Dinsdag 20/10/2020

Interview

Ex-bodyguard van George W. Bush: ‘Poetin waarschuwde: ik schakel jullie uit met één vingerknip’

‘Rusland heeft massa’s geld gepompt in het kopiëren van ‘een Amerikaans supergif’, maar de gestolen plannen bleken vals.’

Jarenlang moest special agent Dan Kaszeta de Amerikaanse president George W. Bush beschermen tegen aanslagen met chemische wapens. In zijn boek Toxic bundelt hij zijn kennis van zenuwgassen: ooit per toeval ontdekt door de nazi’s, nadien de inzet van een wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog en vandaag nog steeds het favoriete vergeldingsinstrument van de Russische president Vladimir Poetin.

In 1987 had de jonge Amerikaanse militair Dan Kaszeta (51) een droom: spion worden in de Sovjet-Unie.

Dan Kaszeta: “Ik ging op kosten van het leger studeren aan de universiteit: Russisch en politieke wetenschappen. De deal was dat ik daarna ergens in Rusland gedropt zou worden als geheim agent. De Koude Oorlog woedde nog volop en Ronald Reagan was aan de macht. Maar twee jaar later viel de Muur en stortte de Sovjet-Unie in. Ook mijn droom om spion te worden lag in duigen, maar mijn carrière zou snel een nieuwe wending krijgen. Eind jaren 80 voerde de Iraakse dictator Saddam Hoessein een luchtaanval met gifgas uit op het stadje Halabja. Dat zorgde voor paniek in het Pentagon. Niet de Russen, maar met gifgas spelende machtswellustelingen zoals Saddam waren het nieuwe gevaar. In plaats van me tot spion op te leiden, stuurden ze me naar de US Army Chemical School, in Alabama.”

Tien jaar later werd Dan Kaszeta als special agent verantwoordelijk voor de beveiliging van het Witte Huis tegen chemisch wapentuig. En na de aanslagen van 9/11 werd hij zelfs de persoonlijke ‘bodyguard chemische beveiliging’ van president George W. Bush. In 2008 zwaaide hij af en verhuisde hij naar Londen, waar hij nu advies verschaft aan overheden en ondernemingen. In zijn gloednieuwe boek Toxic beschrijft hij de nog prille geschiedenis van zijn ‘favoriete’ vergif: zenuwgas.

Kaszeta: “Sarin is een goed voorbeeld van zo’n zenuwgas: ik heb er mijn carrière aan te danken. Nadat een Japanse sekte in 1995 een terroristische aanslag met saringas in de metro van Tokio had gepleegd, werd ik door het Witte Huis gerekruteerd. Enig probleem: ik had op dat moment nog nooit van sarin gehoord. Want chemie in de opleiding van het Amerikaanse leger is nu niet meteen échte scheikunde; eerder ‘chemie voor dummies’. (lacht) Ik ben toen als een gek beginnen te studeren.”

Hebt u tijdens uw carrière aanvalspogingen op de president met biologische of chemische wapens meegemaakt?

Kaszeta: “Zeker. Kort na 9/11 kwam er in het postgebouw van het Witte Huis een envelop toe met antraxpoeder – dat de dodelijke ziekte miltvuur veroorzaakt. De president was zodanig van zijn melk door dat incident dat hij er eigenhandig voor zorgde dat ons budget explodeerde. De volgende twee jaar groeide ons team van twee tot meer dan veertig personen.

Dan Kaszeta.

“Het brein achter de antraxbrief voor Bush was geen dolgedraaide jihadist, maar de Amerikaanse microbioloog Bruce Edwards Ivins. Ik kende die man persoonlijk. Niet dat hij een vriend was – daarvoor vond ik hem iets te raar. Hij werkte als onderzoeker voor het leger en werd beschouwd als dé antraxexpert. Tussen september en oktober 2001 verstuurde hij verschillende antraxbrieven naar politici en journalisten. Vijf mensen stierven, zeventien anderen werden ziek. In de omslagen zaten briefjes met boodschappen als ‘Dood aan Israël’ en ‘Allah is groot’, waardoor de FBI eerst aan een terreurcampagne van Al Qaeda dacht. Ze vroegen Ivins zelfs om hulp bij hun onderzoek. Zes jaar lang was een onschuldige collega van Ivins verdachte nummer één. Tot ze hem in 2008 eindelijk in het vizier kregen, waarna hij zelfmoord pleegde.”

