Maandag 19/04/2021

Europese CIA nog niet voor morgen

De Europese CIA bestaat al, zij het in zeer embryonale vorm. De dienst huist in een gebouw van de Europese Raad in de Brusselse Kortenberglaan en luistert naar de neutraal klinkende naam Joint Situation Centre (SitCen). De terreuraanslag in Madrid kan een politieke hefboom zijn om SitCen uit te bouwen tot een volwaardige Europese inlichtingendienst.

Brussel

Eigen berichtgeving

Georges Timmerman

Het kantoor van SitCen lijkt op een krantenredactie op een kalm dagje. De zeven analisten uit zeven verschillende EU-lidstaten die de dienst bemannen (er is geen Belg bij), kijken naar CNN en lezen op hun pc's de binnenkomende berichten van de grote persagentschappen. Dagelijks produceert de dienst syntheserapporten over de probleemgebieden waar de Europese buitenlandse politiek mee te maken heeft, zoals de Balkan en het Midden-Oosten. In tijden van nood kan SitCen fungeren als een crisiscentrum dat de klok rond operationeel blijft. In normale omstandigheden is het een vooral symbolisch bedoeld werkplatform, bestaande uit diplomaten en militaire experts, dat als contactpunt en verdeelcentrum van inlichtingen dient voor de andere onderdelen van de veiligheidsstructuur van de Europese Unie.

Eigen, autonoom inlichtingenwerk, lees: grensoverschrijdend en onafhankelijk van de Navo en de VS, blijft het zwakke punt van het Europese antiterreurbeleid. Maar samenwerking tussen geheime diensten is niet simpel. In eigen land lopen de relaties tussen de staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst al stroef. Wie bijgevolg de Duitse Bundesnachrichtendienst (BND), de Franse Direction Générale de la Sécurité Extérieure (DGSE), de Britse Secret Intelligence Service (SIS), het Spaanse Centro Nacional de Inteligencia (CNI) en de Italiaanse Servizio per le Informazioni e la Sicurezza Democratica (SISD) wil doen samenwerken, staat voor kolossale technische en politieke problemen.

Informele contacten tussen toplui van de Europese geheime diensten functioneren sinds jaar en dag in verschillende vormen, zeker op het vlak van terrorismebestrijding: de Trevi-groep, de club van Bern, de Kilowatt-groep (waaraan ook de CIA, het FBI en de Israëlische diensten deelnemen) en andere schimmige organisaties waarvan het bestaan zelfs niet officieel wordt toegegeven. Maar een gestructureerde, formele samenwerking is nog vrijwel onbestaand. Inlichtingendiensten wisselen onderling vaak op ad-hocbasis gegevens uit, maar dan bij voorkeur in de vorm van kant-en-klare analyses. Ruwe informatie houden ze liever voor zichzelf, want ze zijn als de dood dat andere diensten die informatie zouden kunnen traceren naar de bron ervan. Een gouden stelregel is ook dat diensten die gevoelige informatie krijgen van een andere dienst, die niet zonder toelating van de 'leverancier' mogen doorspelen aan andere diensten. De Europese 'inlichtingendiensten' bestaan momenteel uit vijf eenheden (zie schema). Naast het SitCen is er de Intelligence Division (Intdiv), een onderdeel van de Europese militaire staf (EUMS), bestaande uit 30 militairen die zich toeleggen op militaire operationele inlichtingen ten behoeve van het nog grotendeels fictieve Europees leger. Daarnaast is er het EU Satellite Centre (EUSC), dat inlichtingen van de Europese spionagesatellieten ontvangt en verwerkt. Voorts is er Europol in Den Haag, het samenwerkingsverband tussen de politiediensten van de lidstaten, dat vooral op criminele dossiers werkt.

Al die diensten rapporteren aan Javier Solana, de Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, aan de Europese Commissie en aan het Politiek en Veiligheidscomité (PVC of Cops), bestaande uit diplomaten met de rang van ambassadeur. Het comité werkt onder het gezag van de ministerraad en is verantwoordelijk voor het politieke toezicht en de strategische leiding van crisisbeheersingsoperaties. De militaire arm van het PVC is het EU Militair Comité (EUMC), zeg maar de generale staf van het Europees leger in oprichting. Van enige democratische controle op deze diensten, bijvoorbeeld door het Europees Parlement, is vooralsnog geen sprake. Het statuut van SitCen bijvoorbeeld, opgericht op initiatief van Solana, wordt momenteel door geen enkel rechtsgeldig document geregeld.

