Maandag 17/06/2019

Interview

"Europa kan wel leven met een Arco-deal"

Marcia De Wachter. Beeld Aurélie Geurts

Marcia De Wachter (64) leeft in de schaduw. Maar nu ze ontslag neemt als directeur van de Nationale Bank van België, wil ze graag praten. Onder meer over haar aanvaring met Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten, met wie ze onlangs botste over Arco. "Zij heeft haar vinger opgestoken en gezegd dat ik moest zwijgen." Dat heeft, euh, niet gewerkt.

"Er zijn twee dingen waar ik erg trots op ben”, zegt Marcia De Wachter. “In de jaren 90, toen in Frankrijk de 35 urenweek werd ingevoerd, ben ik door de Franstalige socialisten onder druk gezet om in België de veralgemeende 32 urenweek te helpen invoeren. Daar heb ik mij fel tegen verzet, en mijn verzet heeft het gehaald. Mijn tweede verwezenlijking is het pleidooi voor een verlaging van de sociale bijdragen voor werkgevers, van 33 naar 25 procent. Daar pleitte ik in 2007 al voor, en vandaag is het realiteit.”

Marcia De Wachter heeft tot dusver achter de schermen geleefd. Maar met impact op het beleid. In de jaren 80 werkte ze voor toenmalig CVP-premier Wilfried Martens, en in de jaren 90 hield ze mee de pen vast toen die andere cruciale christen­democraat, Jean-Luc Dehaene, het Globaal Pact uitwerkte om België klaar te maken voor de euro. Sinds 1988 werkt ze voor de Nationale Bank van België, waar ze ondertussen 20 jaar tot het directie­comité behoort. Tot eind oktober van dit jaar, want dan neemt ze ontslag.

Wie is Marcia De Wachter?

- geboren op 9 oktober 1953 in Wilrijk
- doctor in de toegepaste economische weten­schappen, studeerde en werkte aan de universiteiten van Chicago, Amster­dam, Antwerpen en Boston
- werkte van 1986 tot 1988 op het kabinet van CVP-premier Wilfried Martens
- werkt sinds midden 1988 voor de Nationale Bank van België, waar ze meer dan 20 jaar directeur is. Neemt ontslag op 31 oktober van dit jaar
- staat in oktober op de CD&V-lijst in Overijse

“Time to move on”, lacht ze achter haar bureau in de statige kantoren aan de Brusselse Berlai­mont­laan. “Ik word binnenkort 65 en begin aan een nieuwe fase in mijn loopbaan. Ik heb een bedrijf opgericht waarmee ik aan coaching en consulting ga doen. En ik zit op hete kolen. Ik heb mij pico bello voorbereid, ik ben er helemaal klaar voor. Als u mij vraagt hoe oud ik mij voel, dan zou ik zeggen: 45. En soms nog maar 18.”

Op zondag 14 oktober staat ze op de tweede plaats van de lokale CD&V-lijst in Overijse, maar dat doet ze alleen om de lijst te steunen, zegt ze. “Ik ga niet in de politiek. Ik geloof ook niet dat ik de grote stemmen­trekker zal zijn. Maar ik vind dat Danny De Kock een eerlijke kans verdient om een gooi te doen naar het burgemeester­schap.”

Voor ze haar persoonlijke toekomst­plannen in detail ontvouwt en haar visie geeft op de staat van het land en haar partij, gaan we tien jaar terug in de tijd. Naar de herfst van 2008, toen in ’s werelds banken­systeem de hel losbarstte. Van die bankencrisis was De Wachter, als directeur van de Nationale Bank, een bevoorrecht waarnemer.

“Toen de banken overkop gingen, was geen enkel directie­comité ervan nog aanspreekbaar”, herinnert ze zich. “Die mensen waren totaal overspannen en overstuur. Ze begrepen niet meer wat er aan de hand was.”

Wat was er precies misgegaan?

