Woensdag 05/08/2020

Eurovisiesong

Eurosong: een feest van clichés

Conchita Wurst zei bij haar overwinning vorig jaar wel zinnige dingen, en ze besefte dat ze een rolmodel was voor een grote groep mensen. maar herinnert iemand zich nog hoe haar liedje ging?Beeld EPA

Volgende week viert het Eurovisiesongfestival zijn zestigste verjaardag in Wenen. Hoewel dat festival zijn beste tijd wel heeft gehad, blijft het over de tongen gaan. Tijd om een zestal gangbare clichés te toetsen aan de waarheid.

1. Meer show dan muziek

Het Eurosongfestival begon in 1956 als een liedjeswedstrijd. Létterlijk: een competitie waar het niet om de performers of de deelnemende landen draaide, maar de songs zélf centraal stonden. Het concours werd gemodelleerd naar de beeltenis van het festival van San Remo, een liedjeswedstrijd die vijf jaar eerder was ontstaan in Italië en tot vandaag nog steeds jaarlijks wordt georganiseerd.

Het idee kwam van Marcel Bezençon, de Zwitserse voorzitter van de European Broadcasting Union. Die wilde Europa, dat op dat moment nog volop herstelde van de Tweede Wereldoorlog, weer samenbrengen middels een avond vol lichtvoetig entertainment. Meteen een technisch huzarenstukje trouwens, want destijds stond live televisie nog in zijn kinderschoenen, en een programma dat rechtstreeks over de grenzen heen zou worden uitgezonden, was op dat moment ongezien.

Niettemin werd dat eerste Eurovisiesongfestival vooral een radioprogramma, al werd de avond wel door een paar camera's op beeld vastgelegd voor de weinige Europeanen die op dat moment al over een televisietoestel beschikten. Op de eerste editie in Lugano waren zeven landen vertegenwoordigd, waaronder België. Ze stuurden elk twee liedjes in, waarvan het merendeel door verschillende performers werd vertolkt. Volgens het reglement mochten de songs niet langer zijn dan drieënhalve minuut. Ook werden enkel solozangers en -zangeressen toegelaten, die hun lied live moesten vertolken met behulp van een 24-koppig orkest.

'Refrain', een nummer van Géo Voumard en Emile Gardaz, vertolkt door de Zwitserse Lys Assia, won het eerste Songfestival in eigen land, maar het duurde nog twee jaar voor het Songfestival een echte classic oplevert met 'Nel blu, dipintu di blu'. Zegt u niet meteen iets? Onder de titel 'Volare' werd het een wereldhit, en later gecoverd door onder anderen David Bowie, Frank Sinatra, Dean Martin en Louis Armstrong. Detail: tijdens de liedjeswedstrijd zélf werd het nummer pas derde.

In de jaren zestig leverde het festival hits op die decennia later nog steeds in het collectieve geheugen staan gegrift. 'Zwei kleine Italiener' van Conny Froboess bijvoorbeeld. 'Poupée de cire, poupée de son' door France Gall. En 'Puppet on a String' natuurlijk, nog steeds het nummer waarmee Sandy Shaw vandaag het vaakst mee vereenzelvigd wordt.

Zangeres Trijntje Oosterhuis toon de jurk voorafgaand aan de repetitie voor het Eurovisiesongfestival in de Oostenrijkse stad Wenen.Beeld BELGA

2. Enkel homo's geven er nog om

Dergelijke classics levert het Songfestival al jaren niet meer op. Dat het volgens het reglement niet langer expliciet om de liedjes draait, maar vandaag vooral de evenementswaarde wordt uitgespeeld, spreekt wat dat betreft boekdelen. Meer nog: de voorbije tien jaar is eigenlijk alleen 'Euphoria' van de Zweedse Loreen een échte international hit geweest. En dat nummer zou wellicht ook zonder de wedstrijd goed gescoord hebben. Maar ook daar moet een kanttekening geplaatst worden. Van het veertigtal liedjes dat elk jaar meedingt naar de overwinning zijn er altijd een paar die wél het onthouden waard zijn. Denk aan 'Le dernier qui a parlé' van Amina. Of 'To nie ja' van de Poolse Edyta Gorniak. "De diamanten hangen niet aan de kraal met de zestig overwinningen", vindt ook Raf Van Bedts, hoofdredacteur van eurosong.be. "Daarvoor moet je iets dieper in het juwelenkistje graven."

Je kunt er niet omheen: de populariteit van het songfestival is, zeker in West-Europa, al jaren tanend. Het blijft, met om en bij de 130 miljoen kijkers, wel een van de populairste televisie-evenementen ter wereld. Maar de tijd dat 1,8 miljoen Vlamingen voor hun televisietoestel zaten om Xandee 'One Life' te zien zingen, is voorbij.

Dat heeft minder te maken met de kwaliteit van het programma dan met het feit dat het medialandschap vandaag veel verbrokkelder is dan in de jaren zeventig en tachtig. Toen kon je op vrijwel elk kanaal naar de liedjeswedstrijd kijken. En wie het festival niét uitzond, programmeerde er bewust niets noemenswaardigs tegenover. Sindsdien zijn er in elk land tientallen zenders bijgekomen, en moet de kijkerskoek dus over meer gegadigden verdeeld worden.

Beeld Courtesy Galerie Daniel Templon

Zijn het dan vooral homo's die toch trouw op post blijven, zoals vandaag vaak gezegd wordt? Van Bedts stelt dat eerder het tegendeel waar is. "In de zaal en in het persdorp zijn de homo's absoluut in de meerderheid, dat is waar. Ik zeg altijd: aan dames geen gebrek, maar er zouden wel wat meer vrouwen mogen zijn. De overwinningen van Dana International en Conchita Wurst waren ook echt een opsteker voor de homogemeenschap. Maar die overwinningen hadden ze wél te danken aan hetero's. 9 à 10 procent van de bevolking is homoseksueel, dus mathematisch is het onmogelijk dat zij het merendeel van de stemmen aanleveren. Trouwens: je moet al die eurosongpolls vooraf nooit geloven, want daar wint altijd diegene die het meest uitgesproken homo is, of het meeste toeters en bellen meeheeft. De winnaar wordt doorgaans bepaald door de grootste gemene deler." In dat geval maken Zweden en Italië dit jaar het meeste kans om de winnaar te leveren.

3. Het is allemaal vriendjespolitiek

Wedden dat Noorwegen weer twaalf punten aan Zweden geeft? En dat Turkije de hoogste score van Duitsland zal krijgen? Een van de meest gehoorde kritieken op het Eurovisiesongfestival is dat het één grote oefening in vriendjespolitiek is. "Een dooddoener", vindt Van Bedts, "die bij ons vooral gebruikt wordt om het eigen falen te verdoezelen."

Nu, dat het fenomeen van de burenstemming een rol speelt valt niet te ontkennen. Dat is op zich ook niet onlogisch. De culturele verschillen tussen de Scandinavische landen zijn klein, en de meeste artiesten die ze insturen zijn sowieso al populair bij de rechtstreekse buurlanden. Verwante gebieden hebben verwante smaken. Hetzelfde geldt voor de zes balkanlanden. Tel hun punten bij elkaar, en je hebt meteen een fond gelegd voor een goed resultaat op het finale scorebord.

Beeld Getty Images

De Vlaamse inzendingen hebben dus vooral het nadeel dat ze eigenlijk alleen van Nederland een duwtje in de rug kunnen krijgen. Los daarvan: de zogenaamde diasporastemming, waarbij bijvoorbeeld de Turkse omroep op grote schaal mobiliseert om bij landgenoten in het buitenland zoveel mogelijk stemmen te ronselen, is een bekend fenomeen. Ook Griekenland en Armenië moedigden het georganiseerd stemmen lang aan. Het verklaart waarom België zijn twaalf punten jarenlang aan Armenië gaf.

