Woensdag 28/07/2021

Even een blokje om in Kinshasa

Als we de verkopers vragen of ze documenten kunnen voorleggen die bij de diamanten horen, schaterlachen ze. 'Wij hebben dat niet nodig.' 'Ici', wijst een van hen naar zijn ogen: 'Mes appareils de controle'

Een straat voorbij Hotel Memling, waar de Belgische regeringsdelegatie logeert, speelt het Kongolese conflict zich af op de stoep. Diamantkopers goochelen met duizenden dollars. Wat verderop snuiven kinderen lijm op een stuk karton. Maarten Rabaey vanuit Kinshasa.

'Willen jullie kopen? Kom maar mee." De gids is een van de tussenpersonen die in het centrum van Kinshasa heeft postgevat voor een van de comptoirs, de diamantbalies. In de twee slenterende blanken ruikt hij groot wild. Voor elke geslaagde verkoop strijkt hij een klein percentage op. We wandelen voorbij de officiële comptoirs en worden de trap op gestuurd, waar de openzwaaiende stalen deur wordt vastgehouden door een vervaarlijk uitziende kleerkast.

Twee kamers verder zitten een paar pafferige mannen languit in de zetel. Rechts van hen, op een bureautafel, fonkelen honderden sterretjes. Het is de weerkaatsing van het kunstlicht op hun handelswaar: een dozijn hoopjes ruwe diamant. Hier ligt voor honderdduizenden dollars op tafel. De handelaren spreken Arabisch met elkaar, bekijken de bezoekers wantrouwig. Het zijn Libanezen, die het leeuwendeel van de diamantmarkt in Kinshasa controleren.

Ze verwijzen ons voor elke discussie door naar hun "hoofdzetel". Dat is een onopvallend gebouw naast het hoofdkwartier van de Waarnemersmissie van de Verenigde Naties in Kongo (Monuc). Als je het niet zou weten, zou je denken dat het gebouw een verlengde is van de Monuc-kazerne. Het is beschermd met haast identieke rollen prikkeldraad.

De Libanezen hebben hun epicentrum goed gekozen: dit is een van de best bewaakte straten van Kinshasa. En we komen er dus niet in. Onze gids kan geen geloofsbrieven voorleggen van onze werkgever. Volgende keer beter, zegt hij, garanderend dat binnen "wel het honderdvoudige ligt van de diamant die we een fractie eerder hadden gezien".

Om een idee te krijgen van de waarde van een klein steentje volstaat het om wat rond te struinen in de straten in de buurt van Hotel Memling, waar gisteren premier Guy Verhofstadt, minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel en staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Boutmans aankwamen voor hun officieel bezoek naar aanleiding van de 41ste onafhankelijkheidsverjaardag van Kongo. Het is een onafhankelijkheid van twee werelden.

Op nauwelijks driehonderd meter van een roedel slapende chegués (straatkinderen) haalt een jongeman op de stoep een ruwe diamant uit zijn broekzak en gooit hem achteloos op een tafel. Zowel de kinderen als de diamanten liggen op een kartonnetje. Naar de kinderen kijkt niemand om. Rond de jongeman troepen nieuwsgierigen samen.

"7500", tikt de jongeman in op de rekenmachine van de handelaar, een dikke Kongolees in smetteloos pak. Dollars. Meer dan 350.000 frank vraagt hij zwijgzaam voor het steentje, dat door de handelaar als een snoepje in de hand wordt genomen, wordt bekeken met een loep, op een weegschaaltje wordt gelegd en nogmaals wordt betast. "Mooi, maar met foutjes binnenin", zegt hij. "3150", calculeert hij. Minder dan de helft, maar toch nog bijna 150.000 frank. "Jammer, te weinig", zegt de jongeman, waarop hij vraagt of iemand anders geïnteresseerd is.

De jongeman heeft de steen naar Kinshasa gebracht vanuit Temko, op de grens met Angola. Hij werkt voor een tussenpersoon, die werkt voor een opdrachtgever wiens naam hij niet kent. De diamanthandel is hier een handel zonder namen. Het liefst ook zonder vragen. De jongeman verdwijnt in de richting van een grote comptoir, die luistert naar de naam IDI Diamonds.

IDI Diamonds is de Israëlische diamantfirma met wie wijlen president Laurent-Désiré Kabila een exclusiviteitscontract afsloot voor de export van alle ruwe diamant in Kongo, een miljardenbusiness. De straathandelaren verlegden hun activiteiten daarop naar de overzijde van de stroom, naar het naburige Brazzaville, dat plots uit het niets een maandelijkse diamantexport liet noteren van zestig miljoen dollar per maand.

De grote Libanese comptoirs keken door het IDI-monopolie echter aan tegen een bankroet. Onder de Kongolese straatverkopers doet daarom het gerucht de ronde dat de Libanezen het complot beraamden om in januari president Kabila te vermoorden. Ze zouden hebben samengespannen met Edy Kapend, de vleugeladjudant van de president, die volgens de officiële versie de vermoedelijke moordenaar (de lijfwacht en ex-kindsoldaat Rachidi Kasereka) doodschoot. Kapend zit nu vast op beschuldiging van de moord op elf Libanezen, die na de aanslag op vader Kabila door zijn manschappen werden omgebracht. Het verhaal gaat dat Kapend bang werd en lastige getuigen uit de weg wou ruimen.

De straatverkopers laten de samenzweringstheorieën voor wat ze zijn. Ze zijn wat blij dat de nieuwe president Joseph Kabila recentelijk de diamantmarkt opnieuw liberaliseerde. "Hier is voor elk wat wils", zegt een van de opkopers. "We hebben 32 kwaliteiten diamant uit Mbuji-Mayi, 24 kwaliteiten uit Tshikapa, industriële diamant uit Kananga en zelfs uit Angola."

Wereldwijd is een VN-embargo van kracht tegen "conflictdiamant". Dat wil zeggen: diamant die gewonnen is in de gebieden van de Angolese rebellenbeweging Unita. Het embargo moet vermijden dat de beweging er zijn oorlogsinspanningen mee kan financieren. Onder Mobutu was Kinshasa de draaischijf van de diamanthandel. Sinds de Kabila-dynastie militaire steun kreeg van de Angolese president José Edouard Dos Santos verlegden ze hun activiteiten, maar niemand garandeert dat ze niet meer via Kinshasa handelen.

In tegenstelling tot Angola is in Kongo nog geen systeem van kracht dat verplicht dat originecertificaten meereizen met de steentjes, hun identiteitskaart zeg maar. Als we de verkopers vragen of ze papieren kunnen voorleggen die bij de diamanten horen, schaterlachen ze. "Wij hebben dat niet nodig. Wij zijn geboren in de mijnstreken. Wij herkennen de diamantsoorten." 'Ici', wijst een van hen naar zijn ogen. "Mes appareils de controle."

De kopers op straat mogen dan wel kenners zijn, binnenskamers drijven ze vooral handel met buitenlanders die géén vragen stellen over de herkomst. "Naast de Libanezen doen we ook rechtstreeks zaken met Belgen. Veel diamant belandt in Antwerpen."

Officieel zijn de Kongolese steentjes die in de Antwerpse Pelikaanstraat verkocht worden geen conflictdiamant, maar wat blijkt: het is geen geheim dat de Kongolese regering haar oorlog tegen de inval van Rwanda en Oeganda financierde met de opbrengsten van staatsdiamantmijnen. Het Kongolese leger teert op de diamantconcessie van Kwango, op de grens met Angola. De militaire steun van Zimbabwe wordt afgekocht met diamantconcessies in en in de buurt van Mbuji-Mayi.

Na een recent vernietigend rapport van deskundigen van de VN-Veiligheidsraad over de plundering van de grondstoffen in Kongo zullen nu misschien net zoals in Angola en Sierra Leone stringente controlemaatregelen worden opgelegd aan de strijdende partijen. Het vredesproces van Lusaka biedt een sprankel hoop dat de buitenlandse troepen in Kongo zich zullen terugtrekken.

Maar of de Kongolese bevolking daarmee 41 jaar na haar politieke onafhankelijkheid haar economische onafhankelijkheid zal krijgen, is helaas nog lang niet zeker. "Waarom? Onder de Evenaars-provincie, grotendeels bezet door rebellen, zit een gigantische hoeveelheid onontgonnen petroleum. Onder de oostelijke Kivu-streek zit een miljard kubieke meter gas...", vertrouwde de Kongolese politicus Oscar Mudiay ons deze week toe. "Als de oorlog iets geleerd heeft, is het dat we veel rijker en begeerder zijn dan we dachten. Alleen zitten de meeste Kongolezen er nog steeds als clochards bij."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234