Marcia De Wachter: “Het was een periode van collectieve blindheid, zoals meestal bij financiële crisissen. Denk aan de Nederlandse tulpen­manie in de 17de eeuw: toen kostte één tulpenbol een jaar­inkomen. Dat was buiten alle proportie. Iets dergelijks zag je tien jaar geleden. Banken waren blind voor de risico’s van innovatieve producten, die verpakt waren als gezonde producten, maar rommelkredieten als onderpand hadden.”

Wat is een rommelkrediet?

“Een krediet waarvan je je kunt afvragen of het ooit kan worden terugbetaald. In 2004 had de Federal Reserve in de Verenigde Staten de rente opgetrokken. Daardoor gingen heel wat mensen kopje-onder. En de rommelkredieten van die wanbetalers hadden die innovatieve bankproducten besmet. Dat systeem was uitgevonden bij Goldman Sachs en was ook massaal bij Europese banken terecht­gekomen.”

En zag niemand dat gevaar?

“In Basel, waar het Banking Committee de regelgeving bewaakt, vond men dat systeem zelfs een goed idee. Doordat iedereen een stukje van die rommelkredieten kreeg, werd het risico gespreid. Dat vond men in Basel een pluspunt. Daar kwam nog bij dat de krediet­beoordelaars, zoals Standard & Poor’s en Moody’s, die besmette producten zowaar nog een AAA-rating hadden gegeven ook.”

Waarom? Waren zij dom of omgekocht?

“Zij hadden een conflict of interest, zoals dat heet. Zij gaven een AAA-rating, zodat ze diezelfde producten in een andere afdeling van hetzelfde huis beter aan de man konden brengen. Daarom zijn die verschillende afdelingen ondertussen gesplitst.”

Heeft België de crisis goed aangepakt?

“Ik vind dat men in 2008 een kapitale fout heeft gemaakt. Men heeft de grootste bank van België verkocht aan de Fransen. Terwijl men Fortis had moeten nationaliseren, zoals de Nederlanders dat met ABN Amro hebben gedaan. Door die verkoop worden vandaag in andere landen leningen verstrekt met het spaargeld van de Belgen.”

Beeld Aurélie Geurts

Fortis wilde in 2008 ABN Amro overnemen, maar kon dat niet betalen.

“Als de financiële crisis er niet was geweest, zou die overname wellicht geen probleem zijn geweest.”

Dan zou men voorzitter Maurice Lippens een genie hebben gevonden, in plaats van een bankier met onverantwoorde grootheidswaanzin?

“Exact. Dan zou men dat gezegd hebben. Maar die financiële tsunami heeft iedereen meegesleurd. Dat geldt ook voor Dexia, uiteraard. Men had Dexia meteen na 2008 moeten opsplitsen. Men heeft daar te lang mee gewacht. Maar ja, als zo’n systeem­crisis uitbarst, doet iedereen tegelijkertijd de verkeerde dingen.”

Dat brengt ons bij het Arco-dossier, waarover u onlangs op Twitter in discussie ging met Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten.

“Ik ben niet met haar in discussie gegaan. Zij heeft haar vinger opgestoken en gezegd dat ik moest zwijgen.”

Toen u schreef dat de Europese Commissie een deal voor de Arco-coöperanten wel moet goedkeuren, vond zij dat u vanuit de Nationale Bank aan politiek deed.

“Ik doe niet aan politiek. Ik heb gewoon geschreven wat ik via de wandelgangen heb vernomen. Ik heb geen rechtstreeks contact gehad met de Europese Commissie, maar in de wandelgangen wordt veel gepraat. Het probleem is al lang bekend en een oplossing is wel degelijk mogelijk. De Nationale Bank heeft in 2011 de toestemming gegeven om de Arco-coöperanten dezelfde waarborg te geven als andere spaarders.”

Maar waren het wel spaarders?

“Die mensen dachten dat ze spaarden.”

Maar deden ze dat ook?

“Tot aan de financiële crisis was er geen vuiltje aan de lucht. Nooit had iemand tegen die mensen gezegd: opgelet, u bent geen spaarder maar een belegger.”

Maar dat waren ze wel.

“Als je jaar na jaar een vast rendement krijgt, dan heb je in wezen een spaar­product. Arco was trouwens niet de enige coöperatie. Ook Ethias en Cera hadden soortgelijke producten met vast­rentende tarieven boven die van het spaarboekje. Dat was een courante praktijk. De bank­commissie heeft daar ook nooit voor gewaarschuwd. En toen er een bijkomende kapitaal­verhoging voor Dexia moest komen, heeft men dat aan Arco gevraagd. Hoewel ze daar op dat moment niet meer toe in staat waren.”

Toen heeft Arco geld geleend bij Dexia om te investeren in... Dexia.

“Dat was onorthodox.”

Onwettig, zelfs.

“Ja, dat was onwettig, maar de bank­commissie heeft niet gezegd dat het niet mocht. En waarom niet? Omdat we voor een systemische crisis stonden. En dan is het alle hens aan dek. Dan moet je alle maatregelen nemen, orthodox of onorthodox, om te vermijden dat miljarden aan spaargeld van gewone consumenten in rook opgaan. Wat heeft de Federal Reserve in Amerika gedaan met Lehman Brothers? Failliet laten gaan, omdat er geen regeltjes bestonden om die bank te redden. Gelukkig is dat hier niet gebeurd.”

U zegt: het was niet koosjer, maar er was geen alternatief. Ook niet voor de Arco-coöperanten?

“Inderdaad. De institutionele aandeelhouders van Arco hebben hun verlies genomen. De belofte was dat particulieren tot 100.000 euro zouden worden vergoed, zoals spaarders. Dat was de belofte van de regering. Nu kun je vandaag witter dan wit wassen en zeggen dat het eigenlijk niet mocht, maar men heeft het beloofd. En pacta sunt servanda, afspraken moeten worden nageleefd.”

Is het eerlijk dat de belasting­betaler daarvoor moet opdraaien?

“Is het eerlijk dat Ageas, de Belgische verzekeraar die afgesplitst werd van Fortis, een geste heeft gedaan voor de mensen die hebben meegewerkt aan de kapitaal­verhoging toen de situatie al heel slecht was? Andere banken hebben ook producten verkocht waarover ze de kopers niet voldoende hadden ingelicht. En Fortis heeft daarvoor een commerciële geste uitgedokterd. Waar­om zou Belfius dat niet kunnen?”

Hoe bedoelt u?

“Ik bedoel dat Belfius een commerciële geste zou kunnen doen voor de mensen die geld hebben verloren aan Arco. Europa kan wel leven met een Arco-deal. Ze zouden het volgens mij ook zeer moeilijk hebben om daar een probleem van te maken. Als bij andere banken iets vergelijkbaars gebeurt, kan de Belgische regering als aandeelhouder van Belfius dat evengoed doen.”

Open Vld en N-VA denken dat Europa een Arco-deal niet zal goedkeuren.

“Dat kan best zijn. Ik kijk alleen naar de feiten. Als Ageas het kan, als KBC het kan, waarom zou Belfius het dan niet kunnen? Vergelijk het met een auto­constructeur die wagens terug­roept en de kopers een schade­vergoeding aanbiedt.”

Dat wordt nog spannend.

(lacht) “Dit is een spannend vak.”

Om het hoofdstuk banken af te sluiten: zijn ze veiliger dan tien jaar geleden?

“De toestand is enorm verbeterd. Ze zijn kleiner geworden, hebben hun internationale netwerk uitgedund en kosten afgebouwd. Het enige wat mij zorgen baart, is de manier waarop het bankentoezicht in Basel omgaat met cyber­risico’s. De hoeveelheid kapitaal die banken daarvoor moeten aanhouden, is niet voldoende. Beeld u in dat alle banken tien dagen platliggen na een cyber­aanval. Daarop is men niet voorbereid. Zoals men geen inzicht had in met rommel­kredieten besmette producten, zo onderschat men het cyber­risico.”

Over rommel­kredieten gesproken: u maakt zich zorgen over onze huizen­markt, die volgens u oververhit is.

“Ik maak mij vooral zorgen over de schulden bij de gezinnen. In 2000 bedroeg de totale schulden­last van onze gezinnen 40 procent van het bruto binnenlands product. Vandaag is dat al iets meer dan 60 procent. Dat is hoger dan het Europese gemiddelde. En er is bijna geen enkele markt waar de huizen­prijzen zo blijven stijgen. Zolang de interest laag blijft, is dat allemaal geen probleem. Maar zodra de interest­voet stijgt, en vaak gebeurt dat abrupt, dan zullen vele huizen onverkoopbaar worden.”

Wat adviseert u jonge koppels?

“Eén huis, om zelf in te wonen, is een goed idee. Maar sommige mensen beleggen al hun geld in vastgoed, en dat is geen goed idee. Ik vergelijk het met de mensen die vroeger al hun geld in aandelen van Fortis hadden belegd. Die hebben een drama beleefd. Dat zou ook kunnen gebeuren met de huizen­markt. Aan de Belgische kust staat een Berlijnse muur van appartementen die men aan de straat­stenen niet meer kwijtraakt.”

Geven banken ook te vlot leningen?

“Ik denk dat te veel mensen zich vandaag te diep in de schulden steken. En niet alleen de gezinnen. De overheid zelf heeft een schuld van 100 procent van het bruto binnenlands product. Dat maakt mij zeer bezorgd. Dat is zo jammer aan de politiek van de paarse regeringen, van 1999 tot en met 2007. Die hebben alle inspanningen van Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene teniet­gedaan.”

U werkte van 1986 tot 1988 op het kabinet van Wilfried Martens.

“Zijn beleid was indrukwekkend. Als je kijkt naar de sanering die Martens heeft doorgevoerd, dan is dat de grootste ooit. Hij heeft het primaire saldo – de verhouding tussen uitgaven en inkomsten, zonder de rentelast – enorm verbeterd. Het effect was niet zo zichtbaar omdat de openbare schuld en de rente­lasten nog stegen, maar zijn inspanning was groot. De christen­democraten hebben tussen 1981 en 1999 dat primaire saldo met 12 procent van het bruto binnenlands product verbeterd.”

En paars heeft dat om zeep geholpen?

“Paars heeft het surplus dat Jean-Luc Dehaene naliet helemaal opgesoupeerd, door de overheidsuitgaven te laten toenemen terwijl de overheidsinvesteringen daalden. Paars heeft wel de fiscale druk verlaagd, maar toch: zonder paars zouden we er nu anders voorstaan. En hadden we Fortis tien jaar geleden kunnen nationaliseren.”

Bent u altijd christen­democraat geweest?

“Voor ik op het kabinet terecht­kwam, was ik een politiek agnost. Ik had gestudeerd in Chicago en onderzoek over het arbeids­markt­beleid gedaan in Amsterdam: het was naar aanleiding van dat onderzoek dat Wilfried mij uitkoos om voor hem te werken. Het was dus een toeval dat ik bij CD&V ben beland. Maar ik vind CD&V een bijzonder goed merk, dat altijd een sterk markt­aandeel zal behouden. De CD&V is een beetje zoals Coca-Cola.”

Maar de fut is eruit.

“Dat hangt ervan af. Er is veel jong geweld, en dat verrast mij aangenaam. En de thema’s van de partij zijn overgenomen door de linkse partij, door de PVDA.”

U bedoelt: door de sp.a?

“Nee, door de PVDA, door het echt linkse links. Die hebben onze thema’s opgepikt: zorg, nabijheid, aandacht voor de zwakkeren.”

Hoe belangrijk is de ‘C’ in CD&V voor u?

“Laat ik zeggen dat ik heel gelukkig ben met mijn katholieke opvoeding, en dat ik blij ben dat men mij op de nonnenschool heeft geleerd om mijzelf te zijn, en om nooit afhankelijk te worden van een man. Schrijf dat maar op: ik ging graag naar de nonnenschool. Ook de christelijke waarden, die je overigens in elke geloofs­overtuiging terugvindt, zijn voor mij essentieel. Ik voel mij daar goed bij.”

U zit, samen met onder meer Herman Van Rompuy en Bea Cantillon, in de raad van bestuur van de Broeders van Liefde.

“Een schitterende organisatie, met 15.000 werknemers die stuk voor stuk edelmoedig gedreven zijn.”

De Morgen kwam onlangs wel ferme wanpraktijken op het spoor in Levanta, een forensisch centrum van de Broeders van Liefde.

“Bij Levanta krijgt men mensen binnen voor wie geen enkele andere instelling nog wil zorgen. Dat zijn werkelijk de verschoppelingen der aarde. Dat daarbij dingen verkeerd kunnen lopen, dat is inderdaad zo. Dat is overal zo. Waar mensen zijn, wordt gemenst. U weet toch van wie die uitspraak is?”

Ik hoor dat vaak van vrijmetselaars.

“Herman Van Rompuy zegt dat ook altijd. Er kunnen dingen fout gaan. Dat is zo. En daar moeten we lessen uit trekken. Dat zal bij Levanta gebeuren.”

De Belgische Broeders van Liefde hebben zich ook verzet tegen het bestuur in Rome, door in bepaalde gevallen euthanasie bij psychisch lijden toe te laten.

“Daar is jarenlang heel zorgvuldig over nagedacht. In situaties waarvan de begeleiders ook zeggen dat ze onmenselijk zijn, moeten wij nederig zijn en zeggen dat niets absoluut is. Hier kan een mens alleen maar heel genuanceerd over oordelen.”

De euthanasiewet danken we wel aan paars.

“Natuurlijk. Ik heb ook respect voor de besluitvorming van de broeders. Al kan ik ook begrijpen dat sommige mensen zich nog altijd niet in de euthanasie­wet kunnen vinden.”

Raakt het migratie­debat u als christen?

“Dat raakt mij als mens. Ik probeer mijzelf in de plaats te stellen van mensen die hun land ontvluchten, of dat nu omwille van oorlog is of omdat de economie totaal aan de grond zit. De enigen die dat geopolitiek echt verstandig aanpakken, zijn de Chinezen: die investeren massaal in Afrika. Als Europa na de Tweede Wereld­oorlog geen Marshall­plan had gekend, zou de migratiestroom naar de VS ook veel groter zijn geweest.”

Wat moet Europa doen?

“Ik denk dat Europa het discours van de muur en het fort niet zal kunnen volhouden. De bevolking is aan het vergrijzen. Het aantal nieuwkomers en mensen met migratie­roots die onze bejaarden moeten helpen, is nu al groot en zal alleen maar groter worden. We moeten ofwel onze eigen arbeids­deelname vergroten, ofwel opnieuw, zoals in de jaren 60 en 70, gast­arbeiders invoeren.”

Dat is dus de vraag vandaag: leidt migratie tot een onwenselijke culturele schok, of tot een wenselijke economische meerwaarde?

“We hebben meer migratie nodig, zowel aan de bovenkant als aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Migratie kan enorm bijdragen aan de Belgische economie. Zoals in de jaren 60 en 70. Het probleem is dat we onvoldoende aandacht hebben voor de economische activering van nieuwkomers. Er is migratie omwille van gezins­hereniging, en om humanitaire redenen. We moeten meer inspanningen doen om mensen aan de slag te helpen. Er is werk genoeg.”

Er zijn politici die transit­migranten geen eten meer willen geven, laat staan werk.