Wat was zijn motief?

Kaszeta: “Hij werkte aan een vaccin tegen antrax, en wilde daarmee gloriëren als redder des vaderlands. Hij had er niets beters op gevonden dan eerst angst en terreur te zaaien. De aanslag op George Bush moest de kroon op zijn werk worden: Ivins zou dan met zijn vaccin de president net op tijd van een gruwelijke miltvuurdood kunnen redden.”

Hoe zagen uw dagen eruit als geheim agent, belast met de veiligheid van de Amerikaanse president?

Kaszeta: “In de loop der jaren is het Witte Huis vertimmerd tot een zwaarbeveiligde bunker: de president is er relatief veilig. Onze grootste bekommernis waren zijn verplaatsingen. De president liep het grootste gevaar wanneer hij op reis was: dan was ik één van Bush’ schaduwen, en reed ik mee in zijn konvooi, met een zwarte SUV.”

‘Kort na 9/11 kwam er in het Witte Huis een envelop toe met antraxpoeder. President Bush was zo van zijn melk dat ons budget de hoogte inschoot.’

In het voorjaar van 2003 was u er getuige van hoe het Witte Huis bewijsmateriaal over ‘massavernietigingswapens’ tegen Saddam Hoessein fabriceerde om later dat jaar Irak te kunnen binnenvallen?

Kaszeta: “Voor alle duidelijkheid: ik had niets te maken met het beleid van Bush. Ik zat op de achterbank van een SUV, om te verhinderen dat iemand hem onderweg met gif zou vermoorden. Natuurlijk merkte ik in die periode in de wandelgangen van het Witte Huis dat er iets groots in de lucht hing. Misschien is het bewijsmateriaal toen wat ‘opgepompt’, maar je mag niet vergeten hoe Saddam bij leven en welzijn een ongezonde voorliefde voor gifgas had. Denk maar aan die aanval op Halabja. Na de Eerste Golfoorlog werd Irak onder strikte controle geplaatst van UNSCOM, een speciale commissie van de Verenigde Naties die erop moest toezien dat Saddam zijn grote voorraad massavernietigingswapens zou opruimen. Akkoord, in 2003 had hij geen lopend programma meer voor chemische wapens, alleen geloofde niet iedereen dat. Terecht, vind ik, want Saddam was geen koorknaap. De UNSCOM-inspecteurs zette hij trouwens met veel poeha het land uit. U zult mij de toenmalige Amerikaanse regering niet horen bekritiseren.”

U verliet het Witte Huis in 2008, toen Barack Obama president werd. Is er een verband?

Kaszeta: “Helemaal niet. Ik werd hopeloos verliefd op een Britse vrouw, volgde haar naar Londen en moest dus wel ontslag nemen. In Groot-Brittannië werkte ik eerst drie jaar voor een firma die apparatuur maakt om chemisch wapentuig op te sporen. Daarna richtte ik mijn eigen beveiligingsfirma op. Ik adviseer nu overheden, organisaties en ondernemingen. De Europese Commissie is één van mijn klanten.”

Onderschatten we het risico op een chemische of biologische terreuraanval?

Kaszeta: “Na meer dan dertig jaar in het vak moet ik dat risico toch enigszins nuanceren. In theorie zijn chemische en biologische wapens vreselijk gevaarlijk, in de praktijk behoren ze tot het meest overschatte wapentuig ooit. De voornaamste reden waarom er zo weinig terreuraanslagen mee gebeuren, is omdat ze duur en onvoorspelbaar zijn. Als je veel geld investeert in de voorbereiding van een aanslag, wil je liefst zoveel mogelijk slachtoffers maken. Shoko Asahara, de leider van een Japanse sekte, wilde met zijn aanslag met sarin in de metro van Tokio duizenden mensen vermoorden. Uiteindelijk vielen er dertien doden. Vanuit Asahara’s standpunt was zijn aanslag een complete mislukking.

