Woensdag 20/11/2019

Jacht

Everzwijnen zorgen voor overlast, maar moeten ze zo nodig dood?

Jager Johan Broeckx op pad. “Natuurlijk jagen we ook voor ons plezier. Maar van een soort waar bijna geen dieren meer van zijn, blijven we af.” Beeld Bas Bogaerts

Everzwijnen in België, edelherten in Nederland: ze moeten eraan. Omdat ze met te veel zijn en ons overlast bezorgen. Toch staan niet alle neuzen in dezelfde richting. “Onze manier van denken over dieren zit vol drogredenen en denkfouten.”

Hij presenteert zijn elleboog. “Ik ben een ree aan het uitbenen, dus een hand ga ik niet geven”, grijnst hij. “Wat wil je drinken?” Het haardvuur brandt. Ervoor ligt een everzwijnenvel. Een stuk of honderd schedels hangen aan de muur. Trofeeën, in het jagersjargon. “Alle reebokken die ik de voorbije jaren heb geschoten. Van elk dier weet ik nog precies waar, wanneer en hoe. Die verhalen vergeet je nooit.”

Johan Broeckx is een kloeke, gulle man. We drinken zelfgemaakt sap van appels uit de eigen tuin. Zoet, maar met een goede dosis zurigheid. “Kom maar eens kijken.” De deur van de vriesruimte in het bijgebouw gaat open. Daar hangen ze dan. Drie stuks. Een volwassen exemplaar en twee kleintjes. Tien maanden oud, zegt hij even later. In de hoek ligt ook een hertenkop, nog helemaal intact.

Sommigen vinden zijn hobby barbaars. Zelf ziet hij dat niet zo. Het is ook veel meer dan een hobby, zegt hij. “Wij doen aan wildbeheer. Het probleem met de everzwijnen is echt groot. Zeker in Limburg. Maar ze zitten ook al in de Antwerpse Kempen, of in het Meerdaalwoud in Leuven.”

Totale oorlog

Everzwijnen zijn allang de kop van Jut in Vlaanderen, maar de laatste weken nog wat meer dan anders. ‘De overheid verklaart de totale oorlog aan het everzwijn’, klonk het onlangs met enig gevoel voor dramatiek op TV Limburg. Iedereen heeft het dier in zijn vizier. In de eerste plaats de boeren, omdat er Afrikaanse varkenspest (AVP) is vastgesteld bij enkele Waalse everzwijnen, en die ziekte zo besmettelijk is dat ook de Vlaamse varkens zijn bedreigd, zo zeggen ze. In sommige gebieden in Limburg die veel landbouwbedrijven in de buurt hebben, vragen de boeren zelfs de totale uitroeiing van het dier, omdat ze ook gewassen op hun velden vernielen.

Inwoners van gemeenten zoals Lommel of Meeuwen-Gruitrode, die hun aangelegde voortuinen zien omgewoeld door everzwijnen, zijn evenmin fan van het dier. En dus vragen ook lokale politici, die klachten van hun inwoners liever niet negeren, om iets te doen aan de aanwezigheid van het dier, ook al omdat er af en toe een auto-ongeval gebeurt met een haastig overstekend zwijn.

Zelfs Natuurpunt heeft in de Doode Bemde, een natuurreservaat ten zuiden van Leuven, al toestemming gegeven om er everzwijnen te doden, omdat die te veel schade aanrichtten aan het gebied.

Kortom, het everzwijn moet eraan. Want “het bezorgt ons te veel overlast”, zo klinkt het overal.

In 2006 werden minder dan tien everzwijnen geschoten, in 2017 meer dan duizend. Beeld Bas Bogaerts

Het gekke is: enkele zeer eenvoudige vragen over het dier zijn heel moeilijk te beantwoorden. Zoals deze: hoeveel everzwijnen zijn er nu in België? Wel, niemand die het weet. Zelfs schattingen worden niet gemaakt. Tot nu toe is er blijkbaar geen enkele wetenschappelijk valabele methode om dat te doen. Wel zijn er de afschotstatistieken: het aantal geschoten dieren en hun verspreidingsgebied over de jaren heen zou een indicatie zijn voor de daling of stijging van de populatie. Volgens het INBO (Instituut voor Natuur en Bos) waren er in 2006 minder dan tien geschoten everzwijnen, terwijl er dat in 2017 meer dan duizend waren. Dat de populatie groeit, daar is iedereen het over eens.

Tweede vraag: hoeveel dieren zijn er al geschoten sinds in september de Afrikaanse varkenspest uitbrak in Wallonië? Ook dat is niet geweten. Er bestaat een meldingsplicht voor elk zwijn dat een jager schiet, maar die meldingen worden pas verzameld in de maand na elk kwartaal. Pas in januari zullen we dus zicht hebben op hoeveel dieren al gedood zijn sinds het vaststellen van de ziekte.