“Die groep mensen die tot hier is geraakt, die gaan we toch niet op straat laten creperen. Wij zijn toch een ontwikkeld land. Zulke mensen hebben ook rechten. We moeten hen opvang geven, niet om op een besmuikte manier oppositie te voeren tegen de regering, maar gewoon vanuit humanitaire overwegingen. Laten we die mensen opvangen, vragen of ze toch niet hier willen blijven en hen aan het werk zetten. Wegen­werken genoeg.”

Wat doet u met de culturele debatten over al­les wat met migratie te maken heeft? Hoe kijkt u bijvoorbeeld naar het hoofddoeken­debat?

“Dat debat vind ik compleet naast de kwestie. De meeste van die vrouwen kiezen er zelf voor om de hoofddoek te dragen.

“Wij hebben hier bij de Nationale Bank op een bepaald moment ook die discussie gevoerd, of de hoofddoek zou toegelaten worden of niet. Ik heb toen twee vragen gesteld aan mijn mannelijke collega’s. Eén: ziet u hier ergens iemand met een hoofddoek? En twee: gaat deze mannenclub, allemaal gekleed in kostuum en das en bruine schoenen als vestimentair teken van de elite – gaat deze mannenclub nu verbieden dat vrouwen een hoofddoek zouden dragen? Wat een armzalig debat, zeg.”

Bent u een feministe?

“Ik ben een feministe gewórden. En ik ben het hoe langer hoe meer. Mijn vader zei altijd tegen mij en mijn drie zussen dat we evenveel waard zijn als een man, en dat we voor niemand achteruit moeten gaan. Ik heb dat lang vanzelfsprekend gevonden. En in de eerste fase van mijn carrière heb ik mij ook nooit benadeeld gevoeld. Pas in een latere fase ben ik gaan inzien dat vrouwen nog altijd worden achteruit­gesteld.

“Daarom heb ik samen met een paar collega’s de groep ‘Women in Finance’ opgericht. We hebben er echt genoeg van dat er zo weinig vrouwen op verantwoordelijke posities zitten.”

Pleit u voor quota?

“Nee, wij pleiten voor een cultuur­verandering. Vrouwen moeten vaker promotie krijgen, en meer salaris, zodat die loonkloof van 13 procent eens wordt aangepakt.”

Uw opvolger moet een vrouw zijn?

“Als ik vertrek, blijven er zes directie­leden over: de regering heeft het aantal van zeven op zes ge­bracht. Ik word dus niet vervangen. Maar als mijn collega Jan Smets weggaat, vind ik dat hij door een vrouw moet worden vervangen. Dat zou niet meer dan logisch zijn. De regering vraagt aan beurs­ge­noteerde ondernemingen om minstens 30 procent vrouwen in de raad van bestuur op te nemen. Maar in de Regentenraad van de Nationale Bank zit maar één vrouw – er zitten bij wijze van spreken meer Frères in dan vrouwen. Ook het directiecomité zou zeker een vrouw moeten tellen.”

En wie moet dat worden?

“Het is een kwestie van goed bestuur om je niet uit te laten over je opvolger.”

Beeld Aurélie Geurts

Wat gaat u precies doen als consulent?

“Ik heb het International Directors Program aan de Franse management­school Insead gevolgd, en ik heb in Zürich de licentie gekocht van een diagnose­methode die je bewuste motivaties en verlangens vergelijkt met je onbewuste verlangens. Dat programma ga ik op de internationale markt aanbieden aan ondernemers en directie­comités. Ik zal op tal van vlakken consulting kunnen geven. Ook op individueel niveau.”

En wat kunt u iemand dan leren?

“Hoe je je bewuste en onbewuste motivaties kunt laten samenvallen. Ik geef een voorbeeld. Wat is wilskracht? Mensen denken dat ze hun eetgedrag met wilskracht kunnen sturen. Ze nemen zich voor om nog maar de helft te eten van wat ze normaal doen. Bij het ontbijt gaat dat goed, en bijten ze op de tanden, tot ze in de loop van de namiddag – nadat ze in de file hebben gestaan of een rotvergadering hebben gehad – voorbij de bakker komen waar lekkere pasteitjes in de etalage liggen. En wat doen ze?”

