mooiste sport ter wereld, maar ik wil niet naïef zijn. Toen ik naar de prestaties van Astana in de Tirreno zat te kijken, besloop me een onaangenaam gevoel. Ik kreeg een déjà vu naar het Gewiss-team (notoire dopingploeg in de jaren 90, red.) van Furlan en Berzin – wat niet wil zeggen dat elke dominantie verdacht is. Lampaert en Stybar volg ik al jaren. Dat zijn klasbakken. Geen haar op mijn hoofd dat denkt dat zij valsspelen.»

Je was een paar keer heel dicht bij de zege in Roubaix. Zou jij één Ronde van Vlaanderen voor een kassei willen inruilen?

“Nooit! De Ronde is de mooiste koers die er is. Het parcours en de massale publieke aanwezigheid zorgen voor een unieke wedstrijd in een magische sfeer. De smalle straten en hellingen, dat volk dat bijna letterlijk op je huid zit. Er zijn nog koersen waar veel volk langs de weg staat, maar nergens zijn de supporters zo fanatiek. Vlaanderen is echt wielergek en dat komt tot een absolute climax op die ene dag in april.”

Net als Eddy Planckaert!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden