Zondag 25/07/2021

Europa is niet klaar met zijn verleden

Hoe hebben de Europese landen destijds hun overgang van oorlog naar vrede en van dictatuur naar democratische staat gemaakt? En wat leert Europa's huidige onbehagen over de wijze waarop het met het verleden omgaat? Op het symposium Transitional Justice after War and Dictatorship. Learning from European Experiences (1945-2000), in Brussel, bekijken specialisten of er ideeën te rapen vallen voor prille democratieën elders in de wereld.

De redelijk zorgeloze jaren 90, toen we eindelijk van de Koude Oorlog af waren, liggen ver achter ons. Wie had destijds gedacht dat de Europeanen anno 2012, twintig jaar later, haast nostalgisch zouden terugblikken op het tijdperk-Delors, op de vriendschap tussen Helmut Kohl en François Mitterrand, op de indrukwekkende boomverhalen uit Spanje en Portugal ook, op onze prille herontdekking van Oost-Europa ten slotte, dat eindelijk de vrijheid teruggevonden had?

Het kan verkeren. Het gejubel over 's werelds grootste economie is passé, de eenheidsmunt waar decennia aan getimmerd was heeft veel van haar epische kracht verloren en overal in Europa hangt onbehagen in de lucht. In veel landen is de economische crisis de zwaarste sinds de Grote Depressie van de jaren dertig. In Zuid-Europa vindt één op de twee jongeren geen baan meer. Her en der op het oude continent wakkeren rechtse en linkse populisten bovendien het eigen gelijk aan en dreigt het nationalisme in al zijn versies de Europese gedachte te fnuiken.

In zijn meest extreme, gewelddadige, pathetische maar gelukkig ook uitzonderlijke variant neemt het superioriteitsdenken de gestalte aan van Anders Breivik. In een cynische herdefiniëring van het eenheidsideaal beroept ook hij zich op grensoverschrijdende samenwerking: de Europese naties als blanke christelijke burcht voor wier poorten de islamitische horden al klaarstaan, touwladders en vlammenwerpers in de aanslag. Breivik is uiteraard een weerzinwekkende karikatuur. In eindeloos subtielere verdunningen valt zijn discours uit ontelbare monden te horen, van Boedapest tot Helsinki en van Athene tot Den Haag.

Maar het is niet enkel dat. Ook bij fatsoenlijke democratische politici lijkt soms een veer geknapt. In de afgelopen verkiezingscampagne in Frankrijk waren sommige citaten van Nicolas Sarkozy haast woordelijk ontleend aan slogans van maarschalk Pétain, de sterke man van het Vichy-regime. De communistische krant L'Humanité ging evenzeer kort door de bocht door Sarkozy en Pétain over één kam te scheren. Nog in Frankrijk vergeleek Arnaud Montebourg, sinds vorige week minister van Industriële Heropbouw, Angela Merkel eerder dit jaar met 'IJzeren kanselier' Bismarck. Ook niet netjes.

In Griekenland gingen sommige betogers en politici nog een stap verder. Ze noemden de onvermurwbaarheid waarmee Berlijn vandaag de vinger op de knip houdt in één adem met de bezetting door nazi-Duitsland. Nog in Griekenland spookte de jongste maanden ook een veel recenter verleden door de hoofden: wat als het leger de macht weer grijpt?

Tussen Realpolitik en recht

Zoveel is duidelijk, Europa is niet klaar met zijn verleden. In crisistijden als deze - de vergelijking is van de Leuvense socioloog Luc Huyse - komt 'vroeger' als een koortsaanval terug. Om zeker te zijn dat het daarbij blijft en dat de temperatuur straks opnieuw gaat zakken, is het echter goed dat verleden tegemoet te treden, in de achteruitkijkspiegel te kijken en ons te herinneren wat hele generaties Europeanen decennia lang gedaan hebben om zich aan oorlog en dictatuur te ontworstelen. Voor het tweedaagse symposium dat Huyse in Brussel bijeenroept, schreef hij een rapport dat hij aan specialisten uit Afrika, Azië, de Arabische wereld en Latijns-Amerika heeft voorgelegd. Het verslag, The European Experiences Report, moet zowel hen als onszelf inzicht bieden in de Europese ervaring. De vraag of onze overgangsverhalen hun inspiratie kunnen bieden, moet het voorwerp van discussie worden.

Hoe hebben wij het voor elkaar gekregen, vraagt Huyse zich af, om op het puin van de Tweede Wereldoorlog of de rotte fundamenten van onze fascistische en communistische regimes nieuwe democratieën op te trekken? Wat hebben we bijvoorbeeld met daders en slachtoffers gedaan? Hoe hebben we realpolitik en rechtsstaat met elkaar gerijmd? En wat doen we met ons verleden? Moeten we dat in naam van een stabiele toekomst uit ons geheugen verbannen, of het juist actief herinneren om te vermijden dat het zich opnieuw kan voordoen?

Huyse levert zijn denkpistes op grond van de drie klassieke democratiseringsgolven die Europa de voorbije 65 jaar heeft doorgemaakt, en in zekere zin nog altijd doormaakt. Het verleden, zegt de socioloog immers, eindigt nooit.

Het verst in de tijd terug ligt 1945, de eerste golf. De door de nazi's bezette landen van West-Europa zijn eindelijk bevrijd, Hitler is dood, Duitsland ligt in puin. De bloedarme democratieën van de jaren dertig hadden nauwelijks weerwerk kunnen bieden tegen fascisme en nazisme en hadden daarmee hun geloofwaardigheid verloren. De herlegitimering van politieke vrijheid en democratie in landen als België, Frankrijk en Nederland liep dan ook over een hobbelig pad. Daarbij ontspoorde de zoektocht naar gerechtigheid weleens in revanche, of ging zoveel aandacht naar de bestraffing van de daders dat slachtoffers van de naziterreur zich vergeten voelden. Zo duurde het jaren voor de ware omvang van de Shoah duidelijk werd en was het wachten tot het Eichmannproces in de vroege jaren zestig voor de horreur van de kampen definitief tot de wereld doordrong.

In Duitsland zelf, dat door de geallieerden werd bezet en respectievelijk in Amerikaanse, Britse, Franse en Russische invloedssferen werd opgedeeld, kon het volk dan weer niet meepraten over de opgepakte coryfeeën van het Derde Rijk. Het was het door de overwinnaars opgezette Tribunaal van Neurenberg dat over hun lot oordeelde, een internationaal precedent dat een eerste historische stap zou blijken in de richting van grensoverschrijdende gerechtigheid.

De rechters van Neurenberg waagden zich alleszins op onverkend terrein. Hun rechtspraak kwam er bovendien op een moment dat de samenleving amper eisen stelde over transparantie of inspraak. Ze probeerde in de eerste plaats recht te klauteren na een conflict dat heel Europa in vuur en vlam gezet had, en wereldwijd miljoenen mensenlevens had gekost.

Doordat Centraal-Europa in de greep van het communisme kwam en de wereld in die van de Koude Oorlog, bleef de democratisering aanvankelijk beperkt tot het Westen. Om democratie en vrede veilig te stellen maakten de leiders werk van de economische ontwikkeling en het herschrijven van het sociaal contract. Dat luisterde voortaan naar namen als Welvaartsstaat en Rijnlandmodel. En ja, ook de Europese eenmaking is hier begonnen.

Nochtans, van een Unie zoals we die vandaag kennen, en die in historisch perspectief een redelijk uniek opzet blijft, was bijlange nog geen sprake. Niet enkel achter het IJzeren Gordijn, ook ten zuiden van de Pyreneeën bleven nog autoritaire stelsels overeind. In Portugal was 'professor' António de Oliveira Salazar al sinds 1932 aan de macht. Hij had een corporatistisch bestel uit de grond gestampt waarbinnen de politieke politie of PIDE elke poging tot dissidentie of oppositie in de kiem smoorde.

Doordat Portugal ertsrijke delen van zuidelijk Afrika controleerde en het Westen die niet aan door Moskou gestuurde marxisten wilde kwijt spelen, mocht Salazar zo ongeveer zijn gangetje gaan - onder meer met dank aan het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime.