Een eetbui organiseren.

“Precies.”

U beschrijft een doorsnee­dag van mij.

(lacht) “Dan moet u zeker mijn testen eens afleggen. Het is een vragenlijst van anderhalf uur, die u straks op het internet kunt vinden. Met die lijst en mijn andere knowhow van wat mensen drijft en hoe bedrijven functioneren, zal ik mensen kunnen helpen.”

Bent u zelf in evenwicht?

“Ik heb congruentie, dat kunt u niet geloven.”

Euh, congruentie?

“Als je mentale, fysieke en emotionele staat allemaal samenspannen en een eenheid vormen, als er tussen bewuste en onbewuste verlangens geen tegenstelling meer is, dan heb je congruentie. Ik zei het toch al: ik begin aan een nieuwe levensfase. De tijd dat je tot je 65ste werkte en dan met pensioen kon gaan, is voorbij. Velen onder ons worden 90 of 100 jaar oud. Iedereen zal moeten leren denken in verschillende levens­cycli.”

Moet iedereen tot 90 werken straks?

“Het is zo jammer dat wij doen alsof werken slecht is. Het omgekeerde is waar. Wie langer actief blijft, blijft langer gezond. Ik heb respect voor mensen met zware beroepen, maar het is geen goed idee om te jong af te haken en met pensioen te gaan. Op het Japanse eiland Okinawa worden 90-jarigen nog betrokken bij het sociale leven. Op dat vlak doet België het slecht. Wij moeten ons beter voorbereiden op de toekomst.”

U verwees al naar twee ideeën waar u trots op bent: het afwijzen van de 32 uren­week en de verlaging van de sociale bijdragen voor werkgevers. Wat zou u de huidige en volgende regering adviseren?

“Voor mij is het duidelijk dat we naar een systeem van dual taxation moeten. Dat wil zeggen dat de fiscale basis breder wordt, dat particulieren niet alleen op hun inkomen uit arbeid worden belast, maar ook op andere inkomsten. Uit spaargeld, uit dividenden, uit onroerend goed…”

Als huur­inkomsten worden belast, zullen minder mensen in vastgoed investeren en zakken de huizenprijzen misschien, niet?

“Zoals ik al zei: het zou een goede zaak zijn als die markt een beetje zou afkoelen.”

Worden vermogens al niet zwaar belast?

“Minder dan de lonen. En dat zouden we kunnen gelijk­trekken.”

Dat zit er niet aan te komen.

“Misschien met de volgende regering, wie weet.”

Denkt u dat uw partij versterkt uit de verkiezingen van 2019 zal komen?

“Ik weet het niet. Laten we hopen van wel. Wat ik mooi vind aan de CD&V, is dat ze nog begaan is met gezinnen en mensen die het moeilijker hebben. En dat ze altijd besturen in overleg met het middenveld. Dat zou de samenleving opnieuw vooruit­helpen.”

Gebeurt dat vandaag niet?

“Weet u, ik heb veel respect voor Louis Tobback (sp.a), die ik mijn vriend mag noemen. Hem heb ik ooit gevraagd wat zijn geheim van succesvol bestuur was. Ten eerste, zei hij, moet je van je ministers een team maken. Ten tweede moet je met alle stake­holders praten, maar daarna wel zelf beslissen. En ten derde moet je een wervend lange­termijn­project hebben. Zoals Jean-Luc Dehaene dat had met het Globaal Pact.

“En wat zien we vandaag? De ministers vormen geen team, ze vechten bijna elke dag met het middenveld en men discussieert liever over hoofddoeken dan over een lange­termijn­visie.”

Dat is niet te best.

“Nee, het grote probleem vandaag is dat het in de politiek niet goed zit met de regels van corporate governance.”

Vrij vertaald: er wordt slecht bestuurd.

“Dat hebt u goed vertaald.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden