Vrijdag 09/12/2022

Euthanasie en dementie: tussen Vermeersch en Claus

De fundamenten en principes van de huidige euthanasiewet blijven het best bewaard. Zelden had een wet zo'n positieve invloed op het welzijn van mensen

Patrik Vankrunkelsven licht de euthanasiewet door

@5 INFO Opinie:Patrik Vankrunkelsven is LEIF-arts en Open Vld-senator.

De euthanasiewet bestaat nu bijna zes jaar, uit de toepassing en niet-toepassing kan men lering trekken. Het is dus niet onlogisch dat er stemmen opgaan om de wet aan te passen, te verbeteren. Als arts, LEIF-arts en politicus heb ik het ontstaan en de toepassing van de wet op de voet gevolgd en blijf ik erbij dat het een goede wet is, waarvan de fundamenten het best onaangeroerd blijven. Tot nu toe is er één wet gestemd die een modaliteit wijzigde: onder impuls van Annemie Van de Casteele werd de rol van de apotheker bij het afleveren van euthanatica beter omschreven, deze wet is spijtig genoeg nog niet volledig uitgevoerd. Moeten er nog wijzigingen worden aangebracht?

1 Met betrekking tot de 'afdwingbaarheid' van de wet zijn er ontegensprekelijk problemen. Sommige patiënten vinden dat ze recht hebben op euthanasie maar vinden geen geneesheer die daaraan tegemoet wil komen. Een verplichte doorverwijzing zal dat probleem niet verhelpen. De wet voorziet dat patiënt en arts beiden tot de overtuiging moeten komen dat euthanasie de beste oplossing is. Doorverwijzing zal dat probleem zelden oplossen, omdat het hier meestal gaat om psychiatrische aandoeningen waarbij de arts zeer moeilijk de draagwijdte van het lijden en de behandelbaarheid van de klachten kan inschatten. Dat probleem mag niet verward worden met artsen die uit principe geen euthanasie wensen toe te passen, zij zijn natuurlijk verplicht om dat onmiddellijk aan de patiënt kenbaar te maken. Een groter probleem is dat artsen vaak te laat overgaan tot euthanasie of uit onwetendheid de vraag afhouden. Het uitbreiden van het systeem van LEIF-artsen en de opleiding kunnen daar veel problemen oplossen.

2Ziekenhuizen die met 'zachte dwang' verhinderen dat hun artsen euthanasie toepassen mengen zich in een wet die de verhouding regelt tussen arts en patiënt; met betrokkenheid van het verplegende team en de familie. In principe moet de behandelende arts in alle vrijheid en in overleg met de patiënt oordelen over euthanasie. Het ziekenhuis mag zich niet mengen in dat recht voor arts en patiënt. Uit vrees voor represailles van de directie (en soms uit gemakzucht) grijpen artsen dan naar de 'palliatieve sedatie', waarbij patiënt in slaap wordt gespoten en men de dood laat intreden. Dat is een slechte evolutie. Maar een soort euthanasiebrigade van artsen invoeren in ziekenhuizen om dat euvel op te lossen, lijkt me niet het goede antwoord op dat probleem. Een overleg met de sector en als dat niks oplevert een expliciete strafmaat voor instellingen of mensen die een normale uitvoering van de wet belemmeren geniet mijn voorkeur.

3Voor kinderen met een beoordelingsvermogen is er vandaag geen euthanasie mogelijk, onder meer de Orde van Geneesheren wees al op die ongerijmdheid. In Nederland regelde men die problematiek vanaf de leeftijd van twaalf jaar. Veel kinderartsen oordelen dat zelfs jongere kinderen voldoende maturiteit hebben om een evenwichtige beslissing te nemen. De arts kan samen met de ouders oordelen in hoeverre de vraag van een kind weloverwogen en gegrond is. Als er een onderdeel van de wet is die een regeling behoeft dan is het wel dit onderdeel. Wat nog jongere kinderen betreft en de pasgeborenen: hier kan men niet spreken van euthanasie omdat euthanasie een bewuste vraag van een patiënt moet zijn. Niettemin bestaan er problemen in die leeftijdsklasse. Een regeling bij wet lijkt moeilijk in overeenstemming te brengen met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een protocol tussen artsen en de rechterlijke macht kan wel meer rechtszekerheid brengen (cfr. het Groningenprotocol).