“Koop geweren van een paar honderd euro, stuur je discipelen op schietcursus en de kans op honderden doden tijdens het spitsuur in de metro is groot. Met chemische wapens is dat succes veel twijfelachtiger en met biologische is het nóg lastiger. Gassen worden meegevoerd door de wind en die is soms zéér wispelturig.”

Tijdens de gloriedagen van IS was er toch veel angst dat zij aanslagen zouden plegen met een ‘vuile bom’, gifgas of antrax?

Kaszeta: “Daar werd vaak hysterisch over bericht, terwijl er zo goed als geen aanwijzingen zijn dat IS er ooit aan gewerkt heeft. Kijk, er zijn wereldwijd maar weinig specialisten in chemische en biologische oorlogsvoering. We kennen elkaar allemaal. De meeste collega’s zijn bonafide, maar er zitten een paar schimmige figuren tussen die zichzelf interessant willen maken. ‘Oh my God, IS zou bij de volgende aanslag weleens antrax kunnen gebruiken!’ De zogenaamde specialisten die dat rondbazuinen, proberen vooral werk voor zichzelf binnen te halen. Ze verkopen tegelijk lucifers, brandversnellers én brandblusapparaten. De meeste terreurgroepen hebben het geld niet om massavernietigingswapens in elkaar te knutselen.”

Op een bepaald moment zwom IS toch in het geld?

Kaszeta: “Ze zwommen in hun kalifaat vooral in de olie. De stap naar de productie van chemisch en biologisch wapentuig was te ingewikkeld. De IS-leden waren verknipt, maar of alle leiders dat ook waren, durf ik te betwijfelen. Van die Japanse sekte weet ik wél zeker dat ze allemaal gestoord waren: daarom voerden ze hun aanval met sarin uit. Als ze een beetje verstandig waren geweest, hadden ze hun toevlucht genomen tot goedkope en efficiënte kalasjnikovs of conventionele explosieven.”

HITLERS GEHEIM

Waarom is zenuwgas dan ooit ontworpen, als het toch zo’n sof is?

Kaszeta: “Het is per toeval gebeurd. Op het einde van WO I waren de Duitse soldaten aan het verhongeren en dat mocht niet opnieuw gebeuren. Daarom ging de Duitse chemische industrie meteen na de oorlog koortsachtig op zoek naar insecticiden en pesticiden om de gewassen te beschermen. Vlaggenschip IG Farben ontwikkelde zo het pesticide Zyklon B, dat later in de gaskamers gebruikt zou worden. IG Farben-chemicus Gerhard Schrader was aan een nieuw insecticide aan het werken, toen hij in januari 1936 bij toeval het eerste zenuwgas uit zijn reageerbuis toverde: tabun. Dat goedje was zo extreem giftig dat het als insecticide onbruikbaar was. Het doodde niet alleen de insecten, maar ook de boer. Later voegde Schrader nog sarin, soman en cyclosarin aan zijn lijstje met nieuwe dodelijke zenuwgassen toe.”

De nazi’s zagen er meteen brood in?

Kaszeta: “Schrader beschouwde tabun als een grandioze mislukking, maar zijn bazen vonden het een uitstekend wapen en namen contact op met de naziregering. Die was enthousiast en er werd een clandestiene industrie gebouwd voor de ontwikkeling en productie van zenuwgassen voor militair gebruik. Van tabun werd meer dan 12.000 ton gebrouwen. Een hele oorlog lang waren de zenuwgassen Hitlers geheime wapens die nooit gebruikt werden. Pas aan het einde van WO II ontdekte het oprukkende sovjetleger en de geallieerden op zowat hetzelfde moment de fabrieken en opslagplaatsen; de ene in het oosten, de andere in het westen. Het geheime zenuwgasprogramma van de nazi’s joeg een schokgolf door de wereld, waarna Rusland en Amerika zelf een wapenwedloop inzetten.”