"Er werd gestemd op het land, niet op het lied. Daarom werd het reglement in 2010 bijgestuurd, met minder omstreden winnaars tot gevolg. Televoting bepaalt vandaag nog maar 50 procent van de stemmen. De andere helft is afkomstig van een vakjury." Die is evenwel ook niet altijd zuiver op de graad, weet VRT-journalist André Vermeulen. "Zeker in Oost-Europa merk je dat ook die jury de hoogste punten meestal aan bevriende landen geeft. Bij de ex-Sovjetstaten zie je dat heel duidelijk. Anderzijds: in West-Europa stelde ik vorig jaar dan weer vast dat de vakjury omgekeerd redeneerde. Ook de Belgische, trouwens. Armenië en Polen werden meteen op de laatste plaats gezet, terwijl die zeker geen slechte nummers hadden ingezonden. Er werd een omgekeerde redenering toegepast: die landen krijgen traditioneel veel punten, dus we zullen preventief maar meteen wat tegengewicht bieden. Beetje pervers."

4. Belgen zijn Eurosonglosers

Tom Dice behaalde in 2010 met het intieme 'Me and My Guitar' de zesde plaats tijdens de finale in Oslo, meteen het beste resultaat ooit voor een Vlaamse inzending. Mooie prestatie uiteraard. Maar tegelijk valt het niet te ontkennen dat het voor de Vlaamse omroep een buitengewoon pover resultaat is op zestig jaar Songfestival. Louis Neefs, Dream Express en Bob Benny eindigden ook nog in de top tien. Maar dat is het zo wat.

Tom Dice.Beeld REUTERS

Wallonië doet, met een eerste plaats voor Sandra Kim en een tweede voor Urban Trad, aanzienlijk beter. Ter vergelijking: Ierland won de wedstrijd liefst zéven keer. Zelfs het onooglijke Luxemburg haalde vijf keer de eerste plaats. "Het ontbreekt ons aan ambitie", stelt Vermeulen. "Kijk naar Nederland: daar heeft Anouk zich zélf kandidaat gesteld. Een topartieste, die bovendien een sterk nummer had. En goed scoorde. Vorig jaar ging Ilse DeLange, eveneens een gerespecteerde zangeres, die op een haar na won. En dit jaar sturen ze met Trijntje Oosterhuis wéér een grote artieste, al valt ze voorlopig meer op door haar naveldiep decolleté dan met het nummer, dat dit keer toch wat minder overtuigt. Maar het is dankzij de inzet van Anouk dat Nederland weer meetelt.

"Bij ons zou dat ook kunnen. Een band als Hooverphonic zou perfect kunnen schitteren op zo'n festival. Alleen: de VRT heeft het lef niet om dergelijke artiesten te vragen. De omroep wil bovendien te veel controle behouden, en dat pikken écht grote artiesten uiteraard niet. En dus sturen ze onbekende namen. Zoals Iris, een paar jaar geleden. Maar geloof me: als je geen ervaring hebt en je wordt op zo'n immens podium geduwd, dan wréékt dat zich", zegt André Vermeulen.

Voor Van Bedts is de verklaring voor het gebrek aan Vlaams succes nog erger. "De VRT heeft het gewoon aan zichzelf te danken. De openbare omroep organiseert pré-selecties, maar eigenlijk is dat vermomde uitlachtelevisie. Want waarom kijken ze? Voor de krasse oneliners van Marcel Vanthilt of zijn opvolger. Maar er wordt zelden of nooit voor het beste lied gekozen. Meestal gaat de underdog, want dat heeft de Vlaming graag. De gevolgen zijn bekend."

Over de Waalse kandidaat van dit jaar zijn zowel Vermeulen als Van Bedts het eens: Loïc Nottet is een goeie zanger met een zeer behoorlijk lied. Maar de visuele vormgeving staat nog niet op punt.