Maar het liedje bleef niet duren. Op 25 april 1974, vier jaar na Salazars dood, maakte de linkse Anjerrevolutie een eind aan het bewind van diens erfgenaam, Marcello Caetano. De staatsgreep verliep zonder bloedvergieten, de anjer in de geweerloop, wat niet belette dat de nadagen chaotisch waren. Zo wilde een groep communistische militairen het laken helemaal naar zich toe halen om het ancien régime met wortel en tak uit te roeien. Sociaal-democratische krachten, die het pleit ten slotte zouden winnen, werkten intussen aan een pact tussen gematigden van beide zijden.

Enkele jaren later trad Portugal tot de Europese Gemeenschap toe en kreeg het een krediet- en consumptieshot van jewelste. Het was de prijs die de Portugezen betaalden voor een al bij al onvoltooide afwerking van hun verleden: in 2007 kozen ze Salazar alweer tot 'Grootste Portugees aller tijden'.

Achteraf bekeken had ook Spanje anders en beter kunnen doen. Daar was in 1975 generalísimo Francisco Franco overleden, de hoge officier die in 1939 korte metten gemaakt had met de resten van de Republiek. Madrid koos in de jaren zeventig doelbewust voor een aanpak van vergeten - indien niet vergeven. Alleen zo, dachten de toenmalige politici, zouden Franco-nostalgici en leger in toom kunnen worden gehouden en zou de democratie stabiel blijven. Hoewel er in 1981 nog een poging tot staatsgreep werd ondernomen, de fameuze 23F, lukte dat pragmatische verhaal vrij aardig.

Althans, tot boontje om zijn loontje kwam: slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers wilden niet langer zwijgen, massagraven werden blootgelegd, standbeelden gesloopt. Vandaag groeit de consensus dat Spanje zijn verzoening beter had kunnen aanpakken. In de complexe tweestrijd tussen gerechtigheid en vrede had de gerechtigheid allicht meer plaats verdiend, geeft ook oud-premier Felipe González toe. Superrechter Baltasar Garzón zal het volmondig met hem eens zijn.

Niet op het Iberische schiereiland maar wel in Zuid-Europa ligt ten slotte Griekenland, waar in die jaren de kolonels verdreven werden. Na een woelige overgangsperiode, waarbij de bestraffing van de junta relatief beperkt bleef, begon het ook de Grieken beter te vergaan. Ook daar speelde de EU een verzachtende want sociaal-economisch bevorderende rol, met de vermaledijde Spelen van 2004 als - letterlijk - ultiem uithangbord.

Glasnost en Perestrojka

De derde, dichtst in het geheugen liggende democratiseringsgolf dateert uit de jaren tachtig en slaat op de landen van Centraal- en Zuidoost-Europa. Onder de niet geheel gecontroleerde bezieling van Mikhaïl Gorbatsjov spreidde de invloed van glasnost ('politieke openheid') en perestrojka ('economische herstructurering') zich over de regio uit. Zoals de Berlijnse muur gevallen was, zo viel als domino's ook het ene regime na het andere.

Ook in het post-communistische Europa, stelt Huyse vast, bleven veel spelers van de oude orde aan zet. In Polen of Hongarije waren zware uitzuiveringen een uitzondering of werden ze door constitutionele hoven afgeblokt. Wel raakte de overgangsjustitie meermaals besmet door partijpolitieke bemoeienissen. Op de vraag wat ze met verantwoordelijken van hun verdreven regimes moesten aanvangen, twijfelden Warschau en Boedapest tussen complete uitsluiting en voorzichtige insluiting, een zigzagkoers. "Deze landen waren slecht voorbereid om constructieve maatregelen te nemen", schrijft Huyse.

Die al bij al genuanceerde balans neemt niet weg dat Europa nooit eerder zo democratisch was als vandaag, met Wit-Rusland als notoire uitzondering. Blijft in moeilijke tijden als deze de essentiële vraag wat Europa uit dit alles over zichzelf kan leren. Of nog, wat het langetermijneffect van onze democratisering is en welke lessen prille democratieën elders in de wereld uit de Europese ervaring kunnen trekken. Aan de in Brussel uitgenodigde specialisten uit Argentinië, Libanon, Ivoorkust, Zuid-Afrika en Timor-Leste om daar antwoord op te geven.

In crisistijden als deze

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234