4Moeilijker ligt het debat over dementie. Een grote meerderheid van mensen die we ontmoeten, maken voor zichzelf op dat ze niet oneindig willen aftakelen. Ook in Nederland, waar de ervaring met euthanasie allang bestaat, geraakt men niet uit dat dilemma. In ons land bestaat veel steun voor wat ik de stelling Etienne Vermeersch zou durven te noemen: het lijden bestaat bij de nog gezonde mens die denkt aan een eventuele dementie en hij beslist om een momentum vast te leggen (bijvoorbeeld het moment dat ik mijn naaste familie niet meer herken) om de euthanasie te laten voltrekken. Dat zou ik voor mezelf ook wel willen. Maar moet een arts dan een eventueel goedgemutste demente bejaarde doden? Om maar een van de vele obstakels te noemen. Een andere oplossing, waarvan we vermoeden dat Hugo Claus ze toepaste, past binnen de huidige wet: na een voorafgaande vraag beslist een demente gedurende het proces zelf tot euthanasie. Dement word je niet van vandaag op morgen, het is een proces met vele fasen. Maar in dat geval zal euthanasie misschien relatief vroeg worden toegepast: op een moment dat er toch nog bewust en aangenaam leven te verwachten is. Met andere woorden, euthanasie volgens het principe-Vermeersch zal meestal 'later' worden toegepast dan volgens het principe-'Claus', maar het geeft veel meer problemen in de uitvoerbaarheid. Dit debat is boeiend en nodig. Ik heb echter het gevoel dat het moeilijk is voor de wetgever om daar vandaag al een standpunt over in te nemen.

5Er zijn nog andere aandachtspunten, zoals de 'hulp bij zelfdoding' (het gaat hier niet om medische hulp bij een zelfmoord, maar om een vorm van euthanasie waarbij de patiënt zelf de euthanatica inneemt). Dat probleem is minder dringend, omdat het door de commissie die toeziet op euthanasie aanvaard wordt als een vorm van euthanasie. De wet zou in dat opzicht klaarder geformuleerd kunnen worden, maar deze ingreep zal op het terrein weinig verschil maken.

Er is dus stof om het euthanasiedebat aan te gaan. Misschien moeten we in een eerste fase die zaken wettelijk proberen te regelen waar er een breed maatschappelijk draagvlak voor bestaat, zoals kinderen die bewust de wil te kennen geven dat ze een einde willen maken aan een lijdensweg zonder uitzicht op herstel. Het is ook duidelijk dat veel mensen worstelen met het gegeven van dementie en de aftakeling niet wensen te ondergaan, die lijden onder die gedachte. De huidige wetgeving laat mijn inziens ruimte voor euthanasie in die situatie, maar die opening is eng en betwist. Andere mogelijkheden stuiten echter op veel vraagtekens en het is misschien nog vroeg om daar als wetgever nu al besluiten uit te trekken. Meer maatschappelijk debat en wetenschappelijke inzichten zijn daartoe nuttig. Voor de gebrekkige toepassing van de huidige wet (onwennigheid, onwetendheid bij artsen) is meer steun voor initiatieven zoals de LEIF-atsen van Wim Distelmans, ook aan Franstalige kant, noodzakelijk. Onwilligheid van instellingen die de toepassing van een wet belemmeren, is onaanvaardbaar. Overleg in de eerste plaats en zo nodig wetgevende initiatieven in de richting van de instellingen lijken me opportuner dan het instellen van een soort euthanasiebrigade in de ziekenhuizen.

Het weze duidelijk dat de fundamenten en principes van de huidige euthanasiewet het best bewaard blijven. Zelden had een wet zo'n positieve invloed op het welzijn van mensen: ook al is het relatief zelden nodig, onderzoek wijst uit dat minstens tienmaal zoveel patiënten als die bij wie effectief euthanasie werd toegepast het overwogen en besproken met de arts. Daardoor is er zoveel meer gemoedsrust voor het levenseinde en transparantie gekomen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234