Het bestaande instrumentarium van de EU, officieel operationeel sinds de top van Laken in december 2001, is hopeloos ontoereikend. Een kenner vergeleek de Europese 'inlichtingendiensten' met een Zwitsers legermes: "Nuttig voor een veelheid van kleine problemen, maar waardeloos in geval van een operatie op grote schaal." Na de terreuraanslagen in Madrid lijkt een nieuwe stap in de richting van een Europese CIA onvermijdelijk.

Begin deze week beslisten de Europese ministers van Buitenlandse Zaken alvast dat Solana zijn rapport over de integratie van het Europese inlichtingenwerk versneld zal afwerken. Dit rapport moet tegen de Europese top van juni op tafel liggen en concrete voorstellen bevatten om "de inlichtingencapaciteit, over alle aspecten van de terroristische dreiging, te integreren". In diplomatieke kringen wordt de formulering gezien als een aansporing om het SitCen verder uit te bouwen. De leiding van SitCen is momenteel in Britse handen, wat zou verklaren waarom Groot-Brittannië verkiest dat SitCen en niet Europol zou uitgroeien tot het zenuwcentrum van de Europese inlichtingendienst. Duitsland en Frankrijk zijn meer voorstander van een eersterangsrol voor Europol.

Recente studies van het Institute for Security Studies (ISS), de West-Europese Unie (WEU) en de Brusselse Groupe de recherche et d'information sur la paix et la sécurity (GRIP) zijn het erover eens dat de EU geen nieuwe diensten nodig heeft, maar dat er moet worden gesleuteld aan de bestaande organen, vooral aan SitCen en Europol. Het belangrijkste dilemma daarbij is dat veel Europese lidstaten voor hun inlichtingen afhankelijk zijn van de VS. Groot-Brittannië is bovendien via een speciale gepriviligeerde relatie vastgeklonken aan de Amerikaanse inlichtigendiensten en werkt bijvoorbeeld volledig los van de andere EU-landen samen met de VS in het wereldomvattend satellietspionagenetwerk Echelon.

"Gegeven de huidige afhankelijkssituatie", stelt het ISS, "is het haast onmogelijk om een onafhankelijke Europese inlichtingendienst op poten te zetten." Het lijkt immers irrationeel dat een land inlichtingen met andere lidstaten gaat uitwisselen "als het daardoor het risico loopt dat de inlichtingenstroom uit de VS vermindert of opdroogt". Het dilemma kan volgens de ISS enkel opgelost worden als de toekomstige Europese CIA inlichtingen kan verzamelen die ook voor de VS een meerwaarde hebben zodat de inlichtingenruil kan worden voortgezet, maar dan op het niveau van de EU.

Sommige plannenmakers hebben zo'n interface met de Navo en de VS trouwens al voorzien. Het Centre for the Democratic Control of Armed Forces (DCAF) in Genève, een denktank die aanleunt bij de westerse inlichtingendiensten, publiceerde vorig jaar een complete blauwdruk voor een toekomstig 'European Intelligence Communication Network'. Het DCAF voorziet een "aanzienlijke uitbreiding" van SitCen en de installatie van een beveiligd, multimedia-intranet tussen de diverse onderdelen van de EU-structuur onderling, waarmee geluid, beelden en tekst kunnen worden doorgestuurd. Via nationale aanspreekpunten, zogenaamde National High Authority of Intelligence (NHAI), moet dat netwerk ook aansluiten op de nationale inlichtingendiensten. Een centraal contactpunt zou ervoor zorgen dat de uitwisseling van inlichtingen met de Navo en de VS niet wordt verstoord. "Het beste zou zijn dat zij betrokken worden bij de voorbereidende discussies. Derde partijen toegang geven tot het Europese netwerk zou echter ernstige politieke problemen opleveren en hoogst controversieel zijn", waarschuwt de denktank.

Van enige democratische controle op deze diensten, bijvoorbeeld door het Europees Parlement, is vooralsnog geen sprake

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234