Eerlijk vlees

Johan Broeckx neemt ons mee naar een vlakbij gelegen bos waar hij jachtrechthouder is. Waar hij met andere woorden het recht heeft om te jagen. Hij wijst op sporen van everzwijnen die er de voorbije nachten zijn gepasseerd. En op de omgewoel­de plekken in het aanpalende veld van een boer. “Die gaat niet tevreden zijn als hij dit ziet.”

Uren aan een stuk brengt Broeckx soms door op zijn kansel, wachtend op het wild dat er passeert. “Je kunt niet geloven wat ik dan allemaal zie. Herten, vossen, everzwijnen, hazen, vogels. Fantastisch. Niet iedereen kan dat meemaken. Ik ben blij dat ik dat wel kan.”

Bovendien, zegt hij, weten jagers tenminste nog waar het vlees vandaan komt. “De vraag naar eerlijk en antibioticavrij vlees is nog nooit zo groot geweest. Wel, ik weet wat de herkomst van mijn vlees is. En ik weet dat het gezond is.”

Beeld Bas Bogaerts

Maar jagers hebben de perceptie niet echt mee, dat weet Broeckx ook. Verhalen van jagers die op ganzen schieten en de gewonde dieren laten creperen in de wei zonder van het vlees gebruik te maken, zijn niet nieuw, werpen we hem voor de voeten. “Ik zou het heel erg vinden als dat echt gebeurt. Zulke jagers verdienen het in mijn ogen niet om een jager genoemd te worden. Een dier hoeft niet te lijden. En je schiet geen dier als je het vlees niet consumeert.”

Nog iets wat verteld wordt over jagers: dat wildbeheer voor hen slechts een excuus is om dieren neer te schieten. “Natuurlijk jagen we ook voor ons plezier”, zegt Johan. “Maar van een soort waar bijna geen dieren meer van zijn, blijven we af. Op haas schiet ik al jaren niet meer. Eentje rond Kerstmis, omdat ik het graag eet, maar daar stopt het. De soorten die beheerd moeten worden, daar jagen we op. Wel op reeën dus, niet op hazen. Zo simpel is het. En geloof mij: in problematische situaties, zoals nu bij het everzwijn, zijn wij broodnodig. Zonder ons krijg je zo’n snel kwekende populatie niet onder controle.”

Daar zijn de jagersverenigingen zo van overtuigd dat ze zelfs om nog meer middelen gevraagd hebben. Hoewel de regels in Vlaanderen al soepeler zijn dan in Wallonië (hier mag dag en nacht op everzwijnen worden gejaagd en mag lokvoer worden gehanteerd), wil men nu ook geluidsdempers en nachtkijkers gebruiken. Daarvoor zou de wapenwet moeten worden aangepast, iets waar minister van Justitie Koen Geens (CD&V) zich momenteel over buigt.

Brandhaard

Toch kan wildbeheer ook zonder het doden van dieren, zegt Jan Paeshuyse, docent aan het departement Biosystemen van de KU Leuven. “Immuno­contraceptie, waarbij aan dieren dus contraceptieve middelen worden gegeven, hetzij via inenting, hetzij via voedsel, is een effectieve manier om een populatie in te dijken.”

Maar om immunocontraceptie bij een populatie aan wilde dieren zoals everzwijnen toe te passen, staat de techniek nog niet genoeg op punt, klinkt het bij het INBO. “De moeilijkheid zit hem vooral in de manier van toedienen. Via inentingen moet dat op een afstand gebeuren, maar dan moet je al heel dicht bij het zwijn komen om de spuitjes raak te kunnen schieten”, zegt Jim Casaer, senior researcher bij het instituut. “Bovendien moet je een vrij hoog percentage van het aantal vrouwelijke dieren kunnen bereiken, anders heeft het weinig zin. De vraag is zelfs of het bij snel kwekende dieren überhaupt haalbaar is. Immunocontra­ceptie via het voedsel is evenmin evident. Hoe weet je welke dieren dat voedsel zullen opeten en of het er genoeg zullen zijn? Er is dus een behoorlijke discrepantie tussen het werkingsprincipe van immunocontraceptie en het effectief inzetten van de techniek.”

Beeld Bas Bogaerts

Naast preventieve maatregelen – zoals het plaatsen van schrikdraden of wildrasters – en de creatie van gebieden waar het everzwijn wel ongestoord zijn gang kan gaan, is jacht momenteel nog altijd een van de middelen die nodig zijn om de impact van het everzwijn te reduceren, besluit Casaer.

