Zondag 19/09/2021

Europese bedrijven hongeren naar schaalvergroting

Mondialisering doet duizenden banen sneuvelen

Sinds de invoering van de euro hebben de Europese ondernemingen er alles voor over om zich op het niveau van hun nieuwe, fors uitgebreide thuismarkt te hijsen. Maar terwijl de lage intrestvoeten hen daarbij de wind in de rug geven, doen de omvangrijke overnames de schuldenberg groeien. Groepen die diep in het rood gaan, kunnen enkel de vingers kruisen dat het gunstige economische klimaat niet plotseling omkeert.

Martin Orange

De golf van fusies en overnames ontstond in de Verenigde Staten maar overspoelt nu ook Europa. Zes maanden al vertonen ook hier de bedrijfsleiders een niet te stillen overnamehonger. "Er gaat geen dag voorbij zonder overname, een overnamebod of fusie", constateert een waarnemer met een mengeling van tevredenheid en verwondering. Het agentschap Moody's becijferde dat het prijskaartje van de financiële operaties tussen 1 en 22 maart rond de 221 miljard dollar (205 miljard euro of 8.276 miljard frank) schommelde. De Europeanen lieten zich niet onbetuigd met een aandeel van 89,3 miljard dollar (82,9 miljard euro of 3.344 miljard frank) in dat bedrag.

Het gevecht tussen BNP-Generale-Paribas of de slag Olivetti-Telecom Italia even buiten beschouwing gelaten, illustreert de week van de 22ste maart perfect de gekte die de Europese groepen in haar greep heeft. Dat blijkt ook uit de bijgevoegde tabel. Met nogal wat zelfgenoegzaamheid - en tegelijkertijd ook ontgoocheling - kon Volkswagen-voorzitter Ferdinand Piech op 25 maart, tijdens de voorstelling van de bedrijfsresultaten, melden dat hij de voorbije jaren alles gekocht had wat er te koop was. "Om tot de conclusie te komen dat er niks overbleef dat ons nog interesseerde." Zowat alle bedrijfsleiders, ook diegenen met minder zakelijk gewicht dan Piech, volgen dat voorbeeld en azen op fusies en overnames.

Met mode of een korte opwelling heeft dit weinig te maken. De geesten zijn sterk geëvolueerd in de internationale zakenwereld. Terwijl de mondialisering al een tiental jaren met veel bombarie wordt aangekondigd, krijgt ze nu stilaan vorm. Voor sommige sectoren - van farmaceutica tot luxegoederen - is de wereldwijde wedloop definitief gelanceerd. Steeds nadrukkelijker komen de bedrijven in de verleiding om onderling toenadering te zoeken. Ze zijn doordrongen van het besef dat het er niet makkelijker op geworden is om hun aandeelhouders een winst van 15 procent te garanderen, en dat cijfer is toch de norm geworden op de internationale markten.

De miljoenen, zelfs miljarden die bedrijven investeren in research, marketing of reclame kunnen enkel renderen bij een forse schaalvergroting. Zelfs als daarvoor een prijs van vele duizenden jobs moet betaald worden. In Europa kwamen de Zwitserse farmaceutische groepen Ciba-Ceiguy en Sandoz in 1996 als eerste tot dat besef. Sindsdien opereren ze samen onder dezelfde naam, Novartis. Anderen volgden in hun kielzog: het Zweedse Astra fuseerde met de Britten van Zeneca, Rhône-Poulenc wil samengaan met het Duitse Hoechst en Sanofi stapte in het huwelijksbootje met Syntlabo om de Amerikaanse markt te veroveren. En ook in de auto-industrie, in de tang genomen door enerzijds de steeds hogere ontwikkelingskosten en anderzijds een structurele overcapaciteit, is fuseren sinds kort het codewoord. Terwijl Volkswagen zijn merken samenvoegde en na de overnames goed is voor 4 miljoen wagens per jaar, hielden de andere Europese constructeurs lange tijd de boot af. Maar na de toenadering tussen Daimler en Chrysler kocht Ford in januari het Zweedse Volvo op. Op 27 maart kondigde Renault aan dat het zich zou inkopen in Nissan. En sindsdien zijn alle blikken gericht op Fiat, PSA en BMW.

De nieuwe informatietechnologie geeft deze mondialisering de wind in de rug, en van de regeringen komt weinig tegenwind. Zij zijn de weg ingeslagen van deregularisering en maken een einde aan jarenlange monopolies. Telefonie, post, elektriciteit of gas: overal werd concurrentie toegelaten. De hele energiesector, van de olieproducenten tot de distributeurs, zien hun winsten verschrompelen. En om de eeuwigheid te verwerven, kijken ze uit naar trouwpartijen met andere reuzen, wat twee jaar geleden nog als onmogelijk van de hand werd gewezen. Een voorbeeld is de toenadering tussen Exxon en Mobil, of nog: BP-Amoco en Atlantic Richfield. Op 29 maart meldden de twee giganten dat er gesprekken aan de gang zijn. Dezelfde koorts heeft zich meester gemaakt van de telecommunicatiesector. Nu de draadloze telefonie en het Internet de markt grondig overhoop gehaald hebben, haasten de bedrijven zich om te fuseren. Meteen maken ze zich meester van de nieuwste technologie en, vooral, een nieuwe en fors verbeterde marktpositie.

In Europa heeft de invoering van de euro dit proces versneld. Ook al beweren de groepen al jaren dat ze zich hebben voorbereid op de komst van de eenheidsmarkt, pas nu ervaren ze dat zakendoen een nieuwe dimensie is binnen getreden. Europa is hun binnenlandse markt geworden, en dwingt hen om hun productie- en verkoopmethodes grondig bij te spijkeren. Bij deze verandering zit de bankwereld op de eerste rij, zoveel bewijst het gevecht tussen BNP, Paribas en de Generale Maatschappij.

De golf van fusies en overnames die Europa op dit moment overspoelt zou nooit een dergelijke omvang bereikt hebben als de economische context niet uitermate gunstig was. Na jaren van conservatisme, waarin kopen en verkopen als nutteloos werd bestempeld en het beleid erg strikt was, komen dezer dagen enorme geldstromen op gang. Plots zijn de groepen de trotse bezitter van een aanzienlijke oorlogsbuit. Op de markten vinden ze al het geld dat ze nodig hebben. Nooit eerder werden hun beurstransacties zo gewaardeerd en sinds de Tweede Wereldoorlog waren de interesten op geleend geld nooit zo laag. Meteen lijkt elke stoutmoedigheid toegelaten.

Maar in tegenstelling tot de Amerikaanse groepen, die hun overnames financieren met een verschuiving van aandelen, betalen de Europese bedrijven cash. Vaak steken ze zich diep in de schulden. Om 203 miljard frank te kunnen investeren in Nissan, leende Renault zowat 123 miljard. Het Italiaanse Olivetti wil 24,5 miljard dollar (22;7 milard euro of 917 miljard frank) in het rood gaan om zich meester te maken van Telecom Italia. Nooit eerder zal iemand in Europa zoveel obligaties - waarde: ruim 80 miljard frank - in omloop hebben gebracht als Vivendi, dat binnenkort US Filter wil opkopen. En ook Volvo veranderde voor die prijs van eigenaar.

De heersende opwinding roept herinneringen op aan de euforie op het einde van de jaren tachtig. Ook toen, zo waarschuwt nu Moody's, leenden de bedrijven forse sommen om hun groei te financieren. Amper twee jaar later, toen de economische groei slabakte, waren ze gekortwiekt en bleef er amper manoeuvreerruimte over.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234