Vrijdag 04/12/2020

Eva Gronbach heeft de arend als logo gekozen en ze speelt met de Duitse driekleur, een manier om in haar moederland tegen heilige huisjes te schoppen. Maar de frêle jonge vrouw ontwierp ook de nieuwe uniformen voor de Thalystrein, die het personeel vana

Door Agnes Goyvaerts

Dat ze de opdracht van Thalys zou krijgen, stond in de sterren geschreven. Tien jaar geleden was Eva een van de eerste klanten van de rode trein. Ze pendelde ermee tussen haar woonplaats, Keulen, en Brussel, waar ze zich had ingeschreven aan de modeschool van La Cambre. "In Duitsland had ik een kleermakersopleiding gevolgd, daarna wilde ik verder de artistieke kant van de mode ontwikkelen, en ik twijfelde tussen Saint Martin's in Londen, de Academie van Antwerpen en La Cambre", vertelt ze. "Ik heb de toelatingsproef gedaan in de twee Belgische scholen en was voor allebei geslaagd. Maar in Antwerpen waren toen al verscheidene Duitse studenten, en ik hou er niet van om met de stroom mee te gaan. Bovendien had ik het gevoel dat het 'Antwerpse moment' voorbij was. Daarom heb ik voor Brussel gekozen, en daar heb ik geen moment spijt van gehad. In La Cambre is men heel erg toegespitst op het artistieke, precies wat ik nodig had. Doordat ik al een andere opleiding had gevolgd, was ik ouder dan de meeste studenten en had ik het gevoel dat er echt naar mij werd geluisterd. Ondertussen had ik mijn contacten in Antwerpen, ik stak een handje toe voor andere Duitse studenten, en ik liep mee in de defilés, onder meer voor Bernhard Willhelm."

Tegen de stroom in

Na haar studies aan La Cambre trok Gronbach naar Parijs, om zich aan het Institut Français de la Mode (IFM) te vervolmaken. En weer zat ze vaak op de Thalys. Een van haar collecties uit haar studietijd doopte ze 'Aller-Retour' als eerbetoon aan de trein. "De Thalys was een inspiratiebron voor me", vertelt ze, "voor mij is de rode trein synoniem van een concreet Europa. De trein slaat bruggen tussen stadscentra, je ontmoet er mensen, je wisselt ervaringen uit. Ik was dan ook verheugd toen ze me vorig jaar uitnodigden om mee te werken aan de nieuwe look van de Thalys."

In Parijs en Londen liep ze stage in grote huizen, onder meer bij Hermès en hoedenmaker Stephen Jones. Haar 'grote stage' was bij het Japanse huis Yohji Yamamoto. Toen haar periode om was, vroeg men haar om definitief te blijven werken. "Ze stelden me voor om in Londen een bureau voor Yohji Yamamoto te openen, met zes mensen onder mij. Dat leek me nu niet precies waar ik heen wou met mijn carrière, maar het gaf me wel zelfvertrouwen. Ik dacht: als Yamamoto me dit vraagt, zal ik nog niet zo slecht zijn."

Terug naar de roots

In de plaats daarvan keerde ze terug naar Duitsland en begon ze te werken aan eigen collecties. "Naar Keulen, ja, niet naar Berlijn, want daar ging 'iedereen' naartoe, en weer wou ik tegen de stroom inroeien. Maar ik vond wel dat ik aan Duitsland iets moest teruggeven. Ik denk dat ik in mijn manier van ontwerpen heel 'Belgisch' ben. Ik werk met thema's, rond een verhaal. Maar die thema's zijn wel Duits, want dat zijn mijn roots. In Duitsland kent men die manier van werken niet in de mode. Men is daar extreem marktgericht. Men kijkt: waar is er een gat in de markt, en men vult dat op. Dat was ook de reden waarom ik aanvankelijk uit Duitsland weg wou, de modewereld was er hoogst oninteressant. Maar na mijn Europese omzwervingen kon ik het weer aan. Mijn eerste collectie in 2001 heette 'Déclaration d'amour à l'Allemagne', een echte liefdesverklaring aan Duitsland." Ze hield vol, plaatste adelaars op transparante bloesjes en de Duitse driekleur op truien en broeksriemen. De naam van haar collectie 'Mutter Erde Vater Land' in 2003 spreekt ook boekdelen. Vorig jaar droeg ze haar werk op aan de cabaretier Karl Valentin. Recent richtte ze het accessoiremerk 'Eva de Cologne' op. "Ik zie mode niet als iets oppervlakkigs", zegt de ontwerpster, "mensen zijn daar te dierbaar voor." Haar jongste project heet 'German jeans' en heeft opnieuw een diepe band met haar land. "In Duitsland zijn veel mijnen gesloten, dat heeft enorme sociale drama's veroorzaakt. Ik heb grote voorraden van oude mijnwerkerskleding opgekocht en heb daaruit nieuwe stukken gemaakt voor mannen en vrouwen. Weet je, tegenwoordig maken ze jeans uit nieuwe stoffen waar ze dan gaten en scheuren in maken, of vlekken, bij mij zit dat vorig leven er al in. De katoenen stoffen zijn ook heel zacht geworden van het vele wassen." De jeanscollectie werd voor het eerst getoond op de beurzen van Keulen en Berlijn in 2007 en kreeg direct bijval. Naast de bestaande mijnwerkersbroeken stopt Eva er ook nieuwe blouses en hesjes in, aansluitend bij de doorleefde kleren. In de toekomst wil ze New York en Parijs veroveren. "Ik heb mijn eigen universum gecreëerd in Keulen, nu wil ik dat ook elders doen." n

info www.evagronbach.com

ROOD 'Voor mij is de rode trein synoniem van een concreet Europa. De trein slaat bruggen tussen stadscentra, je ontmoet er mensen, je wisselt ervaringen uit. Ik was dan ook verheugd toen ze me vorig jaar uitnodigden om mee te werken aan de nieuwe look van de Thalys', aldus Gronbach.

duits-belgisch 'Ik denk dat ik in mijn manier van ontwerpen heel 'Belgisch' ben. Ik werk met thema's, rond een verhaal', vertelt Gronbach. 'Maar die thema's zijn wel Duits, want dat zijn mijn roots.'

Tien jaar geleden was Eva Gronbach een van de eerste klanten van de rode trein

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234