Vreemd genoeg klinkt hier en daar het argument dat het jagen zelf iets als de Afrikaanse varkenspest net mee in stand kan houden. Dat virus is zo besmettelijk dat het zelfs via de laarzen van de jager of via autobanden kan worden verspreid. Klopt, klinkt het bij de Hubertus Vereniging, daarom wordt er ook nooit in de zogenaamde brandhaard gejaagd, enkel in de perifere gebieden errond. Gevolg: de opgejaagde everzwijnen zullen vluchten naar de niet-bejaagde brandhaard, waar ze zullen sterven aan de AVP. En ook in de perifere zones daalt het aantal mogelijke gastheren, wegens de jacht.

Maar die jaagmethode kost tijd en je hebt veel mensen nodig, zegt Paeshuyse. “Hoe ben je zeker dat alle dieren in die zones dood zijn door afschot of ziekte?” Bovendien mag geen enkele betrokkene, zoals een jager, dan een fout maken in die schakel, of je kunt elders opnieuw beginnen. “Als er ergens een jager zijn laarzen niet ontsmet, of er toch nog een besmet varken rondloopt dat niet afgeschoten werd, dan heb je opnieuw een kern van het virus en begint alles weer van voor af aan.”

Net zo slim als een hond

Afgeschoten dode dieren – zeker als ze mooi zijn, over ratten maken we meestal niet zoveel problemen – kunnen tot heftige emoties leiden. De beslissing begin deze week om 1.800 edelherten af te schieten in de Oostvaardersplassen in Nederland, ging bepaald niet geruisloos voorbij. Staatsbos­beheer, de Nederlandse bos- en natuurbeheerder, werd zelf bijna voorwerp van een jacht.

Meningen werden geventileerd op sociale media en in kranten, actievoerders vernielden hekken, twee boswachters stapten zelfs op omdat ze het voor zichzelf niet konden verantwoorden om gezonde dieren af te maken.

De reden waarom de edelherten worden afgeschoten, is omdat vorige winter bijna 60 procent gestorven is door honger. Ook dat wekte veel verontwaardiging op. In elk geval was het geen leuk plaatje om te zien voor de toeristen.

“Dieren die met te veel zijn, die men niet bijvoedert en die dus sterven: dat is de natuur”, vindt Paeshuyse. “Voor veel mensen blijkt het moeilijk te zijn, maar we zullen het toch moeten aanvaarden. Als er geen natuurlijke predatoren meer zijn, zoals beren of wolven, zal de mens moeten optreden als predator. Elke populatie moet ergens een grens kennen. Populatiecontrole gebeurt trouwens ook bij meeuwen en duiven, die krijgen een variant van de pil te slikken. Als je de natuur wilt beheren, moet je soms ingrijpen.”

Toch is het vreemd. Filmpjes uit slachthuizen waar varkens vreselijk behandeld worden, daar zijn we door getraumatiseerd. Biggen die chirurgisch gecastreerd worden en het uitgillen van de pijn, dat vinden we barbaars. Wolven die hun plek weer zoeken in ons land, daarvan raken we collectief in trance. Maar als een everzwijn de tuin komt omwoelen, moet het dood.

Beeld Bas Bogaerts

Humanere oplossingen

Onze manier van denken over dieren zit vol drog­redenen en denkfouten, zegt Johan Braeck­man, hoogleraar wijsbegeerte aan de UGent. “Edelher­ten, dat vinden we erg, omdat het zulke prachtige dieren zijn. Maar dat we miljoenen varkens doden voor frikandellen, daar liggen we niet wakker van. Zouden we hetzelfde doen met honden of katten, dan stond het land op stelten. En toch is een varken even slim als een hond.”

Hoe moet je je verhouden tot een everzwijn als je een morele gevoeligheid hebt voor dierenwelzijn, vraagt Braeckman zich af. “In de eerste plaats is het jammer dat wilde dieren nauwelijks nog leefruimte hebben door ons toedoen. Waar moeten ze nog naartoe? Zelfs voor egels is het moeilijk in een verkavelingswijk. Slakken vinden ze niet meer, want die worden doodgespoten. De tuinen liggen er gestreken bij, veel diversiteit is er niet te vinden. Alles moet getemd. Het gras, de oprit. Wat wild is, heeft steeds minder plaats bij ons.”

Dat everzwijnen snel kweken en dus voor overlast zorgen, is een opvatting vanuit menselijk perspectief, zegt Braeckman. “Wij framen het probleem al linguïstisch. Terwijl net dat wilde, ongetemde het zo bijzonder maakt. Tegelijk wil ik niet blind zijn voor de gevaren. Als zo’n everzwijn de straat oversteekt en er valt een dode, is het natuurlijk over met de pret.”

Moet je ze daarom afschieten? Nee, vindt Braeckman. “Er zijn andere oplossingen denkbaar: ze onvruchtbaar maken, ze vangen en uitzetten op een plek waar ze wel kunnen gedijen. Dat zijn veel humanere oplossingen. Met humaan bedoel ik: moreel acceptabel. Dieren hebben emoties. Ze voelen pijn. Ze kunnen in paniek slaan en daar­onder lijden. Ze kunnen sterke banden kweken met hun jongen. In die zin lijken ze op ons. Als je het voor mensen relevant vindt om een pijnloze oplossing te zoeken tegen leed, waarom zou je dat dan niet doen voor andere organismen die ook pijn kunnen ervaren? Een draad spannen langs de snelweg zodat wilde dieren daar al niet op kunnen geraken, zal moeilijk en duur zijn, maar in vergelijking met de aanleg van die snelweg is het peanuts. We moeten wel de wil hebben om te investeren.”

Een politicus verwoordde het zo aan de telefoon: “Als je een wild dier aanrijdt en je hebt geen omniumverzekering, dan is alle schade aan je auto voor je eigen rekening. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?” Misschien niet, maar die voorwaarden gelden ook voor stoffelijke schade door natuurelementen als hagel of omvallende bomen. Twee zaken die we vooralsnog niet kunnen uitroeien.

Zo’n wild beest dat onverwacht de weg oversteekt, je hoopt natuurlijk niet dat je het tegenkomt terwijl je in de auto zit. Maar mogen we verwachten om alles wat oncontroleerbaar is toch naar onze hand te kunnen zetten?

Ethische bezwaren

“Als je een draagvlak wilt creëren voor het everzwijn, moet je ervoor zorgen dat je de negatieve impact onder controle kunt houden”, zegt Jim Casaer van het INBO. Een standpunt dat gedeeld wordt door Natuurpunt. Maar is het niet moeilijk om uit te leggen dat je als natuurvereniging de jacht op everzwijnen toelaat? “Everzwij­nen hebben recht op een plaats in de Vlaamse natuur, maar we zijn niet blind voor de schade aan landbouw, privé-eigendommen en natuur”, zegt Anke Geeraerts van Natuurpunt. “Zwijnen­beheer op problematische locaties is voor ons geen taboe. De focus moet liggen op preventieve maatregelen, zoals wildrasters, elektrische bedrading en vangkooien. Maar als het niet anders kan, is de jacht een optie. Op voorwaar­de dat het gericht, veilig en efficiënt gebeurt.”

Met andere woorden: als een dier een te grote impact heeft op bijvoorbeeld de biodiversiteit en het recreatieve aspect van een natuurgebied, kan het zelfs in dat natuurgebied geschoten worden.

Vreemde redenering, vindt Stijn Bruers, doctor in de wetenschappen (KU Leuven) en de moraalfilosofie (UGent), en auteur van verschillende boeken over dierenrechten. “Als je het zo uitlegt, blijft het belang van de mens toch domineren?”

Een everzwijn heeft het mentale vermogen van een peuter van twee of drie jaar, legt Bruers uit, en net als elk ander levend wezen kan het pijn, angst en andere emoties voelen. “Als het peuters waren die het natuurgebied hadden omgewoeld, zouden we die dan ook doodgeschoten hebben? Noch everzwijnen noch peuters kunnen het zeggen, maar ze hebben allebei een even sterke wil tot leven en geen van beide wil dat er kogels door hun lijf worden gejaagd. Met andere woorden: door een everzwijn te doden omdat het voor ‘overlast’ zorgt, schenden we zijn basisrechten. Vanuit ethisch standpunt is dat discriminatie: we claimen het lichaam van een levend wezen, tegen zijn zin.”

Beeld Bas Bogaerts

Het veelgebruikte argument dat mensen altijd dieren hebben geschoten om vlees te eten, gaat niet meer op, zegt Bruers. “Vroeger, in tijden van armoede, hadden mensen vlees nodig om te overleven. Wij vandaag niet meer. Wij kunnen vlees perfect vervangen. Bovendien: vroeger was het normaal om vrouwen te verkrachten, gaan we die morele vooruitgang dan ook minimaliseren?”

Hart voor de natuur

‘Jagers hebben een hart voor de natuur’, leest de sticker van de Hubertus Vereniging Vlaanderen die achter op de auto van Johan Broeckx plakt. “Juist”, zegt hij, grinnikend. “Meer dan sommige zogenaamde groene jongens, denk ik.”

Al jaren verdedigt Johan de jacht, en hij zal het blijven doen. “Omdat ik weet dat ik een bijdrage lever aan een evenwichtigere natuur. En omdat ik het heel schoon vind om iets uit de natuur te eten dat niet volgespoten zit met medicijnen.”

Dat er toch een en ander aan het veranderen is, zeggen we Johan nog. Steeds meer mensen eten minder of geen vlees. “Klopt”, zegt hij. “Maar dieren zullen voor overlast blijven zorgen. En dus blijven wij betrokken partij. Meer dan vroeger worden wij als een gesprekspartner gezien. Daar moeten we het everzwijn eigenlijk voor bedanken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234