Net zoals ze met kernwapens deden?

Kaszeta: “Precies. De Britten en Amerikanen arresteerden in 1945 de Duitse wetenschappers die aan zenuwgassen werkten, en namen hun plannen, documenten en voorraden in beslag. De Russen legden de hand op twee vernielde fabrieken in Polen en rekenden een paar chemici in.”

Lijfden de Amerikanen Duitse chemici in, zoals ze ook met de raketgeleerde Wernher von Braun deden?

Kaszeta: “De middelen waren niet onbeperkt. Chemisch wapentuig stond een paar trappen lager dan raketten. De dure Von Braun kreeg dus voorrang en soupeerde zowat het hele budget op.

“Ze ondervroegen de chemici wekenlang tot ze al hun kennis over zenuwgassen gelost hadden. Vijf jaar later wilde het Amerikaanse leger alsnog die Duitse wetenschappers inhuren, maar de meesten waren toen al veel geld aan het verdienen in de reguliere industrie in Duitsland. Ze hadden geen zin meer in een verhuizing naar Alabama.

“De Russen stopten ‘hun’ Duitse chemici eerst een paar jaar in werkkampen en lieten hen daarna aan een nieuw zenuwgasprogramma werken. Naar sovjetnormen werden ze vrij goed betaald. Decennialang leefde het Westen in de veronderstelling dat de Russen de intacte zenuwgasfabrieken van de nazi’s hadden ingepalmd en machines, kennis en voorraden hadden gerecupereerd.”

Terwijl het twee ruïnes waren?

Kaszeta: “Ja, en die onwetendheid zorgde gedurende de Koude Oorlog voor nervositeit in West-Europa en de VS. Het Westen lag op kop in de chemische wapenwedloop, maar was ervan overtuigd dat het mijlenver achterophinkte.

“Vlak voor het einde van de oorlog probeerden de Duitsers hun giffabrieken te demonteren. Hun afbraak van de fabriek in Dyhernfurth in het zuidwesten van Polen moesten ze stopzetten omdat het Rode Leger oprukte. De Russen hadden in de eerste dagen van de bezetting niet meteen door dat Dyhernfurth een zenuwgasfabriek huisvestte. De Duitsers stuurden er bij nacht en ontij een geheim commando op af om een stapel compromitterende documenten op te halen en de laatste machines op te blazen. Er lag nog een voorraadje tabun en dat werd de rivier de Oder ingegoten. Ze lieten opzettelijk een vals notitieboekje achter, om de Russen op het verkeerde been te zetten. Met succes: ik vond in Russische archieven documenten terug waarin sovjetwetenschappers jaren later klaagden dat zowat alle formules uit dat boekje vol fouten stonden. (lacht)

“In 1959 probeerden de sovjets de Amerikaanse officier Joseph Edward Cassidy te rekruteren. De man hapte niet toe en stapte naar de legerleiding en de FBI. Zij kregen het lumineuze idee om hem als dubbelspion in te zetten. Hij werkte in een laboratorium in Maryland waar chemisch wapentuig voor het Amerikaanse leger ontwikkeld werd. Jarenlang voedde hij de Russen met valse informatie over de ontwikkeling en productie van Amerikaans zenuwgas. De Russische geheime dienst vergoedde hem met duizenden dollars. In ruil bezorgde hij hun meer dan 4.000 documenten over een compleet verzonnen supergesofisticeerd zenuwgas dat de VS zogezegd aan het produceren was. De informatie leek op het eerste gezicht te kloppen. Met hun ogen wijd open trapten de Russen in de val en jarenlang investeerden ze massa’s geld in het kopiëren van het niet-bestaande Amerikaanse superwapen.