Onze landgenoot Loïc Nottet zingt zijn lied 'Rhythm Inside' vanavond, tijdens de eerste halve finale (om 21u op Eén). De tweede halve finale vindt nu donderdag plaats. De finale volgt op 23 mei, en is rechtstreeks te volgen op Eén.

Lordi, de winnende inzending van Finland in 2006.Beeld AFP

5. De winnaar wordt meteen vergeten

Wie oud genoeg is om zich de jaren zestig, zeventig en tachtig nog te herinneren, weet dat het Eurovisiesongfestival lang een échte kweekvijver was voor hits. De weken na het festival werd de Top 30 overspoeld met songs die het op die bewuste avond goed hadden gedaan, en vaak bleven ze nadien nog weken in de charts hangen. Nu stapt de winnaar in de meeste gevallen alweer de vergetelheid in terwijl de aftiteling nog over het scherm loopt.

Wie herinnert zich vandaag Marija Šerifovi, Lena of Ell & Nikki nog? Nochtans allemaal winnaars van recente edities. Doet de naam Dima Bilan nog een belletje rinkelen? Of weet u nog met welk nummer Alexander Rybak won in 2009? De tijd dat een overwinning op het Songfestival nog écht impact had, ligt intussen al weer even achter ons. Dat komt omdat de nadruk de jongste decennia steeds meer verschoven is van de song naar de show. Of naar de bizarre verschijning van de performers.

Zéker: de overwinning van Conchita Wurst leverde vorig jaar mooie televisie op. Een man met een baard in vrouwenkleren, dat hadden we nog niet gehad. Dat de Oostenrijker tijdens interviews zinnige dingen vertelde, én besefte dat hij voor een hele groep mensen een rolmodel was geworden, leverde goeie quotes op. Maar hoe ging 'Rise like a Phoenix' ook alweer?

Het is ooit anders geweest. ABBA is uiteraard het meest voor de hand liggende voorbeeld, al is de lijst veel langer. Bucks Fizz, Nicole, Toto Cutugno, Céline Dion, Umberto Tozzi & Raf, Secret Garden, Johnny Logan, Vicky Leandros, Nana Mouskouri, Cliff Richard, Udo Jürgens, Lulu: allemaal bouwden ze een internationale carrière uit na, en dus ook dankzij het Songfestival."

Anouk zingt het nummer When Birds Fly tijdens een repetitie voor het Eurovisie Songfestival.Beeld ANP

6. Hopeloos belegen en verouderd

"Dat klopt" zegt André Vermeulen droog. "Het Eurovisiesongfestival is nooit vernieuwend geweest, zelfs niet in het begin. Het was van meet af aan de bedoeling om landen bij elkaar te brengen - nooit meer oorlog en zo - en muziek te brengen die bij een groot publiek in de smaak viel." Dat wilde in eerste instantie vooral zeggen: variété, cabaret en Frans chanson.

Nadien werd heel voorzichtig met echte popmuziek geflirt, en na de klinkende overwinning van ABBA volgde een schijnbaar eindeloze rij klonen die hoopten om de gouden formule van de vier Zweden in hun voordeel uit te spelen. Soms met succes, vaak ook niet.

De Zweedse popgroep Abba zingt 'Waterloo' op het Eurovisiesongfestival in Brighton in 1974.Beeld IMAGEGLOBE

Echte rock heeft nooit veel ruimte gekregen. "Oost-Europa stuurt wel eens rockgroepen, maar ook die klinken keer op keer passé en belegen. En Lordi was gewoon een band met een opvallende show die toevallig ook hardrock speelde. Niet omgekeerd."

Van Bedts nuanceert. "Wat ouderwets is voor ons, wordt in pakweg Roemenië net heel modern gevonden. Het festival is trouwens deels in het leven geroepen als reactie op de toen overheersende popcultuur. En wat zelden verteld wordt: als tv-programma is het Songfestival wél altijd een voorloper geweest: alle nieuwe technische snufjes worden eerst daar uitgetest. Het blijft voor elke omroep een prestigezaak om het festival te mogen organiseren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234