Donderdag 28/05/2020

Ex-beatnik

Van de Franse zanger Michel Polnareff werd zopas het vroege oeuvre heruitgebracht. Vele uren pure pop, waaruit duidelijk de invloed blijkt van de legendarische kluizenaar op de moderne muziekscène.

Het Franse volk is herrieschopper Polnareff nog niet vergeten. De zanger en zijn repertoire zijn, zoals dat heet, increvable. Toen de naar Amerika geëmigreerde kluizenaar na jaren stilte in 1996 een live-cd uitbracht, schoot die in recordtempo naar de eerste plaats op de hitparade. Live At The Roxy werd begeleid door een weken op voorhand aangekondigd televisieprogramma van betaalzender Canal + waarin de zanger op een rots in de Californische woestijn zijn vleugelpiano bespeelde. Hij ging daarbij gekleed in een vaag, gek admiraalskostuum. Een opvallende comeback, maar niet echt een comeback, want Polnareff liet geen nieuw materiaal horen. Tweede offensief, twee jaar later: de heruitgave van Polnareffs drie eerste langspeelplaten, plus een doos met drie cd's waarop de hele periode 1968-1972 is geëtaleerd. En een verzorgde website (http://www.polnaweb.com), voor de fans.

De voorbije maanden hoorde je in Frankrijk regelmatig echo's van Polnareffs oeuvre in de muziek van andere, mindere sterren. Neem nu 's lands populairste charmezanger, de behoorlijk onuitstaanbare Pascal Obispo, auteur van een omvangrijk solorepertoire, maar ook leverancier van oubakken chansons aan variété-idolen als Zazie en Florent Pagny. Obispo werd nu door Johnny Halliday gevraagd voor een volledige cd, maar eigenlijk, vinden de serieuzere critici, blijft hij een slechte imitatie van Polnareff.

In een recent interview met het Franse blad Technikart staken de heren van AIR, 's werelds hipste popgroep sinds 'Sexy Boy' enkele maanden geleden de radiogolven veroverde, hun bewondering voor Polnareff niet onder stoelen of banken. Vooral de nu heruitgebrachte langspeelplaat Polnareff's, uit 1971, werd door Nicolas Godin en JB Dunckel als invloedrijk aangewezen. En het klopt wel degelijk dat de instrumentale stukken uit dat kleine meesterwerk - bijvoorbeeld Computer's Dream - met wat inbeelding zo op Safari Moon hadden kunnen staan. AIR's andere grote voorbeeld is de experimentele moog-revolutionair Jean-Jacques Perrey, wiens kitscherigfe probeersels uit de jaren zestig de voorbije seizoenen vaak waren te horen als de soundtrack van trendy defilés.

Polnareff leeft sinds in 1973 in de Verenigde Staten, op de vlucht voor de Franse fiscus. Hij begon als een gewone beatnik en scoorde zijn eerste monsterhit met La poupée qui fait non, non, non, in 1966 - Jimmy Page van Led Zeppelin speelde gitaar. Hij had toen middellang, geblondeerd haar en combineerde dat kapsel met pullovers in popkleuren. Nu zien we in die look een verwijzing naar Andy Warhol. Later kleurde hij zijn haren zwart, zodat hij een elegantere, slankere, zeg maar Fransere Roy Orbison leek, zware zwarte bril inbegrepen. Zijn opvallendste gedaanteverwisseling dateert van circa 1970, toen de eigenzinnige zanger plotseling verscheen in heel veel blonde krullen en niets verhullende, nauw aansluitende glitterpakken. Het was in die verschijning dat Polnareff op een mooie lentedag besloot zijn billen te openbaren, middels concertaffiches. Een schandaal. De zanger deed nog meer van zich spreken. Hij bracht bijvoorbeeld verscheidene maanden door in een hotelkamer zonder buiten te komen. En in de Franse roddelbladen verschenen met regelmaat artikels over de precaire mentale gezondheid van de ster.

De blonde krullen werden mettertijd donkere krullen, maar Polnareff bleef er apart uitzien en leek ook twee jaar geleden, in het televisieprogramma dat van Live At The Roxy was gemaakt, nog serieus geschift. Polnareff was een provocateur en wat look en gedrag betreft een van Frankrijks weinige echte rocksterren. Maar hij was ook een begenadigd artiest, met een neus voor zeemzoete melancholie die nooit plastic werd. Laat de Polnarevolutie dus nog maar even voortwoeden.

Jesse Brouns

'Michel Polnareff: Les Premiers Années' verscheen bij Universal als driecd-kaft. Eveneens verkrijgbaar: drie afzonderlijke cd's met de sonorisch schoongemaakte heruitgaves van Polnareffs eerste drie albums.

POLNAREFF PLAYLIST

1. Ca n'arrive qu'aux autres (1970): thema uit de film met dezelfde naam. Over vogeltjes ('un oiseau de plus/un oiseau de moins/Tu sais la différence est le chagrin') 2. Le bal des Laze (1968): bizar verhaal waarin Polnareff de rol speelt van een man die zijn minnares van adel heeft vermoord (de deerne was aan een andere, rijkere man beloofd) en in zijn cel op de voltrekking van de doodstraf wacht. 3. Gloria (1970): geschreven door het gereputeerde team Delanoë/De Senneville, melancholisch en vooral qua geluid erg mooi (de oorspronkelijke b-kant, Je suis un homme, is daarentegen verschrikkelijk: Polnareff was lang niet altijd goed). In dezelfde categorie: Holidays (1972), een van zijn grootste hits. 4. Tout tout pour ma chérie (1969): het vrolijkste nummer van de hele verzameling, op enkele onverdraaglijke meezingers na. 5. Dans la maison vide (1969): omdat liederen over kamers om de een of andere reden altijd goed zijn (zie ook Walker Brothers, Four Tops, Beach Boys). Van hetzelfde kaliber: Tous les bateaux... Tous les oiseaux.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234