“In 1969 zette Amerika zijn zenuwgasprogramma stil. De toenmalige president Richard Nixon vond het sop de kool niet meer waard. Maar de sovjets geloofden hem niet. Ze waren ervan overtuigd dat Amerika hun een rad voor de ogen draaide, en de zenuwgasproductie heimelijk voortzette. Dus drukten ze het gaspedaal nog dieper in. Zo werd de Sovjet-Unie vanaf 1970 vermoedelijk de enige producent van zenuwgassen ter wereld. Ze ontwikkelde drie novitsjok-zenuwgassen, die wereldberoemd zijn sinds de aanslag in 2018 op ex-spion Sergei Skripal en zijn dochter Yulia, die in Groot-Brittannië in ballingschap verbleven, in het stadje Salisbury.”

Vladimir Poetin.

TWEE DRUPPELTJES

Wat onderscheidt de novitsjok-zenuwgassen van alle andere?

Kaszeta: “De eerste versie van novitsjok kon tegen de kou, terwijl alle andere zenuwgassen onder het vriespunt herleid worden tot onbruikbare gelei. De tweede variant kon geproduceerd worden met andere basisbestanddelen. Dat was interessant omdat in de jaren 70 en 80 internationale onderhandelingen liepen voor een verbod op chemisch wapentuig. De bestanddelen voor novitsjok-2 stonden niet op het verboden lijstje. ‘Dan kunnen we rustig verder blijven produceren zonder dat iemand iets in de gaten heeft’, dachten de Russen. De derde variant, A-234, werd gebruikt in Salisbury. Dat zenuwgas heeft als speciaal kenmerk dat het zeer lang overleeft op oppervlakken.”

Het feit dat in Salisbury A-234 gebruikt werd, wil zeggen dat de moordaanslag een opdracht was van Vladimir Poetin himself?

Kaszeta: “Daar ben ik voor 99,99 procent zeker van. Het bewijsmateriaal is er. Net in het weekend van de aanslag maken de twee Russische geheim agenten Alexander Petrov en Ruslan Boshirov twee zogenaamd toeristische uitstapjes naar Salisbury. Ze staan op beelden van bewakingscamera’s in het station van Salisbury. In plaats van mee te lopen met de stroom toeristen, wandelen ze in de richting van Skripals huis. (lacht) Er bestaat ook geen twijfel over dat enkel de Russen A-234 bezitten.”

Petrov en Boshirov wandelden in 2018 dus door de straten van Salisbury met een gif op zak waarmee ze duizenden slachtoffers konden maken?

Kaszeta: “Novitsjok A-234 is een dikke vloeistof en is makkelijk in een klein, hermetisch afgesloten flesje te transporteren. Bij het uitsmeren volstaan rubberen handschoenen als bescherming. Ze smeerden minder dan 100 milligram van het goedje aan Skripals deur-klink, of amper twee druppels.

“Poetin is trouwens niet aan zijn proefstuk toe: denk maar aan de gelukte aanslag met het nucleaire goedje polonium op de overgelopen spion Alexander Litvinenko in Londen in 2006.”

Maar waarom polonium en novitsjok? Zoals u in het begin zelf zei: een pistool en een kogel zijn veel simpeler en minstens even doeltreffend.

Kaszeta: “Ze hadden Skripal ook uit de weg kunnen ruimen zonder één spoor achter te laten. De man heeft overgewicht, rookt en drinkt te veel. Een hartaanval is zo gefikst; daar zou geen haan naar gekraaid hebben. Nu was er, net als bij Litvinenko, veel heisa. Maar dat was precies de bedóéling: de boodschap moest luid en duidelijk weerklinken voor alle tegenstanders van Poetin. ‘Als ik wil, schakel ik jullie met één vingerknip uit.’”

Dat lijken wel onvervalste maffiapraktijken.

Kaszeta: “Poetin stamt uit de KGB: die organisatie was niet meer of minder dan de maffia van de Sovjet-Unie.”

Dan Kaszeta – Toxic, Uitgeverij Hurst

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234